is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 20, 11-02-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

lii^aak.

ZATERDAG 11 FEBRUARI 1939 – No. 20 37STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD

ONDER REDACTIE VAN DR. W. BANNING ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 37STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40, PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 1 5 CENTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTEGIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

ZEKERHEID

Ik hoor de hoon, In zeer verschillende toonaard: zo zo, heb jij nog de moed om over ~zekerheid" je mond open te doen? maar hoor je dan niet de kreet van vertwijfeling uit mlllloenen harten opklinken, die eenmaal ook vurig hebben geloofd? Zij zijn hun God kwijt, radlkaal, of zij zijn hun geloof In de mens kwijt of hun geloof In de toekomst en het stralend-heerlijke socialisme het geloof, welk ook, bleek onwerkelijke romantiek, of zelfbedrog of misschien levensangst... Zie je dan niet, dat het socialisme door en door verburgerlijkt en vernuchterd Is, dat alle gloed en heroïsme uit het oude heldentijdperk verdween ... Wou je over God nog wat zeggen, nu de kerk opnieuw ... Ik hoor de hoon, In zéér verschillende toonaard, en zal me niet hoogmoedig en zelfverzekerd keren tegen hen, die deze scherpe en zo dikwijls verdiende kritiek over ons uitstorten. Er Is In deze zware tijden voor hoogmoed wel allerminst reden. Wie nog wat te zeggen heeft, kan het alleen doen vanuit een besef van armoede en schuld.

Toch: Ik kan niet ontkennen, dat bi| alle tv/ijfel, die Ik dikwels fel en bijtend In mij heb, twijfel vooral aan Instituten en bewegingen en mensen, aan theorieën en methoden van strijd of politiek, er enkele fundamentele zekerheden In mij leven, waardoor het alleen mogelijk Is om niet In wanhoop of doffe onverschilligheid te verzinken. Maar als Ik mijzelf de vraag stel: waaraan Ik mijn zekerheid ontleen, dan ben Ik mij sterk bewust een kind van deze onze eigen tijd te zijn (en wie zou hem durven verheerlijken?) Ik bedoel dit: twee wegen zijn vóór ons volstrekt onbegaanbaar. De eerste weg van hen, die zo nauwkeurig weten, wat God met allerlei gebeurtenissen precies voor heeft, die Zijn ~plan" precies kennen, en daaraan het gebeuren toetsen, en het komt altijd uit: natuurlijk moet Franco overwinnen In Spanje, want de roden zijn de ongelovigen; en Hltler Is een werktuig In Gods hand omdat hij het bolsjewisme toch maar heeft uitgeroeid, en Mussert heet een lief kind van God... Ik beken, dat dit soort, ~vroomheid" me opstandig maakt o, die weerzinwekkende onnozelheid, die meent precies In de werkkamer van Onze Lieve Heer thuis te zijn; het bederf van het beste Is het slechtste, zelden de oude Romeinen; nu, hier Is dat slechtste type van ... nee niet van godsdienst, want dit Is de In zijn tegendeel omgeslagen godsdienst; dit Is de slap-brave burgerlijkheid, die eigen Bezit en Veiligheid bovenal vereert, en deze belde tot góden verheft. Een tweede weg Is mij onbegaanbaar, de weg die de laatste drie eeuwen met zoveel geestdrift Is geprezen, en die ook het voor-oorlogse socialisme heeft beheerst: de weg van de menselijke wetenschap, die onwrikbaar zeker tot geluk en vrede en broederschap zou voeren. De wereld van natuur en maatschappij, van mens en geschiedenis werd gedacht als een wetmatig geordend geheel, uitsluitend door de wet van oorzaak en gevolg beheerst, en de mens had slechts deze wet te ontdekken om gelukkig te zijn ... De wijsgerige vraagstuk-

ken die hier liggen, laat ik rusten. Ik zeg alleen: dit moderne geloof in de wetenschap, deze ~religie der wetenschap" kan de onze niet meer zijn, de hier beleden zekerheden blijken steeds meer menselijke waan. Wie van ons gelooft in het socialisme, als de volgens de economen wetenschappelijk vaststaande uitkomst der maatschappelijke ontwikkeling? (geen econoom garandeert trouwens deze uitkomst!).

En toch: zekerheid, zij het gelukkig! een wetenschappelijk onbewijsbare. Er is in mij de zekerheid, dat een bloem zich keert naar het zonnelicht, ~naar zijn aard" zegt de Bijbel, en die zekerheid wordt niet ondermijnd door het overigens onmiskenbare feit, dat een aantal planten nooit tot bloem en vrucht komen, dat er vele worden vertrapt. Er is de zekerheid, dat het mensenhart zich keert naar vrijheid, dat in de mens dat onaantastbare is van het zichzelf rekenschap geven, van het vechten met zichzelf om de rechte weg te vinden, van de innerlijke strijd om iets van goedheid waar te maken; en geen dictatuur kan ooit raken aan het innerlijk rijk der gedachte, het oninlijfbare Rijk der Vrijheid, zoals Verwey het noemde. Er is de zekerheid, dat telkens weer, uit tijden van barre tyrannie en menselijke wreedheid, van vervolging en terreur, de kreet om gerechtigheid zich losworstelt uit die harten, die de moed hebben om te lijden aan het onrecht, die niet klagen en jammeren, maar leven en getuigen en strijden willen. Zoals boven een donkere in pijn en nood verzinkende aarde de sterrenhemel staat, in eeuwige hoge majesteit, zo staat boven het mensheidsleven met alle wreedheid en misdaad, de hemel der eeuwige waarden, ja ook in stille majesteit. Er zijn talloze nachten, waarin wij geen enkele ster zien wie twijfelt aan hun realiteit? Er zijn talloze perioden, waarin de mensheid de grote geestelijke waarden schendt maar wie twijfelt daarom aan hun geldigheid?

Stellig, wanneer men mij het feitelijk bestaande socialisme voorhoudt, de feitelijk bestaande kerk, de feitelijke democratie enz. dan is er alle reden tot kritiek, wil men, tot bezorgdheid en zelfs tot verzet. Maar bij alle gerechtvaardigde twijfel aan alles, ja aan alles wat van den mens is, en dus gebrekkig, bezoedeld en zondig, staat onaantastbaar de zekerheid: dat een eeuwige Roep tot Gerechtigheid en vrede en broederschap, tot het dienen van de onvergankelijke waarden tot ons komt; de zekerheid, dat God de mensheid roept, en wij hebben te gehoorzamen met ons leven.

Zó zijn wij religieus-socialisten. Ons socialisme is de maatschappelijke vorm voor de eeuwige roep om gerechtigheid en vrijheid. De ~gemeenschap" die ons socialisme wil, is niet een gemeenschap alleen van belang, bezit en macht maar van waarachtige verantwoordelijkheid voor het mensenleven op aarde. En menselijk is slechts het leven dat blijft streven naar vrijheid en vrede, ondanks alles. W. B.