is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 14, 06-01-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Binnenland m

Afdammen en inperken

Het geestelijk leven moet door een volk kunnen stroomen als het water van een beek, dat frisch, levend water is. Er zijn bezwaren en gevaren aan deze vrijheid verbonden, maar veel grooter schade- doen censuur en verbod. Geestelijke onderdrukking werkt als een vastgezette veiligheidsklep; daardoor ontstaat een gevaarlijke spanning, die ten slotte ontploft en vernielt.

De waarheid is ook geen stilstaande en omlijnde grootheid maar een zich bewegende en eindelooze macht, geen sloot tusschen twee wallen maar een onafzienbare, bewegende zee. Dat is de dwaasheid van de leer der onbewegelijkheid van de kerk van Rome en het besluit der N.S.D.A.P., dat haar program onver ander lijk is. De onfeilbaarverklaring van Hitler als Leider ontbreekt er nog maar aan! Een afgesloten waarheid is er evenmin als een vastgehouden zonnestraal.

Onderdrukking der vrijheid verwekt of wrok en verzet, gevaarlijk als kruit in de patroon geperst, of angst en slaafschheid. Zij doet aan de fierheid en vastheid van vele karakters groote schade. Hoevele rechterarmen zullen in Duitschland niet opgeheven worden met den bedwongen lust, om er een dreigend omhoog geheven vuist van te maken! Hoevelen niet als van een machtelooze tegenover het commando: Handen omhoog! Hoevele ambtenaren in ons land durven reeds niet meer zichzelf geven en zichzelf zijn, ook niet buiten hun ambt, uit vrees voor ontslag. Op een wenk van den minister van onderwijs, eens de leider van een partij, die zich vrijzinnig en democratisch noemt, heeft de voorzitter van Volksonderwijs zich uit den strijd voor het openbaar onderwijs tegen de plannen van den minister teruggetrokken en de jaarvergadering van Volksonderwijs heeft zijn besluit, om heen te gaan, herdacht met enkele oogenblikken van stilte, zooals men een doode herdenkt. De vrijheid is en leeft niet meer!

De overgroote meerderheid van de tegenwoordige ministers schijnt hun opvatting van vrijheid in de kerk ook voor het staatsleven te willen toepassen. Men heeft zich te conformeeren (zich neer te leggen bij) aan de leer omtrent openbare orde en goede zeden, die de regeering huldigt en zich onvoorwaardelijk te onderwerpen aan een onfeilbaar staatsgezag. Colijn en Deckers vertegenwoordigen hier Dordt en Rome. Wij hebben een eeuw lang een vrij groote mate van geestelijke vrijheid in ons land genoten en mede daardoor is er op allerlei gebied onder ons volk leven gekomen van vruchtbare kracht en rijke veelsoortigheid. Nederland is wel een der kleinste maar waarlijk niet een der minste van de naties en is zoo mede door zijn vrijheid geworden. De regeering en haar dienaren zijn echter bezig, die vrijheid al verder in te perken en af te dammen.

Wel heel bar is het, dat de radiocontróle-commissie in dienst der regeering de Kerstrede van Albarda zoo verhakstukt heeft, dat deze terecht weigerde deze verminkte rede voor de microfoon uit te spreken. Deze commissie treedt telkens weer even ergerlijk als belachelijk op; zij waakt voor de zuiverheid van den aether als een ouderwetsche huisvrouw voor de netheid van haar mooie kamer; een zuiverheid naar de opvatting van ordelijkheid en zedelijkheid van deze commissie natuurlijk.

Albarda behoort tot onze meest bezonnen sprekers; het eenige gevaarlijke woord dat tegenstanders in zijn vele redevoeringen weten te ontdekken, is het woord: dappere ongehoorzaamheid: een woord, dat wij gaarne tot het onze maken, omdat wij geweten boven wet stellen. Hij is een voorzichtig politicus, die, naar het oordeel van vurige socialisten, wel eens te veel en te lang wikt en weegt, voordat hij waagt. Hij is een man van hooge levensopvatting, die zeker de goede zeden niet zal ondermijnen. Het is eigenlijk een beleediging, dat een commLssie te voren zijn rede wil lezen, om na te gaan, of iedere zin, ieder woord wel behoorlijk en betamelijk is. De commissie is aan het schrappen gegaan en heeft de rede „gezuiverd” en daarna verlof tot uitzending gegeven.

Belachelijk is dit kleine gedoe, omdat juist daardoor de eerbied voor de gestelde machten bij een groot deel van het volk veel meer verzwakt wordt dan door eenige woorden, waar het vuur van gerechtvaardigde verontwaardiging uitslaat.

Belachelijk ook, omdat door het verbod juist de bijzondere aandacht op de „gevaarlijke” uitdrukkingen gevestigd wordt; men kan ze immers lezen in de verslagen en de rede verschijnt in druk woordelijk, zooals ze is uitgesproken.

Moet ons land een drilschool worden, waar alle kindertjes netjes recht zitten en zoet hun mondje houden, totdat meester hun iets vraagt? En waar ze dan ook nog zingen moeten: Wij leven blij, wij leven vrij op Neêrlands dierbren grond? De cijfers van den aanwas van het zielental in ’33 zijn nog niet bekend; maar zeker is het aantal slaafsche en ook verbitterde zielen sterk toegenomen door allerlei maatregelen, waarmee de regeering de vrijheid afdamt en inperkt.

