is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 23, 04-03-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de Kerkelijke Wereld

De schuld der Rooms-Katholieke Kerk in Spanje

De Rooms-Katholieke Kerk kan. een grenzeloos onschuldig gezicht trekken. Dat behoort hij haar wezen. Zij is immers Rijk van God op aarde. Zo zij faalt, dan ligt een juridisch apparaat klaar, waarmee bewezen kan worden, dat niet zij, maar feilbare dienaren zonder bepaalde opdracht faalden. Zo zij te kort schiet, kan uitgelegd worden, dat men op goede gronden niet méér had mogen eisen. Zij ontvlucht de verantwoordelijkheid, waar die niet te dragen valt, zij eist alle eer voor zich op, waar eer te oogsten valt.

Nergens is deze houding zo duidelijk als in Spanje. In de Spaanse documentaire uitgave ~De Rebus Hispaniae”, publiceert Mgr. Josef Contana Irigles, bisschep van Gerona, die uit het „rode” gebied wist te ontvluchten, de volgende verklaring, die ik terwille van de ruimte iets verkort, maar verder zonder commentaar in de tekst weergeef.

Blijft de wereld zo mooi?

~1. De Kerk heeft niet deelgenomen aan de revolutie, zij werd niet geraadpleegd en zij had van ingewijden geen nadere inlichtingen ontvangen.

2. Nauwelijks had het leger zich zonder slag of stoot uit enkele steden teruggetrokken, of een woeste menigte begon, volgens gedetailleerd plan, kerken in brand te steken.

3. De autoriteiten hebben niets gedaan om dat te verhinderen.

4. Van de zijde der regeerders in de Rode zone werd nooit een woord van afkeuring der excessen gehoord. Wel werden in Volksfrontperiodieken te Barcelona de begane misdaden verheerlijkt.

5. De republikeinse regering zei in het buitenland: de moord op Spaanse priesters was het antwoord der Spaanse arbeiders op het vroegere gedrag der priesters. Dit is een gemene leugen. De Spaanse geestelijkheid gevoelde zich belasterd.

6. Generaal Franco, die aan het hoofd staat van het leger en de militie, heeft Gods recht op openbare hulde en eredienst verdedigd, terwijl hij terzelfdertijd edele idealen nastreefde, voor het openbaar welzijn en de grootheid van het Vaderland.

7. Wat de verhouding tussen Kerk en generaal Franco aangaat, heeft de Kerk de dankbaarheid getoond, die een onschuldig slachtoffer gevoelt tegenover een edelmoedig verdediger. Bij het steimen van het bevrijdend leger heeft het Episcopaat zich beperkt tot het vervullen van zijn heilige zending, Gods zegen afsmekend over de verdedigers van de zaak Gods en van het Vaderland, terwijl voor de vergiffenis en bekering der vervolgers werd gebeden.

8. Op het huidige ogenblik blijft het probleem van het al of niet bestaan van de Katholieke Kerk voortduren; het gaat niet om min of meer beperkte vrijheden.

9. In deze omstandigheden is de nog voortdurende oorlog van het Nationalistische Spanje waarlijk een kruistocht. Het gaat hier om de tempel, waarin Hij wezenlijk tegenwoordig is en om de vrijheid onze eerste plicht te vervullen; God te eren door onze aanbidding en onze liefde.”

Dit bittere stuk is in zijn geheel te vinden in ~Katholieke Documentatie”, 1939 pag. 27.

Bitter, omdat hier juist dat ontbreekt, waar wij elk Christelijk stuk, dat zich bezig houdt met de maatschappij, op toetsen; besef van schuld. De allergrootste schuld der Rooms Katholieke Kerk in Spanje komt hier open en bloot te liggen; haar rimpelloze schuldeloosheidsvertoon.

