is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 15, 13-01-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 13 JANUARIE 1934 – No. 15 32ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd EN Taak

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD

ONDER REDACTIE VAN DR. W. BANNING ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR . 32STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40. PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CIS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTE GIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

ONS RELIGIEUS PROTEST

Men kent het versje van Schiller, waarin hij uitspreekt tot geen enkele bepaalde religie te willen behoren uit religie. Er kan in dit woord een zeer grote kracht en een diepe waarheid liggen, al geef ik onmiddellik toe dat het bederf van het beste ook hier het allerslechtste wordt: men heeft zich achter dit woord wel verscholen uit geestelike slapheid en armoede. Het stond, je hoorde tot de zeer vooruitstrevende, ruimhartige, ontwikkelde groep, wanneer je boven elke bepaalde religie uit was. Precies zoals we dat wel tegenkomen met het socialisme: men is zo vurig socialist, dat men geen enkele vorm van socialistiese beweging kan toebehoren. Eike partij is voor deze ruimhartigen te eng.

Dit moge ons toch niet doen vergeten, welke diepe waarheid erkend wordt wanneer men onderscheid wii maken tussen religie als een oerfeit van den geest en konkrete, dus begrensde religies. Men kan zo diep gegrepen zijn door de grootheid, de onuitputtelike rijkdom van het goddelik mysterie, dat men daartegenover elke menselike vormgeving gebrekkig, nietig vindt. Dan ontstaat het religieus protest tegen de vergoddeliking van het aardse. Zo kan men het klassiek vinden bij Jesaja, die diep doordrongen is van Gods ondoorgrondelik eeuwig wezen en dus opkomt tegen de verheerliking van het eigen volk: zijn niet alle volkeren als een druppel in een emmer, als een stofje op een weegschaal?

Toch blijkt de behoefte aan vergoddeliking van het aardse geweldig sterk. Ik blijf maar in onze eigen tijd, waarin merkwaardige nieuwe kultusvormen zijn ontstaan. Na de oorlog, in de landen die gewonnen hebben, de kultus van de Onbekende Soldaat. In Parijs het eeuwig brandende vuur onder de Are de Triomphe, en wee de onnozele en oneerbiedige buitenlander, die langs gaat zonder het hoofd te ontbloten: de militaire wacht vraagt u spoedig genoeg ook uw eerbied te be-

wijzen aan deze nieuwe god. Nationale en militaire gevoelens vermengd met een zekere sentimentele verering voor de millioenen die geofferd werden, tot religieuze gevoelens opgevijzeld. Wij kennen ook de kultus van den Leider, de Godsgezant die het volk tot eenheid en nieuwe roem zal voeren. Wie lid wordt van de fascistiese partij in Italië, legt een plechtige eed af en belooft alle bevelen van den Duce zonder diskussie te zullen volgen, en de zaak der revolutie te zullen verdedigen zO nodig met zijn leven. Het russiese bolsjewisme heeft oude kerken en godsdienstvormen vernietigd; het graf van Lenin vervult voor millioenen de rol die eenmaal de kerk innam. De partijleider wordt gemaakt tot de hoogste top in het rijk der sociale eh geestelike ordening: achter en boven hem staat niemand en niets.

Wij kennen ook de kultus van het eigen volk, het eigen ras. In bolsjewistiese kringen na de oorlog vooral: de mythe van de Wereldrevolutie, waarna het heil voor alle verworpenen der aarde komen zou. In alle socialistiese kringen de kultus van de Proletariese Klasse, die juist omdat zij de arme, verdrukte en ontrechte klasse is, draagster werd van recht, vrijheid, welvaart voor allen.

Of nu al deze moderne kultusvormen op één lijn staan? Neen en ja. Neen, in zoverre er sommige bij zijn, die het gevaar van barbarisme en menselike opgeblazenheid wel zeer duidelik aan zich hebben. Met name de kuitus van het ras en de militaire kultus van het eigen volk of de eigen staat. Van deze bewegingen kan men redelikerwijze niet anders verwachten, dan dat zij de mensheid naar moord, wreedheid, kultuurvernietiging zullen voeren. Daartegenover staat zeker de socialistiese verwachting, dat de arbeidersklasse in haar histories noodzakelike worsteling om recht en vrijheid voor allen heel wat hoger al ware het alleen reeds hierom, dat deze

verwachting uit een massaal lichamelik en geestelik lijden geboren is.

Aan de andere kant: ja; religieus gesproken staan deze moderne kultusvormen op één lijn, omdat zij het hoogste heil, de levenswaarde binden aan een aardse grootheid. Als ik denk aan de ontzaglike opzweping van de verering voor het eigen volk tans in Duitsland, is het zeker „maar” een daad van zuiver religieus besef, maar toch ook een daad van zedelike moed, wanneer een van onze vrienden durft preken over de tekst: de volkeren zijn als stofjes cp een en dan zeggen, dat het hedendaagse nationalisme afgodendienst, is. In de socialistiese beweging is de praktiese heiligverklaring van de proletariër of van het woord der massa of van de partij zo te beoordelen. Men vergist zich, als men meent dat met deze kritiek op de kultus van het proletariaat ook maar iets zou worden afgedaan aan de grootheid der socialistiese idee of aan de kracht der beweging. Het tegendeel is het geval. Ook voor ons blijft de socialistiese idee, de idee der sociale gerechtigheid, de hoogste, de richtende en de bezielende.

En heel ons werk is er op gericht om de kracht der socialistiese beweging zo sterk en zuiver mogelik te helpen maken. Maar ons religieus protest gaat evenzeer tegen de proletariese als tegen de nationalistiese kultus en de verheerliking van de Leider. Boven klassen, volkeren en mensen gaat het eeuwige rijk der geestelike waarden. De laatste zin van het leven, de laatste en diepste waarden waarvoor wij het leven hebben in te zetten, vallen nimmer samen met welke aardse vorm ook. Wij kunnen nóch Kerk, noch Staat nóch Partij absoluut stellen. Dat is niet de zwakheid van het relativisme. Het moge veeleer zijn de kracht van de profetiese religie, die van een alles te bovengaande grootheid des Eeuwigen weet. W. B.