is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 45, 12-08-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WERELD VAN NU

Oxford in Japan

Een correspondent van de ~New Statesman and Nation” in Tokio schrijft, dat de Morele herbewapening ter hand is genomen door al de ~juiste mensen” in Japan. In de lente van dit jaar werd een bijeenkomst gehouden van 75 mannen en vrouwen, volkomen in de stijl van de Oxford-groep, in het duurste hotel van Japan. Volgens de organisatoren waren tien nationaliteiten vertegenwoordigd: de bijeenkomst was ook voor alle levenswijzen representatief. In feite bestond hij uit Japanners en en pro-Japanse Chinezen of inwoners van Mantsjoekwo, met een enkele Amerikaan er tussen. De levenswijzen waren vertegenwoordigd door de christelijke kerk, grote ondernemingen, bankbedrijven en de diplomatie.

Het uitdrukkelijke doel van de bijeenkomst was morele herbewapening „met het oog op samenwerking met het regeringsprogram voor geestelijke mobilisatie”: en aangezien het christendom van de groep klaarblijkelijk best verenigbaar was met een gezond patriottisme, was de Mitsoei-bank sterk vertegenwoordigd en behoefde de politie ditmaal niet tussen beide te komen. Waarom zou zü ook, wanneer de techniek van de Groep m staat Is een kleine Chinese schoolmamzel te laten zeggen: „Een jaar geleden haatte ik Japan. Ik heb mijn haat zes maanden geleden laten varen. Maar zelfs toen hield ik nog niet van de Japanners. Nu ben ik er zeker van. Mijn nieuwste visie voor Japan en China is de prijsgave van de nationale zelfzucht!”

Daarop antwoordde een grote Japanse bankier: „Voordat ik de Oxford-groep ontmoette, bezat ik altijd een verkeerde houding ten aanzien van China. Nu bid ik voor de Chinezen.” Terwiji de president van de Kamer van Koophandel te Los Angeles profeteerde: „Indien de harten der mensen konden worden veranderd, dan zouden hier in de StUle Zuidzee de wereldhandel en het wereldverkeer hun grootste vooruitgang kunnen boeken.”

Maar het practische christendom van Californië werd nog in de schaduw gesteld door den manager van de grote Daimaru-warenhuizen: „Ik beschouw als de ware basis voor het doen van zaken tussen Japan en China, dat dit door mannen geschiedt, die in beide landen onder geestelijke leiding leven. Wij bezitten thans twee filialen van ons bedrijf in Soetsjau, die zowel voor de Chinezen als voor de Japanners geopend zijn. De geest van de Oxford-groep is de meest practische wijze om bruggen tot samenwerking te bouwen tussen de zaken-elementen van de beide landen.”

Overgave aan het leiderschap van Christus en overgave aan Shinto (de nationale Japanse godsdienst) zijn ietwat moeilijk uit elkaar te houden, schijnt het. En dat alles in naam van Oxford!

Bankconcentratie

Een zeer deskundig medewerker in „de Tijd” schrijft over de nieuwe regeling tot samenwerking van de Amsterdamse Bank en de Rotterdamse Bankvereniging, „dat in ieder geval van organisatorisch en financieel standpunt bekeken deze fusie keurig in orde is. Directeuren worden over en weer verdeeld. De open en

stille reserves der beide banken worden zorgvuldig op gelijke hoogte gebracht... de belangen der aandeelhouders zijn zo goed behartigd, dat de koersen der aandelen ter beurze met een ruk omhoog wipten. Hoe staat het echter met de belangen van het personeel? In de officiële communiqué’s staat daarover nagenoeg niets te lezen. Moet men daarover nog gaan praten en tot overeenstemming komen? Dat zou niet fraai zijn! Want de belangen van het personeel verdienen bij een niet uit bittere economische noodzakelijkheid voltrokken concentratie toch zeker de voorkeur boven die van de naamloze aandeelhouders, die alleen maar him geld en niet hun persoon gefourneerd hebben in de hoop op dividend. Beide banken bezitten in een dertigtal plaatsen van ons land een kantoor”. Voordeel der fusie Is: men kan volstaan met één kantoor. Personeel wordt afgevloeld ter wUle van de voordelige concentratie. Heeft men evenveel hart bij concentraties van firma’s, bedrijven etc. voor het betrokken personeel als voor de dode inventaris. Toch maakt het personeel een reëel bestanddeel uit van de onderneming. En de conclusie van den schrijver is:

