is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 29, 15-04-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorstellen, dat de kinderen Israels voor het stedenbouwen in Egypte onder uiterst moeilijke omstandigheden, bezigden. In Exodus 1, vers 13 en 14, wordt dit als volgt geschetst:

..De Egyptenare.n nu deden met gestrengheid de kinderen Israels werken. Zij verbitterden hun leven door harde arbeid in leem en tichels en door allerlei arbeid op het veld; alle arbeid die zij hen deden verrichten, deden zij hen verrichten met gestrengheid.”

Samen met het bitterkruid het werkwoord, dat in het Hebreeuws „verbitteren” betekent, heeft dezelfde stam als het Hebreeuwse woord, dat bitterkruid betekent wordt dit „leem” onder het uitspreken van een eenvoudige lofzegging genuttigd. Daarna wordt nog eens een stuk van de mierikwortel gegeten tussen twee stukjes matzoth, in navolging van een gebruik van Hillel, welk gebruik deze grondde op een bepaalde volgorde van de woorden matzoth en marror (het Hebreeuwse woord voor bitterkruid) in de bijbel.

Op de sederschotel ligt ook nog een ei, dat op het open vuur, gewoonlijk in de as, gebakken is. Dit is een symbolische herinnering aan de offers, die op het Paasfeest in de tempel te Jeruzalem werden gebracht. Zo zijn er op de sederavond nog vele interessante gebruiken: het zou te ver voeren van al deze hier een en ander te vertellen. De sederavond is, zoals gezegd, een der feestelijkste, maar ook ernstigste hoogtepunten in het

godsdienstige Joodse familieleven. Dat het als een godgewijd ernstig feest beschouwd wordt, moge blijken uit de gewoonte, die in vele oost-Joodse kringen nog heerst. Daar is het namelijk usance, dat de heer des huizes, die tevens de man is die leiding aan de sederavond geeft, zich die avonden in het witte doodskleed steekt, dat vele gods-' dienstige Joden steeds klaar hebben liggen en waarin zij gewoonlijk op Grote Verzoendag in dé synagoge verschijnen. Het is een eenvoudig, lang, ruw-linnen hemd

Het einde van de sederavond wordt gevormd door een paar min of meer folkloristische hederen, waarvan het laatste de geschiedenis van het arme lam verhaalt, dat door een kat opgegeten werd, welke kat weer ten offer viel aan een hond, welke hond doodgeslagen werd door een stok, welke stok door vuur vernield werd. Het vuur werd door water geblust, een os dronk dat water op, een slager slachtte de os, de engel des doods nam den slager mee en tenslotte kwam God „de Heilige geloofd zij Hij” en hij slachtte de engel des doods

Een der hoogtepunten van de sederavond is steeds weer de door het ganse gezelschap samen gezongen woorden: „Het volgende jaar in Jeruzalem.” Een wens, die dit jaar stellig in duizenden Joodse huisgezinnen in de landen, die thans voor hen een oud Egypte zijn geworden, onder bittere tranen en met hartstochtelijk verlangen, zullen uitgesnikt zijn HUGO HEYMANS.

Van mensen en dingen

Mensen en boeken

Jongelingen, kennelijk jongste en aankomende bedienden op maandsalaris, zitten met ernstige gezichten aan lange tafels en pennen ijverig vele en grote getallen. Langs de wanden boekenplanken, waarop Duitse en Nederlandse encyclopaedieën, Oosting’s viertalig Handelswoordenboek en de Wereldbibliotheek-Vondel in tien delen. Verder De Stem, Het Vliegveld, Het Maandblad voor Boekhouden en De Vegetarische Bode.

De jongelingen op maandsalaris zijn vol goede voornemens; hun inkomen, dat variëert van volontair schap tot twintig guldens per maand, verdelen zij over een minimaal kostgeld, een reservepotje voor het jaarlijkse vormvast costuum en de schriftelijke of mondelinge lessen in dubbel boekhouden. Want deze jongelingschap uit een kleine plaats in het Friese Noorden heeft ambities voor de koopmansstand en daarom komen zij enige avonden per week in het studiezaaltje van de Openbare Leeszaal om daar de uren door te brengen met balans, extra-tarra en korting op de stelen.

Wie ’s avonds in een plaats een onderdar: zoekt, kan zich in dit milieu nog wel thuis voelen, al krijgt hij ook sterk de indruk, dat hij wordt begluurd als een vreemde eend die zich in deze tot avondschool-met-zelfwerkzaamheid omgezette studiezaal onrechtmatig heeft ingedrongen.

Een geheel ander aspect biedt een leeszaal in een grote stad in Zuid-Limburg. Daar rookt men lustig z’n sigaartje en men schroomt er niet om luid z’n opmerkingen te maken of om eens een poosje een tweegesprek te voeren. Een beambte was er bijna nooit bij de hand, zodat al mijn roepen om koffie onbeantwoord bleef, wat een ernstige belemmering was om de nodige climax in de gezelligheidssfeer te brengen.

