is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 28, 08-04-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[)e wereld ran nu

De Godlozen-beweging in Rusland

De laatste aflevering van het tijdschrift „Anti-Religosnik”, hetgeen in het bijzonder bestemd is voor de meer ontwikkelden, bevat een verslag van een rede, welke door prof. Ranowitsch gehouden werd in het historische instituut te Moscou.

In deze rede verklaarde deze professor 0.a.: „De mening, dat het Christelijk geloof door de uitbuiters opgedwongen werd aan de volken, is onjuist. Evenals de theorie van Kautsky onjuist is, volgens welke het Christendom een beweging zou wezen, welke steun verleende aan het proletariaat van het oude Rome in zijn strijd tegen armoede en verdrukking. Dit proletariaat was integendeel een parasiterende volksklasse, welke van de weldadigheid, in de heidense tempels beoefend, leefde, de Christenen haatte en almee de eerste was, die de vernietiging der Christenen verlangde.

Het Christendom, dat diep in het Oude Testament wortelt, is voor de opheffing der slavernij in deze wereld van onovertroffen belang geweest. Ofschoon in de Sowjet-Unie iedere godsdienst beschouwd wordt als opium voor het volk, is het Christendom tot zekere hoogte niet het zwaarste opium. Het kwam in de wereld niet slechts als een andere, maar ook totaal nieuwe leer, verschillend van andere godsdiensten. Door zijn boodschap van de gelijkheid van alle mensen, rassen en volken evenals door de opheffing van de heidense offerdwang heeft iets geheel tot dat ogenblik nieuws verkondigd. Zeer bijzonder nieuw waren de door het Christendom gepredikte voorwaarden voor de verbreiding van een „revolutionnaire, democratische geest” in de betrekkingen tussen de mensen. Ofschoon het Christendom in de tweede en de derde eeuw daarvan weder afgeweken is, is de democratische geest der broederliefde onder de gelovigen toch nooit geheel verloren gegaan.”

Moet er dan een socialistische religie komen?

Hetzelfde blad verzet zich tegen de pogingen om te komen tot een „verfijnde, socialistische godsdienst”, daartoe het streven in bepaalde communistische kringen worden gevonden.

Het blad zegt: „De overleden volkscommissaris Lunatscharsky, welke de grote drager dezer gedachte geweest is, beweerde kortweg, dat God de mensheid in haar hoogste potentie was. Hij hield zich ongehinderd bezig met de schepping van een nieuwe religieuse leer, welke overeenstemde met het communisme. Maar op verzoek van Lenin en Stalin heeft hij later deze pogingen opgegeven. De neiging tot een sociologisch gericht pantheïsme, welke tegenwoordig wordt aangetroffen, is terug te leiden tot de invloed der godlozenbeweging, welke ervoor zorgde, dat de gedachten der oude pantheïsten als Spinoza, Hegel, Kusanus, Giordano, Bruno, enz., verbreid werden. De communistische partij heeft alle eerbied voor deze oude pantheïsten voor zoverre zij in de strijd tegen de Christelijke Kerk gebruikt kxmnen worden en tot versteviging der materialistische wereldbeschouwing, maar de idealistische poespas in hun philosophie wordt door de partij ten enen male verworpen. Wij hebben zulk een religie niet van node.”

Uit: Nieuwe Rott. Courant

Dictatuur en criminaliteit

In het December-nummer van het om de drie maanden verschijnende „bulletin” van de „Association Juridique Internationale” (Internationale juristenvereniging) komt een interessante bijdrage voor van Jérome Ferrucci, advocaat te Parijs, over de invloed van de autoritaire regimes op de criminaliteit. De schrijver deelt daarin het een en ander mede van het resultaat ener enquête, onder de auspiciën van de Volkenbond in 1936 gehouden naar het aantal gevangenen in de verschillende landen en naar de maatregelen, in die landen getroffen, om dat aantal te doen verminderen. Een zestigtal staten hebben op de hun gezonden vragenlijst geantwoord. Het

„Derde Rijk” deelde mede, tot zijn spijt niet aan de enquête te kunnen meewerken, daar zij uit naam van de Volkenbond werd gehouden.