„Het is menseltjk, rechtvaardig en noodzakelijk, dat bU het calculeren van de voordelen ener fusie of concentratie, die niet noodzakelijk geacht wordt om de te fusionneren of de te concentreren bedrijven van een totale ondergang te redden, met de personeelsbelangen volop en op de eerste plaats rekening gehouden wordt.” En de schrijver eist volgens de meest elementaire sociale rechtvaardigheid, beveiliging der belangen van het overbodig geworden personeel. (De Tijd, 4 Augustus.)

In een ander artikel vraagt men: „Hebben deze liberale heren (de heren van de Robaver en de Amsterdamse Bank) gespeculeerd op een duurzaam succes van den tot liberaliseren vervallen Colijn. Hebben zij door concentratie een credietinstelling willen scheppen, die in staat zou zijn met zware leningen een liberaal-getinte Colijnse formatie levensvatbaarheid in te pompen? Dan is deze speculatie mislukt. De leningsschuwheid van ’t vierde kabinet-Colijn moest o.a. geweten worden aan de twijfel over het succes in de grote bankwereld van een voor nationale doeleinden uitgeschreven staatslening en het is ook zeker de N.R.Crt heeft het duidelijk te kennen gegeven dat er millioenen beschikbaar zouden zijn, indien de „ruïneuze” werkloosheidspolitiek van minister Romme maar in Colijniaanse richting zou worden omgebogen.

Merkwaardig is ook, dat bij de nieuwe concentratie de enkele katholieke namen onder de commissarissen dezer bankinstellingen niet meer voorkomen. De wegen der „haute finance zijn moeilijk na te speuren voor outsiders en wanneer zij zich eens blootgeeft (het beruchte manifest der negen mannen), dan blijken die wegen te gaan in een weinig vertrouwen-wekkende richting. (De Tijd, 2 Aug.)

En uit een derde artikel resumeren we:

„Als consequentie van deze bankconcentratie is te vermelden de enorme machtspositie van de groepen, die in deze mammoethinstellingen de leiding hebben. Het openbaar crediet van staat en gemeente is er slecht bij gebaat. Door

de suprematie en kapitaalkracht van de nieuwe groep kunnen staat en gemeente niet zo gemakkelijk gunstige condities bereiken bij hun leningen. De schatkist krijgt hogere lasten te dragen. Eveneens handel en industrie. De rentabiliteit der ondernemingen wordt er niet door bevorderd door inperking der credietmogelijkheid.

„In elk geval maakt het ontstaan van dit overgroot crdietlichaam het vraagstuk van het staatstoezicht op het bankwezen opnieuw en meer dan ooit actueel. leder mens maakt wel eens fouten. Maar wat gebeurt er, wanneer de nieuwe mammoeth een faux pas gaat maken? Katastrophale gevolgen wellicht voor onze gehele economie. Indien nationale gevolgen, dan ook ’n nationaal belang ze te voorkomen. De gevaren, die de politieke, dictatuur aankleven, gelden ook, en wellicht in nog hogere mate voor een dictatuur in het economisch leven.”

Te goede oogst

Men zal het eigendomsbegrip moeten herzien en hoe dan ook, tot herverdeling moeten komen, niet alleen onder de individuen, maar ook onder de volkeren. Hierbij als illustratiemateriaal deze gegevens.

Op ’t gegeven ogenblik hebben de Verenigde Staten grote zorgen met hun goede oogst. De mais-oogst van dit jaar schat men op 2.570.795.000 bushel, terwijl er nog een overschot is van vorig jaar van 450 mUlioen bushel. De tabaksoogst wordt de grootste In de geschiedenis van de U.S.A., nl. 1.654.622.000 pond, dat is 300 millioen pond meer dan in normale tijd. Daarenboven zijn er nog buitengewoon grote overschotten van tarwe, rijst, eieren, vet en fruit. Deze massa’s zijn in Amerika niet onder te brengen en men vreest dan ook zware prijsdalingen. De regering heeft al 928 millioen dollar ter beschikking gesteld om een algehele instorting van de markt en daarmee een katastrophe over het farmer-bedrijf te voorkomen. Men zal 203 millioen dollar besteden om minstens een deel der overschotten te bergen. De regering zal ook grote hoeveelheden levensmiddelen aankopen om ze te verdelen onder de werklozen.

