is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 16, 14-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In onze maatschappij met haar verbijsterend snelle tempo krijgt de man met initiatief, die risico durft te nemen, kansen, die hij in de middeleeuwse maatschappij, met haar gesloten standen, niet kreeg. Het arbeidsproces is nu meer dan ooit fundamenteel voor de ganse maatschappij. Onderwijs en opvoeding staan dan ook in hoofdzaak in dienst van het arbeidsproces. Het arbeidsproces vertoont een steeds grotere differentiatie, dus het onderwijs ook, zelfs de... Universiteit. Ons onderwijs is derhalve in al zijn vertakkingen utilistisch en rationalistisch.

„Wat doe je er mee?”, is de allesbeheersende vraag. Deze eis is typisch negentiende eeuws, zal hij ook voor de twintigste eeuw gelden? Hoe de twintigste eeuwse maatschappij zal worden, weten wij nog niet; wel weten wij, dat zij in tegenstelling met de negentiende eeuwse, collectivistisch zal zijn, en niet individualistisch. In de twintigste eeuwse democratie zullen de karaktervolle begaafden naar voren moeten komen. Daartoe zullen de resten van stands- en klassenverschillen overwonnen moeten worden en de in de arbeidersmassa sluimerende krachten opgewekt worden.

Waar gaat het nu om? Welke doelstelling hebben wij bij onze opvoeding? Bij het antwoord op deze vraag .spreekt de levensbeschouwing het beslissende woord.

Dr. Banning gaf de volgende, ruime formulering: „Het gaat als doel hierom, dat de mensen bewust deel krijgen aan het geestesrijk der vrijheid”. De opvoeding hiertoe eist persoonlijkheid van opvoeder, maar ook van opvoedeling. De ontwortelde massa’s van onze moderne tijd vormen een grote belemmering om hiertoe te komen. De democratie zal de lange, moeizame weg der geestelijke waarden moeten gaan. „Hardrijden op de lange baan” noemde dr. Banning dit. De tragiek hierin gelegen, schuilt in het feit, dat deze gang ten enenmale in strijd is met het tempo van onze maatschappij. PasÈisme en nationaal-sociaUsme pakken deze zaak dan ook anders aan!

De zo karaktervormend werkende jeugdbeweging kan een belangrijk hulpmiddel voor de democratie zijn, n.l. door kem-vorming m de grauwe massa.

Dr. Langeveld besprak in een tweetal lezingen de nieuwe inzichten der paedagogiek. In deze lezingen heeft hij ons enkele dingen wel zeer duidelijk gemaakt. Ten eerste, dat het met de paedagogiek als wetenschap op het ogenblik verre van rooskleurig gesteld is. Enkele alleenstaande mensen doen nog wetenschappelijk werk van betekenis, doch nergens vormt zich een „gestalte”, een systeem. Op' het ogenbhk hangt de paedagogiek als wetenschap aan een zeer klein aantal mensen.

Ten tweede, dat alle gepraat over opvoeding, zonder opvoedings-ideaal, zonder een mens- en wereldbeschouwing, de naam van paedagogiek niet verdient.

Ten derde, dat opvoeden vooral in onze gejachte, op persoonlijke succesjes ingestelde maatschappij een moeilijk werk is, omdat het betekent: Idealen stellen en niet verwezenlijken.

Ten vierde, dat de paedagogische vorming, die men een mens kan geven, is hem tegenover zichzelf te stellen.

Mogen deze vier punten een nogal pessimistische indruk wekken; zij, die met mij dr. Langeveld gehoord hebben, weten, dat aan zijn beschouwingen in mineur een geloof tot gronslag lag, n.l. onze solidaire verantwoordelijkheid voor het komend geslacht.

Mej. Gorter sprak over: De onderwijzersopleiding De huidige driejarige opleiding zou spreekster vervangen wensen door een vijfjarige, waarbij gebroken zou zijn met de gedachte van de algemene ontwikkeling. Thans krijgt de toekomstige onderwijzer van alles een beetje en niets werkelijk goed. Dit heeft niet alleen een tekort in de intellectuele vorming tot gevolg, maar is ook een gevaar voor de groei van den mens, een gevaar van misvorming door halve kennis. Het onderwijs eist persoonlijkheid, want het is zulk een persoonlijk werk.

