is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 36, 03-06-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Socialisme en Humanisme')

I. Om een humanistisch socialisme

Bij een enquête, die „De Stem” enige jaren geleden heeft georganiseerd, heeft Dr. Bierens de Haan opgemerkt, dat de kerngedachte van het humanisme, de gedachte van de menselijke persoonlijkheid, eigenlijk de Europese gedachte is. Het is dan ook niet te verwonderen, dat in deze tijd het socialisme, nu het zich zijn afhankelijkheid van de Europese kuituur in het algemeen meer bewust is geworden, ook weer voor de vraag staat, wat nu zijn positie is tegenover die humanistische gedachte. Men zou dit bewustwordingsproces kurmen karakteriseren met te zeggen, dat het gaat „om een humanistisch socialisme”. Het heeft misschien zin van dit proces al iets vast te leggen. Waarbij dan moge worden vóórondersteld, dat het humanisme, als het de gedachte der menselijke persoonlijkheid goed wil verstaan, een religieus humanisme zal moeten zijn.

Het humanisme is een mensideaal, dat, door zijn universeel karakter, ook een mensheidsideaal is. Het socialisme is uitgesproken een maatschaipvelijk ideaal. Het is immers, in de kern, de gedachte ener klassenloze maatschappij, wil men het positiever uitdrukken: de gedachte van een coöperatieve ordening der maatschappij. Het socialisme is immers het verzet tegen een maatschappelijk stelsel, dat grote en groeiende groepen van mensen hun maatschappelijke zelfstandigheid ontneemt en in een positie van bestaansafhankelijkheid brengt, een positie van afhankelijkheid, die zelf al strijdig is met het natuurlijk gevoel van eigenwaarde van den mens, maar die bovendien in tal van gevallen tot een tekort aan de allernoodzakelijkste ievonsbenodigdheden, tot een bittere maatschappelijke ellende heeft geleid. Dit alles vereist weinig woorden: het is voor grote bevolkingsgroepen nog altijd praktijk van vandaag. Het socialisme is dus eori protest tegen deze afhankelijkheid en een pleidooi voor een coöperatief beheer van de rijkdommen der aarde.

Het socialisme heeft het altijd als onrechtvaardig gezien, dat weinigen de rijkdommen der aarde konden monopoliseren en daa»mee grote andere groepen in afhankelijkheid en soms ook in bittere ellende konden brengen. Het socialisme wil dus door een coöperatief, een gemeenschappelijk en op het belang der gemeenschap gericht beheer der grote bestaansmiddelen de sociale rechtvaardigheid herstellen.

Nauw verband tussen socialisme en humanisme

Het woord rechtvaardigheid echter is een van die woorden, die wij dikwijls in de mond nemen zonder ons voldoende te realiseren wat zij inhouden. Rechtvaardigheid veronderstelt immers, zoals de katholieke leer bijv. dat zo kort zegt: dat wij ieder het zijne geven. Het veronderstelt dus, dat wij aan ieder geven wat hem toekomt, met andere woorden het veronderstelt, dat wij den mens geven wat hij voor een waarlijk mens-zijn nodig heeft. Als het socialisme dus de sociale rechtvaardigheid wil herstellen, dan wil het in het sociale leven aan den mens geven wat hij voor een waarlijk menszijn nodig heeft.

Daarna kan meteen duidelijk zijn, hoe nauw het socialisme verband houdt met het humanisme. Het socialisme is een nieuwe concrete poging om de maatschappelijke rechtvaardigheid te herstellen en den mens te geven, wat voor zijn waarlijk menszijn nodig is, maar als men wil zeggen, waar het socialisme die gedachte van het waarlijk mens-zijn vandaan heeft, dan komt men terecht bij het humanisme. Op dezelfde wijze als het humanisme zijn bronnen vond en vindt in het Christendom, zo vond en vindt het socialisme zijn bronnen in het humanisme. Het humanisme immers had in Europa opnieuw wakker gemaakt het besef van de hoge roeping van den mens. En toen zich in Europa de kapitalistische productiewijze ontwikkelde, met haar massale afhankelijkheid en haar massale ellende, waarin van de groei van de menselijke persoonlijkheid maar heel weinig terecht kwam, toen stóótte het oude humanistische mensbewustzijn zich aan die „ontmenselijking”. Uit die botsing ontstond de socialistische idee der klassenloze maatschappij.

