is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 46, 19-08-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DE REDACTIE:

„Tijd en Taak” zal op Zaterdag 26 Augustus a.s. niet verschijnen

zich in Turnhout en Kasseit en Mecheien volkomen thuis; de grote rivieren worden veei meer als grens ervaren dan de douaneposten te Rosendaal en Baarle—Nassau en op de bruggen over de Maas.

Maar 1830?

Er is een nieuwe geschiedbeschouwing in opkomst, waarvan G. Knuvelder de luidruchtige propagandist is (zie zijn „Rampjaar 1830”) maar waarvoor de materialen en de eerste bezieling aangebracht worden door Prof. Carel Gerretson, een geschiedbeschrijving waarmee die van Prof. Geyi nauw verwant is; men overwege de titel van zijn werk „De geschiedenis van de Nederlandse stam” en deze ziet de feiten heel anders: men verklaart de gebeurtenis van 1830 ais een jammerlijk misverstand, ontstaan door een gebrek aan tact van de Noord-Nederlandse regeerders (men denke aan het Collegium phiiosophicum) en het drijven van de Franskiljonse liberalen, plus de psychologische factor der onwennigheid van familieleden, die elkaar sedert lang niet meer zagen, maar men weigert 1830 als definitief te zien en de hereniging der Nederlanden als een boze droom of een verouderd sprookje te beschouwen.

Noord- en Zuld-Nederland, zo redeneert men, vormden eeuwenlang een door afstamming, taal en cultuur verbonden volk. En als men tegenstellingen construeert, laat men dan eens onderzoeken of de tegenstelling Zuld-Nederland—Wallonië In Belgle, en Zuid- en Noord-Nederland In ons staatsverband niet minstens even groot zijn, dan die, welke de staatsgrenzen aangeven. De Moerdljkbrug Is pas een begin van wederzijds verstaan! In Brabant en Limburg cultiveert men het gevoel van verbondenheid met Belglsch-Zuld-Nederland vandaag welbewust. Men vergete niet, dat ook na de 16e eeuw Noord-Brabant werkelijk bestuurd en bezield werd vanuit Zuld-Nederland, maar geplunderd en arm gehouden vanuit Noord-Nederland. (De geschiedenis van Limburg Is nog veel ingewikkelder!) Sympathie laat zich niet beredeneren en Is historisch moeilijk te controleren, maar men moet toch al heel hoog In het Noorden wonen om te menen, dat zoals de gaande voorstelling Is „In 1815 twee volken met elkaar verbonden waren, die geheel van elkaar vervreemd, niet sympathiek en van verschUlende aard van tegengestelde belangen In godsdienst en economisch opzicht waren”.

Een Brabander en Limburger kan dit onmogeiijk navoelen. Men wil zich desnoods wei hartelijk en natuurlijk met het nog Noordelijker Nederland verbonden voelen en desnoods veel vergeten, men wil wel beseffen de volkseenheid onder één staatsgezag en In één staatsverband, maar dat neemt toch niet weg, dat ook Zuld-Nederland hem na aan ’t hart ligt en dat hij gerust durft wensen, dat de staatsgrenzen anders waren. Overigens, wanneer Inderdaad de samenleving met Katholiek Vlaanderen In 1815 een tegennatuurlijke was, om godsdienstige en economische reden, dan kan een Brabander zich om dezelfde redenen vandaag In het z.g.n. Protestantse Nederland kwalijk thuis voelen. Daarom Is ook Gerretson zo nieuwsgierig, en Is dit een historische vraag van de eerste orde, die helaas nog lang niet opgelost Is, hoe reageerde Brabant en Limburg op 1830?

Nu moet men ook weer niet gaan denken, dat een verstandige Zuiderling een politieke actie voorstaat op korte termijn. Daartegen verzet zich het gezond realisme en de eerbied voor de gestelde Overheid, maar de R.K. Volkskrant heeft toch ai eens met Geert Ruygers, een der jongere intellectuelen, voor wie de Neerlandia-pers openstaat, over dit onderwerp gebakkeleid en men leze maar eens achter de regels van het beroemde programmatische opstel van den Calvinist (?) Gerretson, dat ais inleiding fungeert bij Knuvelder’s „Van uit Wingewesten”.

