is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 26, 25-03-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oe wereld ran nu

Ook statistieken kunnen misleidend zijn

In het „Zeitschrift für freie Deutsche Forschung” van Juli 1938 lazen wij een zeer instructief artikel over de economie van een normaal Duits arbeidersgezin in 1933 en thans. Volgens het „ongecorrigeerde” staatje van overheidswege gepubliceerd zou de arbeider er in de laatste vijf jaar zeer op vooruit zijn gegaan. Wij laten de statistiek ter controle van het beweerde hier volgen en drukken er onmiddellijk de „gecorrigeerde” uitgave achter af: Volgens de officiële statistiek:

Volgens de niet-officiële, maar ware statistiek:

Waren: Januari 1933 Roggebrood 56.1 Tarwemeel 6.7 Rijst 9.6 Erwten 8.6 Aardappelen 15.0 Wortelen 3.5 Zuurkool 5.0

Vet inlands spek 9.1 Margarine (80 gr.) 10.0 Buiten), gesmolten varkensvet ... 7.7 Suiker 8.9 Volle melk 6.0 Zout 2.1

Totaal ... 148.3

Waren: Januari 1938 Roggebrood 56.1 Tarwemeel 6.4

Rijst 10.4 Erwten 13.4 Aardappelen 20.5 Wortelen 3.8 Zuurkool 6.5

Vet inlands spek 10.6 Margarine (40 gr.) 7.5 Boter (40 gr.) 11.4 Binnen), gesmolten varkensvet... 13.1 Suiker 9.3 Volle melk 6.0 Zout 2.1 Totaal ... 177.1

Hieruit blijkt, dat de voedselkosten voor een arbeidershuishouding onder de jammerlijke, ellendige voorwaarden, waaronder de arbeider onder het nat.-socialisme moet leven, van Januari 1933 tot Januari 1938 van 1.48 R.M. tot 1.77 R.M. per dag zijn gestegen, hetgeen 19.4 procent betekent.

De officiële statistiek van de kosten van levensonderhoud wijst een stijging van de voedselkosten aan van 8.9 procent onze statistiek een meer dan twee keer zo grote stijging, n.l. één van 19.4 procent. Beide statistieken berusten op de enkele officiële prijsaanduidingen van de kleinhandel: alleen stellen wij juist die waren op de voorgrond, die de arbeider heden kan kopen, terwijl de officiële statistiek waren opsomt, die de arbeider met zijn minimaal loon toch niet kopen kan, en verder die waren, die tengevolge van het voedseltekort slechts in geheel onvoldoende hoe-

veelheid, op de markt komen, zodat de arbeider ze of heiemaal niet, of niet in de officieel vastgestelde hoeveelheden kopen kan.

in Pfennigen 1933 1938 Roggebrood 56.1 56.1 Tarwemeel 6.7 6.4 Rijst 9.6 10.4 Erwten 8.6 13.4 Aardappelen 15.0 20.5 Wortelen 3.5 3.8 Zuurkool 5.0 6.5 Vet inlands spek 9.1 10.6 Margarine 10.0 15.0 Buitenl. gesmolten varkensvet 7.7 ? Suiker 8.9 9.3 Volle melk 6.0 6.0 Zout 2.1 2.1 In totaal per dag 148.3 ?

Intellectuelen in ballingschap

Uit het rapport van de Engelse ~Vereniging ter bescherming van Wetenschap en Onderwijs” 1937 over haar bemoeienis met geemigreerde intellectuelen:

„Men schat het totale cijfer van professoren en wetenschappelijke onderzoekers, sinds Mei 1933 afgezet aan Duitse universiteiten of universitaire insteliingen op ongeveer 1400. De registers der Vereniging wijzen uit, dat minstens 418 bovendien zijn afgezet in gelijke insteliingen in Oostenrijk. In Italië, Tsjecho-Slowakije en Spanje is het volle resultaat van de jongste gebeurtenissen nog niet bekend, maar in Italië hebben de nieuwe anti-semitische wetten, buiten de afzetting van Joodse uit Duitsland gevluchte geleerden, geleid tot ontslag aan de Italiaanse universiteiten van ten minste 140 professoren en van een groter, echter nog niet vastgesteld aantal leraren bij het middelbaar onderwijs.

Voor hen heeft de Vereniging 524 vaste en 306 tijdelijke betrekkingen gevonden. Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hebben het merendeel van hen opgenomen (respectievelijk 251 en 247), maar de meeste democratische landen hebben edelmoedig gereageerd. De enige zwarte plek is de U.S.S.R. Volgens het rapport van de Vereniging zijn alle gevluchte geleerden, die op posten in Rusland waren aangesteld, ontslagen en verdreven gedurende de periode van Xenofobie (vreemdelingenvrees) in 1937, en de vertegenwoordigers der Vereniging moesten zich bijzonder inspannen om te verhinderen dat sommigen van hen naar Duitsiand werden teruggezonden.”

The New Statesman and Nation, Febr. 18, 1939.