Marx, de tegenwoordig zo veel gesmade Marx, was zich deze verwantschap van het socialisme met het humanisme heel goed bewust en hij heeft dat in zijn jeugdwerken ook herhaaldelijk gezegd. Zo heeft hij bijv. gesproken over het streven der mensheid om zich van object tot subject der geschiedenis te maken.

En diezelfde gedachte, die men overigens in de geschiedenis van het socialisme telkens terugvindt, is in onze dagen bijv. nog eens door Hendrik de Man, den vader van het plan-socialisme, uitgesproken, toen hij zei, dat:

„ook het socialistische doel der klassenloze maatschappij, geesteshistorisch gezien.

slechts een stap verder (betekent) op de weg, die tot opheffing der slavernij, der lijfeigenschap en der standen heeft geleid.” Men kan dus nauwelijks in twijfel trekken, dat het socialisme nauw aan het humanisme verwant is, daï het feitelijk is een bepaalde maatschappelijke eis, gebaseerd op en bezield door een humanistisch mens- en mensheidsideaal. Dat verklaart ook waarom de socialistische beweging zich in de praktijk altijd zo verwant heeft gevoeld met allerlei andere maatschappelijke hervormingsbewegingen, die evenzeer uit humanistische motieven ontsproten.

Men denke daarbij bijv. aan de vrouwenbeweging van het einde der 19e en het begin der 20ste eeuw, de beweging, die nu ook aan de vrouw de maatschappelijke mogelijkheid tot volledig mens-zijn wUde geven. Verder bijv. aan de pogingen tot strafrecht-hervorming in diezelfde tijd, de pogingen om de rechtspraak en het strafstelsel zo te hervormen, dat de z.g. „a-socialen”, de overtreders der maatschappelijke voorschriften, zoveel mogelijk zouden worden opgevoed tot maatschappelijk volwaardige mensen, terwijl zij tevoren meestal door de wijze van straffen alleen maar „onschadelijk” gemaakt, d.w.z. meestal nog onsocialer gemaakt werden. Ook de vredesbeweging en de idee van een internationale rechtsorde hangen, zoals de persoon van Erasmus ons al duidelijk zou kunnerl maken, heel nauw met de humanistische gedachtenwereld samen.

Dictatuur volstrekt anti-humanistisch

Maar men denke vooral ook aan de strijd voor de democratie, die in de hele 19de en 20ste eeuw zo’n rol heeft gespeeld en dat thans nog, ja zelfs wéér doet. Men kan twisten, ook humanistische stromingen kunnen onderling twisten, over de beste vorm der democratie, over de fouten en gebreken der democratie, maar dat het tegendeel; de dictatuur volstrekt anti-humanistisch is, dat hebben de laatste jaren ons wel op bittere wijze duidelijk gemaakt. Daarom zal ook de socialistische beweging, als zij haar humanistische afkomst trouw wil blijven, een volstrekt democratische beweging moeten zijn. De socialistische beweging ook in ons land heeft dat nu wel ondubbelzinnig erkend en daarmee voor ieder, die luisteren wil, aan alle, vroeger misschien wel enigszins gerechtvaardigde twijfel te dien aanzien, een einde gemaakt.

*) Een eningszins omgewerkte radiolezing, op verzoek gepubliceerd. Mr. JAN F. DE JONGH.

Speelbank van het geluk

Speelbank van het geluk, waaraan haast allen, zovelen, honderden en duizendtallen

staan, elk op zijn tijd, elk stuk-voor-stuk. De een wat aarz'lend nog, maar vurig reeds begeertes groeien voelend; de andere verbeten door 't ~en – tóch" van wanhoops vaak verloren doelen. Slechts enk'len trekken zegevierend weg: zij dragen het geluk concreet in handen. Dan voelen d' andren afgunst dieper branden dan eerst. En weer opnieuw legt

ieder in: wie aarzelt groeit tot fanatiek – verbeten speler. De hoop verblindt. De inzet wordt steeds hoger. De lach verdwijnt.