Exporteurs krijgen grote vergoedingen, v/ijl ze slechts tegen dumpingsprijzen kunnen leveren. De farmers, die beloven hun land braak te laten, ontvangen 725 millioen dollar. Men heeft deze maatregel al meer getroffen: farmers die premies ontvangen voor het onderploegen van hun tarwe- en maisgewassen en voor de vernietiging van hun vee.

Wij ontlenen dit trieste bericht aan een Duits weekblad. Schonere Zukunft, dat jammert, dat men Duitsland uit politieke gronden uitgeschakeld heeft als afnemer. Ons lijkt deze opmerking van het onderdanige blad een geraffineerde vorm van kritiek.

AcHon frari(;aise

De opmerkelijke beslissing van den Paus om de veroordeling van de „Action Frangaise” gedeeltelijk in te trekken, was voor Farinacci aanleiding om tegen de „Osservatore Romano” in te betogen, dat deze krant weliswaar tot nu toe altijd anti-Italiaans, hardnekkig anti-Germaans en uitgesproken pro-Frans was, maar dat de Paus zich nu als uitgesproken fascistisch-denkend had betoond.

Twee hoofdpunten

Voor Duitsland zijn slechts van belang:

le. de uitbreiding van het Duitse Rijk tot op achttien maal de grootte, die het na 1918 had; 2e. de volstrekte vernietiging van de kerk. Toelichting bij le.: Zwitserland, Polen enz. hoorden vroeger bij ons. Men heeft ons deze landen ontstolen. Waar dient onze weermacht toe? We hoeven ons niet te verdedigen, want we worden niet aangevallen. Dan weten jullie het wel.

Bij 2e.: wij, die nu leven, moeten de kerk vernietigen. Een toehoorder vraagt: Hoe kan men dan nog toestaan, dat er kerken gebouwd worden? Antwoord: Laat ze maar bouwen. Wij weten, waar wij later die kerken voor zullen gebruiken.

Aldus de Kreisleiter op een scholingsdag in Ramersdorf.

Alle drie dramatische hoogtepunten uit het Nieuwe Testament.

Sommige schilders kozen figuren uit de gelijkenissen als hoofdpersoon van hun doeken. Zo is er op deze tentoonstelling de onvolprezen „Verloren Zoon” van Jeroen Bosch en een aangrijpende „Barmhartige Samaritaan” van Jan Schorei.

Slechts zelden ziet men beelden uit het Oude Testament. Een van de weinige schilderijen, die hiertoe behoren is „De uittocht van Loth” door Hans Jordaens.

Interessant is het te zien, dat ook Jan Steen, dien men geneigd is alléén maar als frivool te beschouwen, zich meer dan eens door de Bijbel heeft laten inspireren. Weliswaar op „Steense” wijze, maar niettemin getuigend van Uefde vóór en geloof in zijn onderwerp.

Ook Rembrandt ontbreekt niet. Zijn „Engel Rafaël”, één van de kleinere doeken, behoort tot het beste wat deze tentoonstelling biedt. Zéér de moeite waard is vooral ook het kleine „glas-in-lood zaaltje” met werk hoofdzakelijk van Pieter Coeck van Aelst (pl.m. 1540) en met als hoofdonderwerp de geschiedenis van Johannes de Dooper.

De kleine zalen met etsen en houtsneden van o.a. Rembrandt en Lucas van Leyden bevatten schatten, die ieder voor zich zelf spreken. Wij raden allen, die Amsterdam bezoeken, aan deze tentoonstelling vooral niet te verzuimen. Het is een unieke manifestatie; niet alleen uit religieus, maar ook uit kunstzinnig oogpunt beschouwd van het grootste belang! I. DONKER—RUTGERS.