Het schijnt inderdaad, of de indruk, welke de openbare leeszalen en bibliotheken op den bezoeker maken, wisselt met de streek van het land. Over ’t algemeen is men vlot, hulpvaardig en zakelijk, hoewel ik er ken, waar zo’n ouderwetse sfeer van degelijkheid en mufheid heerst, waar men zo afgemeten doet en zo bewust fluistert, als ware men bang, dat de boeken door te veel luidruchtigheid tot bandeloosheid uiteen zouden vallen.

Maar daar ontmoet ik in Groningen Josef Cohen, de bibliothecaris van de Openbare Leeszaal aldaar, die mij meeneemt naar het filiaal in het Buurthuis en die mij laat zien, hoe daar getracht wordt de leeszaal en de uitleenbibliotheek te maken tot een levend element in de 14.000 bewoners tellende arbeiderswijk, waarin het filiaal is gevestigd.

Hoe probeert men nu leeszaal en bibliotheek tot een vertrouwde plaats voor de buurtbewoners te maken? Door deze zo in te richten en

samen te stellen, dat zij zijn aangepast bij de aard en de ontwikkeling der bewoners. Om dit te bereiken heeft de bïbliotheekleiding een jaar lang aantekening gehouden van alle lectuur, welke is gekozen en van alle vragen, die in verband hiermede werden gesteld. Speciaal wordt er op gewezen, dat deze bibliotheek er is voor de bewoners en dat zij lang niet alleen geleerdheid, wetenschap in zich bergt, maar dat men er ook ontspanning kan vinden. Het resultaat is, dat de schroom voor de indrukwekkende boekenrijen en voor de stille sfeer van de leeszaal wordt overwonnen en dat steeds meerderen er vrijelijk durven te komen om er op allerlei terreinen van het leven raad en voorlichting te zoeken.

Bezwaren tegen deze aanpassingspolitiek van den Groningsen bibliothecaris? Eerst dacht ik van wel, want ik zie op de tijdschriftentafel vooraan liggen De Lach en Libelle, het tijdschrift, dat zo nuttig voor de huisvrouwelijke practijk, maar zo verderfelijk voor de geest is. Maar dan zegt Josef Cohen mij, dat deze opzettelijk zo dicht bij de toonbank van de uitlening liggen, opdat de mensen ze zullen zien en weten, dat hier inderdaad niet alleen geleerdheid, maar ook ontspanning is te vinden.

Dus lokmiddelen? Niet opzettelijk, want de doodgewone lectuur ligt er werkelijk om den bezoekers alleen maar te gerieven; lok middelen worden het echter vanzelf, want uiteraard zullen een Lach-lezer en een Lïbellehuisvrouw ook gaan grijpen naar de andere lectuur en zo is er altijd de bogelijkheid, dat de interessesfeer wordt uitgebreid.

Hetzelfde principe beheerst ook de samenstelling van de uitleenbibliotheek. Want hoewel samengesteld op basis van de verlangens der lezers, de bïbliotheekleiding zal toch steeds, wanneer iemand blijk heeft gegeven in een bepaald onderwerp belang te stellen, trachten de aandacht te richten op meer en zo nodig betere lectuur op het betreden terrein.

Bibliotheek en leeszaal in het Groningse Buurthuis behoren tot die Nederlandse leesinrichtingen, waar men bewust ernaar streeft niet exclusief een instelling voor intellectuelen te zijn, maar waar men tracht een volksbibliotheek te vormen in de ware zin van het woord.

En daardoor werd me nu ook duidelijk, dat in een zo opgezette bibliotheek de zo gesmade Courths-Mahler niet mag ontbreken. En, zo verzekert mij Josef Cohen met nadruk, dit genre is niet allereerst lokmiddel. Wanneer de lectuur, die men mee naar huis neemt, maar niet funest is, dan is dit thuis lezen toch altijd veel beter dan verkeerde uithuizigheid.

Snertromans als bindend element in het gezinsleven; het is een nieuw gezichtspunt voor me, maar ik aanvaard het gaarne. En Courths-Mahler is in dit opzicht nog de kwaadste niet; want meer dan in de zogenaamd moderne romans geschiedt, heeft zij de heiligheid van het huwelijk hoog gehouden. K.

Uit de wereld van het boek

Thomas Mann. De komende zege der democratie, geautoriseerde vertaling door prof. dr. Leo Polak. Uitg. Arbeiderspers. 90 cent geb.

