is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 22, 25-02-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baar moet worden gemaakt aan het eigenbelang van het individu. Succes in het leven, vooruitkomen in de wereld, dat zijn de verlokkende leuzen; dat er ook een spreken mogelijk is in dienst van de mensheid en van een ideaal, dat er naast suggestief optreden en welsprekendheid ook getuigen bestaat, daarvan schijnt men maar weinig weet te hebben.

De avond van De Egelantier brengt mij nog een onverwachte rederijkersverrassing. Clinge Doorenbos treedt op ter verhoging van de knussigheid. Hij improviseert! Balancerend van het ene been op het andere, grijpt en hapt hij rijmwoord na rijmwoord uit de lucht, plakt regel na regel aan elkander, werpt strophe op strophe den verrukten toeschouwers in de verbaasd gapende monden, waarin nog dagenlang al de schone klinkklank naresoneert.

Het was aardig om van de Heck’s Popularis der Vaderlandse Letteroefeningen ook eens den kok zelf aan de slag te zien. K.

Made in Germany

Brandweer en brandstichters

„...En nu wil ik je nog iets over het pogrom, zoals het bij ons in Keulen woedde, mededelen. Bij de synagoge in de Rohnstrasse was de brandweer éérder ter plaatse dan de brandstichters van de S.A. (Een tè goede „organisatie”!) Nadat de S.A. haar vernietigend werk had gedaan, zorgde de brandweer ervoor, dat de omringende aan de Ariërs toebehorende percelen niet door het vuur werden aangetast...”

(Uit de brief van een Westduitser, die intussen is gevlucht.)

Waf is er eigenlijk veranderd?

Er is niets veranderd, alleen dat thans inplaats van den meer of minder volgevreten Jood een meer of minder volgevreten volksgenoot aan de kassa zit, op de belastingen scheldt, wissels van leveranciers prolongeert en zijn personeel dwars zit, omdat het volgens hem niet flink genoeg is. Deze volksgenoten hebben hun zaak voor een appel en een ei gekocht. Zij hebben in een handomdraaien een warenhuis gekregen, dat prachtig loopt; de kassa’s worden gevuld, zoals zij het zich in hun dromen niet hadden durven voorstellen; nu hebben ze bloed geroken en wülen nog meer, steeds meer...”

(Weense editie van de „Völkischer Beobachter", 18 December 1938.)

Brutale bedreigingen

Of wij een recht van critiek op ons regime toestaan, dat beslist niet hun (d.w.z. der neutrale staten) democratisch persprincipe, maar uitsluitend het recht, dat de souvereiniteit en de nationale eer ons als een nationaal-socialistische macht geeft. Wij gedogen niet, dat de neutralen met hun boosaardige methoden zich met onze interne verhoudingen critisch bezighouden; hun veronderstellingen willen een uitwerking niet alleen op het gebied der binnenlandse, maar ook op dat van de buitenlandse politiek hebben... Daarom moeten zij hun critiek beperken tot hun eigen aangelegenheden; wij zouden gedwongen zijn iedere boosaardige critiek op onze interne gebeurtenissen als een onvriendelijke, neutraliteitsvijandige daad te verklaren.”

Dr. E. H. Berkhoff in de „Nationalsozialistische Monatshefte”, Januari 1939.)

Und willst du nicht mein Bruder sein...

Onderwijzers in Duitsland

Hoe ziet de realiteit er uit? Een leraar in het derde dienstjaar houdt, wanneer hij het hoogst noodzakelijke betaald heeft, van zijn salaris 20 Mark over. Hiervan moet hij boeken en tijdschriften kopen, toneelvoorstellingen bezoeken en andere nodige dingen betalen. Zeer onaangenaam, als hij ’n meisje heeft en aan trouwen denkt. De onderwijzer moet en wü goed gekleed zijn. In zijn klas zitten 62 kinderen. De school, zoals zij er uitziet en ingericht is, is een aanfluiting voor de leuze „Schönheit der Arbelt”. Hierbij komt, dat de leraar zich door buiten de school liggende plichten („durch ausserschuliche Inanspruch-

nahme”) helemaal niet meer op het onderwijs kan concentreren.”

Alfred Hamel-Duisburg, onderwijzer en leider van de „Hitler-Jeugd”, in de „National-Zettung”, Essen, 5 Februari 1939.)

Maar van zekere zijde wordt nog steeds beweerd, dat de Duitse onderwijzers, in tegenstelling met die van ons land, het zo buitengewoon goed hebben.

