is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 21, 18-02-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de Kerkelijke Wereld Krabbels

Cijfers uit Duitsland

Het valt niet mee, betrouwbare gegevens te vinden over de kerkstrijd in Duitsland. En als men ze heeft, is het nog niet makkelijk, deze gegevens goed te hanteren. De vraag, hoe het brede Duitse kerkvolk op dit ogenblik tegenover de Kerk staat, wordt in de theologische discussie wel eens vergeten. Want het gelijk of het ongelijk, allesbeheersend als theologische vraag, bepaalt nog niet de invioed der Kerk. Omgekeerd echter, indien een kerk aan invloed inboet, zal dit door de grote massa vaak (ten onrechte overigens) worden uitgelegd als ongelijk der Kerk. Ook op kerkelijk gebied geldt: niets heeft meer succes, dan het succes.

Met dit voor ogen willen wij de cijfers lezen, die het jongste nummer van ~Die Christliche Welt” geeft over de toestand van de Duitse Evangelische Kerk in Saksen. Het zijn officiële, ambtelijke gegevens, die het blad zonder commentaar doorgeeft, aan ons overlatend er een conclusie uit te trekken. Hier volgen dan enige cijfers over het jaar 1937, waarachter tussen haakjes die van 1936 vermeld worden. Ter vereenvoudiging rond ik ze af. Het gaat immers om de tendens, niet om het cijfer.

Gedoopt: 67.100 (72.300); Tot lidmaat bevestigd; 63.500 (72.100); Kerkelijk huwelijk: 32.700 (37.000); Kerkelijke begrafenis: 40.700 (42.900); Kerkel. crematieplechtigheid: 11.400 (5.900); Deeln. H. Avondmaal; 929.000 (1.000.000); Overgangen uit de R. K. Kerk: 924 (1301); Overgangen naar de R.K. Kerk: 13 (55); Opzegging lidmaatschap; 17.500 (7.800).

Nu hebben in sommige z.g. Landskerken de „Belijdenis-Christenen” de leiding, in andere de volgzamer „Duitse Christenen”. Uit dit lijstje is niet op te maken, hoe dat in Saksen staat. Het wil ons voorkomen, dat dit weinig verschil maakt voor de grote massa. In ieder geval is uit deze cijfers duidelijk, dat de geestelijke stroming in Duitsland sterk anti-kerkelijk is. Het Nationaal-Socialisme moge positief-christendom belijden, het heeft zeker een sterke zuiging ten nadele van het enige gemeenschapslichaam, dat nog naast de Staat in zekere zin zelfstandig kan bestaan.

Twee cijfers vallen in het bijzonder op. Het zijn die, welke vooruitgang vertonen: de crematie en de uittreding. Een debat over de vraag, of het geoorloofd is als Christen zich te doen cremeren is hier niet op de plaats. Zeker is, dat de christelijke traditie vasthoudt aan begraven, en dat zij dit stelde tegenover het heidendom, waar verbranding algemeen in zwang was. Als de cijfers nu zulk een opvallende stijging van crematieplechtigheden aantonen, zelfs van mensen, die toch nog prijs stelden op kerkelijke bediening, dan wijst dat meer, dan welke redenering ook, op nieuw heidendom.

Zeer frappant is het getal van hen, die zich lieten schrappen uit de kerkelijke registers, zonder daarbij te vermelden, tot een ander kerkgenootschap te willen behoren. Het Nationaal-Socialisme heeft blijkbaar successen, waarvan de meest militante vrijdenker nimmer heeft gedroomd!

In het licht van deze cijfers komen zelfs de Duitse Christenen, de mannen, die èn Duitser èn Christen wülen zijn, in een ander daglicht te staan. Zij menen, dat pas een volstrekte eerbiediging van het Duitse wezen de Christelijke Kerk voor ondergang behoedt.

Zij hebben echter ongelijk: pas de volstrekte eerbiediging van het Christendom naar zijn wezen, zal de Kerk in stand houden. Ook, al is daar op een bepaald ogenblik geen succes van te verwachten.

Rondom Vaticaanstad

De autoriteiten van het Vaticaan hebben terstond (na het sterven van den Paus) Mussolini van het overlijden in kennis gesteld, die daarop onverwijld koning Victor Emanuel op de hoogte bracht. N.R.C., 10 Februari, avondblad.

In Vaticaanstad respecteert men blijkbaar de juiste rangorde! Ten siotte verklaart de Angriff, dat het een groot ongeluk zou zijn, Lndien als opvolger van Paus Pius XI een godsdienstige paus, een ~heilige” zou worden gekozen. Maar al te vaak heeft men volgens het blad gezien, dat een dergelijke paus slechts het gedweeë instrument is in handen van politieke elementen of intriganten. N.R.C., 11 Februari, ochtendblad.

Goebbels veriangt blijkbaar terug naar een man als Paus Alexander VI, of diens zoon Cesare Borgia, mannen, waar Nietzsche nogal veel mee op had. Die hadden van heiligheid geen last. Mogelijk kan Goebbels eens in zijn omgeving zoeken en met een voorstel komen.