In het jaar 1937 waren volgens de binnengekomen gegevens een miilioen personen in gevangenschap. In negen landen was het percentage gevangenen op de gehele bevolking van het land: anderhalf k twee pro mille; in zeven landen is het meer dan twee pro mille.

Wanneer men de getallen precies nagaat, wordt men getroffen door het grote aantal gevangenen in de landen van open of verkapte dictatuur, vergeleken met het aantal in democratische landen.

Frankrijk telde bij een totale bevolking van 42 miilioen zielen: 16.930 gevangenen. Voor Italië met ongeveer dezelfde bevolking als Frankrijk bedroeg het aantal gevangenen 45.762; dat is dus 28.832 méér dan in Frankrijk!

Engeland, Wales, Schotland en lerland hadden tezamen 12.000 gevangenen op 45 millioen inwoners.

In Bulgarije waren 8.883 gevangenen op 6 miilioen inwoners, terwijl Canada slechts 3.228 gevangenen telde op een bevolking van 10.376.786. Zuid-Slavië had 37.463 gevangenen op 15 miilioen inwoners; Roemenië 11.432 gevangenen op 19 miilioen inwoners, terwijl Noorwegen, Zweden en Denemarken tezamen slechts 5.908 gevangenen telden op een totaal aan inwoners van 12.856.000.

In het bijzonder wijst de schrijver dan nog op de helaas in vele landen toenemende gewoonte, personen hetzij zonder vorm van proces in hechtenis te nemen (in de totalitaire landen), hetzij hen buitengewoon spoedig en langdurig in preventieve hechtenis te zetten (onder de landen, waar dit gebeurt, noemt hij zijn eigen land: Frankrijk).

Frankrijk b.v. had meer dan 5000 preventief-gedetineerden tegen totaal 11.000 definitief veroordeelden. Nog veel ongunstiger zijn alweer de cijfers voor b.v. Italië (24.000 veroordeelde gevangenen en 21.000 personen in preventieve hechtenis).

Reclassering 2e jaarg. no. 3.

De Deense huisvrouw een voorbeeld voor alle ....

Bij de Deense regering is een wetsvoorstel in behandeling genomen, door en voor vrouwen samengesteld. Een regeringscommissie, bestaande uit twee doktoren en dertien vrouwen, allen leidsters van grote vrouwenorganisaties, heeft eens een kijkje genomen in de keuken van de Deense huisvrouw. Zij is tot de conclusie gekomen, dat de huisvrouwen hun geld nog heel wat economischer en deskundiger kunnen uitgeven. Zij is echter van mening dat dit alleen mogelijk is, wanneer ieder meisje reeds op de lagere school haar ~vakopleiding” tot huisvrouw begint.

De commissie heeft daartoe een leerplan opgesteld, dat de regering gemiddeld op 3i millioen kronen per jaar zal komen te staan. In de wet zal een bepaling voorkomen, die werkgevers verplicht hun personeel de gelegenheid te geven de huishoudscholen te bezoeken.

In wel ingelichte kringen is men van mening, dat het wetsontwerp een goede kans maakt, daar de regering doordrongen is van het nationaal-economisch belang, dat een ideale huisvrouw vertegenwoordigt.

Uitvinder insulineschock-behandeling uit Duitsland verdreven

De niet-Ariër Dr. Manfred Sakel, die in 1938 Weenen verliet, omdat hij zich elders moest vestigen, is de beroemde ontdekker van de Insulineschockbehandeling. De door hem gevonden methode werd op de gehele wereld onderzocht en goed bevonden. Zelfs van Duitse instellingen zijn zeer waarderende beoordelingen binnengekomen.

