is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 39, 24-06-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de kerkelijke wereld

Nogmaals: Dassentegenstelliiig in Zuid'Afrika

Voor enige weken signaleerde ik een bericht uit het Engelse blad „The Inquirer”, dat mededeelde, hoe op de te houden wereldzondagschoolconferentie te Durban (Z. Afrika) geen zwarten werden toegelaten, althans op kerkelijk gebied een duidelijke scheiding gemaakt was tussen de rassen. Dit, in verband gebracht met zekere verschijnselen van anti-semitisme in Z. Afrika, leek mij een reden tot verontrusting.

De redactie van het „Algemeen Weekblad voor Christendom en Cultuur” heeft over deze zaak een Zuid-Afrikaner het woord gegeven, en zo kan ik nu uit het nummer van 9 Juni j.l. E. S. Mulder aldus citeren:

„Hierdie optrede en besluite mag vir die buitenwêreld vreemd kUnk, en meer as een kom tot die gevolgtrekking dat dit voortspruit uit ’n onsimpatieke, so nie vyandige gees teenoor dit nieblanke rasse, wat die Afrikaanse kerke beziel. Hierdie reaksie was in Suid-Afrika te voorzien, en is ook heeltemal begryplik, wanneer mens die toestande daar ken. Die motiewe vir die onttrekking wortel in die rasseonderskeiding, wat nog altyd gehandhaaf is in die Unie van Suid-Afrika. Waar Suid-Afrika tans n’ blanke bevolking van twee miljoen siel het, teenoor swarte van agt miljoen, daar is dit nie alleen gewens, maar ook gebiedend noodsaakhk dat oo staatkundige, maatsaplike en kerklike gebied, n’ serp grens sal bestaan tussen blank en gekleurd. Hierdie skeiding is nie ’n kwessie van willekeur of bevooroordeling, ’n saak van verdrukking of verknegting, soals dit dlkwels voorgesteld word, maar is in Suid-Afrika een lewensvraag. Van die handhawing van hierdie histories-geworde grens hang af die voorbestaan van die Christelike beskawing aldaar.

In die feit dat in Suid-Afrika die twee rasse naasmekaar woon, elkeen met sy eie aard en karakter, opvattinge en lewensw'yst;, sien ons Gods werk; God wil die bestaan van voUce en rasse. Die diepgewortelde oortuiging bestaat daar in Suid-Afrika dat God die grens gestel het tussen blank en swart, nie sodat die blanke hom sou verhef op zij gelaatskleur nie, en die swarte as minderwaardige wese sou beskou nie. Die volste ontplooiing van elk ras kan alleen dan plaatsvind, wanneer elkeen hom binne sy lie bane beweeg.”

Ja, dit standpunt kennen wij. Menig Christen heeft aanvankelijk in Duitsland met deze redenering allerlei maatregelen tegen de Joden goedgepraat. Wij willen zelfs toegeven, dat in de eigenaardige situatie van Zuid-Afrika op dit ogenblik een handhaven van de gegeven toestand nodig kan zijn. Maar dan rest toch de vraag: waarop grondt gij de scheiding tussen rassen in het maatschappelijk en vooral in het geestelijk leven?

Is die scheiding waarlijk gebod Gods of gevolg van menselijke zonde? Zo wij de kwestie onder het laatste gezichtspunt zien, dan is het zo schuldeloos aanvaarden van de toestand, zoals blijkbaar de Zuid-Afrikaanse kerken het doen, ónmogelijk. En dan zal men, in dergelijke verhoudingen levend, als kerk er aUes op moeten richten een verkeer als Christenen tussen de rassen te bevorderen. Noch van de principiel grote houding, noch van mogelijkheid tot wederzijds rntmoeten blijkt iets uit deze woorden.

De Wereldjeugdconferentie te Amsterdam

Op dit ogenblik is de voorbereiding van de oecumenische Wereldjeugdconferentie te Amsterdam in volle gang. Het is verheugend daar aandacht aan te kunnen schenken. Het is de godsdienstige jeugd uit aUe werelddelen, die daar samenkomt om te overleggen. Niet om een resolutie op te stellen, noch om te komen zeggen hoe het moet. Maar om naar elkaar, èn samen naar het Evangelie te luisteren.

