is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 29, 21-04-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buitenland

Naar kalmer water

„Niets dat de President heeft ondernomen is onvatbaar voor kritiek , schrijft de Washington Daily News”, naar aanleiding van de eerste verjaardag van-Roosevelts bewind: „En toch prijzen de meeste burgers Roosevelt voor zijn moedige leiding. R.’s populariteit is allerminst het gevolg van propaganda of partijpolitiek: de President heeft het vertrouwen van het volk omdat hij dit verdient. werken wij ons uit de crisis naar hoven. Inderdaad, indien ooit voor bezorgdheid reden bestond, was het wel bij Roosevelts ambtsaanvaarding. Een ontzettend deficit, bijna twaalf millioen werkloozen, een bankbedrijf, dat bijna niet meer functionneerde, verschillende deelen van het land aan volkomen chaos prijsgegeven, kortom een geheel werelddeel op den rand van den ondergang en één enkel man spreekwoordelijk welwillend en optimistisch, maar even spreekwoordeiijk onkundig van alles wat economie en geldwezen was om het ervan terug te houden: ziedaar Amerika in April 1933. En nu: Zuiver materieel beschouwd is de toestand slechts weinig verbeterd: de dollar is gedeprecieerd tot plm^ 60 pCt. van zijn oorspronkelijke waarde; het deficit heeft ongehoorde afmetingen aangenomen; door steunverleeningen op ongekende schaal waardoor inderdaad prijzen en loonen wat stegen, in sommige industrieën eenige opleving kwam is men bezig de kapitaalsmarkt op bedenkelijke wijze te doen opdrogen; het aantal werkloozen is lang niet zoo geslonken als men gehoopt had; de handelsbalans is in 1933 nog ongunstiger geweest dan in het vorige jaar, vooral de landbouw heeft de uitvoer van zijn pro-

ducten nog zien terugloopen. Indien dus het Amerikaansche publiek er den brui van gegeven had en zijn geloof in den wonderdokter, waarop men in zijn uitersten nood alleen nog maar scheen te kunnen vertrouwen, al lang kwijt geraakt was, zou dat niet de minste verwondering hebben kunnen wekken. Het merkwaardige is echter, dat dit verschijnsel is uitgebleven. Hoe gemakkelijk hadden niet revolutionnaire instincten bij de verdeeling van zoo grooten buit kunnen opvlammen. Welnu, van boerenstakingen hoort men niet meer, de deigende conflicten hi automobiel-, spoorweg- en katoenwereld zijn voorloopig bezworen. Ernstige fouten zijn natuurlijk bij het doorvoeren van het codesteisel, dat verhooging der koopkracht van de arbeidersklasse en beveiliging der nijverheid tegen moordende concurrentie bedoelt, niet uitgebleven. „Een wassen neus” hebben vinnige critici het op de code-conferentie te Washington genoemd. En toch is onmiskenbaar de hoop bij de anti-kapitalistische bevolkingsgroepen verlevendigd op een rechtvaardiger loon en betere arbeidsvoorwaarden.

Wij voor ons hielden er ons nog eenige maanden geleden van overtuigd, dat R,oosevelts systeem om de kapitalistische winst te lijf te gaan en de onbeperkte macht der ondernemers over hun bedrijf niet langer te ontzien, de venijnigste oppositie der geheele Amerikaansche bourgeoisie op moest wekken. Hoeveel minder, beproefd door socialistische of half-socialistische regeeringen aan deze zijde der oceaan, heeft de bezittende klasse op haar achterste beenen gezet! Des te meer indruk heeft het op ons gemaakt, dat weinige dagen geleden de American Bankers Association den President telegrafisch haar „volledig vertrou-

wen” en haar „oprechten wensch tot samenwerking bij (zijn) moedig streven naar herstel” uitsprak. Natuurlijk is het nog geenszins de tijd om vast te stellen, dat het Amerikaansch experiment op een soort algemeene verbroedering zal uitloopen, maar opmerkelijk is toch wel, dat terwijl alle groote avonturen in de geschiedenis de ontwikkeling van illusie tot verbittering te zien gegeven hebben, hier juist het vertrouwen vaster en gegronder schijnt te worden. Gevolg van de ontzettende gevaren zelf, die de Amerikaansche maatschappij in haar geheel nog steeds boven het hoofd hangen? Of van het jongere, het meer ongerepte, dat aan het Amerikaansche wezen eigen is? * * *

De voornaamste reden van het aanvankelijk succes van Roosevelt en zijn heipers lijkt mij intusschen gelegen in hun daadkrachtig en eeriijk opportunisme. Hun stage doel is het herstel van het maatschappelijk weivaren van hun volk, maar den koers waarlangs zij dat doel trachten te bereiken, veranderen zij voortdurend. Toen het een jaar geleden bleek, dat hun oor spr onkelij ke principes—die van het economisch liberalisme daarvoor niet dienstig waren, hebben zij de Economische Wereldconferentie te Londen doen mislukken, de proef met het Staatskapitalisme, die Hoover reeds aarzelend begonnen was, op veel forscher wijze voortgezet, de dollar naar beneden gejaagd en op gigantische wijze het heele bankwezen, de heeie industrie ondergeschikt aan de regeering gemaakt. Het resultaat daarvan hebben wij boven aangeduid: er is eenige verbetering, vooral in moreel opzicht.