■Vrijdagmorgen sprak dr. Idenburg in een uit de aard van zijn beroep en onderwerp zeer gedocumenteerd betoog over: De plaats van het onderwijs in ons volk. De spreker behandelde dit onderwerp eerst uit een materiële en vervolgens uit een geestelijke gezichtshoek. Uitvoerig behandelde dr. Idenburg de houding van de verschillende maatschappelijke en religieuze groeperingen in ons volk t.o.v. de school. Hij wees erop, dat universiteit en hogeschool toch feitelijk buiten de gezichtskring van den gemiddelden Nederlander hggen en dat dit geen goede voorwaarde vormt voor belangstelling. Voorts, dat de werkloosheid, die vooral de groep der ongeschoolde arbeiders, waartoe een vierde deel van het Nederlandse volk behoort, teistert, een zekere doffe onverschilligheid voor school en onderwijs met zich meebrengt.

De houding ten opzichte van de school variëert van de onverschilligheid van den ongeschoolden arbeider tot de welwillende houding van den geschoolden arbeider; van de zelfzuchtige houding van den burger, die de school louter ziet als middel tot maatschappelijke opklimming voor zijn kinderen, tot de betrekkelijke waardering van den

patriciër, die in de school een instituut ziet tot vorming (gymnasium). Bij de Katholieken heeft de kerk een hogere opvoedingsplicht en is de school een schepping van de kerk. Bij de Protestanten is het gezin het opvoedings-centrum, de school kan als' aanvulUng daarop fungeren, doch blijft slechts surrogaat. Uit het betoog van dr. Idenburg bleek, dat de plaats van de school in ons volk, de resultante is van tal van factoren en dat die leiden tot een complex van waarde-oordelen. Tot slot stelde spreker de vraag: „Heeft het Nederlandse volk geloof In ons onderwijs?” Het geloof in de school ging teloor sinds men inzag, dat verbeteringen van inzicht ons nooit de heilstaat zal brengen. De school moet tot taak hebben de Nederlandse traditie levend te houden. Hoe zou een school, die aan de diepste waarden voorbijgaat, in ons volk kunnen leven?

De laatste lezing werd gehouden door mevr. Kuin-Harttorff. Zij sprak over de vraag: Is opvoeding tot volksgemeenschap het hoogste doel? Zij begon met de vraag: Wat is gemeenschap? Haar antwoord was: Het wezenlijke is een geestelijke binding. De natuurlijke binding van het gezin betekent nog niet, dat dat gezin een gemeenschap is. In een gemeenschap is het ik-bewustzijn verruimd. Daaruit volgt, dat een werkelijke gemeenschap persoonlijkheden veronderstelt. Dit betekent niet, dat een persoonlijkheid geheel op moet gaan in de gemeenschap, neen, gemeenschap heeft intermitterend plaats. De eisen voor een volksgemeenschap zijn dus duidelijk.

De volgende vraag was: Waarom is in ons land geen werkelijke volksgemeenschap? Spreekster zag twee oorzaken: De weinige kermis van onze cultuur en de te grote onwezenlijke tegenstellingen in ons volk. De eerste oorzaak moet door algemeen goed onderwijs weggenomen worden. De tweede achtte mevrouw Kuin belangrijker: de onwezenlijke tegenstellingen, die er bestaan tussen stad en platteland, tussen marmen en vrouwen, tussen werkenden en werklozen moeten opgeheven worden, anders zou er wel eens een schijngemeenschap kunnen komen. Het is bijv. onzin, dat in één volk de socialisten en de Calvinisten elkaar zouden moeten tegenwerken: dit zouden aanvullende krachten moeten zijn.

