is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 24, 11-03-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zienswijze over veel van de grote mensenwereld beïnvloeden.

Met het werk van den huisvader dringt de buitenwereld door In vele gezinnen; worden mensen en toestanden beoordeeld. Dus veelal Is het de huisvader, wiens kijk op de buitenwereld van Invloed Is op ’t hele gezin, omdat hij het meest In contact Is met die buitenwereld. Laat hij zich mild of schamper of wantrouwend uit over wat hij ondervond In die buitenwereld, zó ook zullen de Indrukken zijn In zijn gezin. Tracht hij duidelijk te maken het waarom van veel wat puzzles zijn voor zijn minder op de hoogte zijnde gezm, dan legt hij een diep fundament van begrip. Zo zal de man onwillekeurig haast het middelpunt worden van het gezin, de factor, waar alles om draalt, terwijl anderzijds ook maar ten dele terecht dikwijls wordt gezegd: de moeder Is het middelpunt van het gezin. Belde dingen zijn begrijpelijk uit een bepaalde gezichtshoek, maar toch zeker zijn belde opvattingen m.l. een onjuiste voorstelling van de plaats van den man en van de vrouw In het gezin, ’t Is ook niet „het” gezin, maar „hun” gezin en dat verschil bepaalt nu èn de plaats van de vrouw èn de plaats van den man, n.l. samen, man-en-vrouw, zijn ze het middelpunt van hun gezin.

B. J. A. DE KANTER—

VAN KETTINGA TROMP.

Oit en dat

over hel hoorspel

Zeg me hoe het hoorspel-programma van een zender er ultzlet, en Ik zal u zeggen, of deze zender aan de haar gestelde eisen weet te voldoen.

Hier te lande hecht men nog te weinig waarde aan het hoorspel, waarin men nog al te vaak een mln of meer grappig verhaaltje, een detectivegeschiedenis met verdeelde rollen, of In het beste geval een sentimentele romantische Idylle van vroeger tijden ziet; en, zoals ’t vanzelf spreekt, lünger dan een half uurtje mag zo’n spelletje niet duren, behalve wanneer het zich bezig houdt met bijzonder geheimzinnige, zeer gecompliceerde moordaanslagen en nóg geheimzinniger hulpgeroep, met bijzonder sluwe bandieten en nóg slimmere detectlven (daarbij moet dan de storm schrikwekkend loeien!); In dit geval mag het spel met vier, vijf vervolgen af geleverd worden.

Maar het is de loutere waarheid! het hoorspel kan ook een kunstwerk zijn. En er zijn al hoorspelen, die kunstwerken zijn, die den luisteraar geboeid, ontroerd hebben en voor hem, zoals weinig toneelstukken en films, tot een onvergetelijke belevenis geworden zijn. Déze spelen, scheppingen van een dichter, die zowel dramatische als ook epische momenten Inslulten, laten geen technisch middel onbenut; het blijft echter slechts een hulpmiddel. Want belangrljker dan een nog zo uitstekende hoor-coullsse die toch vanzelfsprekend Is is de gedachte die het stuk tot grondslag de strekking, de Inhoud. Degene die een heleboel „radlogenieke trucs” kent en bovendien een paar aardige Ideetjes heeft, Is nog lang geen hoorspelschrljver. Het hoorspel als kunstwerk, dat door een ware Idee gedragen wordt, zal altijd een uitwerking hebben, zal altijd fantasie en verstand van den luisteraar In beweging zetten, zal zijn oog tot een „Innerlijk zien” brengen.

Het is de taak van de diverse omroepleiders, door het uitzenden van goede hoorspelen onder goede regie de luisteraars er van te overtuigen dat het hoorspel op kunstzinnig, paedagogisch en sociaal gebied een belangrijke rol te vervullen heeft. Maar nietwaar, omroepleiders? waar vandaan krijgen we deze prachtige werken? Wie schrijft deze zo ongemeen goede hoorspelen? Dat is het m juist! En hierop is te antwoorden, dat de voor dit ressort aangewezen omroepmensen de nodige activiteit tonen (waarom toch moeten hoofdzakelijk de leiders der muziekafdelingen in het radiobedrijf de actieven zijn?); zij moeten geschikte stukken vari buitenlandse auteurs laten vertalen en de juiste auteurs de juiste opdrachten geven, die dan „juist”, d.w.z.

behoorlijk gehonoreerd zouden moeten worden. Maar heeft iedere zender überhaupt iemand, die een oogje op het hoorspel houdt? Daar hebben we de N.C.R.V., een van de „vier grote”, en voor deze N.C.R.V. schijnt het hoorspel in in ’t geheel niet te bestaan. Haar leider Tolk sprak op 28 November 1.1. een half uur lang over het onderwerp: ~Hoe komt een radiouitzending tot stand?” Van alles en nog wat kwam hier ter sprake, maar niet èèn woord over het hoorspel! Dat is toch wel zeer karakteristiek.