Maar nu dreigt de tegenstelling tusschen landbouw en industrie. Aan het Congres heeft Roosevelt machtiging gevraagd en verkregen om handelsverdragen met vreemde mogendheden te sluiten, waarbij tegen zekere verlaging der Amerikaansche tariefmuren grootere uitvoermogelijkheden zouden kunnen worden bedonpn. Dit natuurlijk ten bate van het agrarisch Zuiden en Westen, dat er nog het slechtst voorstaat. Dus toch terugkeeren tot de vrij handelsprincipes van de oude demokratische partij, waaruit Roosevelt is voortgekomen? Men verheuge zich niette snel! Roosevelt is geen autarkist als Prof. Moley, die eenmaal zijn eerste raadgever was, maar evenmin is hij vrijhandelaar als Wallace, zijn minister van landbouw. Het spreekt vanzelf, dat hij de tariefmuren in géén geval zoo laag kan laten worden, dat de geringe opleving, die in de nijverheid bereikt is, weer in gevaar gebracht wordt. „De groote proefnemer” wordt Roosevelt door zijn medeburgers genoemd en men beschouwt dat als een eeretiteh hij zal telkens zooveel doses uit zijn medicijnkast toepassen dan weer een dosis deflatie om de begroeting in evenwicht te krijgen, dan een dosis inflatie om aan geld te komen, een dosis socialisme om het ondernemersdom zich met „matige winst te doen tevreden stellen, een dosis vnj" handel om den landbouw uitvoermogelijkheden te verschaffen —, als noodig zal blijken om zijn patiënt op te wekken en op gang te helpen.

Natuurlijk liep en loopt hij daarbij de risico, dat de zieke onder zijn handen dood blijft, maar mij dunkt, dat de poetste kans daartoe reeds voorbij is. Er is nog het gevaar van de vrijheid der afzonderlijke staten, die ingeperkt zal moeten wor-

den, wanneer bij de doorzetting van het staatskapitalisme krachtiger dwangmaatregelen zullen dienen te worden gebruikt wat wel zeer in zou gaan tegen heilige Yankee-tradities, vooral der demokraten. Er zijn trouwens zooveel gevaren! Er is nog het gevaar van de verkiezingen, wier nadering het Congres verieid heeft niet aileen tot omverwerping van het presidentsbesluit om het veteranenpensioen te verlagen, maar zelfs tot indiening van een bedenkelijk inflationistisch voorstel, om over te gaan tot opkooping van zooveel mogelijk wereld-zilver. Wil het Congres misschien op zijn manier den landbouw tevreden stellen, om daardoor den vrijeren handel te ontgaan? De tijd zal leeren, of het Amerikaansch moreel tegen deze en andere bedreigingen op den duur opgewassen zal blijken. Dat het tegen de chaotische verwarring van het afgeloopen jaar bestand gebleken is, versterkt ons echter in de opvatting, dat iedere maatschappelijke moeilijkheid ten slotte door verstand, geest en zedelijke kracht kan worden overwonnen. * * *

Er zit in tal van de details, die in naïeve reclame-zucht over de Oceaan geworpen worden, zooveel karakteristieks Amerikaansch. Dingen, die even doen lachen en toch ook sympathie en vertrouwen inboezemen. Hoe vindt ge Johnson, die de codeconferentie met zijn stentorstem toebuldert, als een korporaal zijn recruten, echter: dat zij hem haar kritiek niet sparen moet? Welk een verschil tusschen dezen „generaal” en den griezeligen Goebbels, die eenzelfde „uitnoodiging” richt tot de Duitsche pers. En dan die kostelijke vertooning van de volksvertegenwoordigers, die vier aan vier achter een muziekcorps aan marcheeren om Roosevelt na zijn vacantiereisje welkom te heeten! In de pompeuze godsdienstoefeningen te Washington ter gelegenheid van de verjaardag van het experiment, misschien ook in de wijze waarop bekend gemaakt wordt, hoe Roosevelt zijn gebeden uitstort in het intieme kapelletje St. Johns, proeven we wat rijkelijk de reclame. Maar geen weerzin golft bij ons op als bij zooveel „plechtigheden” in het Derde Rijk. Want wat zoo uiterst sympathiek aandoet in het Amerikaansche experiment, dat is de krachtige overtuiging bij allen, dat juist tijden van crisis bij uitstek geschikt zijn voor diep-ingrijpende maatschappelijke hervormingen. Dat is de poging om de moeilijkheden op te lossen niet door de groote meerderheid in diepe ellende te storten, maar om de koopkracht van allen te verhoogen. Dat is ten slote het streven om de ondernemers eerst vrijwillig er toe te brengen, meer arbeiders in dienst te nemen en hoogere loonen uit te betalen, alvorens dwang te gebruiken. Zou nien er in slagen op deze wijze het kapitalisme zijn tanden uit te trekken? Wie weet? Wij althans weten tegenwoordig niet meer zoo nauwkeurig aan de hand van een formule uit te rekenen, wat de toekomst brerigen zal. Dat het integraal socialisme uit het experiment te voorschijn zal komen, is wel zeker van niet. Maar wat deert ons dat, indien de beklemmende problemen van' den tegenwoordigen tijd althans voor 50 pCt. tot een oplossing worden gebracht. Wie zal het ons zeggen, of, zooals de dictatoriaal geregeerde landen ons tegenwoordig leeren, dat de klassenstrijd kan worden opgeschort wanneer men moet, Amerika ons misschien voor gaat houden, dat de klassenvrede kan worden gesloten.

wanneer men wil?

J. S. BARTSTRA.