is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 29, 15-04-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lit de Kerkelijke Wereld

Geloven en theoretisch onderzoek

Vliegen zegt het in zijn herdenkingsartike' over onzen gestorven geestverwant W. Drop in het jongste nummer van „Socialisme en Democratie” met verantwoorde voorzichtigheid: „Gelovigen deinzen soms terug voor theoretisch onderzoek, dat misschien de hechtheid van hun geloof zou kunnen schaden.”

Wij willen ons afvragen of het waar is. Vliegen geeft dus uiting aan dit, in ongodsdienstige kringen sterk levend vermoeden: Wie gelovig is, zai geen onderzoek naar de grondslagen van zijn geloof dulden, omdat daardoor de grondslag bedreigd wordt.

Is dat zo?

Ja. Het is een feit. Dagelijks waar te nemen Het iigt in de natuur van de menselijke geest, om zich zijn zekerheden niet te laten ontroven Want zekerheden zijn veiligheden. Zij geven een rust aan het leven. Zij leveren schuilplaatsen in het onweer, zij stutten in de storm. Maar dat geldt voor alle gelovigen. Niet alleen voor de „Godsgelovigen”. Ja, laat ik er aan toevoegen, zelfs het minst voor de „Godsgelovigen”.

Vliegen heeft het psychologisch juiste feit op de godsdienstige mens toegepast. En dan is het niet zonder meer juist. Door zijn beperking. Want het geldt voor allen, die ergens, waar dan ook, hun laatste vertrouwen in gesteld hebben. Ook voor hen, die hun laatste vertrouwen gesteld hebben in de souvereiniteit van de rede.

Wie veel atheïstische en vooral communistische lectuur onder de ogen krijgt (waarmee ik deze twee stromingen niet gelijk stel, wel op een theoretisch verband wijs), staat verbaasd over het ongeschokte verstandsgeloof. Hoe heet het ook weer in de statuten van de „Dageraad”? Dat spreekt in art. 2 aldus: „Zij plaatst zich hierbij (d.w.z. bij de zuivering en verdieping van ’s mensen zedelijk en verstandelijk besef' op de wetenschappelijk-wijsgerige grondslag van de souvereiniteit en de autonomie van de rede.” Nu vragen wij: is dit soms géén geloof? Zeker, het is geen kerkgeloof. Maar het is wel een vertrouwen, ja, een definitief en uitsluitend, dus gelovig, vertrouwen in de rede.

Dit geloof nu verkeert in een hevige crisis. Zoals men voor 50 jaar rondging en vroeg: „Bestaat er een God?”, zo gaat men nu rond met de vraag: „Is de rede te vertrouwen?” Die vraag wordt veelal ontkennend beantwoord, en dat niet door de eerste de beste. Met dit wantrouwen valt de zekerheid van den atheïst.

Nu vragen wij weer: mijdt de gelovige het theoretisch onderzoek? En het antwoord moet luiden: ja, mits men het woord gelovige niet beperkt tot een bepaalde groep.

En hoe staat het in feite met het vermoeden, dat Vliegen uit? Mijdt de „Godsgelovige” (akelig woord!) het theoretisch onderzoek in het algemeen? Hierop ook een algemeen antwoord te geven, is ondoenlijk. Er zijn vele factoren, die tot verlangen naar theoretisch onderzoek leiden. Ik geloof, dat bij zeer velen de lust daartoe niet groot is. Onder alle categoriën treft men luie denkers. Vliegen heeft lang genoeg in de socialistische rijen meegemarcheerd om ook binnen onze beweging nietreligieuzen aan te wijzen die zich om enige theoretische kwestie nimmer bekommerden. Het aantal wetenschappelijke geschriften van de laatste jaren, dat zich bezighoudt met theoretische doordenking van de grondslagen van het socialisme, is omgekeerd evenredig aan het aantal, dat technische kwesties behandelt. De belangstelling in de socialistische kring voor wereldbeschouwelijke problemen is gevaarlijk klein.

