is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 18, 28-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSE KRONIEK

Verzinkende vrede

/_J et is een vreemd iets, maar ondanks alles, J- J- ondanks de honger en de misère en het ernstige nieuws van de laatste dagen, hen ik nooit meer tevreden geweest met de plaats waar ik hen en nooit gelukkiger... Ik wilde, dat de mensen in Engeland zich konden realiseren, dat dit één van de weinige fatsoenlijke democratische landen is, die er zijn overgebleven, en dat het voor zijn leven vecht en verdient geholpen te worden.

Het is misschien goed, dat wij deze indruk van een Engelsman, die in Barcelona hulpwerk verricht, in ons geheugen prenten. De wereld is hard tegenover den verliezer, en vooral, wanneer zij zich niet vrij van schuld weet voor de nederlaag. Het republikeinse Spanje staat er slecht voor en het zal, ondanks alle sympathie van de machteloze massa’s, het lot van den geslagene bitter te voelen krijgen. Laten wij in onze gedachten de honderdduizenden, die op dit ogenblik naar lichaam en geest gepijnigd worden in een onverdiende nederlaag, geen ogenblik uit onze gedachten verliezen.

De moed der wanhoop, die ons tot op het laatst aan een wonder deed hopen, een herhaling voor Barcelona van het „wonder van Madrid”, is ons ontzonken. Al zal de strijd in Spanje stellig niet eindigen, zelfs na een verovering van Barcelona, dan is toch niet in te zien, hoe ook Valencia en Madrid, geïsoleerd van de buitenwereld, zich op de duur zullen staande houden. Alle heldenmoed, alle doodsverachting, alle weerstand moet tenslotte bezwijken, wanneer met lege handen gestreden wordt tegen een vijand, die over een overmaat aan allermodernst materiaal beschikt. En wie koestert de illusie, dat de westerse mogendheden, Amerika incluis, na wapens geweigerd te hebben aan een Spanje, dat nog een goede kans bezat, thans materiaal zullen verschaffen aan een verloren zaak?

Alle be2rweringen van Blum en Eden, de vaders van een niet-inmengingspolitiek, die, verlengend en vervalst, tot haar tegendeel is verkeerd, ten spijt, ziet de wereld met een fatale lijdzaamheid toe, hoe een der belangrijkste bolwerken van de democratie in West Europa door het dictatoriale geweld tegen de grond wordt gerammeid. Waarom zouden wij hier uiting geven aan de machteloze woede, die ons doordringt bij de gedachte aan de harteloosheid, waarmee het Engeland van de Chamberlalns een heel volk heeft opgeofferd aan wat voor iedereen van te voren als een hersenschim werd beschouwd? Welk een walging vervult ons, wanneer wij dezen sjacheraar met de lotgevallen der volkeren glimlachend de hand zien reiken aan den man, die zijn vliegtuigen bij drommen uitzond om een vreedzame bevolking uit te moorden, alles ter wille van een grenzenloze machtswaan. Chamberlain betuigde aan het eind van zijn reis naar Rome, dat hij meer dan ooit van de goede trouw en de goede wil der Italiaanse regering overtuigd was. Alsof de hele Italiaanse politiek niet een eindeloze keten van leugens en bedrog was geweest. Wien de Goden verderven willen, slaan zij met blindheid...

En weinig minder bitter is ons oordeel over Frankrijk, het Frankrijk van de Bonnets, de Daladiers en de Flandins. Wat baat het, dat de Franse minister-president dreigende taal uitslaat in de Franse overzeese koloniën, waarop het democratische Frankrijk trouwens waarlijk niet uitermate trots behoeft te zijn, wanneer terzelfder tijd een zustervolk, dat in zijn democratisch voelende meerderheid met hart en ziel zich met de Franse republiek verbonden gevoelt, lafhartig en kortzichtig in de steek wordt gelaten. ' De Franse regering laat rustig de Spaanse kwestie en de verontrusting, die haar ontwikkeling in de Franse openbare mening heeft opgewekt, dood-praten in de Kamer, zeker van

een uiteindelijke meerderheid, die zich maar al te graag achter schoon-schijnende illusies verschuilt om beslissingen te ontwijken, die telkens in onheilspellender gedaante zullen herrijzen.

