is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 36, 03-06-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderwijs.) Hij speelt z’n spel, rookt z’n cigaret of z’n sigaar (belangrijk paedagogisch materiaal om door onthouding daarvan gevoelig te kunnen straffen; beter dan politiekamer of afzondering!). Hij vertoont zijn onaardige eigenschappen, laat zien wat hij waard is in de samenleving met de anderen, kan in de huishoudploeg of als keukenjongen a.s. koks- of kellner-aspiraties tot uiting brengen, kortom, leeft nu min of meer korte tijd z’n gewone leventje. Let wel: zo normaal mogelijk, zoveel als ’t kan in gezond sociaal verband. Van zijn gedragingen worden door groeps- en werkmeesters rapporten opgemaakt, zijn levensgeschiedenis en die zijner familie en ouders (milieu en erfelijkheidsfactoren!) worden zeer nauwkeurig nagegaan vaak door onderzoek ter plaatse. Aan verschillende „tests” wordt hij onderworpen. De synthese dier rapporten, benevens een ontwikkelingsschets zijner persoonlijkheid met advies aan de rechteriijke instantie welke straf of maatregel de Gestichtsdirectie het beste voorkomt, dat geheel vormt het Observatierapport, vaak nog aangevuld door een psychiatrisch en een psychotechnisch rapport.

Zo’n jongen nu kan na de observatie naar een ander gesticht gezonden worden, gezinsverpleging ten deel vallen, een vak leren, ook tuchtschool krijgen of, zo de omstandigheden mee werken, „voorwaardelijk” naar huis worden gezonden.

Ook materieel hebben de jongens hef goed

Het „eten” in het algemeen een belangrijke factor, in gestichts- en opvoedingswerk van heel groot gewicht mag in het Observatiehuis voortreffelijk genoemd worden. Ik weet het bij eigen ondervinding. En we maken ook wel mee, dat een verpleegde graag zijn jonger broertje zou opgenomen zien, alleen om hem eens stevig den inwendigen mens te laten versterken.

In klein bestek heb ik gepoogd een en ander te vertellen over het leven in een Observatiehuis. Er zou heus wel meer dan één „Tijd en Taak” vol te schrijven zijn en nóg was het Observatiebeeld niet volledig belicht.

Aardige en belangwekkende kanten van het werk zijn nog te schetsen. De wandelingen onder minimale bewaking men vergete niet de „gesloten deuren”! Het in de jongens te stellen vertrouwen, waarmee zo heel veel te bereiken is. De prachtige sfeer van ons Kerstfeest, de eigen-jongenskrant en de bibliotheek, waarvoor we ten allen tijde boeken kunnen gebruiken! Ook: waar de jongens vandaan komen. Wel, uit alle kringen der bevolking, al zijn de arbeidersgezinnen en die der werklozen het meest vertegenwoordigd.

Als we nu tenslotte een Observatiehuis in enkele woorden pogen te karakteriseren, dan zouden we het willen noemen een doorgangshuis met observatie- èn bewaringskrakter. Een doorgangshuis, waar ondanks de steeds roulerende en deinende bevolking, een ietwat minder wankele levenshouding den jongens bij te brengen gepoogd wordt. Waar in die kleine intieme gesprekken van mens tot mens zo vaak die innerlijke vonk kan overslaan, welke we „c onta c t” noemen en die voor ons allen zo’n ontzaggelijke rijkdom aan zuiver menselijke waarde betekent!

Mr. HERMAN BOASSON.

‘) Voor nadere oriëntatie leze men „De Vreedzame Strijd”, door G. H. Honig, Hoofddirecteur der Vereniging ~Hulp voor Onbehuisden”, te Amsterdam. (pag. 132, en vervolg).

Over gezinsopvoeding

Zelfopvoeding der ouders is hoofdzaak!

