is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 20, 11-02-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frank Tan der Coes SO |aar

Gelukkig dat in deze dagen, waarin de West-Europese maatschappij- en cultuurvormen steeds weer verworden zoals wij ze in onze jeugd gekend hebben en zoals we vertrouwden, dat uit hen de socialistische gemeenschap tot ontwikkeling zou komen gelukkig dat in deze dagen nog enkele gestalten tussen ons leven, die de schoonheid en vastheid het jonge idealisme en optimistisme van die periode-van-opgang belichamen. Een dier enkelen is Frank van der Goes. Hij heeft Engels gekend en de Tweede Internationale zien stichten en aan het einde van meer dan een halve eeuw van strijd, die in de ogen van velen, enkel tot hopeloze mislukking heeft geleid, bewaart hij de bewonderenswaardige blijmoedigheid die in rotsvast vertrouwen in het socialisme gegrondvest is. Die blijmoedigheid nu weer blijkend uit het feit, dat hij enige jongere vrienden toestond, een keuze uit zijn geschriften samen te stelien en een openbare viering van zijn verjaardag voor te bereiden, geeft mij de moed, hem met zijn feest van harte geluk te wensen.

Toen Gorter, mijn man en ik, op het Paascongres van 1897 tot de S.D.A.P. toetraden, was Van der Goes, al had hij nog geen vier streepjes achter de rug, reeds een veteraan in de Nederlandse arbeidersbeweging. Hij had het verval en de ontbinding bij gewoond van de oude Sociaal Democratische Bond, de opkomst van het anarchisme, de ondergang der eerste kiesrechtbeweging. Hij had, met Troelstra en enige anderen, de spits afgebroken in de strijd tegen het anarchisme, dat betekende de strijd tegen Domela Nieuwenhuis, de afgod van die kleine, ter nauwernood ontwaakte, strijdbare voorhoede van het Nederlandse proletariaat. Dat die strijd met de grootste verbittering en van weerskanten vaak met verwerpelijke middelen werd gevoerd, spreekt van zelf. Voor de sociaaldemocratische leiders bracht hij direct lijfsgevaar mee. Immers de sociaaldemocraten waren in die jaren een uiterst kleine minderheid en van de aanhangers van Domela Nieuwenhuis verkeerden velen in de waan, dat zij met vuisten en boksbeugels een idee konden doden, die gestuwd door de economische ontwikkeling in volle opkomst was: de idee van parlementaire strijd in al zijn vormen, om de politieke macht.

Wel hebben wij later, na de katastrofe van 1914, begrepen, hoe betrekkelijk het gelijk der „parlementaire socialisten” en het ongelijk van Domeia Nieuwenhuis en zijn volgelingen was. Wel hebben wij ingezien, dat Nieuwenhuis intuïtief de ontzaggelijke, niet te vermijden gevaren van de parlemenaire strijdvormen vooruit voelde. Maar die strijdvormen boden toen een kans op geleidelijke geestelijk-stoffelijke verheffing der arbeidersklasse, die het anarchisme niet bieden kon; zij boden perspectief. Dat te hebben ingezien, daarvoor in de moeilijkste omstandigheden op de bres te hebben gestaan, vormt de grote historische verdienste van leiders als Troelstra en Van der Goes, zoals die van Nieuwenhuis is, het hopeloos voortvegeterende ontzettend verwaarloosde proletariaat uit doffe berusting gewekt te hebben.

In Troelstra en Van der Goes kreeg de kleine voorhoede, die moeilijk en langzaam voor de parlementaire strijd gewonnen werd, twee leiders, die uiterst verschillende mensentypen vertegenwoordigden. Echter, men moet de tegenstellingen tussen hen niet absoluut opvatten. Wanneer ik zeg, dat Troelstra in de eerste piaats geestdrift voor het socialistisch ideaal wilde wekken strijdvuur doen ontvlammen, terwijl het er Van der Goes vooral om te doen was, inzicht te geven in de oorzaken der sociale tegenstellingen en de weg tot hun overwinning vóór te tekenen, dan is dit zeker juist, mits men de tegenstelling niet op de spits drijve. Ik heb Troelstra, toen, meer dan 40 jaar geleden, de afdeling Hilversum der S.D.A.P. opgericht zou worden, „enige bezwaren tegen het socialisme” horen weerleggen op zo’n droge-zakelijke manier, een hele avond lang geduldig dezelfde elementaire begrippen herkauwend, dat mijn man en ik elkaar later verbaasd afvroegen: „is dit nu de beroemde volksredenaar van de partij?” (Troelstra wist beter dan wij, wat zijn gehoor

nodig had: het was aan geestdrift nog niet toe). En wanneer Van der Goes een avond werkelijk goed op dreef komt, dan brandt in zijn woorden een heilige vuur, zij trillen van de heilige geestdrift, die dat uur voor zijn toehoorders tot iets onvergetelijks maakt. Een echt volksleider, een schitterende volksredenaar moet een demagogische ader bezitter, hij moet terwille van nabijliggende doeleinden ook de grotere gevoelens en begeerten der massa’s kunnen bespelen. Wie het niet kan is geen echt volksredenaar en ook geen volksleider. Van der Goes is geen van beiden; zijn altijd rustige wijze van spreken, de gracielijke gebaren, zijner aristrocratische handen, zij zijn met het wezen van den volksredenaar in tegenspraak. Heel zijn wezen is het. Hij buigt niet neer tot de massa: hij poogt haar op te heffen tot wat hij in zich zelf het beste en het hoogste voelt te zijn.