LIT DE MEEDEED VAN NL

De Moloch

Uit het door de Volkenbond over 1938 uitgegeven ..Armaments Yearbook” nemen wij .een paar cijfers over, die wij vonden in het maandblad ~Vrede”, onder redactie van Drs. G. J. Voogd. (Febr. ’39).

„In 1938 is aan bewapening bijna 9500 millioen gouddollars, dat is gelijk 3400 millioen pond sterling, 604.000 millioen Franse francs of ruim 30 milliard Nederlandse guldens uitgegeven.

Belangwekkend is een vergelijking met voorafgaande jaren. Daaruit blijkt, dat van 1925 tot 1930 de uitgaven stegen van 3500 millioen tot 4300 millioen (alle bedragen nu verder In gouddollars). Dan volgt een kleine adempauze rondom de ontwapeningsconferentie van 1932; van 1933 (4500 milUoen) af gaat de stijging in versnelde beweging tot meer dan het dubbele bedrag bereikt wordt in 1938, n.l. bijna 9500 millioen, zoals reeds werd genoemd. Voor 78.7 pet. zijn de zeven grote mogendheden Engeland, Frankrijk, Italië, Duitsland, Ver. Staten Japan en Rusland schuld aan dat bedrag, n.l. voor 7400 mülioen. Tien jaar geleden gaven deze landen ~slechts” 2800 mülioen uit. In deze tien jaren hebben zij tezamen een bedrag van 41 mUliard gouddolars uitgegeven, bijna drie maal zoveel als de rest van de wereld.

Maakt men de verdeling der uitgaven niet volgens de grootte der mogendheden, maar let men alleen op Europa, dan blijkt, dat dit werelddeel zich de eer mag toekennen in 1938 voor 72.3 pet. van het totaal, of 6800 mülioen aansprakelijk te zijn: Europa mobüiseert!”

VERENIGINGSLEVEN

De Spanje-actie

Van de tweede oplaag van de Spanje-brochure is nog maar een klein restant over. De brochure wordt niet herdrukt; grotere bestellingen kuimen dus niet meer worden uitgevoerd.

Het is wel gewenst, dat de groepen, die dit nooniet deden, het ontvangen geld binnenkort aan Van Rhijn overmaken.

Na de eerste afdracht van ƒ 200. willen wij met het afdragen van het geld even wachten, tot in de toestand in Spanje iets meer tekening is gekomen, opdat het geld op de beste manier besteed wordt.

D. TINBERGEN, secretaris. Escamplaan 64, Den Haag.

Jongerenbijeenkomst te Kortehemmen op 18 en 19 Februari

Op uitnodiging van de A.G. waren 128 leden van verschillende jeugdorganisaties uit het Noorden van het land te Kortehemmen bijeen gekomen, om er te spreken over de moeilijkheden, die de leiding in de jeugdbeweging telkens ondervindt.

Het huis was vol! Maar dank zij de grote zolder en de gastvrijheid van vele Boornbergumers kregen allen een slaapplaats. Ook de andere moeilijkheden, die zo’n vol huis met zich meebrengt, werden opgelost, want er werd op onze „discipline van vrije jeugdbewegers” een beroep gedaan door Mevr. W. Kuin—Harttorff, de leidster van de bijeenkomst, in haar openingswoord.

Na de maaltijd hield de heer H. D. de Vries Reilingh zijn lezing over: „De nood van de jeugd in deze tijd”.

Inl. begon met er op te wijzen, dat de tegenwoordige jeugd zich niet gelukkig voelt; gelukkig in de zin van zich deel te voelen van de Eeuwigheid.

Daarbij komt de grote spanning tussen de maatschappelijke werkelijkheid van nu en dat wat maatschappelijk mogeiijk is. Deze tegensftelting wordt tegenwoordig bewuster beleefd dan vroeger.

Er hebben zich ook allerlei verschuivingen voorgedaan. Spr. noemde; de veranderde plaats van de arbeid in het leven van de mens, tengevolge van de rationalisatie; de emancipatie van de jeugd, het loslaten van godsdienstige binding; het feit, dat de techniek ons naast veel goeds de techinsche genotmiddelen bracht, die maken, dat wij steeds meer van buiten af worden geleefd; de bestaansonzekerheid van zo velen.

Door de rationalisatie vindt de mens geen bevrediging meer in zijn arbeid alleen, waardoor het probleeem van de vrije tijdsbesteding ontstond. De emancipatie van de jeugd bracht een steeds zwakker worden van de verbindindg in het gezinsleven met zich mee. De moeilijkheden, die de jongere, werkloos geworden, ondervindt, als hij als afhankelijke in het gezin moet terugkeren, worden er des te groter door.

