is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 35, 02-06-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buitenland

Het Duitsche Nationaal Socialisme aan het werk

In de beschouwing, die we in één van de vorige nummers van „Tijd en Taak” gegeven hebben, hadden we reeds uiteenge- Lt dat de bangmakerij, de huichelarij en de denuntiatie tot de werkelijke middelen bLooren waarmee de z.g. nationale Duitsche rege’ering werkt. Het is zeker niet onze minÏÏg om !e zeggen, dat het de bedoeling vaf de nationaal-socialistische macht-Sbers ïom zoo te werk te gaan. Wij moeten echter constateeren, dat werkelijk met deze middelen gewerkt wordt. Het nationaal-socialisme verstaat meesterlijk de kunst, om de openbare meening te suggereeren het naar zijn bedoelingen te beoordeelen. Maar zooals wij zeiden: wij zijn juist van plan, om ons bezig te houden met de daden en met de toestanden, die ten gevolge van deze daden ontstaan. Want wij weten, dat de bedoeling en het succes geen onverbrekelijke éénheid vormen, zelfs niet wanneer de beste wil vóórzit. Dat weet het nZSaI-socialsme niet, omdat het met zijn jeugdige onervarenheid een wereldbeschouwing gevormd heeft, die steunt Tem beeld van din mensen, De ontwikkeling 'in Duitschland heeft Slaas aangetoond, dat het in de tegenwoordige moeilijke verhoudingen werkelük mogelijk was en is, om met een dergelijke verengde wereldbeschouwing toch geschiedenis te maken. Duitschland moet zware noodlot, dat daaruit ongetwijfeld 7olgt dragen. De wereld als geheel mag echter Sltde noodlot niet ondergaan. Hiervoor dragen wij allen, die uit ons religieus bewustzijn iets weten van het wezen van den mensch, de verantwoor~

in het De regeermg van de usurpators in het z.g. derde rijk heeft in Duitschland, dat door tienta moeizame arbeid tot stand gekomen was, met één pennestreek op ZIJ gezet en wet voor in de plaats gesteld, die zij de die ooit in de voorgekomen. Alleen één ding IS boven aiie twijfel verheven, n.1.: de ondernemer krijgt alle macht me hl) 1“ zat, terug (slechts met één beperking, die Tuf hTmoge dan” ertgenais; S seltmade man, " SSn, lT!en vervelende zwakkeling zijn. De ondernemer wordt dus nóch door zijn liberalisme, nóch door iets anders in zijn SngsSde?' en poSm" Slof met inspanning van al zijn krachten uit niets opgewerkt heeft, wordt niet alleen ondeugdelijk genoemd, maar soms zelfs verdoemd, De nationaal-socialistische wereldbeschouwmg die beweert, tegenover de rotheid democratie het gezichtspunt van de werkelijke roeping naar voren te brengen, acht het echter voor den ondernemer voldoende, dat hij goede zaken te maken weet, om hem tot „leider” te benoemen. Er is één uitzondering: hij staat onder toezicht van een socialen eereraad. Wat dat te beteekenen heeft, kan men zien uit een commentaar van Dr. Ley in de natio-

naal-socialistische „Zeitungsdienst” van 12 Januari. Geen misverstand is hier mogelijk. „De nieuwe wet stelt eereraden in, waarvan de menschen, die zelf in het bedrijf werkzaam zijn, deel uitmaken. De leden zijn bezield van de nationaal-socialistische zin voor fatsoen en rechtschapenheid.” De mogelijkheid om hen, die niet betrouwbaar zijn ten aanzien van het nationaal-socialisme, te kunnen verdrukken, wil men zich dus zelfs op het gebied van het bedrijfsleven niet laten ontgaan. Men gaat zoo „elastisch” te werk, dat de nationaal-socialistische „gesinnungsriecherei” voor de politiek betrouwbare aanhangers nooit lastig zal kunnen worden. De gevolmachtigde van den arbeid (Treuhander der Arbeit) heeft de taak, als hij een aanwijzing gekregen heeft, „om de zaak te onderzoeken en om speciaal den beschuldigde te hooren en dan een besluit te nemen ten aanzien van het al of niet bijeenroepen van de eere-rechtbank.” Deze soepele wijze van handelen krijgt nog een onschatbare aanvulling door de bepaling, dat de leden van de bedrijfsgemeenschap gerechterlijk vervolgd kunnen worden, als ze „bij herhaling lichtzinnig en ongegrond klachten indienen of aanvragen aan den gevolmachtigde richten of hardnekkig tegen zijn schriftelijke voorschriften handelen.” Hierbij moet men in het oog houden, dat de arbeider of de employé door de eere-rechtbank bedreigd worden met „verwijdering van de tot nu toe bezette plaats”. De eereraad kan daarbij zelfs van den wettelijken of overeengekomen opzegtermijn afwijken. Den ondernemer kan als hoogste straf (voor normale gevallen zijn slechts boeten ingesteld) daarentegen slechts de „ontneming van de bevoegdheid om bedrijfsleider te zijn” treffen. Naïeve menschen hebben eerst gemeend, dat de ondernemer na een dergelijk vonnis zijn bedrijf zou moeten sluiten of verkoopen of dat hij zelfs onteigend zou kunnen worden. De kommentaren, die van ambtswege verschenen zijn, hebben echter duidelijk gemaakt, dat de meening van den wetgever slechts inhield, dat de bezitter van het bedrijf genoodzaakt zou zijn om de „geschiktheid om leider van het bedrijf te zijn” over te dragen aan een employé. Dan komt het er slechts opaan, dat de ondernemer en de bediende het eens worden over het risico van een boete, die ze bij eventueele maatregelen zouden kunnen oploopen.

