is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 30, 22-04-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSE KRONIEK

De mens in Duitsland

I n verhouding tot de grote plaats die Duits' land in onze gedachten inneemt met het oog op de internationale toestand, weten wij veel te weinig hoe het „daar binnen” gesteld is. Er schijnt de Duitse regering ook veel aan gelegen te zijn, dat daar niet te veel van bekend wordt en dus laten Duitsers die hier op bezoek komen weinig of niets los; emigranten hebben vaak vrij gauw het contact met hun land verloren en het is dus een gelukkig toeval, wanneer men eens in een lang gesprek met een Nederlander, die daar jaren en jaren woonde en nu voorgoed terug is, een duidelijk beeld krijgt van het gewone leven, een beeld waarvan wij gaarne een paar kanten aan de lezers van „Tijd en Taak” willen doorgeven.

Het gebrek aan contact

Cen van de opvallendste verschijnselen in Derde Rijk is de onzekerheid die gekomen is over de meeste persoonlijke betrekkingen. Om zich zonder voorbehoud te geven, is immers zeer gevaarlijk geworden; wie van je weet, dat je een van de ontelbare voorschriften hebt overtreden, kan je met opzet of door onvoorzichtigheid in het concentratiekamp brengen. En wanneer zeer goede vriendschappen bekend worden, kan dat door nationaal-socialisten ook maar al te gemakkelijk gebruikt worden als middel tot uitoefening van politieke druk: daarom is het beter alleen „kennissen” te hebben en geen „vrienden”. En ambtenaren die zoals herhaaldelijk voorkomt in politiek opzicht een oogje dicht doen, kennen geen gevaarlijker vijanden dan de goedwillende domkoppen, die met alle geweld hun dankbaarheid willen tonen.

Werkelijk openhartig kan men alleen zijn, tegen hem of haar die men als in zijn gehele levenshouding betrouwbaar van vóór 1933 kent: een oude frontkameraad; een tijdgenoot uit de jeugdbeweging, oude, persoonlijke vrienden en familieleden, kortom slechts tegen degenen aan wie men precies weet wat men heeft. Slechts wanneer zo iemand voor een derde volkomen instaat, kan een nieuw contact ontstaan.

Ceboortevraagstukken

C en van de benauwendste vraagstukken voor de regering is het teruglopen van het kindertal en tevens is dit een bewijs voor de onzekerheid die in het Duitse volk leeft: er komen geen kinderen meer bij de arbeiders omdat de woonruimten zo klein zijn; er komen geen kinderen meer bij de boeren, althans niet na de geboorte van den eersten zoon, sedert het „Erbhof-gesetz” alleen de oudste zoon in het boerenbedrijf zeker stelt. Maar er komen ook geen kinderen meer bij de S.S., de kern der partijgetrouwe nazifunctionnarissen, omdat er in die kring een stellige verwachting is van óf een oorlog óf een revolutionaire ommekeer en dit in beide gevalien een zo groot risico voor het ieven van den man betekent, dat hij er voor terugschrikt zijn vrouw met kinderen achter te laten. De ophef die in „Das schwarze Korps” gemaakt wordt van de kinderen die nog wèl geboren worden bewijst wel, hoe verontrust men in officiële kringen voor dit verschijnsel is.

Een tweede symptoom is de opgang, die in partij kringen het denkbeeld van een burgemeester In het Ruhrgebied heeft gemaakt om onder vrouwen, die boven de 29 jaar zijn en door uitvallen van zoveel mannen in de wereldoorlog niet in de gelegenheid zijn geweest een huwelijk te sluiten, te propageren.

dat zij er toe besluiten buiten-echtelijk een of meer kinderen ter wereld te brengen; de staat geeft subsidie en zorgt grotendeels voor de opvoeding. Reeds overigens zeer goed aangeschreven vrouwelijke partijgenoten, kunnen zich hiermee zelfs het gouden partij-insigne, anders een hoge uitzondering, verwerven. Dit eerbewijs wordt echter niet gegeven, wanneer het slechts om kinderen uit een laat gesloten huwelijk zou gaan. Merkwaardig staaltje van de heersende moraal!

