is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 34, 20-05-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENLANDSE KRONIEK

Het leren riempje

Men kan een kwaje hond een zware, grote muilkorf voordoen, waarin men zijn hele kop wel zou kunnen steken. Men kan ook volstaan met een leren riempje om zijn snuit, waardoor hij zijn bek niet wijd genoeg kan openen, om te bijten. Beter een riempje dan het marteltuig van een muilkorf. Maar het best is, een hond zo te behandelen en te dresseren, dat hij niet vals en bijterig wordt, of zijn natuuriijke kwaadaardigheid afleert. Hoe meer men een hond verhindert, om te bijten, des te gevaarlijker wordt hij.

We openen hier niet een nieuwe rubriek over huisdieren, maar doelen op de nieuwe wetsontwerpen tegen belediging van het openbare gezag, openbare lichamen en Instellingen en ook van bevolkingsgroepen en tot bestrijding van landsverraderlijke uitingen. Als zwaarste straf wordt voorgesteld een verschijnings- voor dagbladen en andere geregeld verschijnende geschriften. Het riempje kan door een muilkorf vervangen worden. Zou het kwaad van leugen en laster in de pers daardoor gekeerd worden? Men kan liegen en lasteren zonder klaarblijkelijke leugen- en lastertaal te gebruiken. Zo is ook de ergste vuilschrijverij mogelijk, zonder dat een grof, gemeen woord gebruikt wordt. Door deze ontwerpen zal het peU der pers niet omhooggebracht worden. Is dat zo laag, dat zelfs een verschijningsverbod noodzakelijk is? In ons land, waar nog persvrijheid bestaat, munt onze pers in waarheid, en waardigheid verre uit boven die m een niet ver afgelegen land, waar de persvrijheid geheel is opgeheven.

„Het Volk” wees op het ondoelmatige dezer bepalingen. Ondanks de persbeperkingen in Indië gaat daar de nat. soc. infectie der geesten rustig voort, maar de abonné’s van „Het Volk” moeten zich een vertraagde ontvangst getroosten, omdat de censor ieder nummer gelieft door te lezen op mogeltjke onvertogenheden.

De toepassing dezer bepalingen leidt ook licht tot wUlekeur van politie en justitie, zonder dat deze opzettelijk partijdig handelen. Strafbaar worden gesteld openbare beschuldigingen van feitelijke aard. Indien de beschuldiger weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat de beschuldigingen onwaar zijn. Vermoedens worden echter niet alleen op grond van redelijkheid gevormd en de een noemt onredelijk, wat volgens den ander redelijk is.

De persvrijheid mag niet de vrijheid zijn, om maar raak te lasteren en beledigen; dat mogen we in het openbaar ook niet met woorden doen. Of de uiteraard lichte straffen op dit kwaad ook preventief, afschrikwekkend en dus voorkomend werken, is een andere vraag. De publieke opinie en de pers werken ook als de zee zelfreinigend. Hoevele riolen er ook in deze zee uitlopen, het grote water is en blijft zuiver. De ontwerï>en richten zich waarschijnlijk voornamelijk tegen de nat. soc. pers. Bestrijding van haar buitensporigheden vooral door de pers werkt veel doelmatiger en sneller dan strafvervolgingen. Het gaat met de publieke opinie als met ons lichaam. Wanneer daar gevaarlijke bacteriën binnendringen, ontstaan of komen naar voren de anti-bacteriën, om ze te bestrijden. Bepaalde schandaalkranten als Vlinder en Asmodee konden niet bestaan blijven, ook al mag een deel van het publiek evenals het dier, dat bij zijn leven algemeen veracht maar na zijn dood bij velen zeer in trek is, graag in vuiligheid rondwroeten. Het grootste deel van ons volk haalt echter voor dergelijke persvuiligheid de neus op. Zelfs in een tijd, toen vele socialisten voor kerk en godsdienst geen goed woord over hadden, moest de Rode Duivel, die zich juist tot hen richtte wegens gebrek aan belangstelling aftrekken. Zo doet thans de N.5.8.-pers zichzelf het meeste kwaad door het schimpen op Joden, democraten, de dictatuur der Roomsen enz. enz.