Zonder het resultaat te kennen, en ook zonder veel „resultaat” te verwachten, kunnen wij nu reeds zeggen, dat dit samenzijn van uitzonderlijk grote betekenis is. In de eerste plaats omdat hier jeugd samenkomt. Schrijver dezes kent de jeugdbeweging te goed om haar te idealiseren. De jeugd, die samenkomt, is volstrekt niet wijzer dan

ouderen. En zij garandeert ook niet haar overtuiging voor de toekomst. Bovendien komt jeugd graag samen, niet alleen om te luisteren, maar vooral om te getuigen van het zelf-verworven inzicht, hopende een klankbodem te vinden. Zo zal het ook in Amsterdam zijn. Toch is het samenkomen van jongeren hierom van zo’n betekenis, omdat bij alle jeugdzekerheden de vreugde om nieuwe werelden te ontdekken een sterke drijfveer is om toch te luisteren. Zo kan hier iets van boven-nationale gezindheid groeien.

In de tweede plaats betekent het samen luisteren naar het Evangelie een nieuw begin van theologisch denken en godsdienstig leven. Natuurlijk, ook dat overschatte men niet. leder komt tot dat Evangelie vanuit zijn eigen land, zijn eigen vragen, zijn eigen zekerheden. Maar juist waar zeer verschillende mensen, jonge mensen, uit zeer verschillende streken dit doen, kan bescheidenheid tegenover het Evangelie ontstaan en zo zal uit dat Evangelie nieuwe inzichten en uitzichten geput kunnen worden. Wil er een nieuwe Evangelische gezindheid, waarnaar wij zo hunkeren in de wereld, ontstaan, dan zal het op deze wijze moeten komen.

Eind Juli zullen 1500 jongeren tussen 18 en 35 jaar uit 37 landen te samen komen. Zij vormen geen politieke of economische macht. Tegenstellingen zullen duidelijk worden en geen iraaie welkomstwoorden zullen die kunnen maskeren. Maar zij vertegenwoordigen wel een stuk Christendom, dat, als het kan, leiding zal moeten geven in de wereld van morgen, of tegenkrachten zal moeten verdragen, als het moet. Daarom kunnen wij blij zijn, om dit internationale samen treffen van jonge Christenen.

Kerkebjke inzegeningen

In Nederland, zo weet de „Christliche Welt” te berichten, worden van de Protestantse huwelijken slechts 41 pet., van de Rooms-Katholieke 95 pet., van de onkerkelijken 2 pet. kerkelijk ingezegend. Het cijfer voor de gemengde huwelijken bedraagt bij de Protestanten 13.4, bij de R.K. 11.4, bij de Joden 22 en bij de onkerkelijken 42.9.

Men bedenke bij deze laatste cijfers, dat deze voor de mannen gelden, en voor de vrouwen enigszins afwijken. Verder, dat men statistisch reeds van een gemengd huwelijk spreekt, wanneer b.v. een Jood, die lid is van zijn kerkgenootschap, trouwt met een Jodin, die dit niet 1s; en dat de grens tussen protestant en onkerkelijk vaak heel flauw is.

Niemöller objeet Tan Amerikaanse sensatie

Dezer dagen kwam ons het bericht onder het oog, dat er in Amerika op het ogenblik twee Niemöller-films worden gemaakt. Met ons zullen zeker velen hierdoor pijnlijk getroffen zijn. Volgens de makers worden de rolprenten een zeer vrije bewerking van Niemöller’s eigen levensbeschrijving: „Van duikbootkapitein tot predikant.” Men heeft echter geen stof genoeg gevonden in dit boek en heeft de film verlengd met het proces, waarvan Niemöller de tragische hoofdpersoon is geweest. Uit de aard der zaak is hiervoor heel wat fantasie te hulp geroepen, want noch scenario-schrijver noch cameraman zijn ooggetuige geweest van dit geruchtmakende proces.

Men begrijpt, dat noch de familie Niemöller noch de Duitse Belijdeniskerk de tot stand koming van deze film in de hand heeft gewerkt. Beide hebben hevig geprotesteerd, maar tevergeefs. Het proces dat de Belijdende kerk tegen de verfilming voerde, werd echter door haar verloren, daar de tegenpartij beweerde niet het leven van ds. Niemöller weer te geven, maar een „vrij drama” verfilmde, dat slechts op het leven van Niemöller is geïnspireerd. Hoe het zij, de films komen in omloop en zijn uit moreel oogpunt beschouwd een blaam voor de Amerikaanse filmkunst.