En ziende naar de verschillende godsdienstige groepen, kunnen wij dit zeggen: Het Rooms-Katholicisme heeft tot nu toe weinig theoretici opgeleverd. Mijn indruk is, dat men bezig is deze achterstand in te halen. Maar de moeilijkheid voor hen is, dat de groep wetenschappelijke werkers als geestelijken geïsoleerd leeft, en dat de structuur van het Rooms-Katholicisme het vrije denken, zacht gezegd, niet stimuleert. Voor het Protestantisme geldt dit niet. Vooral

het Calvinisme is zeer bedreven in theoretisch onderzoek. Een gereformeerde jongeling lijkt al gauw op een theoloogje. Het intellectualisme in die kring is groot. Dat zij bij dat onderzoeK niet tot dezelfde resultaten komen als Vliegen, moet hij niet zo opvallend vinden. Dat doet aan de zin voor het theoretisch onderzoek niets af.

Van het Vrijzinnig Protestantisme in het bizonder kan men zeggen, dat de zin voor theoretisch onderzoek zeer groot is. Wie, als schrijver dezes, het voorrecht heeft gehad, prof. De Graaf tot zijn leermeesters te mogen rekenen, zal nooit los kunnen komen van de onverschrokken waarheidsliefde, de diepgang van het theoretisch onderzoek, waarmee deze bij uitstek vrome mens ons leerde de stof te benaderen. Ook zijn het Vrijzinnig Protestanten geweest, die de zéér diepgaande onderzoeking begonnen zijn naar de vreemde godsdiensten, en de bijbelcritiek is niet door „vrijdenkers”, maar door gelovige christenen ter hand genomen. Met onverdelgbaar resultaat. En is wijsbegeerte van de godsdienst alleen een vak voor ongelovigen? Integendeel!

Tenslotte dit: door alle eeuwen heen heeft de twijfel de harten van gelovigen doorgolft. Het heeft ze angstig gemaakt. Het is een twijfel geweest, die oneindig feller was dan allerlei verwerpingen van „vrijdenkers”. Die twijfelt is een prikkei geweest, om te onderzoeken. Niet „theoretisch”; maar als ging het op leven en dood. Die twijfel heeft mensen tot nieuwe zekerheden geleid, waardoor het leven tenslotte ankerde in vaste bodem. Het waren zekerheden, die „het verstand te boven gingen”, en waarbij het verstand eerst zijn gezonde, bescheiden, maar vaste plaats kreeg.

Het is niet uitgesloten te achten, dat, door het verlies van allerlei verstandelijke zekerheden, nu een onderzoek naar de diepste diepten des levens gestimuleerd wordt, die, natuurlijk, ook het theoretisch onderzoek zal kunnen gebruiken, maar die leidt tot een hervinden van Hem, Die gevonden wil worden.

De Hongaarse Jodenwetten

Het,,Nieuw Israëlitisch Weekblad” van 7 April weet in zijn buitenlands overzicht het volgende te berichten:

„De gevolgen van de Jodenwetten zijn ruïneus. Dat dit de bedoeUng van de regering Teleky zou zijn, mag men niet beweren. Want tenslotte is Hongarije niet vrij in zijn beweging, het ondergaat een Duitse druk, die hevig en beslissend is.

Het is in dit Donauland een publiek geheim, dat de Jodenwetten verordoneerd zijn door het Derde Rijk, dat Hongaarse regeringskringen zich tegen deze Ersatz van Neurenberg hebben verzet, doch dat dreigementen met bombardementen hun uitwerking niet misten”.

Duitsland geen Protestants land meer

Tot belangrijke hoogte is het begrip ~protestants” of „kathoUek land” verouderd. Wat men er vóór 1800 algemeen mee bedoelde, kan nu vrijwel nergens meer gelden.

Toch blijft Frankrijk in zijn allure, door lange traditie, katholiek, en Nederland, ook al is het protestantisme een minderheid geworden, protestants.

Maar hoe staat het met Duitsland? Vroeger WEis het ’t land van de reformatie. Het land van de indrukwekkende protestantse theologie. Ook al W£us er een zeer belangrijke katholieke minderheid, Duitsland was hét land van het protestantisme.

Dat is veranderd. Er is een Groot-Duits rijk ontstaan. Een van huis-uit katholiek Oostenrijker wii met Pruisische grimmigheid het oude Oostenrijkse ideaal van wereldheerschappij verwerkelijken. Daarbij zal hij wel niet hebben gedacht aan de gevolgen voor de verhouding tussen de diverse godsdiensten. Deze heeft een grondige verandering ondergaan.