De hond, die vrij mag rondlopen, is minder gevaarlijk, dan de hond met een riempje orn zijn bek en met een muilkorf bedreigd, als hij toch bijt.

De bijbel Gods woord of geen bijbel

Bij de ten slotte geschorste behandeling van het ontwerp In zake de onderwijzersopleiding stelde het liberale Kamerlid Vos voor, dat bijbelse geschiedenis alS' leervak op de kweekscholen ingevoerd zou worden. De minister wees dit voorstel af, voornamelijk, omdat hij bij het aanwijzen van een leraar voor dit vak licht in moeilijkheden zou komen. Hij doelde daarmee op de richting van dezen leeraar, die wel eens een andere beschouwing omtrent de bijbel kon hebben, dan hij. Je moet het van je vrienden maar hebben! Jhr. de Geer wees op het voze van dit bezwaar, door den minister te herinneren, dat hü toch ook meewerkt aan de benoeming van hoogleraren in de godgeleerdheid, die ketterse denkbeelden over de bijbel toegedaan zijn.

Het merkwaardige verschijnsel deed zich voor, dat het voorstel-Vos het felst bestreden werd door een paar positieve christenen. Dr. Moller wilde alleen bijbelse geschiedenis door godsdienstleraren laten onderwijzen. Die zouden het doen in verband met Gods openbaring. Het Kamerlid Zijlstra eiste, dat de bijbel geheel aanvaard moet worden als het woord van God. Men moet de bijbel volgens hem aanvaarden zoals hij is. Leerkrachten en leerlingen moeten hem zien als Gods woord. De praktijk leert, dat de overheid het godsdienstonderwijs niet geven kan. De heer Zijlstra wil het openbaar onderwijs daarom volstrekt neutraal hebben; de godsdienst, zelfs de bijbelse geschiedenis, welk leervak toch niet direct godsdienstonderwijs betekent, wil hij weren. Het openbare onderwijs moet het kenmerk: zonder God en Christus dragen. Dit behoeft nog geen vijandige tactiek tegen deze tak van onderwijs te zijn, al lijkt het er veel op. De heer Zijlstra zit echter vast aan zijn bijzondere bijbelbeschouwing en waardering. Beter gehele onkunde omtrent de bijbel dan een andere beschouwing dan de zijne. Die onkunde is zelfs bij het ontwikkelde deel van ons volk zeer groot; misschien moeten wij zeggen, dat dit vooral bij hen het geval Is. Wanneer in de wedstrijd in algemene ontwikkeling, bij de beoefening der „hersengymnastiek” van de Avro een vraag gedaan wordt, die godsdienst en bijbel betreft, zijn de hersenen verlamd en verstijfd en werken niet of kunnen het niet. Zelfs de vraag naar de betekenis van het Pinksterfeest bleef onlangs onbeantwoord. Hoevelen kennen de bijbel alleen als een boek, waarin gekke dingen staan als sprekende slangen en hotel-walvissen. Naar de nieuwe bijbelbeschouwing is de bijbel een goudmijn; men moet echter met Inspanning werken, om het goud der hoogste levenswaarheden erin te vinden. Leert men de bijbel kennen en begrijpen door de moderne beschouwing, die rekening houdt met de historie en haar invloed op de schrijvers, die kinderen van hun tijd waren, dan zal men de bijzondere waarde van dit boek inzien, dat van geweldige betekenis geweest is en nog is voor het geestesleven van mUlioenen. Jongelui, die opgeleid worden voor het openbare onderwijs zullen niet gewonnen kunnen worden voor de bijbelbeschouwing van gereformeerde christenen als de heer Zijlstra; door de nieuwere bijbelbeschouwing zal de geest van de bijbel hen aanraken en wellicht bij hen gaan doordringen. Het nieuwe leervak zou meer doen dan hun de nodige kennis geven, om taal en kunst te begrijpen, waarin de bijbel immers een grote plaats inneemt. Zij kimnen de bijbel leren kennen naar de mooie uitspraak van Hübrandt Boschma als een van Gee,st doorademd geschrift, dat niet bestemd is om onfeilbare berichten aangaande natuur- en sterrenkunde door te geven.

