is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 28, 08-04-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENLANDSE KRONIEK

*ll I I x/=n rio -rrinrlo Alle kwaad een gevolg van ae zonae

Een streng orthodoxe bezoeker kwam eens bij mij, toen ik aan het tuinieren was en merkte op: Als de eerste mensen niet gezondigd hadden, behoefde u nu niet onkruid te wieden: want in het paradijs groeide geen onkruid. Alle kwaad is een gevolg van de zonde, ook de dood!

Ik antwoordde hem, van de plantenwereld in het paradijs niet op de hoogte te zijn en voegde eraan toe: Al werden wij allen onschuldig als Adam en Eva, dan zouden we in de wereld, zoals ze nu is, toch moeten wieden; want het onkruid wordt niet uitgeroeid door onze heiligheid maar door onze hand en schoffel!

De zeer welsprekende radiopriester H. de Greeve heeft een bond zonder naam gesticht, die reeds duizenden leden telt. De leuze van de bond is: Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Het doet denken aan de beweging voor zedelijke herbewapening. De Rotterdamse burgemeester Oud, een van de elf ondertekenaars van het manifest, waarin ons volk tot zelfbezinning werd opgegroepen in het najaar van het vorige jaar, zei dezer dagen, dat men in de eerste plaats aan zichzelf moet werken en dat de verbetering moet voortkomen uit een nieuwe geest.

Zelfonderzoek, zelfgericht, zelfopvoeding en bekering zijn zeker voor ieder noodzakelijk. Karakter en hart bepalen tenslotte, wie we zijn en wat we doen. Ons innerlijk leven is als een kamer, waarin orde en reinheid moeten heersen en dat vereist elke dag werk en geheel in orde en zonder enig vuil krijgen we alles nooit geheel. Maar door een deel der zedelijke herbewapenaars wordt voorbijgezien, dat misstanden in staat en maatschappij bij velen de zedelijke herbewapening bemoeilijken en zelfs tegenhouden en onjuist is ook hun mening, dat die misstanden een gevolg zouden zijn van persoonlijke zonden.

De werkloze, die tracht zijn levensmoed en vertrouwen te behouden, zijn gezinsleven niet geheel te doen verzuren door voortdurend gemopper en gevloek, van de nood een deugd poogt te maken door de overmaat van vrije tijd zo goed mogelijk te besteden, verdient alle respect; maar daarmee wordt de werkloosheid niet verminderd.

Er is ook wezenlijk onderscheid tussen de zonde van den persoon en die der gemeenschap. Vrede komt er nooit en oorlog zal er blijven, hoorde ik eens opmerken, want de kinderen kibbelen al en maken ruzie en gaan elkaar met hun vuistjes te lijf! Toch is de oorlog iets anders dan het grote vuur, dat gevormd wordt door talloze vlammen en vonken, onze boze gevoelens tegen de naasten. Toen Madrid open stond voor den vijand, hebben de soldaten van Franco en de regeringstroepen elkaar begroet, sigaretten gegeven, hun vreugde betoond dat het nu uit is. In de wereldoorlog hebben soldaten uit tegengestelde loopgraven elkaar soms nog iets anders dan handgranaten toegeworpen, bijv. pakjes met versnaperingen. Onder de soldaten, die toen in het besef van hun plicht de wapenen hanteerden, waren er, die thuis bemind, misschien ook wel een beetje geringschat werden om hun zachtheid en toegevendheid, die licht voor sukkelachtigheid worden gehouden.

Tussen Eva en haar zonde en het onkruid in onze tuin zien we geen verband, wel echter tussen persoonlijke bekering en hernieuwing der wereld.

Het is echter niet: het een of het ander, maar beiden. Het is niet: met dit ene moet gij beginnen, maar beiden moet gij aanpakken. Het ene wordt gediend door het andere, maar ook het andere door het ene!

Winst behalen

Verschillende steden hebben den minister van Defensie verzocht, om garnizoenplaats te mogen worden. Is daar zo warme liefde voor do militairen? Vindt men het er zo aantrekke-

lijk, kans te lopen, brandpunt voor een oorlog te worden? Acht men uniformen nodig tot verhoging van het stedenschoon? Terreiiien werden zelfs door gemeentebesturen kosteloos aangeboden. Was dat een offer uit berooide gemeentekassen gebracht aan onze weermacht ter handhaving van onze zelfstandigheid? Het ware, althans zeker het sterkste motief was het voordeel, dat een garnizoen aan zijn standplaats brengt. Men wenste soldaten, om winst te behalen.