Er zijn, door allerlei oorzaken, vaak schrijnende tekorten in de gezinsopvoeding. Niet alleen omdat velen de blijmoedigheid ontbreekt om kind met de kinderen te zijn, maar ook omdat velen het vermogen ontbreekt om een kind te begrijpen. En wee het kind, wanneer bij een verblinde ouder paedagogisch wanbegrip gepaard gaat met vermeende aanranding van zijn autoriteit.

Dan vallen er harde woorden; ook harde slagen. En angst kan een kind zó verbijsteren, dat er ongelukken gebeuren.

Hoeveel kinderen ontlopen niet het ouderlijk huis, uit vrees voor straf om een slecht rapport. We lazen het onlangs nog in de krant van een jongen, die ergens uit België was weggelopen en bij Bergen op Zoom werd aangetroffen. En welk een diepe radeloosheid moet een kind hebben aangegrepen, die om dezelfde reden zelfmoord pleegt. En de gevallen van kinderzelfmoord zijn ontstellend groot!

Er is veel veranderd

Het is niet mogelijk van de huiselijke opvoeding in het algemeen een zonnig beeld te geven. En daar is mede oorzaak van, dat er zoveel in de maatschappij is gebeurd, is veranderd, dat zijn invloed op het gezinsleven heeft gehad. Het had zijn reden, dat de „Bond ter Behartiging van de belangen van het kind” in 1923 een enquête hield inzake vooruitgang of achteruitgang in het geestelijk en zedelijk gehalte van de rijpere jeugd en dat het enkele jaren later congressen organiseerde met als centraal onderwerp: „Het veranderde gezinsleven”. Wij weten allen, dat er veel is veranderd in de gezinsopvoeding.

Jo van Ammers—Küller heeft ons in haar bijna al weer vergeten boek: „De Opstandigen” de tegenstellingen getekend tussen drie geslachten en ons duidelijk gemaakt, dat er van de oude patriarchale opvoeding, die een kleine honderd jaar geleden nog algemeen bestond, weinig over is. Van het door sterke conventies ingesloten gezinsleven van vroeger is in de meeste kringen der samenleving weinig meer terug te vinden.

De voorgevel van het Amsterdamse Observatiehuis.

Het vraagstuk: gezag en vrijheid in de opvoeding, de wezensverandering der vrouw, het vermeende recht op vrije uitleving der persoonlijkheid, ook der rijpere jeugd, kortom de opkomende vrijheidsgedachte heeft de uiterlijke eenheid van het gezin verbroken, de worsteling naar een nieuwe innerlijke eenheid, naar een geestelijke gemeenschap is ingezet.

Het gaat niet meer om de binding door de vorm: de wallen zijn geslecht; nu gaat het om inhoud, om geest.

En deze geest is verslechterd.

Ook in de milleu’s van de intellectuele middenstand, van de vroeger zo conservatieve burgers, die tot voor kort de bolwerken der goede zeden waren, zijn de fijn'e zedelijke en aesthetische waarden verloren gegaan, die noodzakelijk waren voor de vorming van het gemoedsleven.

De grondslagen wankelen

De grondslagen der familie zijn aan het wankelen gebracht doordat innerlijk is prijsgegeven de onaantastbaarheid, de duurzaamheid van het huwelijk. Waar de kuisheid van de jeugd en de metaphysiek van het geslachtsleven als belachelijke en ouderwetse vooroordelen hebben afgedaan, daar is het echte, op geestelijke gemeenschap en wederkerige offerzin opgebouwde huwelijk onmogelijk. Waar van uitleven gesproken wordt, komen de oude en schone tradities van zelfverloochening, eerbied, trouw, zelfbeheersing, soberheid, kiesheid en kuisheid in gevaar.

Het proces der vrijmaking heeft een verschuiving te weeg gebracht in de verhouding van de beide generaties. De autoriteit in de opvoeding werd problematisch, men kwam op

voor de rechten van het kind, het optreden van Ellen Key met haar boek: „De eeuw van het Kind” ligt velen onzer nog vers In het geheugen.