Het Westen spiegelt zich in het Oosten

De afgevaardigden der Wereldzendingsconferentie te Tambaram waren voor twee-derde afkomstig uit de jonge, inheemse kerken. Dat maakt de bespreking in de sectie over het christendom en de niet-christelijke godsdiensten bijzonder interessant. De „Oecumenischer Presse-und Nachrichtendienst” 1939 meldt, de discussie samenvattend, het volgende:

Feiten en zienswijzen uit de oostelijke landen werden vrijelijk en nadrukkelijk geuit. Met het oog op de zendingstaak en de te volgen methode werden o.a. de herleving van de Oosterse godsdiensten, hun groeiende tegenstand jegens de uitbreiding van het christendom, de achteruitgang van het godsdienstig leven in Europa, de laksheid en de zwakte der kerken tegenover veelvuldige aanvallen behandeld. De moeilijkheden van de zendingsarbeid, zo heet het verder, worden nog versterkt door Westerse beschaving, die een vernietigende uitwerking heeft op de oude gemeenschapsvormen in Afrika, Zuidzee-eilanden en eveneens in de landen van het verre Oosten.

Het is goed, als het Oosten aan het Westen de harde waarheid voorhoudt. Het Westen heeft immers den Oosterling zo vaak harde werkelijkheden laten voelen.

Amerika

Senator Pittman kondigt een wetsontwerp aan om de Zuidamerikaanse staten gelegenheid te geven, op Amerikaanse werven hun oorlogsschepen te laten bouwen tegen prijzen, die beneden de iaagste aanbiedingen van het buitenland blijven.

Hamsteren

De minister van Economische Zaken in Zwitserland zette in een bespreking den vertegenwoordigers der kantonale regering de betekenis uiteen van het plan van het bureau voor volksvoeding, in geval van oorlog. Volgens dit plan zouden de bewoners van Zwit-

serland er toe moeten bewogen worden, in ieder huishouden reeds thans in vredestijd een voldoende voorraad voor twee maanden aan belangrijke en gemakkelijk te bewaren levensmiddelen op te slaan. O, de volkseenheid en de volkssolidariteit! Maar als de angst en het zelfbehoud zich doen gelden

Brits-Indiè

In overeenstemming met een verzoek van Gandhi worden in de stad Bombay en de voorsteden, met ingang van Augustus a.s. het verbruik en de verkoop van alcoholhoudende dranken verboden.

Berichten uit Duitsland

Tekort arbeidskrachten

Krachtens een onlangs uitgevaardigde verordening, kan. als de uitvoering van dringende werkzaamheden van nationaal belang door het gebrek aan arbeidskrachten in het gevaar wordt gebracht, een beroep worden gedaan op iederen in Duitsland wonende buitenlander, evenals op iederen Duitser.

Inkomstenbelasting

De verzachtende bepalingen voor de inkomstenbelasting ten gunste van de indienstneming van dienstboden zijn ingetrokken. Ook de aftrek voor kerkbelasting en noodzakelijke uitgaven in verband met het beroep is niet meer toegestaan. Voorts is de belasting voor kinderloze echtparen verhoogd.

Loonstandaard

Uit de statistieken van het arbeidsfront van 1934 blijkt, dat 63 % van de arbeidende bevolking in Duitsland een jaarlijks inkomen beneden 1200 mark had. Sindsdien is vermoedelijk het inkomen niet gestegen, gezien de herhaalde verklaringen van Hitler en andere leiders, dat de Duitse industrie en handel nog geen hoger loon konden betalen. Van bovengenoemde 63 % wais één vijfde gehuwde mannen.

Van de arbeidende bevolking verdient 29 % tussen 1200 en 3000 mark per jaar en 8 % meer dan 3000 mark.

Meisjesdienstplicht

Tot nu toe moeten volgens de bestaande bepalingen alleen die meisjes een jaar lang op het platteland, bij een boerin of in een ander huishouden werken, die van plan zijn een beroep uit te oefenen. Thans zal binnenkort een verscherping intreden in die zin, dat alle meisjes, dus ook zij, die geen plannen hebben om een beroep uit te oefenen, verplicht zijn, een jaar buitenshuis dienst te doen.

De vrije Duitse arbeid

In een der jongste afleveringen van de „Monatsheften für Nat. soz. Sozialpclitik” deelt Dr. Syrup, Directeur van het Rijksarbeidsbureau, mee, dat in 1938 de „verordening voor de verzekering van de arbeidsvoorziening voor bijzonder belangrijke werkzaamheden” is toegepast op 400.000 personen. Dat betekent dus, dat 400.000 personen uit hun oorspronkelijk werk zijn gehaald en onder dwang zijn tewerkgesteld aan werkzaamheden, die de staat op dat ogenblik het belangrijkste achtte. Men erkent, dat deze staatsbemoeiing van de vrijheid van beroepsuitoefening niets over laat, doch rechtvaardigt haar met een verwijzing naar het ~heil van staat en volk”.

Wanneer men, over vele jaren, als objectief historicus, de aldus tot stand gebrachte bouwwerken denk bijv. aan de Berlijnse Rijkskanseiarij zal beschouwen, zullen de gedachten onwillekeurig teruggaan naar de Egyptische pyramiden: „Tienduizend slüven zwoegden ”

vrij Ie bovenhuis grote gemeub. en suite te huur, in gez. z. kind. Warm en koud str. wat, f 30 p. m. Event. m. pens. f 1.25 a f 1.50 p. d. De Vries, Leliegracht 17a, A'dam.