is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 47, 08-09-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkersleven. Wantrouwend hoort men hem aan. Toch voelt Arjen en hij wil het uiten, dat ook zijn plaats is in de rij der strijdende arbeiders. Hij wordt lid van de partij, zonder eenige genegenheid opgenomen.

Dit is het einde van het boek. Geen bevredigend slot misschien. Geen bejubelde klasse-eenheid van boeren en arbeiders. Het wil ook heelemaal geen tendentie geven; Brolsma beoogt hoegenaamd geen propaganda. Hij geeft het Friesche boerenleven zooals het is. Een getrouw beeld van ondergang en strijd, beschreven door een man, die deze menschen kent en ze liefheeft met een groote liefde. Brolsma is een uitnemend waarnemer, die tevens het tragische in het kleine-menschengedoe en het belachelijk-kleine in alle zwaarwichtigheid doet gevoelen. Hij kent de humor in de alleruitnemendste zin van het woord, w'ant hij doorziet de menschen en heeft ze toch zeer lief.

Dit boek is in het Friesch geschreven; het is zoo nauw verbonden met het Friesche wezen, dat het onvertaalbaar is; van het kunstwerk blijft in de vertaling slechts een verhaal over. Maar wie het Friesche volk liefheeft, mag het niet ongelezen laten. K. TERPSTRA.

DEGENERATIE

In de tram zit het kleine meisje, dat op haar gansche wezen het merk der achterlijkheid draagt. Ze is druk, ze praat met iedereen, ze vertelt los en vast aan wie het maar hooren wil. De volwassenen wisselen blikken van verstandhouding, begrijpen wat voor stakker het kind is, hebben medelijden, zijn vriendelijk.

Ze stapt gelijk met mij uit en voor ik er op verdacht ben, heeft zij haar arm door den mijnen gestoken.

„Waar moet je wezen”, vraag ik. Zij noemt de straat, die uitkomt op den

Singel, waar ik woon. Ze blijft aan het praten en vertellen. Dan zijn we aan de straat, die zij inslaan moet.

„Luister nu eens goed”, zeg ik, „en onthoud het. Je moet niet zoo met iedereen meeloopen, die je niet kent. Dat is niet goed”.

„Ja”, zegt het meisje met haar schelle stem. „Dat vindt moecier ook. Ze zegt, dat ik best vermoord kan worden. Dag!”

Ze gaat alleen verder. Ik kijk haar na met iets van opstand in me. Ze schijnt niet arme ouders te hebben, want zij is

uiterst verzorgd gekleed. Maar welk een noodlot rust er op haar!

Ik denk aan den grooten jongen met zijn zware stem, dien ik wel eens ontmoet. Er is altijd een kleiner zusje bij hem, dat op hem past. En ook hij babbelt, babbelt, over hemzelf, het gezin, waar hij thuis hoort, over alles en alles, met allen, die maar een enkel woord tot hem richten. Er is ook die andere knaap met het wezenlooze gezicht, die steeds zorgzaam en vol liefde geleid wordt door een heel oude vrouw.

En dan verschijnt voor mijn geestesoog het groote meisje, netjes gekleed, flink gebouwd, doch dat ook dadelijk door de uitdrukking van haar gezicht en haar wijze van spreken, het abnormale in haar verraadt.

Aan het eindpunt van de tram staat zij luid te spreken met den bestuurder en een conducteur. Zij heeft het met ruwe scheldwoorden over huisgenooten. De duisternis begint te vallen. „Ga toch naar huis”, zeg ik. Zij slaat de richting in, die, denk ik, naar haar woning voert.

Dan, een eindje van de tram, waarin ik ingestapt ben, staat zij stil en een vloed van scheldwoorden stroomt naar mij toe. „Wat een stumper”, denk ik hardop.

De conducteur vertelt me, dat zij op een school voor achterlijken is, met de tram altijd naar huis gaat, maar soms gezocht moet worden, omdat zij zwerftochten onderneemt.

Ik zie haar in de verte nog druk gesticuleeren en zoo nu en dan staat zij stil om naar onze richting wat uit te schreeuwen.

Waarom moest dat misdeelde schepsel geboren worden? En die andere stumpers, die ik ontmoette? En al de honderden en duizenden lotgenooten?

Hebben dan toch zij gelijk, die hen, daar hun nakomelingschap vermeerdering van ellende kan beteekenen voor de kinderen, uit hen geboren, tot onvruchtbaarheid dwingen?

Een enkel oogenblik beantwoord ik de vraag, redeneerend met mijzelve, bevestigend, nu binnen een korte spanne tijds, ik de stakkers zag en hoorde, zoo abnormaal in denken en handelen.

Dan echter weet ik, dat de demonen, die in hen zich openbaren, niet bestreden kunnen worden door dwang tot onvruchtbaarheid van enkelingen.

Want die demonen verrijzen uit de giftige poelen van oorlog, krotwoningen, ongebondenheid, bacchanalen, gemis aan zelfbeheersching.