Er wordt geroepen om bezoek van vreemdelingen en alles gedaan, om hun het verblijf zo aangenaam mogelijk te maken. Natuur- en stedenschoon moeten hen trekken. Het geldt niet van vreemde vluchtelingen. Die zouden een streek minder aantrekkelijk kunnen maken. Daarom begint een advertentie, waarin bouwterreinen en prachtige huizen worden aangeboden met een geruststellend: Geen vluchtelingenkamp op de Veluwe. Die zouden anderen maar afschrikken en de meesten zijn platzak. Vreemdelingenverkeer is een zaak en geen negotie wordt verricht zonder een goede kans op winst. De voorzitter van de Alg. Gem. Ver. voor Vreemdelingenverkeer heeft dan ook in een persconferentie een zeer zakelijke beschouwing gegeven over dat verkeer. De tourist geeft zijn geld uit voor 23 pet. aan logies, voor 31 pet. aan geschenken en andere aankopen, voor maaltijden 18 pet., voor garage en benzine 10 pet. en de rest voor vermakelijkheden, versnaperingen, plaatselijk vervoer. Nederland geeft nog veel te weinig uit voor de propaganda, om vreemdelingen te trekken. We zijn ook niet voorkomend genoeg voor hen. Als een goed zakenman zeide de voorzitter: Veel te weinig wordt de vreemdeling hier als ~klant” beschouwd, wien het leven zo aangenaam mogelijk gemaakt moet worden, dat hij terugkomt en andere „klanten” aanbrengt. Men vindt hier en daar op de mooiste punten makkelijke banken, waar men heerlijk kan uitrusten en genieten van het natuurschoon en krijgt dan een prettige indruk van de vriendelijke aard der bevolking, die het de vreemdelingen zo prettig maakt. Op zitting of leuning leest men de letters V.V.V. Dat wil zeker zeggen: Vriendelijkheid voor vreemdelingen? Inderdaad is de bedoeling: Voordeel van vreemdelingen. Van zakenstandpunt is er niets tegen te zeggen. Men jaagt wel op lelijker wijze het voordeel na en er zijn wel verwerperlijker winstobjecten. Bols tracht ons wel wijs te maken, dat wij zonder een borrel ouwe klare niet gelukkig kunnen leven, maar het is hem te doen, om winst te maken uit de drank, die nog steeds voor veler lichaam en ziel een gevaarlijk vergif is. En het wapenkapitaal brandt van geestdrift voor de vrijheid en zelfstandigheid van het vaderland, maar het warmt zich aan het laaiende vuur van het nationalisme en is ook wel bereid, om den vijand als klant te leveren, als die maar goed betaalt. Dat is veel erger en lelijker, dan vreemdelingen te trekken ten profijte der neringdoenden.

Niettemin is het toch stuitend, vreemdelingen niet als gasten maar als klanten te lokken en dan na vertrek de rekening op te maken, hoe veel men aan hen verdiend heeft.

De mens en zijn huid

Krantenlezen vereist de kunst van sorteren. Men moet vlot en juist beslissen: Die kolom is niks voor mij, kan overgeslagen worden! Men behoeft zich daarom niet te bepalen tot de vette letters, die een korte samenvatting geven. Maar de krant is als een veel te overvloedig diner. Men moet schotels laten passeren en direct zien en ruiken: Dat is niks voor mij! Toch neemt men soms een lepeltje vol en het smaakt. Wie leest nu behalve huldspecialisten of andere medici een verslag van een hoogleraar over: „De taak van de huid en den huidarts”? Overslaan! Toevallig zie ik aan het slot het woord: eeuwigheidswaarde van een mens. Dat is wat anders dan een vieze huidziekte. Maar wat heeft eeuwigheidswaarde met de laagjes

