is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 15, 13-01-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mensentypen

Stugge koppen, zoals zij behoren bij mensen wier levens gebonden zijn aan de arbeid. Zij moeten niet slechts de kracht van hun lijven, maar ook die van hun wil en geest spannen op hun werk. Dit zijn geen verfijnde koppen van denkers en dromers, die zich kunnen verlustigen in de hogere sferen van de geest; het zijn werkers die met alle inspanning de strijd met de stof als een bijna erfelike last dragen.

Maar nu luisteren zij, met een zo volledige overgave, met een zo diepe innigheid, dat wij van hun luisteren stil worden. Is het naar een schoon verhaal dat hun ziel zich strekt, of naar muziek die komt uit ongekende verten; of naar wat het leven zelf als de eeuwige droom van vrijheid en menselike broederschap in hun harten zingt; is het naar Een, die als makker onder makkers stilweg spreekt van het heiligste des levens: de grote, diepe Liefde?

Wat doet het ertoe? Wij herkennen in

Kathe Kollwitz Luisterenden

deze beelden het wezen van ons mens zijn: gebonden aan aarde en arbeid, gemerkt door spanning en strijd —• en ons strekkend omhoog naar het eeuwige wonder van een geestelike wereld, die in het luisteren en het schouwen opengaat. Maar stem dan uw harten tot rust, en uw ogen tot verwondering. Geen handen heeft Kathe Kollwitz erbij getekend: de arbeid rust. En niet een enkeling gaf zij, maar drie koppen, in grote vertedering tot een schone eenheid vergroeid. Is dat niet het wonder van het samen luisteren, dat nu harten sterker tot eenheid worden gebonden dan op welke andere wijze ook?

Wij allen hebben deel aan twee werelden: die van natuur en arbeid, en die van schoonheid, waarheid, goedheid. De eerste vraagt spanning van kracht, wil, verstand; de laatste de overgave van het luisteren, de stilte, de wijsheid van het hart. Kijkende naar deze vertederde, verheerlikte gezichten komt mij het oude woord te binnen: Zalig die zien

Naar een nieuwe oriënteering (II)

Een van de meest corrupte vertegenwoordigers van Schikanederei, van Americanisme in de hedendaagsche muziek i.s Ketelberg. Zijn religieus aandoende muziek heeft met waarachtige religie, zooals die in Bach, Handel, Mozart en Beethoven wordt gegeven niets te maken. Echte religie, dat is soms diepe verlatenheid, ontzettende eenzaamheid, brandende opstand, dat is soms ook stille vredige berusting of hoog juichende vreugde, maar nooit de zoetelijke romantiek en de populariseerende mystiekerigheid van dezen would-be religieus. En och, misschien is ’t deze man ook niet eens om religie te doen; toch is het een feit, dat zeer vele menschen deze louter op gevoeligheid en weeë sentimentaliteit gebaseerde klankendevotie voor

waarachtig religieus houden. Dit is voor een tijd, die er toch al zulke eigenaardige opvattingen over God en het Heilige op na houdt men leze er de Duitsche officieele gebeden a la Hitler maar eens op na, niet zoo heel verbazingwekkend. God is zoo langzamerhand de Figaro, het factotum geworden van menschelijke baatzucht en eigengereidheid. Zoo dreigt ook de genade der dichtkunst louter Spielerei te worden, te ontaarden in nog grooter phraseologie en de dichters zelf schijnen te vergeten, dat het uitzeggen, het uitzingen, niet van hetgeen zij zelve in volheid in zich dragen, maar van wat zij slechts in onvolkomenheid op onbegrijpelijke wijze in hun hart mogen ontvangen, deze dichters schijnen te vergeten dat dichten een

taak is, die offers vraagt en lijden doet. Lijden en strijd, die slechts in de eenzaamheid kunnen worden begrepen en aanvaard. Dat dichten is het deemoedige luisteren naar God en het beste in ons zelve, dat het is het wegcijferen van alle aanhankelijkheid aan het zinnelijke en zondige van hoogmoed en succesbejag. Zeker, aan al deze dingen zijn wij toch schuldig, maar het inzicht maakt ons rein en zal ons steeds reiner maken.

Zoo loopt de taak onzer socialistische poëzie parallel aan die van het religieus socialisme. Het religieus socialisme wil het deemoedige inzicht en de allesverdragende gezindheid in en aan hetgeen het hoogste is in ons leven: de liefde. Daarom verbiedt zij ons de wapenen te voeren, daarom is de persoonlijke verantwoordelijkheid van ons in zake oorlog door de staatsrechtelijke nooit te dekken, daarom kan ik nooit fascist worden, omdat het inzicht mij zegt: al zou het fascisme een beteren toestand brengen, ook voor de meest lijdenden, al zou de boterham en het baantje worden gered, al zijn er onder de fascisten edele en goedwillende menschen, het stelsel erkent geen eigen zelfstandigheid, het duldt geen persoonlijke vrijheid en het eigen geweten wordt vervangen door een staat, die als norm geldt voor al ons doen en laten. Uit dit inzicht en uit de gezindheid, die ons, niet uit eigen kracht, trouw zal doen blijven in de zwaarste uren, zal niet alleen een zuiverder socialisme, maar tevens eei\ zuiverder kunst opbloeien. Reeds nu worden er „Verzen van Nu” geschreven, waarin om hoogere waarden wordt gestreden, dan om literatuur. Een principieele overtuiging is voorwaarde voor cultureelen opgang. En door deze „orde” van het hart, zooals Dr. Banning het noemt en wat is dit anders dan religieuze opbouw waardoor wij tegen onzen vijand weer broeder en tegen onzen verrader weer vriend zullen kunnen zeggen, door deze ordening in de werkelijkheid van het heden zal ook het socialisme niet eens, maar nu in ons zijn, niet in een verlangen of in een omdroomde fictie, maar metterdaad in ons geheele hart. Het maatschappelijke socialisme is een zaak van samenwerking in de politiek, maar dit zal er nooit komen als niet ieder onzer het socialisme, dat hier niet anders beteekent dan praktisch Christendom, in eigen hart en geest verankert.

Het is de oude sproke van Christophorus: Christus dragende en gebukt gaande onder zijn last, zullen wij, gezamenlijk willend en durvend zijn juk licht en wel te dragen vinden. En op deze manier m.i. zullen wij de massa vinden in ons eigen hart en ons eigen hart in dat der geheele menschheid; het eenig ware collectivisme is dat, waaruit wij zelf individueel rijker, misschien tragischer, maar zeker menschelijker zullen omhoogstijgen.

Wanneer dit contact tusschen persoonlijkheid en massa en ook vooral dat tusschen massa en individu er is en dat kan nu, wanneer beiden zich geheel aan elkander willen overgeven onder de heilige en heiligende kracht der liefde, dan zal er zijn, neen, dan is er ook, het fundamenteele princiep tot het scheppen eencr nieuwe poëzie.

Deze gedachten hielden mij lang bezig. Ik ben niet in staat alles alleen te overbruggen. Misschien maak ik fouten. Wanneer gij, lezers, mijn vrienden wilt zijn, maar vooral vrienden van onze Idealen, dan reken ik op Uw medewerken en medestrijden.

ANTON POLET