is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 26, 25-03-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schriele fcx)i of door een koninklijke gift! Aisof een morphinist kon genezen worden door hem een glas goede Bourgogne te geven, zonder ook tegelijkertijd alle voorraden morphlne binnen zijn bereik achter slot te houden”.

Tenslotte komt Kolnai op tegen de mening, aisof het Westen bankroet zou zijn en alsof er niets gewonnen was. Want, hoewel door de nederlaag van de centrale machten heel wat meer had kunnen bereikt worden, en al is in enige opzichten de toestand slechter dan in 1918, er is ook verbetering.’") In het verdwijnen van de Habsburg-monarchie ziet hij steilige winst. Rusland, zo meent hij, is het Westen nader gekomen dan ooit het geval was onder het Czarisme.

Maar dat smartelijke ontgoochelingen ons deel zijn geworden, ontkent hij voorwaar niet. Fascisme en Nazi-isme zijn ten hemel schreiend. „Dit alles echter kan ons alleen maar ertoe brengen ons aan te gorden tot voortgaande strijd en uithoudingsvermogen nooit om het bijltje erbij neer te leggen. „De vrije mensheid is op mars, zelfs al zijn de vijandige machten in nieuwe en meer compacte vorm verschenen en al ontwikkelen zij onvergelijkelijk meer macht dan men een twintig jaar geleden had kunnen voorzien”. De volgende woorden van Wickam Steed zullen wij zeker ter harte nemen: „Laten wij ervoor zorgen, dat ook wij niet, door verkeerde en ontaarde opvattingen van democratie te herbergen, hare gezonde beginselen verraden en het pad effenen voor den vrijheidsberover. Zelfs regeren is onbestaanbaar, tenzij er regering is in de wezenlijke zin van het woord”.

Of de Westerse democratieën de taak aan kunnen om een einde te maken aan de verwording, en haar tekortkomingen tegenover het Duitsland van Weimar goed te maken?

De weerstanden van het Westen

Wat de weerstanden betreft, wie zich de stellingen herinnert aan het eind van ons vorig opstel, vindt hier de conclusies, waartoe Kolnai gekomen is:

1. Rekening houdende met technische afspraken, die al of niet tot bepaalde tijdelijke voordelen mogen leiden, is de centrale gedachte van overeenstemming met Nazi-Duitsland in wezen waardeloos en niet ter zake doende, omdat de leer van het nat.-soc. naar haar diepste en zeer werkzame wezen zelfs de gedachte aan begrip, gelijkwaardigheid, wetsorde, en een gemeenschappelijk redelijk algemeen menselijk voermiddel uitsluit. Het grootste gevaar voor het Westen is, zichzelf in slaap te wiegen tot een gevoel van veiligheid, door gebaren van welwillendheid, opoffering of vriendschap, welke hoogstens nooit iets meer betekenen kunnen dan een technische wapenstilstand.

2. Geen „concessies”, hoe groot ook, kunnen erin slagen de Nazi-bedreiging te verzwakken, laat staan op te heffen, omdat zulke tegemoetkomingen voortspruiten uit een zienswijze, die de Westerse geestesgesteldheid moge aanstaan, maar die een positieve ontkenning inhoudt van wat een axioma is voor het Nazibewustzijn: de religieuze opperheerschappij van een bepaald orgaan van Leven en Macht. Hiervan uitgaande betekenen concessies niet anders dan bewijzen van zwakheid en ontbinding, die zich lenen tot het opwekken van nieuwe bezitshonger. Zich verlaten op een politiek van concessies, betekent de ogen sluiten voor de werkelijkheid. In normale omstandigheden kunnen zij wonderen doen; In dit geval scheppen zij slechts toenemende verwikkelingen —■ of wellicht onheil.

3. De uitslag van de worsteling hangt allereerst en allermeest af van het inzicht en de vastberadenheid der democratieën. Niet alleen zijn de stoffelijke hulpbronnen der aarde, in grote meerderheid, ter beschikking van West-Europa en Amerika, maar deze zijn ten volle gerechtigd en in staat om handelend op te treden voor de Mensheid en de Rede, voor die eindwaarden, die nooit geheel zonder vat kunnen blijven op de door God geschapen mensenziel. Onze zaak is er niet een van de ene natie tegenover de andere. Zelfs niet van de ene partij tegen de andere. De wereld der cultuur, zich gegrond wetende in de zedelijke

