is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 24, 17-03-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

katie verheft. En er zijn genoeg oorzaken aan te wijzen, waardoor zij niet boven hun burgerlike kuituur uit gekomen zijn: het in beslag genomen zijn door de direkte sociale strijd, een zekere noodzakelike historiese beperktheid, en vooral; het nog niet problematies geworden zijn van die burgerlike maatstaven.

En nu het tweede grote verschil tussen vóór- en na-oorlogs socialisme. Dat verschil hangt samen met de spesifieke socialistiese situatie na de oorlog: met het feit n.l. dat het socialisme heeft gestaan aan de grens der verwerkeliking. Men denke vooral aan Duitsland, in 1918. Die grens is in Duitsland niet overschreden en de verwerkeliking schijnt daar verder dan ooit. Maar toch: we hebben aan die grens gestaan, èn het belangrijkste we hebben ons machteloos gevoeld. We hebben gezien, dat met woordverbindingen als „diktatuur van het proletariaat” de situatie, althans in West-Europa, niet één-tweedrie was op te lossen, dat de klassescheidingen heel anders liepen en veel minder simpel waren dan het Marxisme ons had geieerd, dat we met het politiek systeem geen raad wisten. In het kort: de klaarblijkelike ineenstorting van het kapitalisme en de grote veranderingen in de positie van West-Europa t.o.v. de rest van de wereld beide faktoren zijn sinds 1929 opnieuw zéér duidelik geworden stelden ons voor konstruksie-opgaven. Dat dwong tot konkreter worden, tot een reeks van socialisatie-plannen en talloze rapporten in een rij van landen. Dat dwong, ten slotte, ook tot coalitie-regeringen. Het socialisme scheen dus, nu niet meer von der Utopie zur Wissenschaft, maar von der Wissenschaft zur Wirklichkeit te moeten worden. En dat heeft sterk het karakter van het na-oorlogs socialisme in alle landen bepaald. jan F. DE JONGH.

Van de Redakfie

De al te ijverige zetter plaatste onder de plaatjes bij het artikel van Feenstra in het vorig nummer een onderschrift —■ een plaatje zónder onderschrift kan toch niet? Intussen zal de pientere lezer wel gemerkt hebben, dat beide onderschriften fout zijn. De eerste grote plaat is het ontwerp-Kropholler, de tweede kleine het ontwerp-Blaauw.

Mag de redakteur ook eens klagen: hoe komt het, dat op allerlei vergaderingen waar hij spreekt, niet met „Tijd en Taak” gekoiporteerd wordt? Misschien denkt men, dat alien die komen luisteren, abonné zijn? Of dat men zonder het blad gezien te hebben, wel abonné wordt? Of dat de redakteur zélf wel aan het venten gaat? Venten is een best vak, maar... Hebben de goede verstaanders aan het halve woord genoeg? Men vrage uiterlik Woensdag aan de administratie kolportage nummers aan van het Zaterdagnummer.

Vereenigings- m ■IIIïIIIIII i

Bulletin bouw van de lezingzaal, 14 Maart De kap is beschoten, het grootste deel der panlatten zit er al op gespijkerd. De meeste pannen zijn gekruid De metselaars zijn bezig de kleine muren, waarin zij, tegen het dak aan, vlechtingen metselen. De stucadoor is los gebroken nu hij aan zijn eigenlik werk kan beginnen; binnen-in bepleistert hij grote muundakken. Onderwijl zijn een timmerman en een meubelmaker al enige tijd bezig aan de deuren, daaraan is heel wat werk, want er moet veel met de hand gestoken worden. De schilders doen zo lang allerlei nuttige, kleinere karweitjes. I

We zijn van plan om 14 April klaar te komen, daartoe beginnen we ’s-morgens een half uur eerder en werken we ’s avonds een half uur langer door. Vrijdagavond haddén we een pracht bonte-avond; er was een goed-spelende „helderziende” onder ons, en er waren vele goedgelovigen. Er was een goede rechter en een ondeugende beklaagde. Er werd

viool gespeeld, gezongen en wat voorgelezen. We zongen samen een paar liederen. Maandagavond sprak Banning over „Het wezen der religie”, dit aan de hand van eigen ontwikkelingsgang.

Belangrijk bericht: de inwijding van de nieuwe zaal zal plaats hebben op Zaterdag 14 April, des namiddags om 2 uur. Vrienden van Bentveld houden die middag vrij I

R.S.V. Amsterdam Bijeenkomst op Maandag 19 Maart, ’s avonds 8 uur in gebouw Heystee, Heerengracht 545, bij Thorbeckeplein. B. de Ligt zal spreken over klassenstrijd en geweld. Gelegenheid voor gedachtenwisseling. Toegang 20 cent; werkloozen vrij.

A.G. en R.S.V. Haarlem Bijeenkomst op Dinsdag 20 Maart in de Protestantenbond, Vestestraat, ’s avonds om 8 uur. Spreker: Jac. Engels. Onderwerp: „Onze Taak”.

A.G. Groep 't Gooi Vrijdag 22 Februari werd de bespreking van Banning’s werkje „Marx en verder” voortgezet bij Velthuyzen te Hilversum. Daar werd toen besloten dat de volgende 3e bijeenkomst zal plaats vinden op Dinsdag 20 Maart ten huize van de inleider v. d. Kieft, Meentweg 50 Bussum, eveneens te 8 uur ’s avonds.

A.G. Groep Sneek Betaling abonnement „Tijd en Taak”, 2e kwartaal (ƒ 0.90) kan tot 28 Maart geschieden bij Heleen Sikkes—Hartelust, Emmastraat 2.

