is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1938, no 5, 29-10-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENLANDSE KRONIEK

Een slag in de lucht

Het maakt een zonderlinge indruk, per circulaire of ingezonden stuk op te wekken tot innerlijke hernieuwing; een gezamenlijke actie voor bekering is naar onze smaak in strijd met het binnenkamerkarakter van onze verborgen, beste verlangens en voornemens. Een massale bekeringsbeweging is allicht oppervlakkig en aldus gewonnen zielen gaan voor een groot deel spoedig weer verloren. Bekering is als de boom, die men plant en tijd laat om te groeien, maar waarvan men eindeiijk vruchten verlangt.

Door een elftal vooraanstaanden in ons land is een actie begonnen voor geestelijke en zedelijke herbewapening. Het ontbreekt niet aan schone en even vage woorden in hun oproep. In hun zee van algemeenheden vangt men ook niet het kleinste visje van een bepaald doel. Een der heren van het elftal poogt toch een doelpunt te maken. Het is de commandant van het veldleger, die de officieren wijst op hun roeping, leiders in militaire zin te zijn. Hij wekt hen op, hun taak met heilige ernst te vatten en met geestdrift de hun toevertrouwde belangen te blijven behartigen.

Zeer juist is de critiek van den Utrechtsen wethouder en bekenden drankbestrijder. Ploeg. „Van de ondertekenaars van de oproep wordt slechts het aanvaarden van een nauwelijks omschreven gezindheid en geen enkele daad verlangd.” Volgens de mening van Ploeg zijn krachtige maatregelen op sociaal en oeconomisch gebied nodig voor de ons bedreigende gevaren. Hij erkent de grote waarde van de innerlijke drang en ommekeer, maar ze moeten worden aangevuld met een radicaal aanvatten der maatschappelijke vraagstukken.

Hier wordt gewezen op het zwakke en ontoereikende in deze actie voor persoonlijke bekering. Er is wisselwerking tussen mens en gemeenschap, tussen persoonlijke en sociale hernieuwing, bekering of revolutie. De laatste kan niet geschieden zonder de eerste en de eerste niet zonder de laatste. De kracht der socialistische beweging ligt evenzeer in de persoonlijke gezindheid als in de organisatie.

De opwekking tot herbewapening is als een lege doos, waarin ieder kan doen, wat hij wil; woorden, die, hoe ernstig ook bedoeld, geen richting, geen daad aanwijzen, zijn als het schuimspoor van het schip, dat spoedig vervloeit.

Geen herbewapende regering

Óeze regering is die der militaire herbewapening, maar troonrede en millioenennota geven in geen enkel opzicht lets van een geestelijke herbewapening te bespeuren. Niet zonder reden klaagt men wel over de langzaamheid der democratie. Hoe lang is ook de weg der behandeling van begrotingen en wetsontwerpen! Het parlement heeft met de school de repetities gemeen. De begrotingen worden in de afdelingen behandeld; uit de besprekingen daar ontstaat het voorlopig verslag en dan antwoordt de regering daarop. Maar dan komt de tong de pen vervangen en krijgen we het mondelinge debat tussen parlement en regering, dat een herhaling is van het schriftelijke, waarna de Eerste Kamer alles nog eens overdoet.

De druk onzer belastingen houdt niet of te weinig rekening met de draagkracht; hier is een onrecht, dat bij zedelijke hernieuwing weggenomen zou worden. Dat onrecht is het grootst bij de indirecte belastingen, die ook de allerarmste moet opbrengen. In het voorlopige verslag wordt gewezen op de onwil der regering, om de successiebelasting te verhogen; de enige, nieuwe heffing, die zonder bezwaar zou kunnen worden ingevoerd. Een deel van het inkomen en zeker van het vermogen wordt verzwegen en niet aangegeven en aan de belastingdruk onttrokken. Er gaan daardoor zeker grote bedragen voor de schatkist verloren. Toch weigert de regering, het

bankgeheim op te heffen. De steuntrekker heeft geen bankgeheim; maar wee hem, als hij het bezit van een eigen huisje of een spaarpot van een paar honderd gulden verzwijgt. De overheid vindt hem wel en treedt dan met grote strengheid op.