“) Zijn boek verscheen vóór de uiteenscheuring van Tsjechcslowakije.

wereldorde, staat hier tegenover de vijanden der mensheid en der menselijkheid. Men wete wel, dat tegenover de noodtoestand alleen integrale actie iets wezenlijks betekent: geestelijke en politieke, ideologische, zedelijke, wetenschappelijke, sociale, economische, diplomatieke en, kan het niet anders, militaire. Men begrijpe intussen en geve zich er rekenschap van, dat inzicht en herwonnen zelfvertrouwen niet uitgroeien tot een sterke, bezielende geestelijke structuur, tenzij gerugsteund door de onwrikbare wil pal te staan. Laat ons niet praten over democratie als over een familiestuk, een erfgoed. Evenmin het nat.-soc. „gerechtvaardigd” noemen als een wettige zelfopenbaring der Germaanse ziel. De democratie moet zich vernieuwen, wat betekent: afstand doen van enkele illusies. Maar wat ook zeggen wil: een nieuwe opmars, een nieuw offensief tegen de bolwerken der slavernij.

De Volkenbond zij de basis!

Eenheid en samenwerking op de basis van de Volkenbond, ziedaar de eis. Maar deze eenheid moet de bewuste en beheerste openbaring zijn van een gezamenlijk Goed, dat bedreigd wordt door een bewusten en vastberaden tegenstander. Bouwen kan men alleen op Rede, Recht, Vrijheid. Nooit op het feit, dat de beide dictatoren elkaar niet mogen, of op steun van anti-nazi-dictaturen. Een toevallige overeenkomst van belangen vervangt noch schept eenheid. Recruten zijn welkom. Maar voordat wij ze toelaten moeten wij er zijn. Wat nodig is? Een Volkenbond vol vitaliteit, vastberadenheid en leidend, richting-gevend begrip; voor zijn

leden betrouwbaar, in staat zijn wil op te leggen aan overtreders en aanvallers. Het fascistische gif heeft diep ingevreten. Daarom komt alles aan op de ziel van het Westen. Om vuur te maken is een vonk nodig, een levende, actieve kern om welke de mensheid zich scharen kan, allereerst het Westen en wat zich ermede verwant voelt.

En Duitsland? Wat nadat de demonen verslagen zijn? Het zal met moeite de verwoesting te boven komen, maar zij die een ander Duitsland gekend hebben en zich aldoor bewust zijn gebleven van wat wij daaraan danken ter verrijking en verdieping onzer cultuur, zij twijfelen niet aan zijn eindelijke wederopstanding. Door de vernietiging van zijn kleine, feodale dynastieën heeft het naziïsme, zijns ondanks, de weg gebaand tot een normale, nationale staat. Hoe dan ook, wij hebben al onze krachten te geven aan de herdoorleving, herfundering en hernieuwing van de Westerse democratie.

Tenslotte haalt Kolnai de volgende woorden aan van Mowrer”), waarmede deze het beroep van het naziïsme op deszelfs bezielende nieuwheid tegemoet treedt:

Geen mysterie kan naar zijn wezen meer bezielend zijn, geen politiek credo meer adembenemend dan de verzekering: ~Alle mensen zijn vrij en gelijk-geborenen”. Waaraan Kolnai tot onze troost als slot van zijn ontstellend requisitoir het woord van Masaryk toevoegt: ~De Democratie is nog in haar kindsheid”. q KNAPPERT.

’) Schrijver van: „Germany puts the doek back”. 1932.

Karl Barth spreekt

Karl Barth spreekt te Utrecht. De stad is rumoerig vanwege de Jaarbeurs. De café’s zijn overvol. in de restaurants, eten de Jaarbeursbezoekers en de Jaarbeursstandhouders. In het café-restaurant, waar ik terecht kom ik wU nog wat eten vóór de avondbijeenkomst begint is veel lawaai van borrelaars. Vier zitten er vlak naast mijn tafeltje; telkens wordt nog een rondje ~op de valreep” besteld, de stemmen worden M luider. Niet bepaald een sfeer, dienstig ter geestelijke voorbereiding van straks Barth’s rede....

Dan maar niet luisteren! Tijdens het eten de aandacht maar liever op een krant bepalen. Maar die wekt óók al de sfeer niet, dienstig voor het straks rustig aanhoren van Barth’s dogmatisch betoog. Oorlog en geruchten van oorlog, macht boven recht, woordbreuk boven heiligheid van verdragen, bulderend misbaar ... Europa van vandaag.

