is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 27, 01-04-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vanuit deze Bijbel gesproken en gedacht wordt, voor de ontmoeting aangewezen heeft. Er is niet van een bepaalde kerk sprake, doch van een plaats, waar christenen, socialisten. Joden, heidenen aangesproken worden vanuit het woord Gods dat Jezus Christus betekent; een plaats waar vast staat dat er slechts één recht, één gerechtigheid is, n.l. die in Jezus Christus, dat er slechts één Rijk is, het Koninkrijk Gods, zoals dit door Jezus Christus in de wereld is gebracht. ledere poging om met mensenhanden dit Rijk te bouwen is onmogelijk, zelfs ongeoorloofd. Elke macht die zich als totalitair laat aanspreken, zal op deze plaats veroordeeld moeten worden.

Als Banning wijst op verschillende practische punten, aan de oplossing waarvan wij samen zouden kunnen werken, bijv. het Jodenvraagstuk of de werkloosheid, dan is hij het volkomen met hem eens, dat wij hiermede niet behoeven te wachten tot alle socialisten christenen zijn geworden. Van het kwaad weet ook de Bijbel, veel erger kwaad dan in het socialisme zo uitsluitend als kapitalisme naar voren komt.

Samenvattend zegt spr., dat hij dankbaar is, dat men van socialistische zowel als van christelijke kant voelt, dat deze tijd die ons tezamen in het nauw brengt, op een ontmoeting aanstuurt. Hij hoopt echter ook, dat we met het tempo, waarin we leven, ook zullen komen tot de rust om te luisteren naar het oude Evangelie, naar het oude Boek, dat in ons volk zo’n grote rol heeft gespeeld.

In een repliek krijgen beide inleiders nog gelegenheid op verschillende punten in hun inleiding nader in te gaan en te verduidelijken.

Een goed geslaagde bijeenkomst, die naar we hopen aanleiding zal zijn tot verdere bespreking over dit vraagstuk.

Mijn eerste bezoek aan het Huis van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers te Bentveld

Toen een Haagse kameraad mij de vraag stelde of hij mij niet eens zou opgeven voor een werklozeninternaat te Bentveld, stond ik daar zeer sceptisch tegenover. Mijn antwoord was: „maar kerel, je weet toch dat ik helemaal niet religieus ben aangelegd”. Na zijn verzekering, dat dit geen enkel bezwaar kan zijn, accepteerde ik het en daar ben ik hem nu dankbaar voor.

Deze inleiding gebruik ik, omdat dit geen op zich zelf staand geval is, doch omdat het meerderen zo is gegaan.

We kwamen dus in de namiddag van de 13e Maart te Bentveld aan.

De entree was goed, de thee stond gereed, en men keek niet op een kopje meer of minder. De commissie onder leiding van dr. Banning ontving ons hartelijk, de slaapkamertjes waren zindelijk en eenvoudig mooi, de hete soep met brood daarna in de eetzaal opgediend smaakte verrukkelijk. Materiahstisch was dus de zaak voor elkaar, de omgeving een mooi stuk natuur, het is alsof men uit een bebost, heuvelachtig stuk duinlandschap een stukje heeft kaal geschoren juist groot genoeg om er het huis neer te planten.

Toen dr. Banning ’s avonds in het mooie zaaltje (door werklozen gebouwd) het internaat officieel opende, en met ons de vraag besprak wat zullen we deze week aan elkaar hebben, want wat is een mens, vertolkte hij ons aller gedachten. Het was een heterogeen gezelschap uit alle richtingen van de min of meer socialistische beweging, en uit verschillende delen van het land. Doch men verstaat daar de kunst ieder op zijn plaats te zetten, en aan het verzoek van den spreker deze week de gesprekken hoger te doen gaan dan de alledaagse dingen van het stemi>eUokaal, is zeer zeker voldaan. Er heeft niemand aan gedacht een min of meer gewaagde mop te tappen. Niet omdat de sfeer taai was, doch omdat daaraan geen behoefte was, men hoeft daar de tijd niet te doden, men komt er tijd te kort.

Toen Dinsdagmorgen na een goed ontbijt, de verdeling van de corvee, een alle dag terugkerende noodzaak, waarbij we net doen alsof we er het land aan hebben en dan stiekum aan mej. v. d. Meer vragen of we dat niet elke dag mogen doen, naar de morgenwijding; je staat er aanvankelijk vreemd tegenover, doch ook dat valt mee en niemand dacht er aan ook maar een morgen te spijbelen. Daarna de eerste lezing van v. d. Woestijne over het onderwerp „Het economisch leven van de proletarische mens”. Voor enkelen, die al eens iets meer aan dergelijke studies hadden gedaan, leek het wat te eenvoudig, doch uit de debatten en uit wat verder geboden werd bleek, dat het goed en nodig was, om het verdere van de week met vrucht te kunnen volgen. Hij accentueerde de mens als kuddedier, de algemene bestaansonzekerheid van hen, wier enig bezit hun arbeidskracht is, en het bespreken van de vraag, hoe die bestaansonzekerheid op te heffen.