De regering is niet van plan aan de verminking en verzwakking van het lager onderwijs een eind te maken. Indien zij geestelijk herbewapend was, zou zij zeker de volksjeugd geestelijk beter toerusten. Zij stelt ook geen geld beschikbaar voor een betere ouderdomsverzorging. Voor de verkiezingen heeft minister Colijn gezegd, dat daarover gedacht kon worden. Bij een hernieuwd besef van rechtvaardigheid en gevoel van deernis met de afgewerkten en afgeleefden, zou het niet bij denken zijn gebleven, maar de gedachten tot daden zijn geworden.

Herbewapening doet denken aan nieuioe kracht, wil en actie; deze ontbreken echter bij deze regering, zoals ook blijkt uit de critiek in het voorlopige verslag. Colijn is conservatief als het hoofd van een oude, gevestigde zaak, die van geen verandering wil weten.

Een kapitalistische diersoort

De hamster is een dier, dat grote voorraden graan bijeen rooft, om er in de wintermaanden van te leven. Tegen het hamsteren bij oorlogsgevaar is onlangs dringend ook door de regering gewaarschuwd. Het is afgekeurd als zelfzuchtig. Men moet gemeenschappelijk de nood en ook het gebrek lijden. Men moet niet alleen voor zichzelf zorgen ten koste van anderen. Men moet handelen als gemeenschapswezen. Niet hamsteren dus!

In een klein ingezonden stuk lazen we een treffend juiste opmerking. Ons hele bestaan, zo lezen we daar, is niet anders dan een voortdurend hamsteren ten koste van hen, die dat niet kunnen. De mens eigent zich toe, wat voor allen bestemd is. Wie tegen het hamsteren is, moet tegen het kapitalistisch winststelsel zijn. Dat dringt en drijft immers, om zoveel mogelijk naar je toe te halen en maakt een biUijke verdeling onmogelijk. Ook in de mens werkt sterk het instinct, om zich toe te eigenen en zoveel mogelijk te bezitten. Evenals de hamster heeft de mens een kapitalistische natuur. Maar de mens heeft daarbij nog een andere natuur: hij is een redelijk en zedelijk wezen en ziet daarom het onredelijke en onrechtvaardige karakter van het kapitalisme in. Ook al kent men de oeconomie en de politiek slechts oppervlakkig, kan men toch als socialist het kapitalisme bestrijden, indien men inziet, hoe onredelijk het is en hoe onrechtvaardig het werkt.

De hamster weet niet, dat hij verkeerd doet, door grote voorraden bijeen te roven, maar de mens voelt, dat het zedelijk niet in orde is, rijkdommen te bezitten ten koste van anderen; in hem spreken ook gemeenschapszin en besef van verantwoordelijkheid voor zijn naasten.

Het kapitalisme is een orde van roofdieren en niet van mensen.

Tegen de dictatuur

De nationaal-socialisten eisen hier als minderheid een vrijheid en recht, die elders, waar zij de macht der meerderheid hebben, aan hun tegenstanders in de verste verte niet gegund worden.

Dictatuur vinden zij hier machtsmisbruik, maar in Duitsland daarentegen de juiste machtsuitoefening. Tegenover Nederlanders gebruiken zij het woord dictator als scheldwoord, maar in Duitsland is ’t de hoogste erenaam. Zo maakte het een zonderlinge indruk, dat de N.5.8.-er, de heer Van Vessem, in de Eerste Kamer sprak van het dictatoriale optreden der Kamer-meerderheid en toen hij terecht door den voorzitter wegens het gebruik van het woord „misleiding” tot de orde werd geroepen, klaagde hij, dat deze hem op een dictatoriale wijze belette te spreken.

Hier eist de nationaal-socialist alle vrijheid, terwijl in de Rijksdag de leden alleen Heil

Hitler! mogen roepen en voor mogen stemmen; hier de vrijheid, om ook de malste en grofste en lasterlijkste dingen te zeggen en te schrijven en in Duitsland voor het woord, dat aan de regering onwelgevallig is, het concentratiekamp. De Duitse minderheid in andere landen broeders in nood, die bevrijd moeten worden en beschermd tegen de mishandeling, die om wraak roept. Maar de Joodse minderheid in Duitsland vernederd, beroofd en verschopt.

