is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 14, 06-01-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 6 JANUARIE 1934 – No. 14 32ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd EN Taak

RELIGIEUS-SOCIALISTiSCH WEEKBLAD

ONDER REDACTIE VAN DR. W. BANNING ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 32STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40, PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 1 5 CTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTE GIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

CEESTESWAAN

I'n ons artikel in het Kerstnummer spraken wij van Geesteslicht. Wij hebben steeds geloofd, dat de mens in zijn geest een zeer kostbaar en hoog te waarderen instrument bezat, waardoor het hem niet alleen mogelik was het leven op een hoger plan dan dat van het instinktieve bestaan te brengen, maar waardoor vooral hij zich kon oprichten tot een kultuurleven, tot een door idealen van waarheid, schoonheid, goedheid gericht leven. Van deze overtuiging, dat geest licht betekent, heeft de West Europese wereld geleefd sedert Plato, en het wil mij voorkomen dat er in de 23 eeuwen sedert de dood van deze held iets ontstaan en geschapen is in Europa, dat de moeite van het verdedigen waard is.

In dat gedeelte der 20e eeuw, dat wij tans achter de rug hebben, is er telkens luider verkondigd, dat deze opvatting een grandiose vergissing is geweest. Het begon met een op zichzelf belangrijke en noodzakelike reaktie tegen verstandsoverschatting: er bleek immers, dat het mensenleven gedreven werd door onbewuste krachten, waarbij het verstand gewoonlik achteraan kwam om goed te praten; bovendien wilde men opkomen voor de betekenis van de scheppende intuïtie: diepste waarheden worden niet beredeneerd, maar geschouwd (wat Plato trouwens ook wist!) Daarna is mij dunkt ook terecht erop gewezen, dat krachten van natuurgebondenheid (gebondenheid aan bodem, ras, bloed) van elementaire betekenis in ons leven zijn, zowel in dat der enkelingen als in dat der groepen. Wij hebben ook de prediking gehoord, dat de geest de vijand van het leven is, dat het 'even geremd, gebonden, soms ook gedood vordt door de geest.

Nu vind ik zelfs bij Johannes Müller, de profeet van Elmau, die zich geheel en onmorwaardelik achter Hitler zet, de gecachte: geest is waan. Ik citeer enkele kirakteristieke zinnen uit het laatste nrmmer van zijn blad (Die Grünen Platter, 4e afl. 1933). Wij beleven, aldus Müller, een wereldkatastrofe: er dreigt niet alleen de ondergang van Europa door een weder-

zijdse vernietiging der volkeren, er dreigt ook de vernietiging van het blanke ras. In een katastrofe komt het niet aan op de enkeling. Bij aardbevingen, overstromingen, grote natuurrampen gaan honderden, duizenden, millioenen tegronde zonder dat de aarde zich daarom iets bekommert. Natuurlik moeten wij wel meegevoel en meelijden hebben met de slachtoffers in oorlogen, krises en revoluties, wij moeten ook wel helpen waar wij kunnen, maar toch vooral begrijpen, dat het op de enkelingen niet aankomt; dat het alleen gaat om het geheel. In zulk een katastrofale tijd hebben wij ons in te zetten voor wat worden wil; een wereldkatastrofe is een gericht van de natuur, van het leven, van God over alle mensenwerk en alle menselik bedenken. Tans komt het gericht over Europa en de wereld, „opdat het duitse wezen gezond en vrijgemaakt worde, weerstandskracht wint en tot ontplooiing, bloei en vruchtbaarheid kome” (blz. 216) De vloek der moderne wereld is haar waan des geestes.

Deze uitingen zijn karakteristiek voor de gesteldheid van een aantal z.g. geestelike leiders (vermoedelik vrij groot) in het Derde Rijk; karakteristiek, omdat zij enkele onmiskenbaar juiste gedachten ons voorzetten in een zo verbasterde, barbaarse vorm, dat wij ook wat er juist mocht zijn op deze wijze onvoorwaardelik verwerpen. Er zit zeker in allerlei gebeurtenissen in het kultuurleven iets katastrofaals, iets dat met onweerstaanbare oerkracht over ons losbreekt; en dat de gang der geschiedenis met menselike gevoeligheid en idealisme weinig rekening houdt is maar al te waar. Belangrijker is de vraag, of wij in oorlogen en revoluties alleen maar wat medelijden hebben te tonen, of wij niet in naam van een eeuwige gerechtigheid hebben te arbeiden vóór of tegen. Wij moeten ons inzetten voor wat worden wil, zegt Müller wat een holle, gruwelike frase! Want d e vraag, waarom het allereerst gaat is deze: wW wil worden? Hitlers derde rijk? Of het kommunisme der derde internationale? of een demokraties socialisme? Wè.t wil worden

in de botsing der rassen? zal het blanke, nu het technies nog het machtigst is, het gele en zwarte met de middelen der oorlogstechniek voor negen tiende uitroeien, of zal het getrouw aan zijn beste geestelike tradities streven naar een rechtsorde over de gehele aarde? Waarbij dan die andere vraag komt: hoe wil het nieuwe worden? Wij hebben aanschouwelik onderwijs gehad. Het Rijksdagproces is een voorbeeld geweest. Het met de handbijl af maken van 6 jonge mensen in Keulen, beschuldigd van moord op twee S.A.- mannen (welke beschuldiging niet bewezen kon worden) een tweede. Zeker, het komt op enkelingen niet aan. Maar dat wil niet zeggen, dat Mussolini, Hitler, Stalin en de leiders van S.A. troepen of G.P.Oe het zedelik recht hebben om neer te slaan wie zij menen dat neergeslagen moet worden.

Het gaat niet om de enkeling, maar om het geheel. Ook dat is een holle frase, zolang de geestellke Inhoud van dat geheel niet nader bepaald wordt. Nu moet het dultse wezen gezond en vrijgemaakt worden. Natuurlik, en terecht, zolang een dults volk in Europa leeft, heeft het recht op leven en vrijheid. Evenals het russiese volk dat heeft en ook, hoe klein het zij, het hollandse. Maar de vraag, waarop het hier aankomt, is vooral: of deze „gehelen”, deze en andere volkeren boven het eigen bestaan en leven een sociale en politieke rechtsorde willen erkennen. Want niet het eigen volk is de laatste en hoogste waarde; daarboven uit blijft de eis der gerechtigheid gelden. Zodra men geest tot waan verklaart, vervalt men tot het barbarisme van terreur, diktatuur, broedermoord. Alle dikke woorden van Wereldkatastrofe. Godsgericht enz. daaromheen zijn bombast; op z’n best kan men ze toeschrijven aan een kwaad geweten, dat nog rechtvaardiging zoekt voor de niet goed te praten gruwelen. Voorlopig geven wij niet op de waarheid dat geest erkenning van algemeen geldige waarden als waarheid, goedheid en gerechtigheid betekent. Plato is voorlopig nog groter dan Hitler. w. B.