Naar de „Deutsche Weg” thans bericht, is in het Beierse ziekenhuis te Eglfing een speciaal insulineschock-station ingericht. Ook de

Duitse Minister van Arbeid heeft reeds bij besluit van 25 Mei 1938 aan de ziekenfondsen medegedeeld, dat „deze insulinebehandeling van schizophrenen zo doelmatig is gebleken, dat onder bepaalde omstandigheden de toepassing door de ziekenfondsen gerechtvaardigd moet worden geacht”.

Dat komt er dus op neer, dat de Minister, die den uitvinder-emigrant geen goed hart toedraagt, volgaarne gebruik maakt van diens ook voor het derde rijk waardevolle ontdekking...

Stauning over Duitsland

In het jongste nummer van het „Algemeen Weekblad voor Christendom en Cultuur” geeft „Oog en Oor” een interview weer, dat de Deense sociaal-democratische minister-president Stauning heeft gegeven aan een nazijournalist. Deze vroeg Stauning, die een reis in Duitsland had gemaakt, wat hij voor goeds vond in de democratische regeringsvorm, wat hij niet ook in Duitsland had gevonden. Stauning antwoordde daarop het volgende:

„Ik houd ervan mijn krant te lezen en daarin veel en gezonde critiek te vinden op mijn regering. Ik vind het fijn de radio aan te zetten en naar goede muziek of lezingen te luisteren zonder te worden gehinderd door lofredevoeringen op wat de regering doet. Ik acht het een zegen naar de kerk te kunnen gaan en daar het Evangelie onverkort te kunnen horen, een boodschap bestemd voor mij zowel als voor een anderen Deen. Kortom, de sfeer der vrijheid, die ieder mens doet gevoelen, dat hij evenveel waard is als een ander mens dat is, wat ik in de Democratie vind.

Maar als u wilt weten, wat me het meest aantrekt, dan is het, dat terwijl u, wanneer u des morgens ontwaakt door gekletter van metaal op de straatkeien, opschrikt uit uw dromen en doodsbleek naar het raam wankelt om te zien of het nu werkelijk oorlog is, ik mij verheugd en blij nog eens kan omkeren met de gedachte: Kijk, daar heb je de melkboer weer.”

Italiaans-Duitse samenwerking inzake het vluchtelingenvraagstuk

Naar te Weenen uit zeer bevoegde bron wordt vernomen, schijnt de Gestapo in voortdurende relatie te staan met Italiaanse instanties, die hun medewerking verlenen bij de methode, waarop de Duitse overheid thans het vluchtelingenvraagstuk wenst af te wikkelen. Reeds zijn enige gevallen bekend geworden, dat Joodse emigranten zonder meer met Italiaanse hulp op eilanden in de Adriatische Zee zijn neergezet, zonder dat daarbij de overweging, dat voldoende voedsel voor de verdrevenen niet aanwezig was, enige rol speelde.

Naar hieromtrent nader wordt vernomen, is deze handelwijze het gevolg van een regelmatig contact van de Gestapo te Weenen met Italië, waarheen zij zo nu en dan een aantal vluchtelingen zendt, die in het land van aankomst op een schip worden gezet, dat maar moet proberen, de ongelukkigen ergens kwijt te raken...

(Reeds op 27 Maart j.l. heeft de Joodse Perscommissie de aandacht gevestigd op het feit, dat 377 Joden dezer dagen zonder meer zijn afgezet op het eiland Shelti in de Adriatische Zee. Shelti is een verlaten eiland, gelegen op ongeveer 19 mijl afstand van de Joegoslavische haven Split; op dit eiland bevinden zich geen andere inwoners, terwijl het onmogelijk is, het nodige voedsel te verkrijgen.)

Eindelijk veilig!

Chamberlain zeide op 3 October 1938: „Ik koester de hoop, dat onder het nieuwe garantie-systeem het nieuwe Tsjechoslowakije veiliger zal zijn, dan het ooit in het verleden was.”

Men mag veronderstellen, dat het nu definitieve veiligheid gevonden heeft. Slechts staten, die ingelijfd zijn bij het Derde Rijk, zijn veilig. Zij staan niet langer aan invallen bloot.

New Statesman and Nation 18 Maart 1939.