vel, waarin het lichaam ingepakt is, te maken? Toch eens lezen! Prof. dr. Th. van Leeuwen wees erop, dat de huid ’t lichamelijk schoon kan verhogen, maar ook het uiterlijk afstotelijk maken. Men kan dit laatste lijden ook wegnemen, althans verminderen, door het leren aanvaarden en verwerken van het leed tot evenwicht en harmonie der persoonlijkheid op hoger plan. Lichamelijke volwaardigheid moet in juister verhouding tot zijn betrekkelijke waarde voor de mens gezien worden. Alsof het de mens gegeven ware, de kwaliteit van zijn nageslacht te beoordelen, worden maatregelen aanbevolen en zelfs door wettelijke dwang bevorderd, om de geboorte van een onvolwaardig nageslacht te voorkomen. En dan besluit de hoogleraar: „Naar mijn overtuiging is het niet mogelijk, de cultuurwaarde, de eeuwigheidswaarde van een mens te meten.”

In de laatste tijd ontving ik twee brieven uit de gevangenis: in beiden opmerkingen, die getuigen van zachte en edele gevoelens. Eén brief is geschreven door een moordenaar. Een ontaarde dus, een nietswaardige, een man, dien de justitie bijna een half mensenleven geen plaats meer in de vrije samenleving waardig heeft gegacht. Maar in zijn hart schijnen toch edelstenen te zijn als in de donkere, diepe aarde. Wie heeft het recht dit leven waardeloos te noemen en alle eeuwigheidswaarde te ontzeggen? De mens is niet zijn kleed, zijn beurs, zijn naam, zijn huid, zijn armen en benen, oren en ogen; wat daar achter schuilt, is een verborgenheid, de eigenlijke mens, zijn wezen. Het schijnt soms afschrikwekkend, maar ook op een mesthoop prijkt soms een mooie bloem.

Hoe heter men den mens kent, des te raadselachtiger is hij ons. Niets is dan zo moeilijk als zijn waarde vast te stellen. De fijnste appelen hebben soms een ruwe, lelijke schil en er is vaak weinig smaak aan de vrucht met een mooi gekleurde schil. Dit geldt ook van de schil, waarin wij zitten.

Het Godskabinet

Men spreekt wel van een koninklijk kabinet. Het wordt samengesteld door den Koning naar zijn persoonlijk oordeel, zonder acht te slaan op de sterkte en verhoudingen der partijen. De ministers zijn zijn mannen. Godskabinet klinkt als Godslastering. God heeft toch niet een uitverkoren politieke partij noch uitverkoren mannen, die naar Zijn wil regeren. Toch wordt in het Antirev. Volksblad, dat in verkiezingstijd verschijnt, „Nederland Waakzaam”, het kabinet-Colijn als zulk een uitverkoren kabinet voorgesteld. Het heet daarin een grote zegen, als God Nederland nog in het bezit laat van een regering, die met de Christelijke grondslagen wil rekening houden. God geeft ons hier in Nederland nog de gelegenheid, om mede te werken aan de vorming van zodanige meerderheid, dat de Koningin een Christen Staatsman aanwijst, om een ministerie saam te stellen. „Wat God in Zijn goedheid ons geeft, mogen wij niet met onze critiek besmeuren.” Het Godskabinet is een heilig kabinet en mag dus niet aangeraakt worden. Het is het kabinet van Gods zegen en goedheid.

Wij nemen aan, dat Colijn overtuigd is naar zijn beste weten en met zijn beste krachten ook door zijn politiek God te dienen en we hebben respect voor die overtuiging ondanks onze critiek op die politiek. Maar zou Colijn zelf durven getuigen, dat God in Zijn goedheid hem als minister aan ons volk heeft gegeven en dat zijn regering een zegen Gods is?

We hebben hier een uiting van de hoogmoed en zelfverheffing, de geest der Farizeërs. die doet spreken van het volk Gods, het Christelijk volksdeel, van de stem Gods bij een stembusoverwinning en van een door God uitverkoren regering. Het is haast nog ergerlijker dan de manier, waarop in ditzelfde blad de socialisten bestreden worden.

„Rood heeft het altijd moeten hebben . Van haat, van ontevredenheid, Van overvragen, tweedracht zaaien. Van muiterij en klassenstrijd.”

Tegenstanders in de modder trappen en zichzelf op het hoge standpunt plaatsen van Gods gunsteling te zijn, moge al antirev. wezen, christelijk is het niet. J. A. BRUINS.