is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 43, 28-07-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Binnenland 1 iiiniiiiiiiiiiiiiiii m iiiiuiiiiiiiiiiiiirl. =

Nadere verklaring van twee Amsterdamsche predikanten

Toen de ongeregeldheden in Amsterdam tegen het einde liepen, hebben de predikanten der Ned. Herv. Gemeente aldaar in een telegram de regeering verzocht, de steunverlaging ongedaan te willen maken, omdat door den verminderden steun in vele gezinnen de nood te groot was geworden. Van verschillende kanten is hun deze bemoeiing kwalijk genomen, omdat de oproerigen erdoor gestijfd werden en het gezag der regeering er door verzwakt zou zijn. Men moet immers ook den schijn van het kwaad vermijden, al is die schijn nog zoo gering.

Wat zij bedoeld en gedaan hebben met hun telegram, is de aandacht der regeering en geheele natie er op vestigen, dat er wel strafbare en vreeselijke dingen gebeurden in de armen- en arbeiderswijken van Amsterdam, maar dat de door de steunverlaging gestegen nood en wanhoop hier in verzet kwamen. Wij hebben het telegram gewaardeerd, omdat het getuigde van deernis jegens de armsten, maar ook van besef van sociale gerechtigheid. De verklaring kwam misschien te vroeg en te laat. Had de regeering onmiddellijk na de ongeregeldheden de steunverlaging ingetrokken, dan zou dit den schijn gewekt hebben, dat zij toegaf aan het geweld der straat en dit vreesde. Wanneer dit telegram eerder verzonden was, toen de steunverlaging was aangekondigd, en uit alle christelijke kerken was in den geest van het Christendom geprotesteerd tegen dezen zwaren slag, den werkloozen gezinnen toegebracht, dan zou dit zeker veel indruk gemaakt hebben en misschien niet zonder effect zijn gebleven.

Twee der Amsterdamsche predikanten hebben het noodig gevonden een nadere verklaring van het telegram aan den minister-president te geven, een verklaring, die niet precies in telegramstijl is geschreven. Zij verklaren plechtig, dat zij de revolutie haten en zelfs heimelijk geen vriendelijk knipoogje hebben willen geven. Zij zijn dankbaar aan stads- en landsregeering, dat dezen het oproer dadelijk hebben onderdrukt. Men had de C.P.H. al lang moeten opheffen en revolutionaire bladen verbieden.

Niemand twijfelt aan den trouw en gehoorzaamheid der Amsterdamsche predikanten aan de overheid en haar gezag. En deze verklaring der twee predikanten is even overbodig als de verzekering van een negentigjarigen rheumatieklijder, dat hij nooit een dancing bezoekt.

Maar het tweetal herroept het telegram niet en herhaalt, dat de nood zich in oproer heeft geuit. Het oproèr moest onderdrukt worden, maar daarmede is niet alles gedaan.

„Revolutionaire elementen hebben het oproer, dat bedwongen moest worden, veroorzaakt, maar de wanhoop leeft in de harten van duizenden, die een te gering inkomen hebben, om behoorlijk te kunnen bestaan, of zonder werk zijnde van steun moeten leven, te veel om te verhongeren en te weinig om behoorlijk te kunnen leven.

Wanhoop leeft in die harten, omdat er nood is, een nood, die niet weggenomen is, nu het oproer is bedwongen.”

Hoe erg de nood is? De predikanten vertellen van godvruchtige gemeenteleden, die hun weenende kwamen vertellen, dat zij

met de grootste zuinigheid den vijfden dag toch geen cent meer in huis hebben en de

twee laatste dagen van de week, voordat de nieuwe steun komt, niet weten, hoe zij hun kinderen eten moeten geven. Dat zijn geen oproermakers, geen verkwisters, maar menschen, die in hun leven God willen dienen.

Aan het slot der verklaring staat een beschuldiging tegen de kerk, die niet zoo voor de armen en verdrukten, voor sociale gerechtigheid is opgekomen, als God Woord dat wel eischt en meende genoeg gedaan te hebben, door alleen filantropie te beoefenen.

„De kerken hebben rustig aangezien, tientallen jaren lang, dat de S.D.A.P. zonder God deed, wat zij met God hadden behooren te doen; opkomen voor de belangen van de minder bedeelden. En zoo is de Kerk steeds meer buiten het volksleven komen te staan.”

Hier hebben wij de O.T. gedachte, die in de boeken van Kutter sterk op den voorgrond staat: God voltrekt Zijn oordeelen door de heidenen, omdat Zijn volk zich van Hem heeft afgewend. De socialisten hebben God niet, maar God heeft de socialisten. Zij moeten de gerechtigheid dienen, omdat God hen daartoe roept en dringt. Het is dezelfde gedachte, als die van het bekende woord: De socialisten voldoen de onbetaalde rekeningen der Christenen. Hier wordt een der voornaamste oorzaken genoemd, waarom de kerk buiten het volksleven is komen te staan. Door velen gehaat of, erger nog, geminacht en vergeten.

Eén der beide predikanten is Ds. A. G. H. van Hoogenhuyze, die nog niet lang geleden aan een officieel diner den wensch uitsprak, dat alle socialisten uit raad en parlement geweerd zouden worden. De socialisten, die de gerechtigheid dienen, terwijl de kerk haar verwaarloost!