Toen aan de kern van haar betoog komend, vroeg mevrouw Kuin zich af: „gesteld dat Nederland een waarachtige volksgemeenschap zou worden, zouden we er dan zijn?”. Zou leugen geoorloofd zijn om de volksgemeenschap te handhaven? Natuurlijk niet! Kennelijk hebben wij dus een hoger doel voor ogen. Wij kunnen aan de idee van de volksgemeenschap geen normen ontlenen, dat kunnen wij slechts aan onze mens- en wereldbeschouwing. Voor een religieus mens gaat •de bestemming om in gehoorzaamheid te leven t.o.v. God boven de gehoorzaamheid aan de mensen dus ook boven die aan de volksgemeenschap.

Mevrouw Kuin ziet de opvoeding tot volksgemeenschap slechts als een noodzakelijk onderdeel van de opvoeding tot het hoogste doel. Een grote moeilijkheid vormen de onpersoonlijke moderne massa’s. Deze massa’s hebben instinctieve bindingen nodig. Deze massa’s moeten met behulp van de moderne middelen door eerlijke suggestie gebonden worden en door het vormen van kernen, die opvoedkundig op de massa’s kunnen Inwerken.

Ik weet, dat ik door dit verslagje geen recht gedaan heb aan de inleiders, niet slechts door mijn zeer beknopte samenvatting, maar ook doordat hun inleidingen gedragen werden door hun niet weer te geven persoonlijkheden. Een gebaar, het strijken van dr. Banning door zijn kuif bijv., een accent, een wijze van zeggen, kunnen iemand typeren, het gesprokene relief geven tegen zijn persoonlijkheid en de hoorders het gevoel geven in nauw con-

tact te staan met een levend mens. Rest mij tot slot den heer Schippers dank te zeggen voor zijn stijlvolle leiding en te herinneren aan wat hij in zijn slotwoord zei: dat het door ons te Bentveld bedreven intellectualisme slechts zin heeft, wanneer de verplichting, die wij hebben in het gezin en in de school, ons meer bewust geworden is en wij derhalve ernst maken met onze zelfopvoeding. K. V. d. E.

Kortehemmen: Internaat 2—7 Jan. 1939 Het was voor de tweede keer, dat ik een internaat van de Arbeidersgemeenschap in Kortehemmen meemaakte. Eerst als je er komt tenminste als je er voor het eerst bent is het allemaal een beetje vreemd. Maar het duurt niet lang, of je krijgt er een heel ander gevoel. Eerst ziet men wat in het rond naar het prachtig, eenvoudig gebouw. Een prachtige eetzaal, waar we ons het eten best lieten smaken, en dan de mooie slaapkamertjes met centrale verwarming en waterleiding! Maar wat voor mij het mooiste is, dat is het inzicht, dat men hier krijgt op geestelijk en sociaal gebied. Als ik hier vandaan kom, voel ik mij als een ander mens.

Wij waren met een 40 mensen bij elkaar van verschillende richting. Van niemand heb ik ook maar één klacht gehoord wat het internaat betreft. Over de prachtige inleidingen, die werden gehouden door ds. Ruitenberg, mej. ds. Soutendijk en ds. Moulijn werd veel gediscussieerd, veel onder elkaar besproken, maar steeds was het vriendschappelijk. Veel werd er gevraagd en op bevredigende wijze beantwoord. Natuurlijk waren er ook vragen, die niet konden worden beantwoord, maar die zullen er wel altijd blijven. Prachtig was ook het verhaal van ds. Bakker over „Stiefmoeder Aarde”, dat er in ging als koek. Ik hoop, dat vele werklozen nog een internaat in het gemeenschapshuis te Kortehemmen mogen bijwonen. Winsum Gr. L- P-

Friezin, 36 jaar, BIEDT ZICH AAN ALS JUFFROUW VOOR DE HUISHOUDING. Brieven onder no. A 4430, bureau v.d blad.

Een Dubbele Geruststelling

Vrouw en kind beschermd als de verzorger te vroeg mocht heengaan óf een flinke som gelds voor vaders en moeders oude dag ziedaar wat U tegen een kleine jaarlijkse premie bij de Centrale klaarspeelt.

En ... als U democratisch denkt, hebt U nóg een reden om Uw verzekering bij de Centrale af te sluiten; want de Centrale steunt financiëel de moderne arbeidersbeweging en vele sociale arbeid.

üeïïïrale^™^ ArbeiderS'Verzekering Rlinstraat 28 – Den Haag