De A.V.R.O. zorgt bij de uitzending van spelen voor een eerste klas rolverdeling, dat Is dan ook alles. In het programma van de K.R.O. vallen af en toe fijne, satirieke hoorspelletjes op. Blijft tenslotte nog de V.A.R.A. De objectieve luisteraar moet haar de verdienste toekennen, dat zij op de bres staat voor het hoorspel, dat zij op dit gebied nieuwe wegen zoekt. Interessant was een vergelijking tussen de nleuwjaars-hoorspelen van de V.A.R.A., de A.V.R.O. en de K.R.O. Zoals maar zelden, was men op die avond In de gelegenheid gesteld, van deze drie stations nadst elkaar spelen met eenzelfde thema te beluisteren. Luchtig en charmant was de „radlofantasle” der V.A.R.A.; hier was direct In het begin stemming, en de luisteraar moest meedoen, omdat hij zich spoedig er midden In bevond. Te opera-achtlg en feestelijk ging het bij de K.R.O. toe, die zich haast uitsluitend aan de oorspronkelijke tekst van de „Bruiloft van Kloris en Roosje” hield. Het meest oppervlakkig was de „Erfenis van 1938” der A.V.R.O. Dit spel met zo’n gewichtige titel was dilettanterig en had als motto: „Neem alles zoals het Is”. De K.R.O. bezong een beetje zeer pathetisch de „vredesengel Chamberlaln”, en maakte o.a. enkele goede opmerkingen over de radio als een dubbel snijdend zwaard. Op deze nleuwjaars-avond ’39 was alleen het product van de V.A.R.A. niet vervelend. (Maar ook hier werd wat veel reclame pro domo gemaakt) .

Naar het voorbeeld van de 8.8. C. bracht de V.A.R.A. een „Prik-, plak- en knipboek” van A. Pleysier en S. de Vries jr„ en het ging over het jaar 1914. Niet in de laatste plaats viel de goed gekozen „tussenmuziek” van Issja Rossican op, die meer dan enkel illustratie van het gesproken woord was. Een voorbeeid: uit de ooriogsjaren 1914 werd een krant geciteerd. die zich erg opwond over de film, „deze heiligschennis der kunst”. Op dit citaat volgden feestelijke orgelklanken, die zonder meer in een wild oorlogsgeschetter overgingen. Een paar seconden slechts duurde deze „tussenmuziek”; zij zei ons echter genoeg. Ze gaf de krant, die zich het lot van de kunst aantrok, het juiste antwoord. Zij bracht tot uitdrukking, hoe huichelachtig toch de verontwaardiging van het burgerlijke blad over de kunstbeledigende fUm was. De heilige verontv/aardiging; dat waren de orgelklanken. En dan de oorlogsmuziek die het orgel zo barbaars onderbrak, vertelde dat enig en alleen de oorlog de vernietiger van cultuur en kunst is. De film in de dienst van de oorlog zij werkt natuurlijk vernietigend. Maar de verontwaardiging moet zich richten tegen de oorlog, juister: tegen de aan de oorlog schuldigen. Déze verontwaardiging was in vele burgerlijke kranten toen niet te vinden. En thè,ns?

Dit alles verhalen ons op zeer Ironische wijze een paar eenvoudige muziekklanken, die op een klein krantenberichtje volgden. Voor muziek-arrangeur en hoorspel-schrijver, die meer en meer tot samenwerking moeten komen, opent zich hier een groot terrein. Was dat maar alles! In de wereld van de radio zijn er heus nog meer gebieden, die braak liggen. Dit over het hoorspel, en de volgende keer dat. AUDITOR.

Gevraagd een flinke juffrouw om In huishouding met 4 kinderen met hulp van dagdlenstbode de huishouding te voeren. Salaris f3o. per maand. Brieven met volledige inlichtingen aan: Zuster C. Bronders, Prinses Jullanastr. 20, Ginneken

Nu ♦♦♦♦ of nooit

Mogen wij In deze tijd gelukkig zijn? Gelukkig om lets schoons dat we vonden, een kunstwerk, een stille avond, een vriendschap; gelukkig In werken, In strijden, in ons trachten naar levensverdleplng? Zo stU gelukkig weten van de Eeuwigheid, die al het tijdelijke doorstraalt?

