is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 45, 12-08-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd en Taak

ZATERDAG 12 AUGUSTUS 1939 – No. 45 37STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD

onder redactie van dr. w. banninc DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 37STE JAAR G A N GVAI^^^UJD^VERE^

KONINGSHUIS, VOLKSGEMEENSCHAP, GOD

Het Nederlandse volk heeft opnieuw feest gevierd om de geboorte van een Prinses.

Naast de algemeen menselijke gevoes lens van vreugde, omdat nieuw leven geboren werd en bet besef van bet diepe, tedere geheim in elk jong mensem kind moge niet verloren zijn gegaan in de luidruchtigheid der feesten —; van medeleven met een gezin, dat met een tweede kind toch rijker, vollediger werd —; naast deze algemeen menselijke gevoelens hebben vooral de nationale zich willen uiten. Discussies over ko? ningscbap of republiek hebben in ons land geen practiscbe betekenis; ons volk aanvaardt de band met bet Oranjehuis als van waarde voor beden en toekomst, en ziet dus in de lotgevallen van bet vorstelijk buis gebeurtenissen van bete> kenis ook voor bet gehele volksbestaan.

Het beste, wat wij te zeggen hebben bij deze gelegenheden, ligt in de dienstige gedachte, dat alle mensenkind deren maar boe hoger geplaatst, met boe zwaarder verantwoordelijkheid be= kleed, des te meer gerechtigheid en vrede hebben te dienen, opdat de waars achtige volkss en volkerengemeenschap groeie. En daarom is ónze bede bij de geboorte der Prinses die van de oude 72ste Psalm, hiernaast afgedrukt.

O God geef den koning uwe rechtsmachf,

uwe gerechtigheid den koningszoon;

dat hij uw volk met gerechtigheid richte en uw verdrukten met recht;

dat de bergen den volke vrede brengen, de heuvelen gerechtigheid;

den verdrukten des volks moge hij recht verschatten, de nooddruttigen verlossen, den verdrukker verslaan.

Hij leve, zo lang de zon schijnt,

en de maan, tot verre nageslachten;

hij zij als de regen, die op de weide nederdaalt,

als regenstromen, die het land verkwikken. In zijn dagen bloeie het recht

en overvloed van vrede . . .

. . . hij redt den arme, die om bijstand roept, en den verdrukte, die geen helper heeft;

hij ontfermt zich over den geringe en den arme en de zielen der verdrukten verlost hij;

van druk en van geweld wil hi| hun ziel bevrijden, want hun leven is kostbaar in zijn ogen . . .

Dan zal zijn naam eeuwig duren, zolang de zon er is;

dat alle volkeren elkander zegenen met zijn naam, alle geslachten der aarde hem gelukkig prijzen.

Geloofd zij God,

de Eeuwige die alleen wonderen doet;

Geloofd zij zijn heerlijke naam voor eeuwig,

de ganse aarde worde van zijn heerlijkheid vol!

Amen, amen!