DiensUreigeraars in Engeland

Volgens een mededeling van het Engelse Quakerblad „The Friend” waren er van de 224.000 dienstplichtigen, die zich bij de invoering van de dienstplicht in Engeland moesten aanmelden, bijna 3900 dienstweigeraars uit gewetensmotieven.

Op het eerste gezicht is dit aantal gering. Maar men bedenke, dat het hier slechts één jaarlichting betrof, en dat dit aantal 100.000 zou bedragen, indien, evenals in 1914, de dienstplicht over 25 jaar werd ingevoerd.

Tijdens de ooriogsjaren T4—TB waren er in Engeland 16.000 dienstweigeraars, zodat, naar die maatstaf genomen, het aantal sterk vermeerderd is.

De vraag blijft natuurlijk, of in geval van een oorlog, waarin Engeland aangevallen werd, dit aantal niet aanmerkelijk kleiner zou zijn.

Deze cijfers en de wijze, waarop de gewetensdienstweigeraars in Engeland behandeld worden, wijzen wel op een sterke pacifistische stroming en op verzet tegen de doorwerking van het totale militairisme, dat op het vaste land zeer hecht wortel heeft geschoten.

E)e gestolde bloedstroom

Een afvallige monnik, zo meldt de „Maasbode” van 27 Mei j.1., heeft zich in het graafschap Bentheim in dienst van het nationaalsocialisme gesteld. Hij heeft onlangs op een nationaal-socialistische scholingsdag deze rekensom voorgerekend:

Rond 16.500 nonnenkloosters tellen 100.000 nonnen. Ongeveer 6500 mannenkloosters bergen 60.000 monniken, lekebroeders, enz. Deze hebben jaarlijks de Duitse bloedstroom 160.000 der beste mensen onttrokken, die niet gehuwd zijn. Het betekent, dat jaar op jaar J millioen kinderen niet geboren worden; het Duitse volk dus in dit getal aan dragers van de Duitse bloedstroom bedrogen werd. Hij rekende verder uit, dat het Duitse vólk heden een 200 tot 300 millioenenvolk zou zijn, als het celibaat niet bestaan had, als het niet jaar op jaar 160.000 de? waardevolste en beste bloeddragers aan hun bestemming, ouders van nieuwe geslachten te zijn, onttrokken had.

De R.K. „Maasbode” is hierover verontwaardigd. Terecht. De mens leeft niet voor zijn volk, maar heeft een andere bestemming.

Maar moet nu juist de „Maasbode” zo verontwaardigd zijn? Heeft de R.K. heer Kuiper bij de behandeling van het wetsontwerp, dat kindertoeslag regelt, in de Tweede Kamer niet een dezer dagen voor grote gezinnen gepleit met het oog op de zo nodige sterke weermacht?

Wie deze geest oproept mag niet verwachten, dat het verlangen naar een „sterk” volk ophoudt aan de kloosterpoorten.

Wij weten echter, dat niet bloed, maar geest een volk sterk maakt.

Godsdienst en politiek

De ontvangst, welke den melchitischen patriarch van Antiochië tijdens zijn bezoek aan Parijs van de zijde der Franse Regering ten deel viel, toont, welke betekenis de Franse diplomatie aan het van oudsher gevestigde protectoraat over de katholieke christenheid van het Nabije Oosten hecht. Zondag 4 Juni werd in de Nótre Dame, in tegenwoordigheid van Mevrouw Lebrun, die officieel haar man, de President van de Franse Republiek vertegenwoordigde, en van den minister van buitenlandse zaken. Bonnet, door den Patriarch plechtig een pontifikale mis volgens byzantijnse ritus gecelebreerd.

In de loop van de dienst werd de Bijbel aan de aanwezigen gegeven om te kussen, een gebruik, dat de ambtelijk aanwezige personen zich lieten welgevallen. De Patriarch, het opperhoofd van 150.000 byzantijnse, arabischsprekende Christenen in Egypte, Syrië en Palestina, die de suprematie van den Paus erkent, voert de titel: „Patriarch van Antiochië, Jerusalem en Alexandrlë en van het gehele oosten, dertiende apostel.”

(Oec. Persdienst)

L. H. RUITENBERG.