Evenmin als gevangenissen misdaad voorkomen, doodstraf de maatschappij van invretende ellende geneest, evenmin ook kan gedwongen onvruchtbaarheid ooit een redmiddel zijn voor mensch en menschheid.

Want de demonen loeren in hun giftige poelen, zoeken naar prooien, zoolang het moeras niet gedempt is, waaruit zij zich in al hun afzichtelijkheid heffen om mensch en menschheid in ellende te dompelen.

Al die stumperds, gedoemd bij hun geboorte tot vegeteeren, of misdadige neigingen, zijn wonden in het lichaam der menschheid, waarin zich ziekte en degeneratie openbaren.

Er is wat anders noodig om haar te genezen dan het operatieve ingrijpen der gedwongen onvruchtbaarheid. Want dat brengt de milliarden en milliarden der zoogenaamd gezonden niet tot zelftucht, tot het voortbrengen van een nageslacht, geschapen naar God’s beeld.

IDA HEIJERMANS.

ONZE PROPAGANDA

8 en 9 September hebben we onze Kernbijeenkomst te Bentveld; daar zullen de lijnen voor de te voeren propaganda nader worden vastgesteld.

De volgende week vertellen wij hoe het gaat in een paar plaatsen, waar het goed gaat.

Hopelik hebben de goede verstaanders aan het aansporende hoofdartikel wel wat?

Hoeveel goede verstaanders zullen er werkers blijken?

Van de Redactie

De rubriek „Mensentypen” komt te vervallen; daarvoor komt in de plaats een kort „Wachtwoord”. Wij nemen deze woorden van levenswijsheid waar wij ze vinden kunnen, maar zullen -- wetende hoe wonderlik mensen soms reageren er niet dadelik de herkomst bij vermelden. _Wèl zal telkens onder het hoofd „Van de Redactie” de bron worden genoemd. Het in dit nummer geplaatste wachtwoord is uit de profetieën van Amos (hoofdstuk 5), al heeft de redakteur zich een enkeie wijziging ter verduideliking veroorloofd. Mochten onze lezers deze rubriek mee willen verzorgen, door mij stukjes kiassieke literatuur toe te zenden, graag!

VereenigingslIIIIIIIIIIIIIIIIIIM Ipwgp 11111111111111111111 l

Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers in Holland

Wil men goed lezen en onthouden? Het adres van de secretaresse der A.G. is nu geworden: J. M. Coenenstraat 20 1, Amsterdam-Zuid. Telefoon 27301 Dora de Jong.

Bentveldnieuws

Het nieuwe programma voor ons werk van September tot Januari is in zee. Wie het niet ontvangen heeft, vrage het aan bij het bekende adres, Bentveldsweg 5, Bentveld.

A. C. Groep Amsterdam

Maandag 10 September huishoudelijke bijeenkomst voor leden en intemaatbezoekers (stars) Bentveld.

Bespreking; verslag werkzaamheden,, programma winterwerk, samenstelling bestuur, etc. Inleiding van W. Banning, over: Rel. Socialisme taak en roeping van het Nederlandsche volk, des avonds 8 uur in gebouw Heystee, Heerengr. 545.

A. C. Groep Leeuwarden-Huizum

Zondag 9 September houdt onze groep in samenwerking met groep Wier een openluchtsamenkomst in het parkje te Comjum. Ds. S. Zeilstra spreekt over: „De kritieke wereldtoestand”, ds. J. Kalma over: „Geestelijke weerbaarheid”. Het Lekkumer koor zingt. Bij minder gunstig weer wordt de bijeenkomst in de kerk gehouden. Aanvang 3 uur. Toegang vrij. Vertrek van de fietsers uit Leeuwarden en Huizum om 2.15 uur vanaf het Stationsplein.

Geboren;

JETSE NIELS KALMA Ned. Herv. pastorie.

St. Jacobi Parochie (Fr.). 31 Augustus 1934.

Holl. a Capellakoor (Barchemkoor), dir. Joh. F. Keja, Nieuwendam, vraagt twee hooée sopranen. Benige muziekkennis vereischt. Repetitie elke Zaterdagavond van 8 tot 10 uur ten huize van den dirigent, Nieuwendammerdijk 565. Aanmelding s.v. p. per brief.

I I Inhoud I I

1 Draag het voort! W. B g I Buitenland: De baas is er weer! J. S. 2 | I Bartstra 1 1 Indonesise econ. politiek, W. Midden- m 1 dorp 8 I

I Binnenland: Wapengekletter en honger; | s oeconomische oorlogsvoorbereiding; g I liefde voor de vrede en geestdrift | i voor de weermacht, J. A. Bruins 4 =

1 Gedicht. Niet zien en toch geloven, Emy | I Prensel—Wegener 5 i I Kritiese Kroniek: Het derde reveil, G. | 1 Stuiveling |

I Het nieuwe geneesmiddel tegen de ar- | 1 moede, J. Keulen 6 | I Gedicht; Kastanjes, J. Brouwer—Garmt | I Stuiveling | 1 Een friese boerenroman, K. Terpstra ... 7 | I Degeneratie 8 |