Véél kinderen komen er alleen bij a-sociale elementen, die profiteren van de velerlei premies die op het kindertal staan. Bij meer verantwoordelijke mensen helpen de financiële aantrekkelijkheden noch de belastingdruk voor de opvoering van het kindertal. Deze druk gaat zo ver, dat een kinderloos echtpaar met een flink inkomen zelfs 55 pet. inkomstenbelasting moet betalen; van het inkomen, dat iemand verdient van het voorafgaande jaar moet bovendien nog een derde gedeelte worden afgestaan. Van dit laatste zijn ambtenaren en loontrekkenden echter vrijgesteld. In het algemeen is de economische politiek er op gericht de intellectuelen en personen in het vrije bedrijf zo sterk mogelijk onder financiële druk te zetten, zodat zij hard blijven werken maar zich toch weinig economische bewegingsvrijheid veroveren.

De jeugd

r\ at de jeugd verwilderd is, is geen wonder bij een zo sterk ontworteld gezinsleven. Dat de kinderen alleen thuis blijven, geldt niet als excuus voor de ouders om partij vergaderingen en oefeningen (waarvoor men beide wordt opgecommandeerd) te verzuimen, en de meeste kinderen worden dus na half negen alleen thuis gelaten. De school is doordrenkt van de nationaal-socialistische wereldbeschouwing, die op allen verruwend werkt en tot huichelarij drijft bij de kinderen die er zich niet bij thuis voelen. Daarna komt de Hitler-jugend en de B(und) D(eutscher) M(adel). Dezelfde ruwheid gaat hier voort en bovendien begint op de leeftijd van veertien, vijftien jaar reeds onder deze kinderen een intiem verkeer, dat behalve de geestelijke vernielingen, ook een zeer sterke toename van' de geslachtsziekten met zich brengt. De verbreiding daarvan is zo groot dat ieder, ook in de afgelegen dorpen er openlijk over spreekt. De eenvoudigste boer zal geen personeel meer aannemen, dat niet eerst op dat punt is gekeurd. Dat hiervan ook een grote belasting der ziekenhuizen het gevolg is, baart de overheid veel zorg. Sterilisatie wordt in deze gevallen zeer veel toegepast; ook hierin ügt een stuk teruggang van het geboortecijfer voor nu; en voor de toekomst nog erger.

De moraal, die er onder de jeugd wordt ingehamerd is in elk opzicht die der Spartanen: training voor sportieve prestatie,het leren verdragen van ontberingen en het standpunt dat oneerlijkheid, diefstal e.d. niet erg Is mits men zich niet laat betrappen... Zeer bewust wordt gezorgd, dat de Hitlerjeugd en de studenten voortdurend gelegenheid blijven krijgen om ergens tegen te strijden; telkens worden hiervoor nieuwe leuzen en opdrachten gegeven. Zo heeft de Hitlerjeugd b.v. tot taak alle jeugdigen die in groepsverband naar buiten trekken en niet tot de H.J. behoren op te vangen en aan de politie over te leveren; alle vrije jeugdbeweging waarbij kara.kter, kameraadschap en waarachtigheid voorop staan, is immers staatsgevaarlijk. Wat door het regime wordt geëist en wat dus ook bepaalt of iemand kan slagen voor zijn examen of voor toelating tot een overheidsfunctie Is in de eerste plaats politieke „betrouwbaarheid” in de tweede plaats sportieve prestaties en pas in de derde plaats kennis en inzicht. Het gevolg is dan ook, dat b.v. de artsenstand hart achteruit gaat in kwaliteit. Minder erg is dit met Intellectuelen die voor het bedrijfsleven nodig zijn: heel wat fabrieken en firma’s geven de voorkeur aan hen, die niet in de eerste plaats

fanatiek nationaal-socialist zijn.

