is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 27, 01-04-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSE KRONIEK

Europa in rep en roer

Met driftige sprongen schiet de schijnwerper van de actualiteit in onze dagen heen en weer, van de ene naar de andere hoek in Europa. Vorige week was het eerst Praag en verderop, tot Roemenië; toen plotseling een ruk noordwaarts, naar het Memelgebied; daarna terug naar de chaos tussen Hongaren en Slowaken; Berlijn sluit een handelsaccoord met Boekarest; Polen roept lichtingen op. Des Zondags spreekt Mussolini; tegelijkertijd begint Franco een nieuw offensief, het laatste en waarom?

Zo gaat het maar door en elke naam brengt nieuwe vraagtekens. Waarom, waartoe, waarheen?

Het verwarrendst zijn wel de gebeurtenissen aan de noordrand van de Hongaarse poesta’s. Men kreeg waarlijk de indruk, dat niet alleen de Hongaarse boeren, die werden opgeroepen, in absolute onwetendheid verkeerden, waarvoor zij zouden worden gebruikt. De enige verklaring, die hier te vinden is, moet wel naar het Macchiavellisme van Berlijn verwijzen, dat in deze gebieden een tactiek van „verdeel-en-heers” toepast, waarbij ook de verwarring zelf althans een zin heeft, zij het dan een verderfelijke.

De Engelse kroniekschrijver van de moderne geschiedenis, prof. Arnold Toynbee, heeft in een balans van „München” reeds vorig najaar gewezen op de unieke positie, welke het Duitsland van Hitler tegenover de omringende versnipperde statenwereld innam. Die positie berustte o.a. op twee factoren: ten eerste de nationale homogeniteit (gelijksoortigheid) van het Duitse Rijk, welke de Duitse politiek in staat stelde alle onderdrukte minderheden in Midden-Europa in beweging te brengen, d.w.z. een reeks brandhaarden in Europa op te rakelen; ten tweede de talloze en veelal onoplosbare tegenstellingen, die tussen die omringende staten bestonden en het Rijk de rol van de lachende „derde” konden bezorgen.

Wat het eerste element aangaat, is het merkwaardig, dat Hitler’s jongste greep naar Praag en de inlijving van ruim negen millioen Tsjechen en Slowaken de morele positie van het Derde Rijk als schutspatroon van onderdrukte en in beweging komende nationale minderheden enorm heeft ondermijnd. De bittere klacht van den gevluchten Karpathen-Oekrainsen premier Wolosin, dat zijn volk door de nazi’s verraden was, zal in de toekomst een zware handicap zijn voor Hitler om ooit weer als kampioen van het Oekrainse nationalisme op te treden.

Maar het verdeel-en-heers vindt een ruime toepassing en tot dusver is het Derde Rijk er zeer wel bij gevaren. Het hele procédé tegen de Tsjechen en Slowaken was een school-voorbeeld van deze tactiek. Het is daarna met onverminderde kracht voortgezet bij de Hongaren, Slowaken en Roemenen. roerigheid van de Hongaren is waarschijnlijk niets anders dan de methode, om de Slowaken een militaire kolonisatie te doen aanvaarden, die bij het „verdrag” van Berlijn met Bratislava dan ook is bezegeld, en tegelijkertijd een waarschuwing aan Roemenië, om zich niet al te vlug toe te vertrouwen aan de bescherming van de grote Westerse mogendheden. Het gevolg, dat Roemenië aan die waarschuwing heeft gegeven, is duidelijk tot uiting gekomen in het economische verdrag met Berlijn, dat althans principieel Roemenië voor een Duitse economische kolonisatie openstelt. Tegelijkertijd wijst de ligging van enkele voorname nieuwe Duitse exploitatiegebieden in de Roemeense „wingewesten”, d.w.z. in de na de oorlog aan andere staten ontnomen gebieden, zoals de Dobroedsja (vroeger Bulgaars) en het Banaat (vroeger Hongaars), op de bijzondere belangstelling.

welke Berlijn er op na houdt voor de confllcts-zones in dit deel van Europa.

