is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 49, 22-09-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WACHTWOORD

God werkt in de geschiedenis der mensheid. Zoals de naald van ’t kompas zich wendt naar het Noorden, zo richt zich ook de menselijke ziel of ze er zich van bewust is dan wel niet naar het Hart van het Heelal. De mens behoort zijn hart te stellen op iets anders dan op positie en werktuigen en geld; hij moet ziöh bewust worden van de vrijheid van zijn geest, en zich wenden tot God. De mens is een sociaal wezen, dat in staat is zijn zielskracht te gebruiken; maar als hijzelf die zielskracht vertreedt, dan gaan zijn geestelijke organen tot verwording over, en de mens wordt een waardeloos wezen.

Het pad der vrijheid voert naar de hoogste toppen van het bestaan. We verlangen er naar in vrijheid en zonder banden te leven; maar we vergeten dat er innig verband bestaat tussen God, vrijheid en "t menselijk bestaan. De macht, die tot scheppen in staat is, de macht die het onrecht omvormt tot recht, die lelijkheid tot schoonheid en zonde tot rechtvaardigheid maakt, die de leugen verandert in waarheid, die macht is vrijheid van bestaan, met andere woorden: die macht is God.

Berlage, de Kunstenaar der Gemeenschap (II)

Voorbereidend werk, zoo heeft Berlage in ware bescheidenheid zijn taak gevoeld en openlijk gewaardeerd. Hij heeft de beginselen vastgesteld welke de kunst zouden moeten leiden, welke eenmaal in dienst van een nieuwe cultuur zou moeten treden.

Hij heeft die beginselen niet zelf ontdekt. Zijn voorgangers, Viollet Ie Duc en CujTJers hadden ze reeds ontdekt. Doch Berlage maakte ze vrij van het verleden en paste ze toe op een eigen, nieuw-geschapen stijl met eigen vorm-geving.

Die beginselen zijn: oprechte materiaalbehandeling, versiering opkomend uit de constructie, duidelijk-kenbare omsluiting van de ruimte. Zijn bovengenoemde voorgangers pasten deze beginselen toe op historische stijlen. Zij zijn degenen die voor het laatst de oude stijlen door zuivere beginseltoepassing hebben verlevendigd. Berlage is de man geweest die de zuivere beginselen locmaakte van het verleden, en nieuwe wegen betrad.

Hij heeft dit gedaan, steeds beoogend te bouwen aan de grondslagen van een nieuwe samenleving. Daarom is het zoo jammer dat de tijd er niet naar was dat Berlage opdrachten kreeg voor kerkbouw. Zijn eenige is geweest de kerk der Christianscientisten in Den Haag. Geestverwanten waren nog niet zoo ver gevorderd in éénheid van belijden en sociale kracht, dat hij het nieuwe religieuze gemeenschapsgebouw voor hen mocht ontwerpen. Hoe gaarne had hij het gedaan!

Maar aangezien een bouwmeester op opdrachten wachten moet, en hem wèl een koopmansbeurs ten deel viel, heeft hij daarin, vooral ook in de vóór-ontwerpen, elementen van een religieuze bouwkunst gelegd. Allengs heeft hij deze elementen uitgezuiverd en den geest van zijn bouwwerk gesublimeerd, het doende beantwoorden aan zijn eigen doel. En toch, wie die beurs heeft leeren liefhebben door gestadige beschouwing, wie zijn eerlijkheid en forsche lijnen, zijn kleur en echt-Hollandsche afwisseling van bak- en natuursteen

heeft leeren waardeeren, komt onder den indruk van een eenvoudigen, zuiveren, oprechten en bovenal vromen geest. De stoere toren met zijn profileeringen, zijn beeldhouwwerk op den hoek, zijn zandsteenafsluitingen en zijn vroolijke tegelschilderingen achter de klokkewijzers, ik zal dat alles altijd blijven liefhebben als de uiting van een mensch, die in een geborneerden, stijven tijd de stralende hoop der toekomst koesterde in zijn hart, en een nieuwe, zuiverder gemeenschap zag.

En omdat Berlage ook in de arbeidersbeweging en in de vakorganisatie middelen zag welke medewerkten aan een komende cultuur door humanistische krachten, heeft hij ook vol vreugde het gebouw van den Nederlandschen Diamantbewerkersbond ontworpen.

Hoe levendig herinner ik mij de vreugde waarmede ik in de oude Blijde Wereld, het was in 1907, het gebouw en de wandschilderingen van R. Roland Holst beschreef.

Deze monumentale schilderwerken zijn sinds vergaan. Ik blader nog eens in het boekje dat de foto’s bevat. De spreuk onder de half-ronde vulling boven de dubbele deuren, „Eens zal de dag opgaand vinden arbeid en schoonheid vereend”, is Berlage, den koelen vizionair en den onstuimig beheerschten arbeider aan een nieuwe gemeenschap stellig uit het hart gegrepen.