■Wat staan er prachtige dingen In dit boekje! Meer nog: wat gloeit daarin een sterke weerbare geest, waaraan wij ons Innerlijk verwant voelen, de geest van een humanisme en socialisme, In de belijdenis van eeuwigheidswaarde gegrond. Gerechtigheid, vrijheid, waarheid zijn de elementen van de Idee der democratie, en dus: „het Is een met geest en elementaire vulkanische kracht geladen, één en ondeelbaar complex men noemt dat het Absolute... de mens Is eraan gebonden, zijn wezen er naar gericht ” (13) en dus zal de democratie overwinnen, ook over het fascisme van nu.

Aan het slot geeft de schrijver duidelijk zijn mening te kennen, dat de democratie tot geivapende verdediging bereid moet zijn. De mening is te wijd verbreid om er ons over te verbazen. Wél verwondert mij dat ook Thomas Mann geen ogenblik de vraag stelt: of het wel zo zeker is. dat het gewapend geweld van tegenwoordig een bruikbaar middel tegen het fascisme en vóór democratie is; of er geen wezenlijk én historisch verband is tussen militarisme, oorlog en fascisme Dat deze vraag nergens wordt vermoed is een tekort van betekenis in een overigens diep bewogen, mensehjk pleidooi. W. B.

Emil Ludwig: „Quartett”. Uitgave Querido, A’dam. 390 blz. Pr. ƒ 3.25 4.25.

Deze nieuwe roman van Emil Ludwig is goed geschreven. Hij noemt „Quartett” zelf een „unzeitgemasser Roman”. Inderdaad. En nu is het het goed recht van een hedendaags schrijver over iets anders te schrijven dan over de dingen, die op het ogenblik in het centrum van de belangstelling staan. Vluchten wij allen wel niet graag eens even weg van al die zwaarwichtige problemen, die samenhangen met onze tijd en onze (wan-)cultuur? Maar men verwacht van een schrijver als Emil Ludwig toch iets méér dan deze lijvige roman biedt. Het onderwerp van zijn roman is heel eenvoudig „stuivertje wisselen”, wilt u ’t netjes zeggen: changer de dames gevolgd door een terugkeer tot de respectieve echtgenoten. En dit alles dan psychologisch uiteengerafeld. Het zal wel aan mij liggen, dat ik ’t niet erg waarderen kan; ik houd nu eenmaal niet erg van een dergelijk onderwerp en vooral niet wanneer het op dusdanige wijze behandeld wordt, als hier het geval is. Op enkele goede natuurbeschrijvingen na, het verhaal speelt in Italiaans-Zwitserland —, is er niet veel in het hele boek te vinden, dat je geest verrijkt of je hart verwarmt. Het spijt mij u daarom déze Emil Ludwig niet te kunnen aanbevelen. L. W.—S.

VEKENICINCSLEVEN

R.S.C. Amsterdam

Onze 'Wljdlngsbljeenkomst aan de vooravond van de eerste Mei heeft wederom plaats op 30 April a.s. te 8 uur In het Gebouw van „De Vrije Gemeente”, 'Weteringschans. Spreker; Dr. W. Banning. Medewerking wordt verleend door de Arbelderszangverenlglng „Kunst en Strijd” onder leiding van S. H Englander. Orgel mej. Mary O. Honig. Men kan zich tijdig voorzien van toegangskaarten aan de volgende adressen: De Arbeiderspers, (Boekhandel) Hekelveld 15; Lankamp & Brinkman, Spiegelgracht 19; K. Berkhout, Nleuwendammerstraat 8: A. Buys, Sperwerlaan 38: Boekhandel Bovenkerk, Middenweg 176: Gregorlus’ Boekhandel, 2e Van Swindenstraat 7: J. H. Kroes, Karlmatastraat 15”: H. Vecht, Mauvestraat 20": J. Korte, Olymplapleln 118: Boekhandel Edelman-Barendregt, Da Costapleln 14 en D. Herlaar, Admiralengracht 216”.

R.S.C. Delft

De Jongeren Ontmoetlngsbljeenkomsten staan nu vast. 21 April, Vrijdagavond 8 uur zal de eerste

INHOUD. Pag.

Hoofdartikel W. B 1

Buitenlandse kroniek, B. W. Schaper 2

De verloren zoon, F. Kalma—Koops 3

Binnenlandse kroniek, J. A. Bruins 4

De plaats van den heer des huizes 5

De kerkelijke wereld, L. H. Ruitenberg 6

Gedicht, A. Steenhulzen 7

Ons gesprek, M. H. van der Zeyde 7

Bezieling, Ida Heljermans 7

De wereld van nu 8

Ophouw, A. M. L. Prevel 9

Brieven uit het Zuiden, René 9—lo

Boekbespreking 9

Een kwart eeuw kinderbescherming 10

Het Joodse Paasfeest, Hugo Heymans 10

Van mensen en dingen, K 11

Boekbespreking 11

Verenlglngsnleuws 11—12

Inhoud 11