De invloed van de wereldoorlog; van jeugdbeweging; het overslaan van de bewondering voor prestaties van het geestelijk op het lichamelijk terrein, waar de jeugd het zoveel gemakkelijker tegen de ouderen kan opnemen; het opeisen van de jeugd van het recht op vrijer beweging, ook ten opzichte van de omgang met het andere geslacht; de overheersing der techniek, waarmede de jeugd zich zo spoedig vertrouwd maakt; bioscoopbezoek; radio in huls, kortom de gans andere constellatie der samenleving, de ganse wereldcrisis, hebben wijziging gebracht in de verhouding tussen ouders en kinderen.

Een ontworteld gezinsleven

De verwarring, vaak verwildering, uitte zich op verschillende wijzen: in groter baldadigheid; in, een verachting van alle decorum; in zedelijke, in sexuele excessen; in bitter cynisme; in volslagen ontmoediging; In diepe vereenzaming.

Uit al die verschillende milieu’s met een ontworteld gezinsleven komen de kinderen naar school, waar de onderwijzer, de leraar tegenover hen staat met de noodzaak van een strenge handhaving zijner autoriteit. Tot die noodzaak gedwongen door de nog niet algemeen en officiéél veranderde organisatie van het schoolwezen.

Mogelijkheden van het nieuwe gezin

Van een ideale kijk op het gezinsleven kwam ik tot een realistische schildering van huidige verhoudingen; laat ik eindigen met een optimistisch woord over de mogelijkheden in het nieuwe gezin. En dan zou ik om kort te zijn willen zeggen: in het nieuwe gezin moet en kan er sprake zijn van saamhorigheid, van een eerbiedigen van elkanders karakter en ontwikkeling. En er blijven deugden, die nimmer verloren gaan en waarheden, die eeuwig waarheden blijven. Daar is de moeder als de centrale figuur in het gezin, die onophoudelijk met haar liefde verenigt en bindt. Door de hulp der intuïtie, van een fijn en geduldig opmerken, door grote ouderliefde, is wederzijds vertrouwen mogelijk, die tot begrijpen voert en tot meeleven in de smart, die ook het vroegste kinderleven teistert.

Enige jaren geleden, toen ik nog in Indië in functie was, werd mij, naar aanleiding van een verslag van den Indischen gedelegeerde op het 4de Internationale congres voor gezinsopvoeding te Luik, door den Directeur van Onderwijs en Eredienst opgedragen, een overzicht te geven van de stand van zaken ten opzichte van de gezinsopvoeding. Mijn nota, waarin ik mijn ervaringen neerlegde, eindigde als volgt: Wanneer men wat dieper doordringt in de conflicten, die de oorzaak zijn van het organiseren van congressen en cursussen over gezinsopvoeding, is tenslotte de eindindruk gunstig.

Ook prof. Casimir liet onlangs in een artikel: „Bedreiging van het gezin” een optimistisch geluid horen. Zelfs de Amerikaanse jeugd, die ons zo zwart is afgeschilderd, heeft zich volgens recente publicaties veranderd.

Bewondering voor grootheid

Er is in de jeugd, al noemt ze in haar realistische levenshouding de dingen bij de naam, nog steeds een bewondering voor grootheid.

En hier raken we aan het kernpunt van de gezinsopvoeding:

Omdat de jeugd vereert het grote Voorbeeld; omdat in elk jong mens iets leeft, al is het soms een vleugje, van het verlangen naar grootheid; omdat er deugden zijn, die nooit verloren gaan, hoe de tijden ook veranderen, opvattingen wankelen en verhoudingen zich wijzigen; daarom zal steeds de kern van de gezinsopvoeding de zelfopvoeding der ouders zijn. Waar ouders in geen enkel opzicht een voorbeeld kunnen zijn, valt het gezin uiteen en is het woord „gezinsopvoeding” een ijdele klank geworden.

JOHAN TOOT.