En tenslotte, wanneer wij anderen zoveel verwijten, zijn wij zelf zonder schuld tegenover deze Spaanse kameraden? Laat ons daarover maar zwijgen. leder onzer zal trouwens aan den lijve ondervin'den, wat de ondergang van de Spaanse democratie voor Europa betekenen zal. Het is mogelijk, dat thans ook het Spaanse volk zich voegt bij al diegenen in Europa, wier enige hoop is gericht op een algemeen conflict, dat ons hele werelddeel in de smeltkroes zal werpen. Wie is er van ons, die zich daarvan heil belooft? Maar waaraan zouden wij het hebben verdiend, dat dit onheil ons bespaard zal blijven? Genève en Vaticaan

T emidden van het oorlogsrumoer en de diplo* matieke roerigheid is Genève zo iets als een retraite geworden, waar een kleine, steeds slinkende schare vredesmonniken tesamen hokt en van tijd tot tijd een aantal leidende staatslieden eens even van hun beslommeringen komen uitblazen. Toch leek het een ogenblik, alsof de Volkenbond zou worden opgeroepen uit de vergetelheid, waartoe de grote en kleine mogendheden in hun eigengereidheid en kortzichtige vrees hem hadden veroordeeld. Was het geen demonstratief gebaar van Lord Halifax, regelrecht uit het land, waarin voor de ~valse Goden van Genève” alleen maar baat bestaat naar de Volkenbondsraad te tijgen? Helaas ook deze hoop bleek ijdel. Want het is de speciale taak van de Engelse delegatie geweest, elk initiatief en iedere al te duidelijke uitspraak van het instituut, dat toch minstens het internationale recht gehoor dient te verschaffen en dit recht voor de wereldopinie althans in naam hoog te houden, in de kiem te smoren.

Men heeft ons medegedeeld, dat Del Vayo en Wellington Koo in Genève meer dan ooit de sympathie hebben gewonnen voor de zaak, die zij daar te bepleiten hadden. Maar wat baat die sympathie en wat baten zelfs allerlei onderhandse toezeggingen, die met name aan China zijn gedaan, wanneer de particuliere politiek van bepaalde grote mogendheden de Volkenbond ertoe dwingt, elke openlijke veroordeling van de misdadigers onder de staten na te laten.

Het is ons onbekend, of er in de raadskamer van de Volkenbond een beeltenis van Vrouwe Justitia prijkt: maar wellicht zou men dan goed doen, de blinddoek van de ogen naar de mond te verplaatsen. Er is niemand, die op dit ogenblik van de Volkenbond een krachtproef eist, die stellig zijn einde zou betekenen. Maar het minste, dat wij van Genève zouden kunnen verwachten, is de spreekbuis te zijn voor het wereldgeweten.

Er is nog een internationale instelling, wier voornaamste taak op geestelijk en moreel gebied gelegen is. Het is de katholieke kerk. Men verzekert ons, dat de Engelse ministers, met name Lord Halifax, die een vroom man moet zijn, uitermate getroffen zijn door het beroep, dat de Paus op hen heeft gedaan om de christelijke beschaving, de rechten der minderheden, het beginsel van de fundamentele gelijkheid van alle rassen, naties en mensen, te verdedigen.

Er waren ook berichten, dat het Vaticaan meer begrip ging tonen voor de werkelijke religieuze noden in Spanje zonder daarbij elk contact met de veel gesmade republiek af te snijden. Des te bitterder is daarom de teleurstelling, wanneer in het pauselijke orgaan, de „Osservatore Romano”, dezer dagen nogmaals in alle felheid tot een absolute veroordeling van het „rode” Spanje wordt overgegaan. Het is naar aanleiding van de rede van een katholieken Spaansen rechtsgeleerde, die ver-

klaarde, dat een katholiek zowel de ene als de andere partij in Spanje zou kunnen aanhangen een stelling, door vele Franse katholieken onderschreven en openlijk betuigd dat het Vaticaan zich nogmaals volkomen solidair verklaarde met de zaak van Franco. Het is niet alleen voor de kerk zelf, maar voor een gehele, met ontreddering bedreigde, mensheid een noodlottig teken, dat één der morele centra van de wereld op dit ogenblik, nu Franco met handen en voeten aan de totalitaire staten gebonden is, het lot van het Spaanse katholicisme on voor waardelijk verbindt met dat van brute en genadeloze reactie.