De vrijdenkerij

Toen het socialisme in het begin als een aardbeving in het geestelijk leven van vele arbeiders alles losmaakte en omver wierp, werden er allerlei zonderlinge en onzinnige theorieën over den mensch en de wereld, over leven en zijn onder hen verkondigd en gretig aanvaard. Er stonden profeten op, die zeker voor hun publiek en wellicht ook voor henzelf onbegrijpelijke leeringen verkondigden, doorspekt met wijsgeerige termen, Oostersche namen en wetenschappelijke formules als een fijne koek met sucade. Hun succes was groot. Hoe onzinniger, des te mooier. Hoe onbegrijpelijker, des te indrukwekkender. Het was baarlijke onzin, verkondigd op den toon van een nieuwen Wijze. Ook de geschriften van deze nieuwe leidslieden waren van dezelfde diepzinnige onzinnigheid. W. Meng is een der bekendste typen onder hen geweest. Of hij een geestelijke kwakzalver was"? Waarschijnlijk geloofde hij zelf, wat hij verkondigde. Zijn aanhangers waren overtuigd, dat zij onder zijn leiding bezig waren met diepboringen op het terrein der waarheid. De drang naar mystiek, die niet verdwenen was en altoos ook blijven zal, werd bevredigd door dezen hutspot van rare theoriën, totdat het gezond verstand der arbeiders hen uit de macht van deze war hoof derij bevrijdde. Het succes van mannen als Meng is even groot als kortstondig geweest.

De Ver. „De Dageraad” bestrijdt elk geloofsdogma of bindend gezag van kerk of persoon, schrift of overlevering. Zij gaat uit van de opperhoogheid en zelfstandigheid der rede. En zij stelt zich ten doel de vrije gedachte te bevorderen, om het zedelijk en verstandelijk besef van den mensch te zuiveren en te verdiepen.

De vrijzinnige godsdienst heet in Frankrijk libre croyance, vrij geloof. Men kan als vrijgeloovige het standpunt van „De Dageraad” als juist innemen en we weten dan ook van een predikant, die kerk en Dageraad beiden tegelijk meende te kunnen dienen.

Maar het karakter eener vereeniging leert men niet altijd goed kennen uit een aantal statige zinnen, die doel en beginselen aanwijzen, veel beter uit haar werken en de woorden harer voormannen. Den geest, die zoo tot ons spreekt uit „De Dageraad”, achten wij onvereenigbaar met elke religie. Wij maken een uitzondering vooreen enkel geschrift en een enkelen spreker, maar wat „De Dageraad” ons in het algemeen te lezen en te hooren geeft, getuigt van onkunde en misvatting van het wezen der religie, van een bestrijding zonder de waardigheid en fijnheid der redelijkheid, van een oppervlakkige bestrijding van vormen, voorstellingen, zonder een poging, om den dieperen zin daarvan te leeren kennen, zoodat het meer aan avondschemering dan aan dageraad doet denken.

Ook de diepzinnige onzin van Meng en de zijnen ontbreekt niet. Op den eersten Kerstdag heeft „De Dageraad” te Leeuwarden een zonnewendefeest gevierd. Zonnewendefeest en Kerstfeest loopen evenwijdig en vormen geen tegenstelling; het oog en de ziel hebben beiden licht noodig en licht is voor hen leven, actie, hoop, vreugde. De spreker op dit feest in Leeuwarden, de heer J. Hoving gaf aan het natuurfeest onzer voorouders ook een geestelijken zin. Hij volgde hier dus het voorbeeld der kerk. Maar hij vergeleek de zonnewarmte met „de warmte der werkelijke liefde tegenover de liefde voor de onsterfelijke ziel, dat wil zeggen de liefde voor iets, wat niet bestaat”. Die zit! zullen de hoorders gedacht hebben. Zij kwamen daar samen om de werkelijke liefde, maar de menschen in de kerk om de liefde voor hun onsterfelijke ziel, die er niet eens is.

Van het opstandingsverhaal uit het Evangelie gaf de heer Hoving de volgende verklaring: „Om te bewijzen, dat er een hiernamaals bestond, bedacht men het verhaal, dat Jezus uit het hiernamaals op aarde teruggekomen was. De theorie van de onsterfelijke ziel werd verkondigd.”

Hoe het verhaal der opstanding ontstaan is, behoort voor ons tot de onopgeloste vragen. Bedrog is altijd de makkelijkste en de plompste verklaring. Maar waartoe diende dit „bedriegelijke” verhaal? Algemeen geloofde men in Jezus’ tijd, zooals bij vele volkeren der oudheid, in onsterfelijkheid. In het verhaal vindt men de gedachte aan een voortleven in aardschen vorm en met het aardsche lichaam; reeds in de eerste eeuwen vinden wij een hoogere, meer geestelijke voorstelling van onsterfelijkheid. De verklaring, dat het verhaal een verzinsel zou zijn, om de menschen maar in den hemel te doen gelooven en hen in de ontberingen en verdrukkingen van het aardsche leven te doen berusten, is even onjuist als de meening, dat de kerk niet anders doet, dan in dienst van het kapitaal de menschen zoet houden met beloften en belooningen, die uitblijven. Dat is toch het beeld, dat „De Dageraad” zich van de kerk vormt en waartegen zij dan haar kwetsende en spottende aanvallen richt.

Redelijk is dit alles niet, want redelijk is het recht doen aan den tegenstander, het inzicht in zijn zuivere bedoelingen ook, waar zij dwalingen zijn, en het voorzichtig oordeelen, als men kennis van zaken ook in de diepte gewonnen heeft. Dat missen we telkens weer bij „De Dageraad”, waar zij godsdienst en kerk bestrijdt. J. A. BRUINS.