is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 25, 24-03-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 24 MAART 1934 – No. 25 32ste JAARGANG VAN DE BLIJDE V/ERELD

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd EN Taak

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD **

onder redactie van dr. v/. banning adres der REDACTIE; BËNTVELOSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR • 32STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40. PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTE GIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

WETEN EN GEWETEN

as het niet een in de vorige eeuw zeer geliefde en bewonderde zinspreuk, dat niets zozeer het geweten wekt als het weten? In drankbestrijding en sociale beweging, in de strijd tegen tuberculose en slechte hygiëniese toestanden hebben wij deze leuze herhaaldelik horen gebruiken. Wij, in de twintigste eeuw, vernemen tans op allerlei wijze, dat liberalisme, democratie, socialisme, enz. hebben afgedaan; het nu rumoer makend geslacht verwacht het heil niet meer van rede en geweten, maar van instinkt en wil. Nu is stellig juist, dat het geweten niet uit het weten valt af te leiden of daaruit nu volgen moet, dat zij niets met elkaar hebben te ' maken? of de nieuwe en betere weg nu zijn zal, dat het weten eenvoudig in dienst heeft te staan van instinkt en machtswil? In de Eerste Kamer heeft zich verleden week een triest geval afgespeeld al was er dan een enkel lichtpunt. Een aantal studenten aan onze Nederlandse universiteiten heeft een gewetenskreet willen uiten, een verklaring opgesteld waarop men de handtekening ook van professoren vroeg Er leeft bij deze intellektuelen een verontrusting, omdat duizenden blijkbaar zonder konflikt, zonder innerlike spanning, zelfs uiterst gemakkelik hun wetenschap in dienst stellen van de moderne oorlog. De verklaring bedoelde te zijn een roep van geweten tot geweten, om de intellektuele arbeid hoog en zuiver te houden, om de wetenschap niet aan te wenden in dienst van oorlog en oorlogsvoorbereiding, doch slechts ten bate van mens en mensheid. Uit wat er door ondertekenaren van deze verklaring daarna gezegd en geschreven is,

is wel duidelik geworden, dat de tekst der verklaring misverstand kon wekken; maar evenzeer dat de geest voor wie onbevangen lezen wilde, tot geen verkeerd begrijpen aanleiding geven kon. Men kan tenzij men door de razernij van heersende instinkten en staatsvergoding verblind is daarin niet anders lezen dan een beroep op het geweten der intellektuelen, om aan hun hoge roeping trouw te blijven. „De wetenschap slechts beoefend om haarszelfswil en alleen aangewend ten bate van wereld en mensheid”.

Wat is nu het trieste van het geval, zoals het in Eerste Kamer en een deel der Nederlandse pers is behandeld? Ten eerste; dat men het bezwaar, dat men terecht tegen de niet volkomen duidelike tekst kan aan ■ voeren, zó breed is gaan uitmeten, dat de geest daarbij niet meer aan het woord kon komen. Van ouds bekend bedrijf in Holland; tekst-uitpluizerij, juristerij, kruieniersgeest. Ten tweede; dat het weer een gepatenteerd Christen moet zijn a.r. die het geweten van anderen tot zwijgen wil brengen, erger; die de Staatsalmacht boven het geweten stelt. Eveneens in Holland van ouds bekend. Ten derde; dat men bewust dit geval heeft opgeblazen en vertroebeld om er militaristiese propaganda uit te slaan. Professor Kranenburg, die (evenals Wibaut) een voortreffelike rede heeft gehouden, legde op deze mateloze overdrijving terecht de nadruk. Uit vroeger jaren dateert een populair geworden woord van Schaper, toen een zich machtig voelende meerderheid eveneens bewust een geval misbruikte; Schaper slingerde toen het woord; „smerige bende” de wereld in. Kan

ik het helpen, dat mij dat woord in herinnering kwam?

Het ergst van al is echter niet wat zich in de Kamer, maar daar buiten voltrekt. Minister Marchant heeft de verklaring der professoren „idealisme” genoemd, zonder „reële betekenis”. Ook dat is een oud bekend bedrijf. Inderdaad vaart er een geest door de wereld, óók door ons land, die oorlog aanvaardt, oorlog wil. Inderdaad zijn er duizenden intellektuelen, vanaf de universiteit tot de lagere school, die een vermilitarisertng van den geest prediken; het geweten heeft te bukken voor de staat; de mens is werktuig in handen der overheid; de wetenschap heeft de sterke staat, d.w.z. de militaire macht als hoogste waarde boven zich. Inderdaad heeft déze geest een geweldige greep op de mensheid, en düs is dit alles van „reële betekenis”, waartegen idealisme en gewetensprotest „naïef” kan heten.

De minister heeft in de Kamer de wens uitgesproken, dat de circulaire zal worden ingetrokken. Als het gebeurt, zou dö,t het meest trieste van het geval zijn; het zou betekenen, dat Nederlands intellektuelen reeds voor de Macht van den Staat en de oorlogsgeest die „reële betekenis” heeft, hebben gebukt. Fierheid bij hen, die de fakkel van den Geest hebben hoog te houden, zou tans doen zeggen; al kan de tekst der verklaring duideliker, boven ons weten gelden niet staat en oorlog, maar geweten en God. Wij buigen en zwijgen niet. Dat deze fierheid niet tot uiting komt, is het ergste. In Holland heersen kruieniers eh gepatenteerde Christenen óók over het intellekt. W. B.