Tioeeërlei weegschaal is den Heer een gruwel, zegt de profeet.

Alcohol en auto

Gewoonte maakt blind voor gevaar en een kwaad maakt des te minder indruk, hoe vaker het zich herhaalt. Wij huiveren nog bij het woord kinderverlamming, maar menigeen heeft gelezen, dat er altijd enkele gevallen van deze gevaarlijke ziekte met haar menigmaal vreselijke gevolgen voorkomen en dat stelt hen enigszins gerust. En als de vrees minder wordt, neemt gewoonlijk ook de voorzichtigheid af. We denken hier aan het ontzettend aantal verkeersongelukken, die men al meer gaat beschouwen als een noodzakelijk kwaad, een onvermijdelijke schaduw bij al het gerief en het voordeel van het moderne verkeer. De vele middelen, om het snelverkeer minder gevaarlijk te maken, hebben de voortdurende stijging van het aantal verkeersongelukken niet kunnen keren. En berichten er over verschrikken ons niet meer; wij zijn er aan gewoon geraakt. Is de eerbied voor het mensenleven, een zuiver kenmerk der zedelijke beschaving, volgens Schweitzer zelfs de grondslag der religie, dan zo verzwakt? ledere week lezen we wel van een ongeluk door een dronken chauffeur veroorzaakt. De auto vereist volkomen nuchterheid; een weinig alcohol doet al schade aan de reactie van de gedachte tot öe daad. De chauffeur moet bovenal snel en juist handelen, anders kan een mensenlichaam verminkt worden, een leven verloren gaan. Er wordt een krachtige propaganda gemaakt voor alcoholvrij snelverkeer, maar ook hier doet de gewoonte kwaad; men raakt aan de waarschuwingen der propaganda gewoon en wordt er doof voor. De justitie, die heeft te waken voor de veiligheid der burgers, bestraft over het algemeen de verkeersdelicten, ook wanneer er alcohol In het spel is, niet zwaar. De vorige week Is de zaak berecht van een cand.-notaris, die zwaar beschonken achter het wiel zat en een bakfiets aanreed. Toen hij aangehouden werd door een marechaussee, ontvluchtte hij. Bij de achtervolging reed hij nog tegen een boom, maar hij reed door, totdat hij door een defect moest stoppen. Onder verzet kon hij tenslotte gearresteerd worden. Hij beging verschillende overtredingen. Wegens dronkenschap als chauffeur werd hij tot een boete van ƒ5OO veroordeeld; wegens het niet-stoppen op bevel van de politie werd twee weken gevangenisstraf tegen hem geëist. Bovendien wordt het rijbewijs hem voor een jaar onthouden.

Een dronken chauffeur is even gevaarlijk als een tijger op de weg. Het is een gelukkig toeval, dat in dit geval niemand gewond of gedood werd. Voor een heer is het erg, om twee weken in de gevangenis te zitten. Liever zou hij waarschijnlijk tweemaal zoveel boete betalen. De gevangenis brengt schande mee; de boete niet. Wie werkelijk heer is, vermijdt echter de schande, een gevaar voor anderen op de weg te zijn en ook, om zich een stuk m de kraag te drinken. Na een jaar kan de man opnieuw zijn auto besturen en misschien in dronkenschap een ernstig ongeluk veroorzaken. De wet laat echter niet toe een rijbewijs voor langer dan een jaar te ontnemen. De justitie is vaak te zacht in haar bestraffing voor verkeersmisdadigers, maar de wet is het in dit opzicht zeker ook. Een dronken chauffeur moest men zijn rijbewijs voorgoed ontnemen, althans voor veel langere tijd, dan nu mogelijk is. Dan zou het aantal verkeersongelukken, veroorzaakt door of in verband met dronkenschap van den chauffeur, zeker afnemen.

Benzine en alcohol zijn beide gevaarlijk, maar uiterst gevaarlijk, als zij samengaan.

J. A. BRUINS.