In hoeverre iets van inzicht in het edele gehalte van dezen eenvoudigen en toch verfijnden, rustigen en in zijn diepten toch diep bewogen mens tot de massa is doorgedrongen, durf ik niet beslissen. Maar dat duizenden tot Van der Goes opzien in eerbiedige liefde, zonder precies te weten waarom dat zijn tegenwoordigheid in het leven hen verrijkt, en gezuiverd heeft, dat geloof ik zeker. Van die duizenden is, hoop ik, dit woord de stem.

H. R. H

De wereld Tan nu

Beginselen van rechtspraak

Men herinnere zich, eer men het volgende gaat lezen, dat wij geregeerd worden volgens positief-Christelijke beginselen, en dat alom met warme instemming is ontvangen de Oproep tot „Geestelijke en Morele herbewapening” als men zich dat herinnerd heeft, oefene men zich in het bedwingen van... Zie hier een fragment.

Uit een Open Brief aan den Minister van Justitie.

Volgens een in ~De Telegraaf” voorkomend bericht, d.d. 4 Jan. ’39, werd door de Krijgsraad te ’s Hertogenbosch op die dag de dienstweigeraar Remmet Hooijberg veroordeeld.

Het bericht geeft een resumé van het vonnis door de Krijgsraad, wat hier op neerkomt, dat deze dienstweigeraar werd veroordeeld tot de maximum-straf van 15 maanden gevangenis, op grond van het feit, dat hij uit een familie komt, welke reeds eerder wegens dienstweigering met den rechter in aanraking was gekomen en een broer van hem eveneens

wegens dienstweigering werd veroordeeld, plus een mededeling omtrent zijn moeder, welke geheel onjuist is.

Doch op z’n zachtst uitgedrukt, is het niet zeer „wettig” om de een te veroordelen of een zwaardere straf op te leggen op grond van de daad en de levenshouding van een ander.

Ondergetekende, broer van den veroordeelde R.H. en bedoelde voorganger uit deze familie, die, naar het oordeel van de Krijgsraad, de hoofdoorzaak wordt geacht voor de houding van R.H. en dus de schuldige, wenst zichzelf hierbij aan te bieden en zich beschikbaar te stellen, om de aan R.H. opgelegde straf in zijn plaats te ondergaan.

Ben ik het voorbeeld voor mijn jongeren broer geweest?

Welnu, ik wens ten volle de verantwoording daarvan te dragen en bied mij hiermee aan om zijn straf te ondergaan, of deze met hem te delen.

de oud-dienstweigeraar.

BERTUS HOOIJBERG

(Uit: Bevrijding, Febr. ’39.) Amsterdam, Jan. ’39.

Geldmacht tegen Volksmacht

In het pas opgerichte Vlaamse socialistische Maandblad „Leiding” schrijft de redacteur Hendrik de Man een belangrijk artikel: „Is het Planisme dood?” Daaruit knippen wij de volgende passage, die een kijkje geeft op machten achter de schermen, die zich bij voorkeur nationaal en steunpilaren der maatschappij achten:

„Er zijn, aldus De Man, een boek te schrijven zijn over de talloze, rechtstreekse en onrechtstreekse, soms openlijke maar meer dikwerf loense manieren, waarop dit gebeurt. Als ik ooit mijn memoires schrijf, zal er vermoedelijk een leerrijk kapiteltje in staan over het thema: de lotgevallen van een Minister van Financiën, die de Staat wou vrijmaken van de heerschappij der financiers en speculateurs. Maar men kan ook nu reeds, zonder indiscreet of persoonlijk te worden, enkele verschijnselen aanstippen, die algemene draagwijdte hebben en ook zonder naam en toenaam te geven controleerbaar zijn.

Bankconcerns kunnen een regering, die haar niet bevalt, het leven moeilijk en zelfs onmogelijk maken door haar leningen te torpederen of door van haar op het gepast ogenblik terugbetaling van leningen op korte termijn te verlangen. Zij kunnen door middel van de persorganen en van de makelaars, die van hun gunst afhangen, beurspanieken verwekken, met daling van de Staatsrenten, kapitaalvlucht, gouduitvoer en drukking op de wisselkoers der munt. Zij kunnen hun advocaten en juridische raadgevers, evenals hun persoonlijke vrienden, klanten of dienaars, indien die bij toeval ook in het Parlement zetelen, passende inlichtingen en opdrachten geven. Zij kunnen, evenals trouwens elkeen die over genoeg geld beschikt, persorganen van alle aard, nieuwsagenturen, filmbedrijven en dergelijke middelen voor het beïnvloeden der openbare mening, aan hun wil onderwerpen, zelfs door het gebruik van volstrekt wettelijke middelen, zoals het opkopen van acties, het steunen met advertenties, abonnementen, voorschotten, subsidies en voordelen van de meest verschillende aard.”

Rassenproblemen in Amerika

Het zou niet billijk zijn, om te menen dat alleen Europa een rassenprobleem heeft. Afrika, Amerika, Indië zijn er ook nog. Uit een artikel „Roosevelt en de negers” (Fundament 1939 no. 1), waarin de schrijver J. M. de Casseres ook voor de negers veel van Roosevelt’s politiek blijkt te verwachten, een knipsel;

„En enkel voorbeeld ter illustratie van de opvoedingsmogelijkheden van het negerkind in het zuiden! De totale jaarlijkse uitgaven voor onderwijs waren in de staat Georgia $6.39 voor negers, tegen $44.31 voor elk blank kind, in Missisippi waren de cijfers $ 5.45 voor negers, $45.34 voor blanken. Booker Washington heeft eens gezegd, dat het een te groot compliment was voor de intelligentie van het negerkind om te verwachten, dat het net zoveel kon opsteken met $ 1 onderwijs als het blanke kind met $ 10.”