De middag werd besteed aan een flinke wandeling in de omgeving zoals bijna iedere middag. De tweede inleiding. Dinsdagavond, van dr. P.

Kuin, plaatste onze gedachtensfeer weer in de economie met het onderwerp: „Werkloosheid en werkloosheidsbestrijding”. Spreker gaf hierbij zichtbaar op het bord enige leerzame cijfers, eerst met betrekking tot Duitsland waar men, zij het met de bewapeningswedloop, de werkloosheid heeft opgelost. Spreker bespreekt hierbij de vraag of in ons land met meer vreedzame middelen dit ook mogelijk is, waarbij hij bespreekt het verleggen van het evenwicht tussen het consiunptie en het spaarkapitaal, de koopkrachttheorie.

Ook deze inleiding gaf na een geanimeerd debat, voldoende stof tot nadenken en napraten.

Woensdagmorgen een inleiding door mej. Van Rhijn met als onderwerp: „Kinderbescherming”. Het leek wat vreemd deze nog jonge dame voor zo’n gezelschap, meest vaders van enige kinderen, dit onderwerp te zien behandelen. Doch ook dit was een goede keuze, we weten van de kinderwetten veel te weinig en als we er al iets van weten, dan wordt er in onze kringen te weinig voor gevoeld, en zeker te weinig daadwerkelijk aan gedaan.

We laten deze hele zaak aan de bezittende klasse over en klagen dan als het misloopt; een leerzame rede, die zijn werk zeker zal doen.

Woensdagavond J. G. Bomhoff, over: „Humor”, een werkelijk hoogstaande beschouwing: wat is lachen, waarom lachen wij en waaruit komt het voort? Na deze beschouwing, met een Kleine pauze om het gesprokene even te verwerken, ias hij enige fragmenten voor uit de literatuur, oude en nieuwe, waar we steeds juist moeten lachen op die plaatsen waar hij ons eigenlijk voor had gewaarschuwd. Al met al een beste avond waarvan we allen hebben genoten.

Donderdagmorgen ds. J. L. Faber. Nu, ook deze is het best toevertrouwd. Hij behandelde het onderwerp: „Socialisme als zedelijke eis”.

Het zou te ver voeren om hiervan maar een enigszins behoorlijk verslag te geven. De debatten waren zo' geanimeerd, dat hij zelfs nog aan tafel enige tijd benutte, om toch ieder het volle pond te geven. Na tafel toonde hij zich van de vrolijke kant door voor de piano in de praatkamer allen aan het zingen te zetten, waardoor de vaste bezoekers van de Gaskamer (het rookhol) vergaten er heen te gaan.

Ja, van dat rookhol zei ik nog niets, het is namelijk in het Huig verboden te roken, behalve in één vertrek, het rookhol genaamd, maar daar is het er dan ook wel naar. Denk nu niet, dat daar alles even vies is. Integendeel! Een vertrek met een geheel glazen wand en alles wit gelakt, doch ik ben bang, dat na enige internaten het daar wel geel zal worden.

’s Avonds een lezing door H. Rijkmans, over Vincent van Gogh, zijn levensloop, zijn geestelijke veranderingen, zijn zware strijd met het leven. Deze lezing, voor sommigen w'at zwaar, toegelicht n.et lichtbeelden (jammer alleen zwart op wit) was zeer zeker in de serie op haar plaats.

Vrijdag dr. Banning over „Religie en socialisme”. Een mooie rede, waar ieder zeer zeker veel uit geleerd heeft. En ja, dat wilde ik nog zeggen: Banning zegt: we willen je hier niet bekeren, geen zieltjes winnen, maar dat doe je toch. Er zijn in onze beweging nog zo’n massa, die met de grote dingen in de natuur en het leven geen raad weten, die mankeren juist dat, wat jullie geven en die win je altijd.

Het is goed geweest, we hebben zo’n w'eek nodig, iedere werkloze moest zeker eenmaal per jaar, een week uit de dagelijkse sleur van het stempelen worden weggenomen. Er waren kameraden, die zeiden: „zo’n week vergeet je je gehele leven niet meer”. Dit is waarschijnlijk te sterk uitgedrukt, omdat nieuwe, min of meer belangrijke dingen, steeds weer oude vervangen. Doch dat staat yast, er is ons geen andere levensbeschouwing bijgebracht, maar we hebben allerlei wel anders leren beschouwen.