En heeft de S.D.A.P. zonder God gestreden voor de belangen der minder bedeelden? Vooral in de Ned. Herv. Gemeente te Amsterdam zal men wel weinig socialisten vinden; we weten, dat ook religieuze socialisten daar een kleine minderheid vormen. Maar zijn zij daarom zonder God? Zou de Geest van God hen niet drijven, waar zij voor recht en gerechtigheid ijveren? Al hebben zij een afkeer gekregen van alle godsdienstige woorden, vormen en instellingen, voor een groot deel ook al de schuld der kerk, zouden de krachten en gevoelens, die hen leiden, althans hun diepste en zuiverste motieven in den strijd ook niet in God en Gods geest hun oorsprong vinden? De beide Amsterdamsche predikanten zouden voor zichzelf hier een toelichting kunnen vinden in de gelijkenis van de beide zoons: de zoon, die tot den vader neen zei maar hem ten slotte toch gehoorzaamde, is hun toch zeker ook liever dan de zoon, die wel ja zei, maar den wil des vaders niet deed.

De Blauwe Vaan gevaarlijk voor militairen

Meerdere abonnees van „De Blauwe Vaan”, het orgaan der N.V. tot Afsch. van Alc. Dr. klaagden, dat zij in de kazerne hun krant niet ontvingen. De administratie ontving de bladen dezer abonnees terug met de aanteekening: Geweigerd. Het Eerste-Kamerlid Hermans stelde den minister de vraag: Hoe zit dat. Excellentie? Men weet, dat een der gevaren van het kazerneleven en den militairen dienst de alcohol

De minister van defensie heeft geantwoord, dat „De Blauwe Vaan” ook strijdt voor de doeleinden, gesymboliseerd door de roode vaan en tegen het zoogenaamde

„militarisme”. Daarom heeft de minister er bij de commandanten op aan gedrongen, geen vergunning te verleenen tot het aanbieden van „De Blauwe Vaan” binnen de kazerne-oomplexen, en andere tot huisvesting of verblijf van militairen aangewezen inrichtingen en tijdens de rust bij militaire oefeningen.

Zoo langzamerhand zal de kazerne wel de meest gekuischte, van alle revolutionaire smetten gezuiverde plaats worden. Maar de minister doet daarbij even dwaas ais sommige huisvrouwen, die wrijven en poetsen, hoewel er met de microscoop geen stofje te ontdekken valt. „De Blauwe Vaan” als een gevaarlijk orgaan geweerd!

Het ware voor ons leger, neen voor de geheele natie te wenschen, dat alle militairen dachten en leefden in den geest van „De Blauwe Vaan”. Ook voor sommige hoogere militairen ware dit niet overbodig. Of de roode vaan nooit in dit orgaan der onthouders ontrold wordt? Zeker, maar nooit boven doch steeds naast „De Blauwe Vaan”. Er is een natuurlijk bondgenootschap tusschen drankbestrijding en arbeidersbeweging. Maar de redactie zal even graag een betoog opnemen voor de drankbestrijding op grond der Rooimsche of Joodsche of welke andere wereldbeschouwing. Zij heeft ook warme hulde gebracht aan den Roomschen drankbestrijder, den geestelijke Arriëns. „De Blauwe Vaan” is zeker tegen den oorlog en voor den vrede. De drankbestrijding wil helpen bouwen aan een gelukkiger wereld en daarom verzet ze zich tegen den oorlog, die op ieder terrein verwoestend werkt en ook haar beweging belemmert. Er heeft ook wel eens een radikaal-antimilitairistisch artikel in „De Blauwe Vaan” gestaan. Wij zijn echter overtuigd, dat de redactie minister Deckers graag plaatsruimte zou afstaan voor een betoog, dat geheelonthouding voor den goeden geest der troepen en voor de verhooging der militaire weerbaarheid nuttig en noodig is.

Het weren van „De, Blauwe Vaan” uit de kazerne is eigenlijk te zeer een belachelijke dwaasheid, om er zich boos over te maken en als de minister meent, dat hij daarmee de ideeën van deze krant uit jonge harten kan weren, vergist hij zich; het verbod zal ze eer aantrekkelijker voor hen maken.

Eenheidsfront der revolutionaire arbeiders

Ook in ons land doen de communisten een nieuwe poging, om een eenheidsfront te vormen met de soc.-democraten en nu voor een gemeenschappelijke actie tegen fascisme en oorlogsvoorbereiding. Hoezeer de verdeeldheid onder de socialisten van allerlei schakeering ook te betreuren is en kwaad doet aan de kracht der arbeidersbeweging in het algemeen, wij achten het toch verstandig, dat aanbod af te wijzen. Als een meisje eerst uitgescholden is voor alles, wat leelijk is en dan wordt haar de arm gepresenteerd en een poging in de richting eener verloving gedaan, zal ze daarvan niet willen weten. Hoe kunnen wij als strijdmakkers meegaan met hen, die ons altijd bestreden en uitgescholden hebben. Maar we hebben grooter bezwaar. Niet het eindideaal, maar wel de strijdmiddelen en -wijzen scheiden ons van de communisten. Dat maakt een gemeenschappelijke!! strijd onmogelijk. Een eenheidsfront zou niet lang stand houden, maar spoedig veranderen in een onderling gevecht, nog feller dan thans. Men gaat geen verloving aan, als men twijfelt aan de liefde, en zeker niet, als de verloving toch spoedig met heftige oneenigheid zal eindigen.

J. A. BRUINS.