is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1938, no 6, 05-11-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Zweedse Broederschapsbeweging

11.

r\ e Zweedse Sociaal-democratische Arbei- ders-Partij (S.A.P.) is zodanig georganiseerd, dat verreweg de meeste leden collectief aangesloten zijn. Een vrouw wordt lid van de sociaal-democratische vrouwenbond en als zodanig lid van de partij, een journalist kan zich bij de partij aansluiten door lid van de sociaal-democratische vereniging van employé’s te worden en elk lid van een christensociaal-democratische groep is automatisch partijlid, doordat de Bond van Zweedse Christen-Sociaal-democraten (Sveriges Kristna Socialdemokraters P’örbund; S.K.S.F.) collectief, als „speciaal-verbond”, bij de S.A.P. aangesloten is. De christen-sociaal-democratische bond en de in zijn orgaan van een anti-godsdienstige opvatting getuigende sociaal-democratische vrouwenbond zijn dus onderdelen van een en dezelfde partij en zij kunnen het daar uitstekend met elkaar vinden. De gemeenschappelijke idealen verenigen, de afwijkende opvattingen der verschillende categorieën komen in de partij op de achtergrond. De partij is de allen-omvattende organisatie van de sociaal-democraten, of die sociaaldemocraten dan als vrouwen of als studenten of als christenen nog afzonderlijke groepen vormen, is van minder belang.

De christen-sociaal-demccraten zijn in de partij, tegenover de partij-als-geheel, volkomen gelijkgesteld met andere groepen. Zo wordt de jaarvergadering van de S.K.S.F. steeds door een der leidende figuren uit de S.A.P. dit jaar bijvoorbeeld de minister van sociale zaken Möller als vertegenwoordiger van het partijbestuur bij gewoond en zo laat de plaatselijke federatie zich doorgaans ook op belangrijke openbare vergaderingen van christen-sociaal-democratische groepen vertegenwoordigen.

Deze gelijk-berechtigdheid is echter als motief aangevoerd, toen de Stockholmse federatie voor de jongste gemeenteraadsverkiezing weigerde, ook maar één der christen-sociaaldemocraten een kans-gevende plaats op haar candidatenlijst in te ruimen. De christensociaal-democratische candidaten mochten dan nóg zulke goede christenen en nóg zulke trouwe partijleden zijn, in de gemeentepolitiek waren zij volgens het federatiebestuur van zo weinig betekenis, dat men hen niet als christenen een bijzondere plaats kon geven. Zodat zij tenslotte hun eigen lijst opgesteld hebben, die vele nieuwe stemmen en twee mandaten voor de sociaal-democratie heeft opgeleverd.

Het prestige van de christen-sociaal-democraten in de partij is hierdoor zeker aanmerkelijk gestegen, men zal tenminste hun waarde voor de partij als stemmenwervers in een tot nu toe voor de sociaal-democratie gesloten kamp moeten erkennen en waarschijnlijk heeft dat grotere waardering voor de christensocialisten als zodanig, grotere belangstelling in de arbeidersbeweging voor hun streven en hun opvattingen óók, tengevolge. Bij velen zal althans de antipathie wijken tegen alles, wat kerkelijk of godsdienstig is, een antipathie, die zijn historische oorzaak heeft in de wijze, waarop de kerkelijken vroeger tegen de „materialistische, atheïstische” arbeidersbeweging zijn opgetreden of door de burgerlijke partijen soms tegen haar zijn opgezet.

De deelneming aan de Stockholmse verkiezing zal vermoedelijk een historisch feit in de geschiedenis van de christen-sociaal-democratische beweging in Zweden worden, niet om het directe resultaat van twee zetels en rond elfduizend stemmen, maar om de gevoigen, die ervan te verwachten zijn.