De heer Zijlstra heeft zich echter laten leiden door het: Alles of niets! Zo kan men vaak rechtzinnigen horen zeggen: je moet alles hi de bijbel geloven of hem verwerpen. Als u niet leder woord van de bijbel aanneemt, gooi het

boek dan maar in de kachel! hoorden we eens zeggèn. Men kan op de hoogte zijn met alle namen en verhalen in de bijbel en toch aan het boek geheel vreemd zijn. Ook komt het ons onmogelijk voor, om bij het geven van bijbelse geschiedenis als leervak godsdienstig neutraal in de strikte zin te zijn. Dit bezwaar heeft waarschijnlijk meegewerkt tot de verwerping van het ons sympathieke voorstel-Vos.

De heschouvnng van de bijbel als een wonderboek heeft velen van de bijbel vervreemd; de nieuwe bijbelbeschouwing kan menig oog weer ovenen voor zijn grote waarde en menig hart voor zijn geest.

De voortgang van de idee van het staatspensioen

oor de idee van het staatspensioen hebben het eerste de socialisten geijverd; daarna heeft ze langzamerhand in andere vrijzinnige kringen Ingang gevonden. Maar de partijen der christelijke politiek bleven het afwijzen. Als een tijdelijke overgangsmaatregel werd een stukje staatspensioen In de ouderdomsverzekeringswet opgenomen, maar deze premievrije uitkering werd niet als beginsel door de rechtse partijen aanvaard.

Staatspensioen werd afgewezen als een voor de armen vernederende staatsbedelmg. Wil men dit pensioen bedeling noemen, dan is het in elk geval de minst vernederende vorm van bedeling. Immers de bedeling van elke armenzorg mist het karakter van een wettelijk recht, dat aan de gepensionneerden wordt toegekend. Men kan ten slotte de geldelijke steun en bijdrage van de staat aan onderwijs, volksgezondheid, arbeidsbescherming enz. ook wel bedeling noemen.

Langzaam dringt echter de idee van het staatspensioen ook tot de rechtse christenen door. Er komen onder de christelijk-historischen steeds meer voorstanders van m verband met een nieuwe sociaal-vooruitstrevende stroming üi deze conservatieve partij. In het laatste nummer van „De Ned. Pensioenpartij ”, het orgaan van de Bond voor Staatspensionnering vonden we een bespreking van een brochure over de Bijbel en Staatspensioen van een orthodoxen christen. Hij doet geen beroep op de letter maar op de geest der Heüige Schrift. Hij merkt terecht op, dat de bijbel niet aangeeft, hoe we de maatschappij in alle onderdelen moeten inrichten. HU verklaart dan ook geen teksten voor staatspensioen te kunnen geven maar hij doet een beroep op de sociale barmhartigheid en het goddelijke recht, door de bijbel geleerd. In dit zelfde blad wordt verteld, dat men voor het staatspensioen In Christ. Jongel. Verenigingen weet door te dringen en op de jongeren beslag te leggen. Ook is er een Kath. Bond voor Pensioen voor Allen op gericht. In korten tijd hebben zich reeds 1000 leden opgegeven. Of deze Bond zal blijven bestaan? Voorlopig werd besloten, nog eerst te wachten met het aanvragen van de Bisschoppelijke en Koninklijke goedkeuring. Zolang de R.K. Staatspartij het staatspensioen verwerpt, zal de eerste goedkeuring wel niet verkregen worden, ook al verzekert het bestuur, dat de Bond nooit en te nimmer met eigen lijsten bü verkiezingen zal uitkomen. In elk geval, ook onder de katholieken heeft het staatspensioen reeds meerdere aanhangers.

De nood der ouden van dagen heeft het besef gewekt, dat men hun recht moet doen en het inzicht gebracht, dat men hen door staatspensioen het best helpt. Langzaam breidt zich deze idee uit en dringt thans ook al meer in de kringen der tegenstanders door.

J. A. BRUINS.