Ik wijs er tevens op, naar aanleiding van deze schilderingen en de door Henriëtte Roland Holst gedichte onderschriften, hoe Berlage de eenheid-der-kunsten beoogde, als krachtig- hulpmiddel op den weg naar de nieuwe cultuur. Daarom vond hij kunstenaars van naam steeds bereid om mee te werken aan zijn bouwkunst, wegbereid•ster als zij was van de toekomst, eerlijke en sobere uiting van thans aanwezige mogelijkheden.

Ongetwijfeld is er van deze schilderingen meer weggevaagd dan de uiterlijke verschijning. Zeer zeker zouden zoowel Berlage als Henriëtte Roland Holst het religieuze element sterker nadruk hebben ge-

schonken. Want ook het levensideaal van Berlage is gegroeid. Het is sterker uitgesproken van religiositeit. In zijn laatste levensjaren had Berlage de gelegenheid moeten hebben voor het religieus-socialisme te bouwen!

Hij heeft niet meer dan een baanbreker mogen zijn. Geen voltooier. Maar niettemin heeft de goddelijke inspiratie hem bezocht en in alle soberheid heeft hij werken geschapen van blijvende waarde. Werken, welke hij geheel doordacht en door-endoor werkte, ook Wat de zoogenaamde binnen-architectuur aangaat.

Berlage heeft zijn cultuur-ideaal steeds vastgehouden. Het geloof in de toekomst, in de menschheid, heeft hij nooit opgegeven. Als al zijn navolgers, die zich, in een, begrijpelijk, troost-zoeken bij het heden ,hebben overgegeven aan een uitwendige fraaie momenteel-behoorlijke barok, niet meer geteld zullen worden, en als zij die uit gebrek aan geloof zich neerslachtig tevreden hebben gesteld met de armoede, en slechts techniek verheerlijkende rechtlijnigheid der aller-modernste bouwkundige school niet anders geacht zullen worden dan onmachtige kinderen van een schralen tijd, dan zal het werk van Berlage door zijn beginselvastheid, zijn geloof en zijn doorleefd kunstenaarschap boven dat zijner tijdgenooten uit blijven rijzen. Zijn werk wekt de ontroering die uit de eeuwigheid stamt, en naar gemeenschap reikt.

Beeldhouwer, schilder, glasbrander, edelsmid en dichter hebben daarom vol vreugde en overgave met hem meegewerkt om een eenheid te scheppen waarvan hij het hoofdmotief aangaf.

Door de cultuur-beoogende strekking der bouwkunst, gelijk hij die inzag, kreeg de monumentale kunst een' kans. Deze kan alleen in een samenhang weike cultuur heet, volledig tot haar recht komen. Ik acht het een slecht teeken dat er stemmen opgaan om in de plaats van R. Roland Holst aan de Academie voor Beeldende Kunsten, maar niet wederom een „monumentalen” schilder te benoemen. Als ooit schilderkunst in de toekomst, als een cultuureenheid zal groeien waarde hebben zal, dan moet ze monumentaal zijn. Ziet een tijd de waarde van de monumentale kunst niet in, dan is het cultuur-besef, het cultuur-vormend vermogen, verre, en het gemeenschapsideaal verbleekt.

In zulk een tijd is Berlage heengegaan. Groote waardeering voor zijn werk heeft hij niet gevonden. Maar zooals H. Roland Holst van hem bij de verassching heeft getuigd: Hij heeft den goeden strijd gestreden. Hij heeft het geloof behouden. J. J. MEIJER.

Marian en Marton, door J. M. Selleger—Elout. Uitg. N.V. Servire, Den Haag, 272 blz. Prijs Ing. ƒ1.90; geb. ƒ2.75.

„Een fijn boek”, was het oordeel van een aantai lezeressen tussen de 12 en 45 jaar. Maar ons aller oordeel was ook: ’t haalt niet bij Lijsje Lorresnor van dezelfde schrijfster. Dat vond zelfs de 12-jarige, terwijl Marian en Marion toch veel avontuurlijker en spannender is. Komt het, doordat de noordhollandse stille, soms wat stug lijkende Lijs ons nader staat dan de zeeuwse kattige, jaloerse Marian, die zo fel alles beleeft, maar daarbij zo heftig en onbeheerst reageert, dat we ons vaak met verbazing afvragen, of dit een kind van 11, 12 jaar is. Maar in ieder geval is dit nieuwe boek van mevr. Selieger—Elout weer uitstekende lektuur voor meisjes boven de 12 jaar, terwijl de volwassenen in huis het graag zullen meelezen uit een oogpunt van kinderpsychologie.

net boek is mooi uitgegeven met prachtige platen en illustraties van mevr. B. Midderigh—Bokhorst. h. B.—S.