is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 46, 19-08-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OlririTr.lliniMiiiiiiiimiiiiii:i 111 111 I 1

Socialistische ministers

Er is in het ministerschap nog wel een en ander in strijd met de socialistische en ook met de democratische geest. Wij denken aan titel en galagewaad en de vormen, die bij een audiëntie in acht genomen moeten worden en andere uiterlijkheden, die in de middeleeuwen bij de macht van den vorst en zijn eerste dienaren thuis horen. Maar die behoren niet tot de kern en het wezen van dit hoge staatsambt. Er is een ander bezwaar geweest tegen de bezetting van ministerzetels door socialisten in verband met de opvatting van de staat als het bolwerk van de heersende en bezittende klasse. De leer van de klassestaat wordt echter niet meer verkondigd: zelfs waar de macht van de staat zoveel mogelijk ten voordele van één klasse wordt misbruikt, gaat zijn wezen als gemenebest, als instelling voor het algemeen welzijn nooit geheel verloren.

We kunnen echter niet de volmaakt verleden tijd gebruiken, als we spreken van de vrees, dat men het socialisme wil verzwakken en verslappen door enkele zijner leiders socialisten te maken. Zo verdedigt men zich het best tegen een kwaje hond, door hem een kluif toe te werpen. Dat behoort bij de lelijke onderstelling, dat de leiders de ruggen der arbeiders gebruiken als een trap of lift, om omhoog te komen. Wantrouwen luistert niet naar argumenten en men doet wijs, er niet tegen te redeneren.

Er zijn ook nog wel socialisten, die alleen grote dingen willen: ze menen, dat het kapitalisme als een berg alleen door geweldige krachten kan springen: men moet niet pogen het af te brokkelen of weg te krabben: dat lukt toch niet. Als men als eerste punt op een regeringsprogram geplaatst kon krijgen, de invoering van het socialisme door afschaffing van het privaat bezit der productiemiddelen, dan zou een rood kabinet zeer welkom zijn en prachtig werk kunnen verrichten. Men vergeet echter, dat het socialisme er moet zijn, voordat zulk een regering magelijk is en men vergist zich als men meent, dat een nieuwe maatschappij vorm, die tij d van ontwikkeling nodig heeft, door een decreet kan worden ingevoerd. Ook ziet men voorbij, dat de weg naar het socialisme als iedere weg gevormd wordt door steentje aan steentje te rijen. De weg der praktische hervormingen is die weg en een regering kan veel aan deze wegenbouw doen.

Maar bestaat er geen gevaar, dat een minister zelfs deze socialistische arbeid niet goed zal kunnen doen in een gemengde regering? Zal hij niet medeverantwoordlijk zijn voor maatregelen en wetsontwerpen, die in strijd zijn met de socialistische beginselen? Bij het geven en nemen, dat onder dergelijke verhoudingen onvermijdelijk is, bestaat het gevaar, dat men te weinig krijgt en te veel geeft. Dit gevaar is er ongetwijfeld, maar knappe mannen van karakter als onze beide eerste socialistische ministers zijn, zullen zeker de grens zien, die zij bij deze medeverantwoordelijkheid niet mogen en willen overschrijden. Zij zullen zeker veel goed werk kunnen doen ter bestrijding der werkloosheid en daarbij de andere partijen eer voortstuwen, dan dat ze door hen geremd worden.

In het bestuur der gemeenten hebben socialistische wethouders uitstekend werk gedaan en bovengenoemde bezwaren bleken daarbij niet te overwegen. Waarom zouden socialisten zich dan onthouden van mederegeren in het wijdere staatsverband?

De coalitie is dood i

De tegenstelling tussen links en rechts in de politiek is verdwenen. Zij verflauwde al sterk onder de regering-Colijn op brede grondslag met medewerking van liberalen en vrijz. democraten. Nog eens kwam de mist opzetten, maar de vuile nevel is weggetrokken door de storm der wezenlijke verschillen tussen de liberale en de nieuwere opvattingen van het sociaal-oeconomische leven. Het bleek ook bij vroegere christlijke regeringen, maar wel sterk onder het kabinet-Colijn op de smalle basis, dat christelijke beginselen geen richtsnoer zijn voor de staatkunde.

„Koningin en Vaderland”, een christelijkhistorisch weekblad spreekt zijn vertrouwen uit, dat het kabinet-de Geer niet zal afwijken van de beproefde christelijke beginselen op het gebied van gezag, vrijheid en recht. Beproefd! En het recht, dat voor den moordenaar de doodstraf eist, een recht, dat volgens de antirev. schriftuurlijk en dus goddelijke ordinantie is? En het recht op geestelijke vrijheid, dat alle protestanten willen hanahaven en dat door Roomse ministers is afgeknabbeld, en naar Roomse opvatting zelfs een gevaarlijke dwaling is? En het gezag, waartegen Roomse jongelui zich verzetten in hun bestrijding van vrijdenkers en voorstanders van geboortebeperking met goedkeuring of althans vergoelijking van hun kerkelijke en politieke leiders?

Er is een christelijke bouwstijl, maar het Christendom leert niet, hoe men fundamenten moet leggen, welke stenen men moet gebruiken, hoe de muren het dak kunnen dragen.

Het Christendom kan wel het politieke leven bezielen en er idealen aan stellen, maar geeft geen richtsnoeren voor practische politieke arbeid. Dit laatste is door het falen der coalitie klaar gebleken.