Toch zou deze wet den ondernemers niet den dienst kunnen bewijzen die vereischt wordt, als zij niet de tot nu toe geldende bescherming van de contracten ophief. Maar ook op dit punt overtreft ze de stoutste verwachtingen. „Bedrijfsleiders en personeel regelen loonkwesties en andere sociale dingen onder elkaar.” Dat is volgens een samenvattende formuleering van den gevolmachtigde uit Pommeren de werkelijke zin van de bepalingen over de contracten. Op deze wijze kunnen (volgens dezen gevolmachtigde) de arbeiders het beste te weten komen wat het gemeenschappelijk belang van het bedrijf van ieder van hen op de een of andere plaats eischt. Weliswaar heeft men eerst, om de gemoederen niet al te zeer uit het evenwicht te brengen, officieel de contracten van kwartaal tot kwartaal verlengd. De nieuwe arbeidswet treedt eerst 1 Mei in

werking. Maar de ministerieele redevoeringen hebben in de laatste weken al wel laten doorschemeren, dat de regeling van de contracten, die de nieuwe wet mogelijk maakt, reeds sedert geruimen tijd in het algemeen doorgevoerd wordt. Men heeft de opofferingsgezindheid van den arbeider de hoogste lof toegezwaaid, terwijl de ondernemers aangespoord werden om niet achter te blijven, als het op het brengen van offers aankwam. Het feit, dat bij een opgave van meer dan drie millioen nieuw te werk gestelden, de inkomsten uit de loonbelasting (dus de totale loonsom) niet gestegen, maar zelfs gezonken zijn, bewijst wat er achter deze erkenning van de arbeiders schuilt. Er openen zich ten aanzien van deze praktijk na den eersten Mei onbegrensde mogelijkheden.

Neen, toch geen onbegrensde, want de wet stelt een grens. „De gevolmachtigde kan na overleg met deskundigen (die hij moet raadplegen, maar die hij zelf uitzoekt en die slechts een adviseerende stem hebben) de richtlijnen voor den inhoud van bedrijfsverordeningen en individueeie arbeidscontracten vaststellen” (volgens art. 1 par. 32 van de wet). Ja zelfs voegt art. 2 er nog aan toe: „is er tot bescherming van de werknemers een groep van bedrijven binnen den kring, die den gevolmachtigde van den arbeid toegewezen is, waarvoor het vaststellen van de minimum-voorwaarden voor de regeling van de arbeidsverhoudingen absoluut noodzakelijk blijkt, dan kan de gevolmachtigde na bespreking met deskundigen schriftelijk een tarief verordening uitvaardigen.” Wie denkt bij dit „absoluut noodzakelijk” niet aan de voorstellen, die toenmaals generaal Horn aan den koning van Pruisen deed, toen hij moest constateeren, dat er onder de arbeidersbevolking in het industriegebied van het Rijnland bijna geen jonge mannen meer op te sporen waren, die deugden voor den militairen dienst. Men moet goed bedenken, dat de raad van deskundigen en de commissie van deskundigen door de gevolmachtigden benoemd worden op voordracht van het Duitsche arbeidersfront. De bepalingen voor de ten uitvoer legging stellen uitdrukkelijk vast, dat de gevolmachtigde daarbij geen rekening behoeft te houden met de principes van de gelijkberechtiging. Voor het geven van de adviezen komen dus ook hier slechts politiek absoluut betrouwbare personen in aanmerking. En politiek betrouwbaar wordt men slechts door blinde gehoorzaamheid, dat is uit de betreffende redevoeringen in Duitschland in het laatste jaar genoegzaam gebleken. Men heeft het recht, in verband hiermee de vraag te stellen, of de grens, die generaal Horn als zoodanig moest erkennen, ook hier onder alle omstandigheden in aanmerking genomen moet worden. De gevolmachtigde van den arbeid wordt in geenendeele belet om de grenzen van de offers, die hij noodig acht in het belang van het werk en van het vaderland, ver uit te breiden.

Het systeem van de nationalistische controle op de gezindheid werkt aldus voortreffelijk en kent geen genade. De druk, die uitgaat van de bangmaking, de denuntiatie, de laster en de economische chicane is zóó goed georganiseerd, dat zelfs de kleinste man er niet onder uitkomt. Wanneer ook ten onzent menschen te vinden zijn, die dit voorbeeld van een tot in den grond verwoest volksleven nastreven, dan is dat alleen mogelijk, omdat ze geen idee van de werkelijkheid hebben. Men zou zich gedrongen kunnen voelen om de straat op te gaan en luidkeels de waarheid te verkondigen! C.