Terwijl in het oude rijk officieel f van het

inwonerstal protestant en f katholiek geteld werd, is de stand van zaken voor het protestantisme nu als volgt geworden: in Groot-Duitsland wonen ruim 86 millioen mensen. De nieuw verworven landen waren in overgrote meerderheid katholiek. Zodat op dit ogenblik ruim 41 mUlioen protestanten üi het nieuwe Duitsland leven. Een minderheid dus.

Vroeger zou dat veel betekend hebben. Op het ogenblik zal tegenover het nieuwe heidendom een andere meerderheid gesteld moeten worden, dan die van het getal: de meerderheid van de christelijke geest, zich uitend in rechte lijven en rechte zielen.

„Oxfordgroep en Nationaal-socLalisme"

„Het is waarlijk geen wonder, dat zovele Nationaal-Socialisten zich onweerstaanbaar aangetrokken gevoelen tot de grondgedachte der Oxfordgroep en omgekeerd, want er is inderdaad een onmiskenbare verwantschap tussen beiden.”

Aldus begint de brochure, uitgegeven door enige dames en een heer, met name genoemd, die bereid zijn alle inlichtingen te verschaffen. Noch de N.5.8., noch de Oxford-groep is derhalve aansprakelijk voor het verschijnen van deze brochure.

Het is echter niet zo heel vreemd, dat in een beweging, die zich niet uitspreekt op politiek gebied, groepen ontstaan, die pogen duidelijk te maken, dat juist hun overtuiging de practische uitwerking is, van wat de Oxfordgroep in het algemeen wil. De christenpacifisten hebben haar voorgehouden: alleen door daadwerkelijk belijden van het christenantimilitairisme brengt gij Uw grondslagen in de practijk. Waarom zouden de N.5.8.-ers ditzelfde ook niet kunnen zeggen?

De brochure zelf heeft niets om ’t lijf. De schrijvers laten zien, dat het leidend beginsel van de N.S.B. zo mooi is en precies aansluit bij wat de Oxford-groep-beweging wil. Voor de consequenties van dat leidend beginsel hebben zij geen oog. Zij verklaren het ruige optreden van de N.S.B. uit de noodzaak om harde knalschoten af te moeten vuren, om harde noten te moeten kraken. Het zal alleen de reeds bekeerden overtuigd hebben.

Het verschijnen van deze brochure zal velen onder de Oxford-groep-aanhangers toch wel iets te zeggen hebben. N.l. dit: is het wel vol te houden enkel de algemene, ongeprecieseerde gezindheid als eis te doen gelden, en over de uitwerking in de dagelijkse levenspractijk alleen maar te laten getuigen? Hier ligt naar mijn besef één van de zeer zwakke punten van de Oxford-beweging: men kan er inderdaad alle kanten mee uit. Zij laat de zeer beslissende kwesties, die op dit ogenblik aan de orde zijn, principieel onbesproken. Zij negeert ze. Ook al doen ze misschien in ander verband voor menig Oxford-belijder wel ter zake, in de Groep komen ze alleen als persoonlijke meningen, als illustratie-materiaal naar voren. Terwijl het juist kwesties zijn van de allereerste orde.

Dat, om een voorbeeld te noemen, God absolute eerlijkheid vraagt, weet een belijder van Zijn naam heel goed. Hij weet het als een vonnis over zijn leyenspractijk. Maar hij wil niet daarover spreken, want dat staat vast. Hij wil verder, en weten, wat hij met die wetenschap doen moet. Daar komt het opaan. Is het alleen maar partij zuchtige bekrompenheid als wij zeggen: een Christelijke beweging, die aanhangers van de N.S.B. onder haar belijders niet voor de zeer klemmende vraag stelt, of zij het heus voor God verantwoorden kunnen, de verantwoordelijkheid te dragen voor een stuk wereldbeweging, die beloften schendt, het bestaan van een volk vernietigt, een ras vervolgt, een staat vergoddelijkt, vrijheid van evangelie-prediking aanrandt, zo’n christelijke beweging staat beneden wat heden van een christelijke beweging geëist mag worden. Als deze kwesties tot de particuliere uitwerkingen van de zedelijke grondslagen der beweging behoren, dan weten wij niet meer, wat nog wel algemeen geldend is. Het wachten is op een evolutie binnen de Oxford-beweging, waardoor op klare vragen een klaar antwoord wordt gegeven. Zullen wi) heel lang moeten wachten?

L. H. RUITENBERG.