In deze tijd Wat wordt er niet geleden in dezelfde momenten, dat wij iets van geluk voelen. Dat weten houdt ons af van gelukkig zijn. Mogen we het ? Och, zeggen velen, we kunnen het niet eens. Het leed van de wereld, de droefheid om zoveel onrecht en ontaarding heeft ons te veel te pakken. Het is of God, of de Eeuwigheid uit deze wereld verdwijnt hoe kunnen wij ons nog verheugen? Misschien later weer eens als het opklaart. Nu moeten we er alleen aan denken hoe we nood kunnen lenigen, hoe we.iets kunnen doen, dat tot die opklaring leiden zal. Later misschien weer iets van geluk

i Later weer iets van Eeuwigheid. Maar Oe 'Eeuwigheid laat zich niet een eindje verischuiven. Als ze er nü niet is lijkt ze een Iwaan-denkbeeld te worden, als ze er nü niet !ls geloven we niet langer in haar. Dan staan jwe berooid en alleen, weten niet meer van zin en van taak, dan hebben we de wereld Iverarmd met wéér een ongelukkig mens. I Er is altijd leed geweest naast geluk, altijd j dreiging ook voor eigen ieven. Vroeger idurfden we wel zo ~egoïstisch en onnadenkend Izijn ons te laven aan wat het leven aan 'schoonheid te bieden heeft. We wisten toen look, dat we daar sterker, geloviger, yertrouwender door werden. Het was immers iets van I OonL_dat_ tot ons kwam.

Heeft de wereld nu niet meer dan ooit behoefte aan sterke, gelovige, vertrouwende, mensen? Ongelukkige mensen zijn er al ge-i noeg. Het is zeker niet onze plicht ons bij heni te scharen. Het leed pakt ons aan en moeten het willen bestrijden, willen helpen.: Maar dat kunnen we alleen in het licht vaiij de Eeuwigheid, dat kunnen we alleen als wij ons open stellen voor Gods boodschap, die ons; geluk brengt, dat we verder kunnen dragen.. Als de mensheid op het ogenblik zo heel weinigi van de Eeuwigheid schijnt te weten... moeten wij ons daarom sluiten voor die Liefde, schoonheid, geluk... ze moeten nü zijn in ons leven, anders kunnen we niei in hen geloven. God laat zich niet naar de' toekomst schuiven als Hij er nü niet is is Hij nergens. Ondanks alle verschrikkingen laat ons open staan voor de Eeuwigheid laat ons met opgeheven hoofd wandelen » Gods liefde-licht. Egoïstisch en onnadenkendT Km, Want:

~Nlet eerder komt op aarde de Nieuwe Tijd, Dan dat wij mensen worden vol Eeuwigheid.”

BEP OTTEN.

VCRENICINCSLCVCN

R.S.C. Amsterdam

Nos even een herinnering aan onze leden eii de lezers van Tijd en Taak dat onze Gemeenschap in samenwerking met het Instituut voor Arbeidersontwikkeling (afd. A’dam) op 23 Maart een vergadering belegt in Kras, Dr. W. Banning en Dr. J. Eijkman zullen daar spreken over de verhouding tussen Christendom en Socialisme. Kaarten a 15 cent zijn verkrijgbaar bij de Boekhandel van de Arbeiderspers, Hekelveld; hrma Lahkamp & Brinkman, Spiegelgracht 19; A Buys, Sperwerlaan 38, noord; en bij de adressen bekend aan de leden van het Inst. v. Arb. Ontw.

R.S.C. Rotterdam

Tot 13 Maart kan men zich nog opgeven voor het gezamenlijke Weekeinde vanuit R’dam naar Bentveld op 18 en 19 Maart. Behandeld wordt het onderwerp: ~De positie van het Jodendom . Wij rekenen er op, dat zich nog enkele deelnemers zullen opgeven. Cursusgeld Is gereduceerd en de gezamenlijke reis Is voordelig. Maandag 27 Maart spreekt D. Tinbergen over ,Is pacifistische Volksverdedlglng een Illusie?” m de Jeugdherberg, Oosterkade 20. Toegang 10 ct.