De beweging is nog jong, het is pas dertien jaar geleden, dat in het „vrijkerkelijke” centrum örebro de eerste christen-socialistische groep gesticht werd, het weekblad ~Broderskap”, waarnaar de beweging algemeen de Broederschapsbeweging genoemd wordt een veel mooiere en meer zeggende naam dan

Sveriges Kristna Socialdemokraters Förbund is pas in zijn elfde jaargang en eerst het volgende jaar zal de landelijke organisatie haar tweede lustrum kunnen vieren. Het aantal groepen bedraagt thans ongeveer 125, het ledental is •de 2700 gepasseerd en ~Broderskap”, dat van de eerste October af in een eigen drukkerijtje wordt verzorgd, verschijnt geregeld in 7 a 8 duizend exemplaren. Dat het aantal leden slechts goed een derde deel is van het aantal exemplaren van het orgaan, houdt natuurlijk verband met het feit, dat er met Broderskap gecolporteerd en gepropageerd wordt, maar duidt er voorts op, dat het aantal op het blad geabonneerde niet-leden vrij wat groter is dan het ledental. De eersten zijn zeker niet alleen in de eenzaamheid wonende geestverwanten, die door de lange Zweedse afstanden aan greepwerk niet deel kunnen nemen, maar ongetwijfeld in belangrijke mate ook geestverwanten, christen-socialisten, die om de een of andere reden geen lid van de sociaal-democratische partij willen worden. En elk lid van de S.K.S.F. is, zoals gezegd, automatisch lid van de S.A.P.

Dit laatste kan geen verwondering wekken, wanneer men weet, dat de Broederschapsbeweging haar leden van de aanvang af uit de ~vrijkerkelijke” kringen heeft gerecruteerd, dat verreweg de meeste leden eerst christenen waren en later pas socialistisch zijn gaan voelen of zich hun socialistische standpunt bewust zijn geworden. Deze „vrij-kerkelijke” kringen omvatten de zogenaamde „reveilbewegingen”, de ~nieuw-bekeerden”, en zij zijn dus geenszins vrijzinnig-godsdienstig. De naam vrij kerkelijk houdt verband met het feit, dat zij zich van de staatskerk afgezonderd hebben, dat zij wel een formele band met de alles-omvattende „volkskerk” bewaren, maar hun eigen godsdienstoefeningen houden en hun eigen kerkelijke organisaties en seminaries hebben. Politiek behoren deze orthodox-christenen hoofdzakelijk tot de liberale, links-burgerlijke. Vrijzinnige Volkspartij, zodat zij, die zich rond ~Broderskap” aaneengesloten hebben tot de S.K.S.F., in politiek opzicht dus feitelijk een radicale vleugel, de sociaal-democratische, vormen. Maar daarnaast zijn er in de Broederschapsbeweging dan ook velen, die van den beginne af overtuigde sociaal-democraten waren, partijgenoten. die tot het christendom gekomen zijn, tot het „practisch christendom” der christensocialisten.

Over de beginselen van dit practisch christendom, van dit christen-socialisme, behoeft hier niet uitgeweid te worden. Zij vallen over het algemeen samen met die van onze beweging dat kan moeilijk anders ook al is de werkwijze van de Zweedse groepen en de sfeer, die er in hun kring heerst, anders dan wij dat gewoon zijn. Enerzijds oefent de sterke orthodox-christelijke inslag haar invloed uit, anderzijds maken verschillen in volksaard verschillen in werken en streven verklaarbaar. Beide factoren dragen er bij voorbeeld toe bij, dat ~Broderskap”, dat het ~Weekblad voor het Zweedse huisgezin” heet, wel heel sterk van „Tijd en Taak” verschilt, dat het een stichtelijke feuilleton, uit de dagbladen geknipte varia en andere lectuur van zeer algemeen karakter bevat, die in elk ander kerkelijk blaadje op zijn plaats zou zijn, terwijl het maar betrekkelijk weinig inhoudt, waaruit een religieus-socialistische geest spreekt. En zo doet het ons ook wel enigszins vreemd aan, dat in de leidraad voor het werk der groepen aangeraden wordt, bijeenkomsten zorgvuldig voor te bereiden, omdat „God’s zegen vaak tengevolge van te

slordige voorbereiding” uitblijft. Maar omgekeerd zai een Zweedse christen-sociaal-democraat het vreemd vinden, dat Nederlandse geestverwanten hun bijeenkomsten niet met bijbellezing plegen te beginnen of dat „Tijd en Taak”, net als een krant, vaste binnenen buitenlands-politieke rubrieken heeft en zijn lezers voorlicht over pas-verschenen boeken, zonder dat die nu bepaald stichtelijk zijn.