Verwonderlijke dingen in de regeringscrisis

Naast ons ligt een hele stapel met verschillende uitspraken over de regeringscrisis. Onze lezers hebben er zeker genoeg van en wensen geen herhaling of samenvatting ervan. Hun kunnen we geen nieuws geven behalve wellicht het oordeel van de Amerikaanse „Time”: „De trouwe supporter van Dr. Hendrikus Colijn is zijn vorstin Koningin Wilhelmina. De conservatieve Premier met zijn sterke wil gelooft in een sluitend budget, in lichte belastingen en een vaste geldkoers: dit schijnt aan de zuinige Koningin de kern van gezond inzicht”.

Ligt hierin wellicht de verklaring.dat aan Dr. Colijn opgedragen werd een nieuw kabinet te vormen, toen het vorige door een diepe scheur uiteenviel? Deze poging mislukte, doordat de Roomsen niet meer met hem wilden samenwerken. Toen werd aan den conservatieven Roomsen Mr. Kooien opgedragen, een ministerie te vormen. Hoogstwaarschijnlijk waren zijn eigen partijgenoten niet van hem gediend. Daarna kwam Colijn weer aan de beurt en heel wonderlijk hij kwam met een ministerie, waarvan de meerderheid der leden liberaal gezind was, ook al waren zij partijloos. De leider der antirevolutionairen vormde zo een regering, wier meerderheid bestond uit mannen der liberale, van de Franse revolutie afkomstige beginselen, waartegen steeds het Evangelie hooggehouden is.

Nu komt een tweede wonder. Jhr. de Geer deelt niet de nieuwe oeconomische inzichten van een deel vooral der jongeren in zijn Unie.

Hij is een trouwe verdediger van Colijn geweest, ook van diens finantleel beleid. Hij heeft gepoogd, hem te redden tegenover de oppositie, die het laatste zeer kortstondige kabinet-Colijn ten val bracht. Hij heeft het stemmen voor de motie-Deckers een ernstige misgreep genoemd en daarna heeft hij zelf een ministerie gevormd, waarbij de drie voornaamste posten ingenomen zijn door aanhangers der nieuwe, sociaal-oeconomische inzichten.

Men moet den vijand wantrouwen, als hij met geschenken komt aandragen, zegt een oud spreekwoord. In de politiek komen soms tegenstanders met goede gaven. Zo is het gegaan met het algemeen mannenkiesrecht, het vrouwenkiesrecht en nu wellicht met de nieuwe politiek van welvaart en bestrijding der werkloosheid en ordening van het bedrijfsleven. Eens komt wellicht nog eens een minister van oorlog met een voorstel tot ontwapening! Aan de oprechtheid van minister de Geer twijfelen we niet, tot lelijke politieke streken en listen achten wij hem niet in staat. Er moet een ommekeer in zijn gedachtenleven hebben plaats gehad. Wonderlijk blijft het.

Eh nog een derde, een klein wonder. Volgens het orgaan der Kiës-beweging, die zich Troelstra-beweging noemt, is de prestige der S.D.A.P. nu voor goed naar de maan. Radicaal verloren! Het zal een ongelooflijk zware taak zijn voor de (zich noemende maar niet zijnde) Troelstra-beweging, zo schrijft haar orgaan, om in beduidende mate te redden, wat gered kan worden. Het schijnt, dat Kiës geheel vergeten is, dat Troelstra op het Congres te Zwolle in 1913 warm gepleit heeft voor „een burgerlijke oplossing”, deelname immers door soc.-democraten aan een regering, waarin zelfs oudliberalen zitting zouden hebben gekregen.

Wel zeer wonderlijk, dat Kiës een beroep doet op Troelstra, om af te keuren het besluit van de Partijraad, die thans socialistische deelname aan een gemengd ministerie aanbeval.

Vliegen heeft met schier algemene instemming der Partij geraden: Aanpakken! Beter aanpakken door de onzen, dan aanpassen door de anderen.

Bij het feest van de geboorte der prinses hebben in Den Haag honderden jongeren trouw gezworen aan Irene. In spreekkoor zelden zij: Trouw aan Oranje als symbool van onze volkseenheid in verleden en heden zijn wij: trouw aan dé nieuwe Oranje zullen wij zijn als symbool van de toekomst, wij jongeren van Nederland.

Daarna werd een zwerm postduiven losgelaten, om de betuiging van trouw naar Soestdijk te brengen. Ook lieten kinderen ballons op, met een kaart, waarop de belofte was afgedrukt.

Bij de internationale kaatswedstrijden In Leeuwarden liet men alle deelnemers aantreden en zeggen: Wij zweren met ridderlijke geest voor de eer van onze landen en de glorie van de sport te zullen strijden.

Het verwondert ons, dat niet een der Friese spelers naar voren trad en zei: Menen jullie dan, dat wij gemeen zullen spelen? En wat moet de kleine Irene met al die eden van trouw doen en hoe kan men tegenover een zuigeling trouw of ontrouw wezen? Zweren is een zeer ernstige handeling; gewoonlijk gebeurt het met de aanroeping van Gods naam en Jezus heeft dit af gekeurd, waar zijn volk dit bij allerlei gelegenheden deed, om zijn geloofwaardigheid te versterken. Bij de natlonaal-soclallsten neemt het zweren van trouw een grote plaats In. Het behoort tot het tamtamgedoe dezer beweging. Wilde stammen trommelen en slaan op de gong en noemen dit tam-tam, als ze opwinding willen verwekken, godsdienstige geestdrift en oorlogshartstocht. Het is een ophitsen der geesten door veel lawaai. Dit wordt nu bij “jongeren en de sport ook toegepast door bombastische woorden.

RtLSt in het nadenken en zuiverheid in zijn uitingen en beloften zijn beter dan plechtstatig gedoe met een fanfare van dikke woorden. J- A, BRUINS.