Voorbereiding j, toegeven aan een neigin°- tot v, ® aan een neigin„ rot pessimistische zwaarwichtigheid, wanneer neergeschreven wordt dat wu nns ho komende maanden op ernstige situaties zullen voorbereidem Ook af wfS >"egentig procent van aUe alarmerende berichten op rekening van een gerat finoorHa op leicening van een gerat Sneerde propaganda te schrijven, welke óf uitgaat van regeringen, die hun huidige dadenloosheid dekken met zwaartillende betogen over een sombere toekomst, óf eenvoudig door het wanenkanitani wordt p-phono _ overblijvende tien procent is nog hachelijk genoeg.

Daar is allereerst altiid weer Snanie Hop i, f ■ j weer, Spanje. Hoe „burgeroorlog” aldaar naderen al is het misschien slechts . rf- slechts “ voorbarige verbeelding der dictatoriale machten hoe zwaarder het internationale SLt “lial« van dê sïaaSl kwestï word' Maar daarnaast is er Duitsland Laten alle gehuchten over een mobiiisatie in het voorjaar fantasie worden verwezen, financiële noodtoestand en de extremistische oplossing, welke men daarvoor heengaan van gchacht is géén fantasie. De miiitarisering mannen vóór en na de dienstplichleeftijd evenmin. In Genève, zo wordt ons bericht, was de meest optimistische voorspeloorlog niet vóór 1940 te vrezen 'zijn. Feit is, dat elk jaar uitstel een vermindering van de voorsprong betekent welke Duitschland op bepaalde gebieden der bewapeop de westerse mogendheden heeft behaald.

Wil dat nu zeggen, dat Duitsland doelbewust op een oorlog aanstuurt? Neen. Maar het betekent wel, dat de tijd voor verdere successen door middel van chantage inkrimpt. Wanneer Duitsland nog verder concessies aan het westen wU ontwringen, zal dit in een snel tempo moeten gebeuren. En die tempo-versnelling is op zichzelf een gevaar.

De grootste bedreiging voor de toekomst steekt daarin, dat de leiders der totalitaire staten hoe langer hoe meer de beheersing van hun eigen „dynamische” politiek kwijt raken. Op financieel gebied is men stellig in het slop geraakt. Maar dit kan elk ogenblik ook op diplomatiek gebied gebeuren. Het is maar al te waarschijnlijk, dat Hitler in de Septemberdagen veel minder de situatie beheerste en zelfs doorzag, dan het resultaat de bewonderaars van succes heeft doen aannemen. Wie garandeert ons, dat achter de vergaande eisen, die Mussolini aan Frankrijk stelt, niet het Derde Rijk zit, dat Italië laat vóórgaan om, beter dan in September het geval was, van de steun van den as-genoot verzekerd te zijn? En wie kan de bezorgdheid onderdrukken, dat een dergelijk spel de spelers zelf verder zal meeslepen, dan zij ooit hadden beoogd? Wanneer dit jaar ons een nieuwe crisisperiode brengt, dan zijn wij meer dan in September 1938 gewaarschuwd. Dan zal een elk, die zich mede-verantwoordelijk voelt voor het gebeuren in deze wereld, de plaats en de rol moeten overwegen, die hij in dit drama moet innemen.

Er is een woord van Erasmus, dat zegt: „De vrede ligt grotendeels opgesloten in het feit, dat men hem wil met alle krachten van zijn ziel.” Die wil kan echter niet blind zijn; hij moet zich oriënteren aan de omstandigheden, waarin wij leven. Alleen een vredeswil, die zich rekenschap geeft van de werkelijkheid, kan de weg tot de daadwerkelijke vrede vinden. B. W. SCHAPER.