Als deze bisschep verklaart, dat een massa zodra de revolutie (ja, een echte revolutie!) uitbreekt in sommige steden de kerken gaat plunderen volgens een gedetailleerd plan, dan is er blijkbaar geen verbazing, dat er zulk een haat is opgewekt. Wie in staat is, zulk een haat op te wekken, heeft schuld, grote schuld!

Het Episcopaat kan (zie punt 7) zich wel beperken tot zegen vragen voor Franco en om vergiffenis en voor bekering der vervolgden

bidden, die beperking ontlast haar niet van een enorme schuld. Franco zegenen, betekent mede-schuldig staan, dat in de heilige Kerstnacht het offensief begon tegen de wettige regering van Barcelona. Bidden om de vervolgden is Gode een vloek en een ernstige zonde, zo het werk der liefde niet verricht, d.w.z. de eis aan Franco niet gesteld wordt, dat hij de vervolgden althans humaan behandelt. Dit wordt op het ogenblik niet door het Episcopaat in Spanje, maar door de regeringen van Parijs en Londen gevraagd. Zonder succes kloppen zij aan voor dat, waar het Episcopaat voor bidt bij God, maar niet voor pleit bij Franco!

Het Spaanse Episcopaat heeft niets geleerd en niets vergeten. Zou op deze wijze Spanje waarlijk worden tot een tempel, waarin Jezus Christus wezenlijk tegenwoordig is?

Roomse bescheidenheid

Bij de inzet van de actie „Naar de nieuwe gemeenschap”, een actie, die zich kenmerkt door véél sociaal pathos, weinig richtlijnen en een volstrekt gebrek aan enig concreet plan, sprak de voorzitter van het R.K. Werkliedenverbond in Nederland, de heer A. O. de Bruyn, blijkens de tekst hi „Lering en Leiding” van Jan. 1939, als volgt.

~WUlen wij rooms troef maken?

Geen sprake van!

Wij weten, dat wij een minderheid vormen van de Nederlandse bevolking en dat ons, dienovereenkomstig, zekere bescheidenheid

past.”

Dit woordt wettigt de bescheiden vraag, wat ons te wachten zou staan, als de Roomsen géén minderheid vormden. Zou dan de zekere bescheidenheid, blijkbaar uit opportunistische motieven aanvaard (immers... dienovereenkomstig...), plaats gaan maken voor een consequente onbescheidenheid?

Van Oostenrijk en Spanje uit zijn ons al zéér positieve antwoorden op deze vraag gegeven!

Diepzinnige doorgronding

~Nu is het mogelijk, dat een socialist religieus is; dat is zijn goed recht. Hier en verder neem ik religieus in de meest gangbare zin van godsdienstig, wat bijna altijd betekent; aanhanger van een of andere kerkleer. Over het grote verschil tussen godsdienst en kerkleer spreek ik nu niet. Wel vraag ik, of het nodig of wenselijk is, dat een socialist uitdrukkelijk verkondigt, dat hij religieus is. Stel u voor, dat men ook ging spreken van kruidenier-socialist of postzegelverzamelaar-socialist of vrijdenker-socialist. Of willen de religieuzen hiermee te kennen geven, dat zij beter zijn dan de anderen? Die zelfverheffing mag ik hun niet toedichten. Al is het waar, dat elke kerkleeraanhanger waant het ware geloof te hebben; het enig ware.

Laten de rel.-soc. religieus zijn; dat is hun recht; maar laten ze er niet mee te koop lopen en zich niet op een voetstuk stellen.

Mochten rel.-soc. dit lezen, dan zullen zij zeggen, dat ik hen niet begrijp. Accoord. En dat ik „het geloof” niet heb. Weer accoord.

„Alcor” in „De Vrijdenker” 21 Jan. 1939.

...En dat wij ook maar geen moeite doen een ander te begrijpen. Helemaal accoord!

Geen politiek op de kansel?