De wanhoop hardt de trekken: het „en toch" wordt tot een masker over alle dingen. Tot eindlijk, daar is allerlaatste kans: de handen beven, maar de inzet komt. Nog éénmaal stuwt de hoop der wanhoop zijn hunkring in hen op. Daar rolt het al – vergeefs, en naakt en kaal

rijzen de zorgen op, hard, koud als staal. Schier onontkoombaar brandt, heel fel en rood van d' allerhoogste inzet het fanaal voor 't laatste spel met de stille croupier Dood.

Er zijn er velen die zijn heengegaan en tot het ieven-zeif zijn weergekeerd. Er zijn er velen die het niet verstaan, omdat hun hart het laatste spel begeert.

FRANK DAALDER.

Oc >rereld ram nu

De dienstplicht in Engeland

~Peace News” van 5 Mei j.l. geeft een uiteenzetting van hetgeen er in de Engelse Dienstplichtwet over dienstweigeraars wordt bepaald:

De inschrijving van jongemensen van 20 en en 21 jaar is verplicht. Zij geschiedt in een van de twee registers, een voor hen die in mihtaire dienst gaan, en een dat bestemd is voor dienstweigeraars. Hij, die zich aan deze inschrijving onttrekt, wordt gestraft met een boete van ten hoogste £ 5.—. Na betaling hiervan wordt men ambtshalve ingeschreven in het register der dienstweigeraars. Men kan gewetensbezwaren opgeven tegen;

1. inschrijving als dienstplichtige; 2. het volgen van militaire opleiding. 3. het verrichten van oorlogswerk. In geval van gewetensbezwaren wordt men voorlopig in het tweede register ingeschreven en moet men aan een plaatselijke rechtbank opgeven, waartegen men bezwaar maakt. Doet men deze mededeling niet, dan wordt men zonder meer in het militaire register ingeschreven, en te zijner tijd opgeroepen. In het andere geval wordt men voor bedoelde rechtbank opgeroepen om de bezwaren toe te lichten, waarbij men door een rechtskundige of door een vriend kan worden vertegenwoordigd.

Het vonnis kan van vierderlei aard zijn; 1. de verzoeker wordt on voorwaardelijk ingeschreven in het register der dienstweigeraars; 2. bedoelde inschrijving is voorwaardelijk; betrokkene kan werk worden opgedragen van nationaal belang; 3. inschrijving in het militaire register voor werkzaamheden, niet met oorlog rechtstreeks verband houdend; 4. inschrijving zonder meer in bedoeld register. Dienstweigeraars kunnen niet om medische redenen vrijstelling verkrijgen. Hiertoe dient men zich eerst in het militaire register te laten inschrijven.”

De Engelse Quakers tegen de dienstplicht

De Quakers hebben in een officieel schrijven tegen de dienstplicht geprotesteerd; aan dit protest is het volgende ontleend;

„Bij haar scherp protest tegen het wetsontwerp betreffende de militaire dienst, baseert de „Society of Friends” zich op haar opvattingen over de natuur en de wil van God en op het geloof in Jezus Christus. Door de mensen te verplichten, te leren hoe zij hun soortgenoten vernietigen, matigt de staat zich een gezag over de menselijke persoonlijkheid aan, dat een belediging is tegenover God en mens.

Het is dus vooral daarom dat wij tegenstanders zijn. Wij maken ons ongerust, niet alleen over hen, die zich tot de overtuigde gewetensbezwaarden rekenen, maar ook over het kwaad, dat zal worden berokkend aan een groot aantal jongeren, die zich over deze zaak nog geen vaste mening hebben gevormd, maar wier verstandelijke en geestelijke houding tegenover hun medemensen nu voortaan bepaald zal worden in een militaire omgeving. Wij geloven dat de verplichte krijgsdienst in dit land, als antwoord op de oorlogsvoorbereidingen in andere landen, hier alleen maar het nationale leven zal vermilitariseren, waardoor als in zovele andere landen, de menselijke persoonlijkheid wordt vernederd. De vrede in Europa kan niet uxrrden bereikt door tegenover de ene militaire macht een andere militaire macht te plaatsen, maar alleen door een oprechte erkenning van de noden der volkeren en een rechtvaardige verdeling der hulpbronnen.”

Landbouw een onderdeel van de Engelse bewapening De nationale verdediging treedt in de keuken van de Europese staatshuishouding op alle gebied op. Zo moedigt de Engelse regering de productie van voedingsmiddelen aan door aan alle boerep, die hun onbebouwde terreinen hebben