Methode en strekking van het jongste Duitse optreden in Midden-Europa bewijzen, wat een Duitse leiding in het achterland van ons werelddeel betekent: verscherping door exploitatie van de bestaande tegenstellingen en kolonisatie voor de militaire macht van het Derde Rijk. Verdeel-en-heers is de tactiek. Men betwijfelt, of deze Duitse bankroetiers het spel altijd wel helemaal in de hand hebben. Misschien zal ook Hitler wel ervaren, dat wie wind zaait, storm oogsten zal.

Polen

Er is nog een ander verband, waarin het rumoer in en om Slowakije een zekere zin krijgt, en waarbij tevens de zo plotselinge incassering van de Memelse rekening kan worden ondergebracht. Het Derde Rijk is bezig Polen te omsingelen. De haast, welke daarbij wordt betracht, spruit voort uit de bezorgdheid, dat de „tegen-partij”, die eveneens aan een omsingeling werkte, vóór zou kunnen raken. Polen neemt in deze diplomatieke manoeuvres een sleutel-positie in.

Polen is, ondanks al zijn ambities, waarschijnlijk niet trots op deze positie. Daarvoor is zij te kwetsbaar. Bij monde van den heer Beek, wiens dubbelzinnige practijken de laatste jaren de Poolse politiek haar tweeslachtig karakter hebben gegeven, kan de Poolse regering echter zeggen: ik heb het er naar gemaakt. Het is kwaad kersen eten met grote heren, maar de Polen zitten graag mee aan tafel. Van twee wallen eten heeft echter zijn bezwaren.

Anderzijds kan ook het Europese westen moeilijk de Poolse bodem uitverkoren achten om het plechtanker van de vrede in vast te haken. Polen, de Poolse staat met zijn aan alle kanten aangevochten grenzen en zijn nationale minderheden-belasting van minstens dertig procent der bevolking, is niet bepaald een stabilisatie-factor. bij uitstek in de Europese statenwereld. Daarenboven heeft het optreden van zijn regering ter gelegenheid van de algemene plundering der Tsjechoslowaakse republiek niet bepaald de sympathie voor deze staat in en buiten Europa doen groeien.

Het kost ons enige moeite, achter de facade van aristocratische regeerders het Poolse volk terug te vinden, dat van nature zeer sympathieke eigenschappen schijnt te bezitten, maar tot dusver niet in staat is geweest, de ruige maskers, die de Pilsoedski’s, Smigly Ridz’en en Beck’s het hebben opgezet, van zich af te schudden. Waarschijnlijk is het Poolse volk daarvoor te zwak, want het wordt doorlopend door een ondragelijke ellende tot op het gebeente uitgeteerd. En daarbij schijnen ook de zachtere kanten van het volkskarakter, zoals wij reeds eerder hier aan de hand van een deskundige hebben meegedeeld, in de verdrukking te zijn geraakt.

Er zal nog wel gelegenheid zijn, helaas, eens uitvoeriger op het Poolse volk terug te komen. Thans zij er mee volstaan, dat deze staat zo-

„In de democratische Dierentuin”.

wel in het zuiden, waar de Oekraine en het vroeger Duitse Silezië intrige-haarden vormen, als in het noorden uitermate kwetsbaar is. De kwestie van de Poolse Corridor is, voor zover Danzig betreft, reeds grotendeels door de gelijkschakeling van de „Vrije Stad” geliquideerd. De Corridor zelf, dat wil zeggen de brede landstrook, die na de wereldoorlog Oost-Pruisen van het moederland scheidt, en Polen met de Oostzee verbindt, blijft als staatkundig probleem nog altijd onoplosbaar.