De practische zakelijkheid van de Zweden, hun voorkeur voor realiteiten boven idealen, hun neiging om alles te organiseren en te bestuderen, zet noodzakelijkerwijs ook op het werk der christen-sociaal-democraten zijn stempel. Zij houden vergaderingen met gedachtenwisseling, zij vormen plaatselijke studiekringen soms in samenwerking met andere christelijke verenigingen, met het instituut vcor arbeidersontwikkeling, met de sociaal-democratische jongerenclubs of een geheelonthoudersvereniging zij hebben van de zomer hun eerste kamp gehad en koesteren ernstige plannen om ergens in Dalarne een eigen tehuis te stichten om er cursussen te houden en om een gelegenheid te scheppen, waar men samen met geestverwanten van vacantievrijheid en zomerzon genieten kan. In dat kamp is veel volgens sommigen te veel tijd besteed aan bijbelstudie. In de studiekringen, die advies bij den landelijken studieleider kunnen inwinnen, bedrijft men studie van bijvoorbeeld elementaire staatsinrichting, de coöperatie, een boek van Kagawa, het vredesvraagstuk, de geschiedenis van de zending of van de vakbeweging. En in het uitvoerige handboek kan men onder meer de raadgeving vinden om de christen-socialistische opvattingen in de practijk te brengen, door deel te nemen aan de arbeid van voogdijen armenraden of door het initiatief te nemen tot plaatselijke sociale verbeteringen, zoals de instelling van een bureau voor beroepskeuze of de benoeming van een wijkzuster, die afgesloofde arbeidersvrouwen het werk in huis verlichten moet.

Maar boven alles staat als voornaamste doel toch het tot stand brengen van beter wederzijds begrip tussen arbeidersbeweging en christendom. „Wij willen eerbied voor het christendom wekken in de arbeidersbeweging en wij willen de religie in nauwer contact brengen met de werkelijkheid, haar laten werken voor een betere samenleving.”

Het „Uw wil geschiede gelijk in den Hemel alzo ook op aarde” is de leus dezer beweging en de broederschap der mensen, de broederschap, waarnaar zij zich noemt, is haar alomvattende ideaal

Zij is er in geslaagd, in de arbeidersbeweging respect te verwerven, niet alieen omdat zij nieuwe groepen tot de partij heeft gebracht, maar ook omdat zij in deze materialistische tijd voor geestelijke waarden opkomt.

Zij wekt in de christelijke kringen, waaruit zij voortgekomen is en waarmee zij nauw contact onderhoudt, steeds meer begrip voor de politiek van sociale en economische rechtvaardigheid der Zweedse sociaal-democratie, voor de politiek, welke haars inziens „het meest passende instrument voor een christelijke wereldhervorming” is.

Dat dit werk op twee fronten krachtig en in religieus-socialistische geest voortgezet zal worden, waarborgt de persoonlijkheid van den man, die van de oprichting af de bondsvoorzitter, de stimulerende leider is geweest: Bertil Mogard, een arbeidersjongen, die op de Jönköpingse lucifersfabriek werkte ’t ene halfjaar, om ’t andere halfjaar de middelbare school te kunnen volgen, die arbeider was en dominee werd en nu de staatskerkelijke opperpredikant is van Högalid, de Stockholmse parochie, die in hogere mate een arbeidersbevolking telt dan een der andere hoofdstedelijke parochies.