Vrijdagavond een formeel concert door een gemengd koortje van een 16-tal zangers en zangeressen onder leiding van Joh. Kéja, die mooie koorwerken ter; gehore brachten, en als een enkele kameraad de verzuchting slaakte, dat hij liever de strijdliederen van De Nobel hoorde, was dat niets meer of minder dan een gebrek in onze muzikale opvoeding, waardoor maar weinig arbeiders in staat zijn van goede zang of muziek te genieten.

Doch de wijze waarop we het koor uitgeleide hebben gedaan bewees voldoende hoe we hun werk hebben gewaardeerd.

Ik weet niet of ik iets min of meer belangrijks vergeten heb, doch als ik zeg: „het was een goede week” geldt dat voor alles en allen. L. S.

Ervaringen op Kortehemmen

Zes dagen zijn voorbij.

Zes-en-veertig mannen, in meerdere of mindere mate de dupe van de huidige economische verhoudingen, socialisten, partijlozen en ’n enkele orthodox-marxist, religieuzen, ongelovigen, katholieken nóg of van-huis-uit, hervormden, ziedaar een beeld van de staatkundige en geestelijke samenstelling van het gezelschap, afkomstig uit de stad Groningen en Friese steden, stadjes en binnenlanden, bijeen op Kortehemmen van Maandag 13 tot Zaterdag 18 Maart 1939.

Niet gemakkelijk is de taak om over dit samenzijn den lezer rapport uit te brengen.

Immers, hoe kan men gewagen van de kiese wijze, waarop in zijn openingswoord ds. Bakker sprekend over het werk van de Woodbrookers, door het thema „Wat dunkt u van de mens” eventueel wankelmoedige of terneergeslagen deelnemers een hart onder de riem stak?

Hoe is een boeiende inleiding over „Socialisme nu!” van ds. Ruitenberg hier te verslaan zonder overtreding van de ongeschreven wet op de kolommengastvrij heid ?

Wat te melden van de middagwandelingen onder de nooit falende en „dwalende” leiding van kam. Poortman, die ons dwars door de rimboe, over moddergreppels en door striemende takkebossen wist te voeren naar de pastorie in Boornbergum, zó critieken feilloos, dat vermelding van een omweg van ’n paar uur muggenzifterij mag heten?

Op welke wijze de meesterlijke voordracht te beschrijven uit het werk over de trotse Wiarda’s, die aan het eind hun nek braken over eigen stugheid? Of over Madam Curie, wier eenvoud in de voorlezing van mevrouw Sinnema een gave, treffende vorm van uiting vond?

En wie de sfeer niet heeft ondergaan in ’t „Rookhol” tijdens de discussie over het zo actuele onderwerp „Morele en geestelijke herbewapening” van ds. Van Apeldoorn, hoe zal hij die kunnen aanvoelen in ’n simpele pennevrucht?

Het gebodene en genotene was te omvangrijk en te diepliggend, om zich op gepaste wijze te weerspiegelen in deze regelen.

Dat geldt de bespreking over ’t huidig verval der kerk door ds. Bender, waarbij het in geding gebrachte „krukken”-element ook zijn stempel drukte op de behandeling van „De grote ontmoeting” door de leiding van het internaat, ds. Bakker, en het geldt in niet mindere mate de gedachtenwisseling aan de hand van het door ds. De Boer besproken werk over de jeugd in het Duitse nationaal-socialisme.

De bonte avond was welhaast kakelbont.

Zo verging een week in harmonie en kameraadschap, een injectie van nieuwe moed en frisse kracht tegen de drukkende beslommeringen van der dagen grauw.

C. W. VAN ALTENA.

IBelaiiigriJke boekem sils TEIXEIRA DE PASCOAES PAU LUS, DE DICHTER GODS Ing. f 3.90 Geb. f 4.90 „Zestig, tachtig bladzijden lang heb ik mij verzet tegen deze wijze van schrijven, deze manier om een historische figuur te scheppen, maar dan heb ik mij moeteri In eiken buigen voor het genie van den schrijver, voor zijn goed recht en zijn schitterend boekhandel talent om over den apostel Paulus zulk een werk te schr 1 jven, het werk verkrijgbaar. willen noemen, tenminste voor onzen tijd”. DE NIEUWE BOTTERD. COURANT. Speciaal Slïe"" VILHELM GRONBECH DE MENSCHENZOON verkrijgbaar. ,nn Ing. f 2.90 Geb. f 3.90 oogenblik om te boek om^v^e^e UITGAVEN J. M. MEULENHOFF – AMSTERDAM