Ook de veel-geroemde Duits-Poolse overeenkomst van Januari 1934, waarbij beide staten beloofden, overleg te plegen over elke voorkomende kwestie, gaf geen oplossing. Van Duitse zijde is naderhand duidelijk genoeg gebleken, dat men daar een oplossing toch alleen zag in de vorm. van een terugkeer van „Duits” land (dat de bevolking Duits zou zijn, kan men moeilijk aantonen) tot het Duitse Rijk. Maar Polen zal zich met hand en tand tegen zulk een oplossing verzetten, omdat alle Poolse verlangens naar een vrije uitlaat voor de handel, maar ook naar een groter rol op het wereldtoneel, waarbij ook het koloniale streven niet wordt vergeten, met het bezit van een eigen zee-kust verbonden zijn. De Duitse bezetting van Memel en de Duitse voogdij over Litauen heeft het ook onmogelijk gemaakt voor Polen, compensatie voor een eventueel verlies van de Corridor te zoeken in noordelijker contreien.

Dit zijn alle overwegingen, die meer te maken hebben met de hoovaardige aspiraties van een parasiterende heerserskliek, dan met de noden en verlangens van het Poolse volk zelf. Wanneer West-Europa voor de verzekering van de vrede naar steun wU zoeken ook bij Polen, zal het vooral de weg moeten vinden tot de Poolse volksmassa’s. En dan lijdt het geen twijfel, of deze massa’s zuUen zich, evenals in zovele andere staten in Oost- en Midden-Europa, solidair voelen met de westerse democratieën.

Alleen kan een dergelijk verbond nooit moreel zuiver en practisch werkzaam zijn, wanneer het de betrokken massa’s niet tevens uitzicht biedt op een vrijer, welvarender bestaan als lid van een waarachtige gemeenschap van volken. Het zou een misdaad en een dwaasheid zijn, de deels gepauperiseerde mensenmassa’s van Oost-Europa vanuit het westen te willen gebruiken als kanonnenvlees. Wij zullen hier aan deze kant nimmer onze veiligheid kunnen kopen met het bloed-offer van het Slavische oosten.

Uitstel?

Inmiddels schijnt men in het centrum van et diplomatieke contra-offensief tegen de Duitse opmars nog altijd niet tot een besluit te zijn gekomen ten aanzien van de houding, die men tegenover een bedreigd Oost-Europa zal aannemen. Het is dan ook de vraag, of de Poolse minister Beek, wanneer hij begin April in Londen arriveert, enige aanmoediging zal vinden om zijn balanceer-politiek tussen de beide „assen” prijs te geven en zich tot het rudiment van collectieve veiligheid te bekeren, dat de Britse regering heeft aangekondigd.

De Britse terugkeer tot een lang versmaad beginsel hebben wij hier niet met hosannah’s begroet. Hoewel de motivering bij monde van Lord Halifax ons van de weloverwogenheid dezer late bekering beslist heeft overtuigd, kan men niet zeggen, dat de Londense praktijk tot dusver van een, overigens verschoonbare, overdreven bekeerlings-ijver heeft doen blijken. Het heeft er alles van, dat er te veel slakken zijn achtergebleven om het geloofsvuur hel te doen oplichten.

Halifax’ nieuwe „collectieve veiligheid” was een noodsprong, die hoogstens uitstel kon verschaffen. Wij hebben ook thans een uitstel gekregen, schijnt het. Hitler laat spreken over een „Paas-vrede.” Mussolini sprak onverwacht ~gematigd.” Maar wanneer het uitsfêr alleen daaraan te danken is, dan zal het stellig geen afstel brengen. Dan betekent het enkel, dat de geest van transacties, van gesjacher ten koste van anderen, de ~geest van München”, weer over het westen dreigt vaardig te worden.

En dan Is het wachten uitsluitend op het nieuwe „initiatief”, dat aan de totaiitaire staten is overgelaten. B. W. SCHAPER.

De Russische beer: „Wat is er toch met die oude Britse leeuw aan de hand?”

De Gallische haan: „Arme kerel. Hij kan niet meer zo goed brullen en nu is hij aan het gorgelen”.

„II 420” Florence.