En ik peins, of het eigenlijk nog wel zin heeft om te spreken over „De souvereiniteit Gods In de beslissing des geloofs” en of het nog wel zin heeft daarnaar te luisteren. Hier, in dit Utrecht; nu in deze tijd. Ik denk ook. in die stemming, aan de door prof. Kraemer opgeworpen vraag: Doet het Christendom nog ter zake? Hoe moeilijk lijkt het daar „ja!” op te zeggen, hier, waar dronkaards elkaar kwaadsprekend overschreeuwen en hier waar onze wereld een groot slagveld der wanhopigheid is...

En dan spreekt toch in de Handeisbeurs Karl Barth. Een koud verkooplokaal, de regen klettert tegen het glazen dak, Barth moet zijn toegeknepen stem moeizaam verheffen om zich achter in de zaal verstaanbaar te maken. Met zijn grauw-bleek gezicht, de ongekamde haarlok over het voorhoofd, zijn slecht-zittende stijve boord, zijn zware brilleglazen, is hij de typische professor, de echte kamergeleerde. Zijn rede leest hij voor, hij mag in Nederland in het openbddr blijkbaar niet improviseren. Zijn voordracht lijdt daaronder; bij-ziend moet hij op het manuscript turen; rechtstreeks contact met zijn hoorders kan hij niet zoeken.

Toch is dat contact er, van de aanvang af en de geestelijke gemeenschap van spreker en hoorders groeit naarmate het betoog vordert. Men is gekomen om een geleerd theoloog te horen, maar men is ook gekomen om den man van aangezicht tot aangezicht te zien, wiens leer in onze dagen allerwegen werkt als dynamiet. niet het minst op het terrein der dus-

genaamde Christelijke politiek.

Wat is de ontroerende èn schokkende werking, die er van het bijkans droog betoog, zonder pathos of effect voorgedragen, uitgaat? Uit het college in de dogmatiek, dat hier gegeven wordt —' zeer orthodoxe, zeer „Barthiaanse” dogmatiek ontwikkelt zich een getuigenis. Dat getuigenis neemt steeds klaarder vormen aan, naarmate aard en wezen der menselijke geloofsbeslissing nader omschreven en bepaald worden. Dan is élk woord hard graniet. Dan is élke zin een hamerslag op steeds weer hetzelfde aambeeld: gehoorzaamheid aan de souvereiniteit Gods, de énige souvereiniteit, waarnaar alles zich te richten heeft; gehoorzaamheid aan het Woord als Openbaring.

Den aanwezigen journalisten is verzocht om „begrijpelijke reden” —> zich van het maken van verslag te onthouden. Zij dienen zich te bepalen tot weergave van het verstrekte communiqué. Het is een goed commimiqué, waarom zullen zij dan niet willig gehoorzamen aan het hun gedane verzoek? Zij doen dat even willig als de organisatoren de politie-contróle bij de ingang van de zaal en de politionele luisterposten in de zaal (och arme!) gedoogden. Helemaal vrij is immers zelfs Nederland niet meer.

Maar wat het communiqué niet weer kon geven, dat is de reformatorische klank in Barth’s stem als hij aan het slot van zijn rede protesteert tegen een theoiogie, die uit louter... dialectiek het „ja of neen” uit de weg zou willen gaan. Geloofsbeslissing is ook geloofsbeslissing op politiek terrein. Is ook beslissing in een Europa, dat wij aan het kwade hebben overgeleverd, waar de humaniteit verloren gaat, terwijl God het ~humanum” lief heeft.

En dan klinkt, vlak na die oproep tot geloofsbeslissing als plotseling slotwoord, als schreeuw, als zucht èn als gebed het oude: Veni Creator Spiritus, kom Heilige Geest. Geen ~bevredigend” slot, geen peroratie in majeur. Hier klinkt alleen maar een geknepen stem, die een biddend woord spreekt, terwijl het voorovergebogen hoofd met de dikke brilleglazen zich nu eindelijk op mag heffen van het papier en de ogen van den spreker ons aankijken, één ogenblik Veni Creator wij schuivelen de zaal uit. Veni Creator een krant vol schokkend wereldnieuws wordt door de wind hoog boven de straat gejaagd en voor een naargeestig cabaret staan dronken Jaarbeursgasten te ruziën.

Trots alles; Christendom doet „ter zake”. JOHAN WINKLER.