Nu reaiisere men zich eens, hoe dit gedroomd vaderland er uit zou zien: Nederlands Brabant zou dan weer, als in de tijd van Jan I, Hertog

van Brabant, „de navel der Nederlanden” zijn (de uitdrukking is van Gerretson). Groot Nederland zou numeriek ineens een Katholiek land geworden zijn en veel meer dan tot nu toe zou het een industrieland zijn. Van dit industrieland zou Antwerpen (meer dan Rotterdam) de natuurlijke haven zijn. De Scheldepolitiek zou zich anders moeten oriënteren. Het duizelt iemand als hij aan dit alles denkt.

Als men mij nu vraagt: zijn er in Brabant verstandige lieden, die hierop aansturen, dan geloof ik, dat men nóg moet zeggen (ik sluit enkele fascistische heethoofden van Zwart Front en Verdinaso uit), neen! Voorlopig wordt alleen druk gepropageerd het bewustzijn van het streek-eigene, de verdediging tegen vreemde invloeden en daarom ook het weten van de culturele verliondenheid met het Nederland van over de grens. Maar wat niet is, kan komen. En men moet zich terdege rekenschap geven van het feit, dat elke liefde een dynamiek bezit, veei verder dan haar verstandelijk gesteld eindpunt en vervolgens, dat in dit Europa de landsgrenzen geen onverwrikbaarheid bezitten. En dan zint men op dit alles na en kijkt eens in Nederland rond en bepaalt de fronten: ik heb zo’n idee, dat het Hollandse grootkapitaal met een dergelijke politiek bitter weinig op zou hebben en verzoek te denken aan de oppositie der liberalen tegen de contingenteringswetten van Mr. Steenbergen, toevallig vroeger secretaris der R.K. Werkgeversvereniging en persoonlijk sterk geïnteresseerd aan een der grootste Tilburgse wolindustrieën. Wat is politiek toch troebel! De Katholieken zijn voor protectie, want hun mensen wonen in een industriegebied. Waarom zijn de Liberalen voor vrijhandel? Krachtens hun beginsel, of omdat ze toevallig in Rotterdam wonen? En zou Ds. Kersten het overleven als Nederland eens werkelijk (of in naam) een Katholiek land werd? RENE.

Made in Germany

„Het is geen wiliekeur, die alles dicteert, maar de wet, die is geboren in het oog, het hart en het brein van den Führer.”

„Wij wUlen weer soortbewust zijn en leven volgens wetten, die ons en onze voorzaten in het bloed lagen en liggen, wetten die ons zijn aangeboren, zoals aan planten en dieren. Als zij een vergrijp plegen tegen de wetten van hun soort en ras, dan worden zij bastaards en verhezen hun waarde. Dat wisten de mannen van planten- en veeteelt reeds lang uit ervaring en zij hebben ernaar gehandeld.”

„Zoals Rosenberg eens heeft gezegd is het: „Weggeblazen door een windstoot zijn ai die fantastische en natuurvij andige leerstellingen omtrent de gelijkheid der mensen en een zogenaamde eeuwige en algemene ontwikkeling. Een gezond zien van de dingen, weerlegt vandaag de dag deze zienswijze, zonder dat het beslist nodig is, dit alles voor brede kringen verstandelijk te motiveren.”

„De massa vraagt niet meer op grond van welke motieven de Führer handelt, want tussen Führer en volgelingen is niet de band van het verstand, doch uitsluitend die van het gevoel. Dit gevoel kan ons onmogelijk bedriegen, als het slechts „Nordisch”, ais het Duits is.”

~Natuurrecht doet den Duitser de zijde der onderdrukten kiezen.” (Wat o.a. Tsjechoslowakije bewijst! Red.).

„Waarop het aankomt is de trouw van degene, die handelt omdat hij alleen zó en niet anders zou ktmnen handelen, ook al zou die trouw hondentrouw worden genoemd!’'

Al deze uitspraken zijn ontnomen aan een geschriftje „Weitanschauung, Erziehung und Dichtung”, van de hand van den wethouder van Onderwijs in Berlijn^—Neukölln, Johannes Eilemann, en verschenen bij den uitgever H. Diesterweg, Frankfort a. M. H. W.