Dit alles: het niet meer leven naar vaste normen, de bestaansonzekerheid, heeft ook en vooral onder de jongeren uit alle kringen een grote onzekerheid, een paniekstemming teweeggebracht.

Deze chaotische toestand wekt natuurlijk reacties op, waarvan de inleider er drie noemde: 1. een volkomen apathische houding tegenover alles wat men om zich heen ziet gebeuren 2. een persoonlijk genieten, zolang dat enigszins mogelijk is; 3. een passieve houding.

De heer De Vries Reilingh 'kwam daarna tot datgene, wat onze tijd van ons vraagt: een tegenwicht zoeken voor de slopende krachten; een vulling zoeken voor de innerlijk leegte; de omstandigheden waaronder wij leven veranderen. De eerste twee punten zijn noodzakelijk voor de vorming van beneden 18-jarigen. Het derde punt: Hoe te komen tot sociale gerechtigheid, is, volgens spr., voor de ouderen het centrale punt. Dit sociaal streven moet als ieder sociaal streven nauw verbonden zijn met de volksgemeenschap. Inl. ziet in de volksgemeenschap met zijn regering en zijn machtsmiddelen de mogelijkheid te komen tot het hoogste goed: het Christendom. Hier na volgde een goede, op prettige toon gevoerde gedachtenwisseling, die helaas te kort moest duren, omdat we „niet baas in eigen huis waren”.

In het kerkje van Kortehemmen, waar de morgenwijding was, ’s Zondags, vertelde ds. Bakker ons van de door de woestijn trekkende Israëlieten, die toch voortgingen ondanks alle beproevingen. Ook wij moeten proberen, in deze wereld met zijn grote zielenood de kracht te vinden voort te trekken. Mien Peters zong hier enige liederen voor ons.

Daarna hield Mevr. W. Kuin—Harttorff een inleiding over: „Ontstaan en ontwikkeling van de vrije jeugdvorming”.

Inl. begon met een overzicht te geven van de geschiedenis de jeugdvorming, die als jeugdzorg begon en groeide tot jeugdbeweging, waarbij de jongeren zelf mee verantwoordelijk zijn voor hun organisatie.

We zien nu bij verschillende jeugdverenigingen, een poging tot elkaar komen, die voortkomt uit het feit, dat men vrijwel in alle kringen kampt met dezelfde moeilijkheden. Volgens spr. worden die veroorzaakt door: 1. verwijdering tussen leiding en jongeren, wier mentaliteit zo geheel anders is dan die der tegenwoordige leiders; 2. de totaal veranderde omstandigheden waaronder wij nu leven. In de eerste plaats moeten wil ons afvragen: Hoe krijgen we vat op de jongste groep? Hieruit vloeit de vraag: Hoe maken we de verhouding tussen leiding en jongeren weer zo als die moet zijn? In verband met de veranderde omstandigheden moet rekening worden gehouden met de belangstelling voor maatschappeU.lke vragen. Langs de weg van kernvorming, om zodanig de massa der jongeren te beïnvloeden, en samenwerking tussen de jeugdorganisaties, zal de vrije jeugdvorming uit deze moeilijkheden kunnen raken.

Men moét trachten, de moeilijkheden te overwinnen, want vrije jeugdvorming is noodzakelijk, omdat zij vaak voor de rijpere jeugd de enige mogelijkheid tot vorming is, maar ook om te tonen, dat er nog wat leeft in de jeugd.

Ook op deze lezing volgde een goede nabespreking. ’s Middags luisterden allen met grote belangstelling naar de uiteenzetting van de vertegenwoordigers der verschillende jeugdorganisaties, over de doelstelling en de grond gedachten in hun groep. Hierna volgde een korte samenvatting van het gesprokene.

De mededeling, dat men al in zoverre tot samenwerking was gekomen, dat in September weer een dergelijke bijeenkomst zal worden gehouden, werd met algemene vreugde ontvangen.

Dat dit zo is, mag voor de A.G. een bewijs zijn, dat het een goede bijeenkomst is geweest, dit eerste jongeren-weekend in Kortehemmen. Veel van wat niet duidelijk was, is opgehelderd. En, Mevr. Kuin zei het in haar lezing met nadruk, pas wanneer wij willen proberen eikaars taal te verstaan, zal samenwerking zin hebben en vruchtdragend zijn. Sj. de B.

Heden overleed na een korte ongesteldheid, nog onverwacht, mijn lieve Man, GEORGE ANTON ANTENBRINK in de ouderdom van 32 jaar. C. J. ANTENBRINKBUISMAN Nieuwendam, 20 Febr. 1939. Wognumerstraat 103. Algemene kennisgeving.