Onder de geestelijk hoogstaande en minder sterke jongeren komt zelfmoord veel voor; vooral wanneer men zijn carrière gaat beginnen. Zij die tot dat ogenblik vuur en vlam zijn geweest voor het nationaal-socialistisch ideaal, komen dan van aangezicht tot aangezicht met de werkelijkheid te staan... en kunnen niet meer terug.

Oppositiekansen

r\oordat niemand zich geeft en met argus- ogen op iedereen wordt gelet en vooral op intellectuelen is het uiterst moeilijk de bestaande ontevredenheid in bewuste oppositie om te zetten. Het is uiterst moeilijk geworden vóór- en tegenstanders van het regime te onderscheiden, omdat iedereen en juist de bewuste tegenstander de schijn aan moet nemen vurig aanhanger te zijn. De enige duidelijke scheidslijn loopt tussen hen, die misbruik maken van het betrappen van een ander op een uiting of daad tegen het regime en hen die fatsoenlijk genoeg zijn te zwijgen, —zelfs wanneer zij zelf in een toestand komen dat zij er zich uit noodzakelijkheden door zouden kunnen redden.

Het is ook niet duidelijk van welke kant de oppositie, waarvoor het nazi-regime toch zeer bepaald vreest, zou komen. De Rijksweer, waaraan men in het' buitenland zo vaak denkt, maakt zelf geen oppositie, zij kan alleen één lijn trekken en een houding van een bepaald regime steunen of een bepaald regime laten vallen tegenover een duidelijke oppositie, die met de belangen van de weermacht rekening houdt. Zij sluit zich alleen bij oppositie aan, maar neemt geen initiatief.

De moeilijkheden bij de voedselvoorziening leggen ook weinig gewicht in de schaal: het Duitse volk is op enkele jaren na sedert 1914 niet anders gewend. En wanneer op dit punt plaatselijke moeilijkheden ontstaan, pleegt de regering snel noodmaatregelen te nemen. Want in de grond zijn de nazi’s laf en trekken terug bij verzet.

Hoewel de intellectuelen door de regering achteruitgezet en gevreesd worden, gaat de oppositie van deze zijde toch bij zeer velen niet verder dan de wens om in het persoonlijk leven met rust gelaten te worden. Aan de andere kant heeft het democratische Ideaal, dat velen onder hen vasthielden, een geduchte knauw gekregen door de houding der democratische mogendheden in de jongste Septemberdagen. Velen hadden toen gehoopt op een nederlaag van Hitler, die ook zeker binnenlandse gevolgen zou hebben gehad; nu is hun geloof in Engeland en Frankrijk gaan wankelen.

Zij vrezen ook zeer dat wanneer er een ommekeer zal plaats hebben, dat misschien enige sociale verlichting zal brengen, maar de willekeur nog zal doen toenemen. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de radicale vleugel der S.A. in opstand zou komen, waar nog één van de sterkste georganiseerde groepen aanwezig Is, als is alle verantwoordelijk, werk aan de S.S. opgedragen.

Als enige kans ziet men, dat uit de verwarring bil een dergelijke staatsgreep of als gevolg van een internationale situatie, die zou kunnen ontstaan, toch weer een groep doelbewuste mensen uit de generatie van 35 è, 45 jaar te voorschijn zou komen, die met straffe hand dit gekwelde volk weer naar redelijke verhoudingen terugleidt.

Zonder hulp van het buitenland is dat echter bijkans onmogelijk. En hulp van het buitenland, die al te openlijk of in al te grote omvang plaats vindt, brengt oorlogsgevaar. Dit oorlogsgevaar is er echter toch en misschien zijn de nazi’s nog wel gevoeliger voor de binnenlandse dan voor de buitenlandse druk. Maar deze weg biedt oneindig veel minder kansen wanneer een oorlogstoestand weer zeer velen opnieuw aan het nazi-regime heeft gebonden, dan nu bij de uitgebreide passieve tegenzin, die alleen de vorm niet kan vinden om zich te uiten. W. VERKADE