A.G. Groep Leeuwarden-Huizum Donderdag 9 Maart hadden we onder leiding van ds. Borgman de laatste van een viertal bijeenkomsten, die gewijd waren aan „Het Nationaal-Socialisme” van dr. W. Banning. Het waren voor de pl.m. 20 deelnemers leerzame avonden, die door de prettige leiding en de kameraadschappelike besprekingen tot veel verheldering hebben bijgedragen. Het ligt in de bedoeling ook voortaan zo mogelik één keer per maand bijeen te komen en op deze avonden vooral ook moeilike artiekelen van „Tijd en Taak” en de daarin gestelde problemen te bespreken. Op de e.v. bijeenkomst, die Donderdag 26 April gehouden zal worden, hopen we behalve de oude ook veel nieuwe gezichten te zien. Zaterdag 7 April denkt voor ons te spreken W. Middendorp over het onderwerp: „De verhouding Oost-V?est”. Nadere mededelingen volgen.

driftige bewogenheid. Nu lag hij daar onbewegelijk! Het lijden had hem verdiept.

Het waren sombere tijden. Juist was het jaar ’lB ingegaan. De mistige nachten lagen zwaar in afwachting van het geweld van de Duitsche legertroepen, die al maanden dreigden te komen. De aanval der Gotha’s op Parijs begon reeds. En de kranten namen daartegenover een steeds snoevender toon aan. Er kwamen hier en daar al burgertwisten tusschen défaitisten en pacifisten voor. Het was Goede Vrijdag. De vloedgolf steeg in het Ile de France, het hartje van Parijs werd aangevallen. De dag van rouw was niet bij machte het moorden voor korten tijd te doen ophouden. De wereldlijke oorlog kende den Godsvrede niet, Christus werd in een der kerken gebombardeerd.

Het bericht van de moorddadige ontploffing van St. Gervais, bij het vallen van den avond, verspreidde zich over Parijs, dat in nachtelijk duister en in een rouw van angst en verschrikking gehuld was. De bedroefde vrienden vonden elkaar als vanzelf bij Froment. Overal zagen zij geweld in het heden, in de toekomst, bij den vijand, bij de hunnen, in het kamp der reactie en in dat van de revolutie.

Een beeldhouwer sprak uit, wat allen gevoelden: „onze heilige overtuiging, ons geloof in den vrede, in de broederschap der menschen, rusten vergeefs op de rede en de liefde.” Hij mijmerde voort en vroeg zich zelf af: „Is er dan in ’t geheel geen hoop, dat deze zullen overwinnen? Wij zijn te zwak gebleken.”

Clérambault zei toen de woorden uit Jesaja op, die hem plotseling in de herinnering kwamen: „Want zie duisternis zal de aarde bedekken”, „En donkerheid de natiën ” Hij hield op. Maar vanuit zijn bed ging Froment, die even door de avondzon verlicht werd, voort: „Sta op, want over de bergtoppen, „Komt het licht ”

„Het licht komt”, herhaalde Mevr. Froment, die aan het voeteinde naast Cléramboult zat. Hij vatte haar hand en zei „ik zie het ook.” Dokter Verrier begreep hen niet: „Wat komt er? Wie komt er?” „Hij komt, Die het Licht brengt. God, Die overwinnen zal.” Dit antwoord stond in het hart van allen geschreven.

„CBJ verwacJit dus, dat God zal komen,! gij gelooft dus aan het wonder!” riep eenj der aanwezigen, een hellenist uit, waarop een ander als de tolk van velen antwoordide; : ‘ "

„Het wonder, dat zijn wij. Of is het geen wonder, dat wij in deze wereld van voortdurend geweld, blijven vasthouden aan het geloof in de liefde en de eenheid onder de menschen?”

Weer een ander zei scherp: „Men verwacht den Christus al eeuwen lang en als hij komt, kent men hem niet en men kruisigt hem. Ten slotte wordt hij vergeten behalve door een handje vol goede maar bekrompen menschen. Dat handje vol groeit aan; gedurende een menschenleven bloeit het geloof, daarna wordt het verbasterd, het wordt verraden door het succes, door eerzuchtige leerlin-

gen en door de kerk. Zoo is het geloof voor eeuwen tot niets geworden. Uw koninkrijk kome Waar is het koninkrijk Gods?”

„Binnen in ons”, zei Clérambault. E>e keten van onze beproevingen en onze hoop vormt den eeuwigen Christus. Wij moesten dankbaar zijn, als we denken aan het voorrecht, dat ons deel is: om in ons hart den nieuwen God te beschermen, als het kindje in de kribbe.”

„En wie staat er ons voor in, dat het komt?”, vroeg de dokter.

„Ons bestaan”, zei Clérambault. „Onze beproevingen”, zei Edme Froment. „Ons miskend geloof”, zei de beéldhouwer.

„Het feit alleen, dat wij er zijn”, hernam Clérambault, „Honderd malen flikkert de vlam weer op en wordt ze gedoofd, voordat ze aanblijft. ledere Christus, iedere God is vooraf gegaan door een reeks voorloopers. Deze zijn overal, verloren, verwijderd van elkander in de ruimte en door de eeuwen heen. Maar deze eenlingen, die elkaar niet herkennen, zien allen aan den horizon hetzelfde, lichtende punt. Het aangezicht van den Redder. Hij komt.” Edme Froment zei: „Hij is gekomen.”

Toen zij uit elkander gingen met een gemeenschappelijk gevoel van teederheid, haast zonder iets te zeggen, om de religieuse bekoring, die hen samenhield, niet te verbreken, stond ieder weer in de nachtelijke straat, met de herinnering aan een verblindend licht, zonder te begrijpen. Het gordijn was weer gevallen; maar zij zouden nóóit vergeten, dat zij ééns gezien hadden, dat het was opgegaan.