Verduidelijking. In het vorige nummer van „Tijd en Taak” was boven de rubriek „Uit de Kerkelijke Wereld” een foto geplaatst, voorstellende „zondagsrust bij de eenden”. Het is misschien niet ondienstig den lezer er opmerkzaam op te maken, dat deze foto niet bij de kerkelijke rubriek behoorde. In de kerkelijke wereld komen n.l. geen eenden voor. En zeker geen eenden, die ’s Zondags rust houden.

Een Curiosum Bij het bespreken van het paradijsverhaal maak ik nog al eens de opmerking, dat daarin sprake is van een vrucht, maar niet van een appel die Eva aan Adam zou hebben gereikt. Dat is wel de populaire opvatting, zoals b.v. steevast gezegd wordt: Jonas in de walvis, terwijl alleen verteld wordt van een grote vis. Kort geleden zei toen een meisje:'„Ja, dominé, het was toch wel een appel”, en toen ik haar aankeek, zei ze zonder blikken of blozen: „Het was de seks-appel.”

Waarschijnlijk is het woord sexappeal in het eenvoudige milieu opgevangen, zoals immers ook allerlei Engelse sportieve termen gemeengoed van het publiek geworden zijn. Appeal is niet begrepen; het is vereenvoudigd tot appel en geassocieerd met het paradijsverhaal. Ik dacht: Misschien ben je nog niet zover van de waarheid, ais je het verleidingsverhaal met die giftige appel in verband brengt. Uit de mond der kinderen enz (Uit: Theologie en Practijk, Februari 1939). L. H. RUITENBERG.

Politiek „Principes, meneer, voor je ideaal staan, klets, allemaal klets, dat is goed als 'je geld hebt of onafhankelijk bent... dan kan je die dingen er op na houden, maar niet als je je werk wilt houden. Wat kan het mij schelen, als mijn baas liever heeft dat ik dit of dat ben, hij kan het krijgen, als ik Zaterdags mijn loon maar heb. Nou weet U het”. Ik moet verschrikt gekeken hebben, want hij grijnst.

„Hebt u kinderen”: vraag ik. „Twee meisjes.” „Zoudt u die in de steek laten voor geld, voor een baan?” „Ben je nou helemaal.” „Nou, nu ziet u.” „Ja, maar dat is geen politiek...” ..O ...”

Terug tot de godsdienst

Dr. P. Clausing: Uit Gods tuin naar het Heilige Land, Zeist, Ploegsma, 128 bi., ing. ƒ 1.75, geb. ƒ 2.25. H. C. Link: Terug tot de godsdienst. Voor Nederland bewerkt door dr. H. en ds. A. Faber, Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 199 bl. ing. ƒ1.90, geb. ƒ2.50.

Beide bovenstaande geschriften zijn te zien als een teken des tijds, hoe n.l. allerlei van kerk en godsdienst sinds lang vervreemde groepen, zich soms voorzichtig-aarzelend, soms beslist, weer opnieuw beginnen te wenden tot kerk en godsdienst en naar diepere geestelijke achtergronden gaan vragen. Vandaar dat ik beide geschriften onder dit ene hoofd bespreek, al hebben ze naar de letterlijke inhoud genomen, niet veel met elkaar gemeen.

Het eerste geschrift dan, van dr. Clausing, is een van de merkwaardigste die me ooit onder ogen kwamen! De ondertitel: „Ervaringen van een natuurkundige” doet ons even verwachten dat ter sprake zal komen de vraag naar de verhouding van een natuurwetenschappelijk wereldbeeld tot een godsdienstige levensbeschouwing. Niets van dit alles echter. Het is slechts een zeer persoonlijk getuigenis van een scheikundig ingenieur hoe hij vanuit zijn on-

verschilligheid voor religieuze waarden, die gevoed werd door zijn natuurwetenschappelijke instelling, via zijn verering voor de Natuur als het goddelijke, tenslotte komt tot een positiefchristelijk geloof en zelfs ouderling wordt in de Ned. Herv. kerk. Hij heeft zijn geestelijke ontwikkelingsgang met een zeldzame openhartigheid geschetst, zonder daarbij onkies te worden. In zijn soort doet het geschrift denken aan de Oxford-iitteratuur, waar hij ook een en ander aan te danken heeft (vgl. het hoofdstukje „Onbenulligheden”), maar anderzijds valt het daar toch weer buiten door zijn soms sterke critische nuchterheid. Een sterk bezwaar tegen het hele boekje acht ik, dat het vrij naïef over de grote geestelijke vrapn heenloopt en te uitwendig beschrijvend blijft, zodat we niet het innerlijk noodwendige van deze geestelijke ontwikkelingsgang doorleven en het alles voor ons meer interessant (vooral als men als schrijver dezes de hele geestelijke sfeer van Eindhoven waarin dit alles zich afspeelt van nabij kent) dan overtuigend is. Toch moge het zijn lezers vinden, ten eerste omdat het inderdaad een teken des tijds is, dat een natuurkundige, die geheel in beslag wordt genomen door een zeer drukke wetenschappelijke werkkring op deze wijze toch zijn weg gevonden heeft tot de religie en verder: omdat de schrijver in volle ernst wil tonen hoe wij het gebrek aan waarheidszin waar het gaat om de eigen persoon en de valse schaamte ten