VEHENICINCSLEVEN

Vacantieweek Kortehemmen

De vacantieweek van 31 Juli t/m 5 Augustus te Kortehemmen gehouden, is uitstekend geslaagd. Zij begon met een openingswoord van den leider, den heer Ehibecker, die iets vertelde van de geschiedenis der Woodbrookers in het algemeen en van de A.G. in het bijzonder. De hierbij uitgesproken wens, dat in de komende dagen een kleine gemeenschap zou groeien, is in elk opzicht in vervulling gegaan. Van begin tot einde heerste onder de gasten een hartelijke, kameraadschappelijke geest, die het samenzijn tot een genot maakte. Een genot was ook de schone omgeving van Kortehemmen al wandelende of fietsende te verkennen. Donderdag ging de hele groep, met juffrouw Glas, Dubbe en Janni voorop, een zeiltocht maken op de Friese meren. In Grouw werd gepleisterd. Zo prettig en plezierig was de stemming, dat het minder goede weer m de namiddag deze stemming niet vermacht te storen.

Mooi waren ook de avonden met zijn muziek, zang, boekbespreking en lezingen. Voor Vrijdagmiddag stonden volkswedstrijden op het programma, waaraan jong en oud met veel jolijt meededen. De chmax was de bonte Vrijdagavond, die bij alle deelneemsters en deelnemers ongetwijfeld nog lang in herinnering zal blijven. Zaterdagmorgen na het ontbijt stoven de gasten naar alle windstreken uiteen, innerijk gesterkt en verrijkt en met een gevoel van grote dankbaarheid jegens de A.G., voor de heerlijke vacantiedagen in Kortehemmen doorgebracht.

Moge de trek naar het mooie huis van de A.G. het volgend jaar zo groot worden, dat meerdere vacantieweken met volle bezetting daarvan het gevolg zullen zijn, H. T,

Eerste vacantieweek der arbeidersgemeenschap te Bentveld, van 31 Juli tot 5 Aug.

Een groep van ruim 60 mensen en kinderen, meest vreemden voor elkaar, maar allen samengekomen met eenzelfde doel: een week vacantie in het mooie, ruime huis van de Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers te Bentveld en ook van goede kameraadschap met bekenden en onbekenden.

Bij' de thee worden de eerste gesprekken aangeknoopt. De kinderen hebben elkaar bij het balspel al gauw gevonden en vriendschap gesloten. Bij de ouderen gaat het niet zo vlot, maar ook hier bewijst de bal, ’s avonds gehanteerd door de jeugd tussen de 13 en 70, goede dienst als ijsbreker.

Langzamerhand groeit uit de groep een gemeenschap, een eenheid. Somen trekken we er op uit: een excursie naar Thijsse’s Hof, een hele dag naar de duinen, een fietstocht, een middag aan en in zee. Samen' genieten we van een orgelconcert, van de goedverzorgde avonden; enkele lezingen, voordracht van gedichten, muziek.

Bij het eten worden, tussen de steeds wisselende tafelburen, de gesprekken al levendiger; vaak klinkt een vrolijke lach op. Zelfs de echtparen, eerst zo „gloênde aaneengesmeed” vindt men hier en daar verspreid. De drukke conversatie blijkt echter geen beletsel om de uitstekende maaltijden alle eer aan te doen.

Na de avond-thee worden de liederen-bundels uitgedeeld. Wat kan dat een mens goed doen, zo eens uit volle borst te zingen.

Al te snel gaat de tijd. Velen waren graag nog langer gebleven; slechts enkelen zijn zo gelukkig, ook de tweede vacantieweek te kunnen meemaken. Bij het afscheid wordt menige uiting van spijt gehoord. Maar daarnaast is er een grote dankbaarheid voor deze mooie week. Het is goed geweest! J. V. d. S.

INHOUD

Pag.

Versterking onzer democratie, W. B 1 Buitenlandse Kroniek, B. W. Schaper 2 De ontmoeting, F. Kalma 3

De predikants-opleiding 3 Binnenlandse Kroniek, J. A. Bruins 4

Het Maarten Maartenshuis, I. Donker— Rutgers 5 De wereld van nu 5

De coalitie kapot, L. H. Ruitenberg 6 Uit de kerkelijke wereld 6—7

Over bozen en goeden, Joh. Winkler 7 Zomer, Jan. J. Zelden thuis 8

De vrouw in het gezin, Hermien van der Heide 8 De wereld van nu 9—lo

„Landi”, N. van der Zeyde 10

De pers, E. C. Knappert H Het moderne mensentype en wij, Johan

Winkler H Brieven uit het Zuiden, René 11—12

Made in Germany, H. W 12