Ds. van Duyl, ex-N.S.B.’er, nu voorman van de Nederlandse Volkspartij, heeft te Westwoud in Noord-Holland voor de Evangelische Maatschappij en de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden gesproken. Ds. van Mullem heeft zijn strijdvaardige pen gegrepen, en in „Ons Godsdienstig Leven” geschreven: daar deugt iets niet. Immers, het doel van de Evangelische Maatschappij is de bestrijding van Rome, dat van de Vereniging van Vrijzinnige

Hervormden de bestrijding van Dordt. Beiden op grond van het verlangen naar vrijheid. En, zo gaat hij verder, deze vrijheid kan nimmer verdedigd worden, door iemand, die bezield is door Hitler-geest. lemand, die de democratie bestrijdt, kan niet opkomen voor vrijheid van geloof en leven.

Hierbij tekenen wij alvast aan, dat het tegenwoordig standpunt van ds. van Duyl niet erg duidelijk is. Hij heeft in de loop van zijn leven al vele liefdesverklaringen jegens politieke stromingen afgelegd. Het is best mogelijk, dat de nieuwe Nederlandse Volkspartij minder anti-democratisch is, dan ds. van Mullem meent. Gerust ben ik er niet op na het verslag van zijn Haagse rede, die wij lezen konden in de N.R.C. van 8 Februari.

Overigens doet het feit minder ter zake. Het gaat om het beginsel. En tegen de opvatting van ds. van Mullem komt nu de pastor loei van Westwoud, ds. D. Mulder, in het geweer. Hij schrijft letterlijk het volgende: „Ook een uitgesproken communist, anarchist of welke -ist ook, kan voor propaganda-spreekbeurten uitgenodigd worden, mits hij ons belooft voor zijn speciale politieke opvatting geen propaganda op onze kansel in de kerk te maken, maar eenvoudig te spreken over het doel, waarvoor onze genoemde verenigingen dienen. Geen politiek op de kansel, is ons devies.”

Tegen deze mening zijn grote bezwaren in te brengen. Het is de mening van duizenden en tienduizenden, politiek amorfen, die zover van de politieke werkzaamheid afstaan, dat zij iemands politieke overtuiging als een apart gebied, los van zijn andere levensovertuigingen denken. Deze mening bestrijden wij, religieus-socialisten, met de meeste klem. Daarover straks meer.

Eerst willen wij echter vaststellen, dat reeds feitelijk de mededeling van ds. Mulder niei juist is. Er is geen afdeling van de Evangelische Maatschappij, die het plan zal opvatten, een communist te laten optreden. Afgezien van de vraag of een communist dat ooit zou willen. Het kan al daarom niet, omdat het verenigingsbeleid te zeer schade zou lijden. Tenzij men het woord „kunnen” alleen opvat als het constateren van een theoretische mogelijkheid. Maar, ja, dan kan er zoveel in de wereld. Theoretisch kan zelfs ds. Mulder nog wel Paus van Rome worden. Maar die kans is toch niet groot.

En vervolgens vragen wij; is de kansel te Westwoud een of ander geheiligd voorwerp, dat niet vuil mag worden?

Tot nu toe heb ik het altijd zo verstaan, wanneer men politiek niet op de kansel toegestaan achtte, dat dit sloeg op de preek tijdens de kerkdienst. Wanneer een kerkgebouw niet voor de eredienst gebruikt wordt, is het, anders dan bij de Rooms-Katholieken in beginsel, een gewoon gebouw. Meer niet. Als men het gebouw afstaat aan een vereniging, welke dan ook, dan is de kerk tot een vergaderlokaal geworden, en de kansel tot een spreekgestoelte.

Nu kan men op goede gronden bezwaar hebben tegen het afstaan van kerkgebouwen voor semi-kerkelijke of helemaal wereldlijke doeleinden. Maar zo men over die bezwaren heenstapt, dan geldt het devies van ds. Mulder zeker niet meer. En wie dan tóch het devies laat gelden, die doet dat niet, om de kansel schoon te houden, maar om op de politiek als