is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 47, 02-09-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V erenigmgsleTen

Onderwijsvernieuwing – Bentveld-14-19 Augustus

Ruim 50 deelnemers uit alle delen van ons land, jongeren en ouderen, onder leiding van den heer M. J. P. Ehrbecker, hebben een week in Bentveld doorgebracht, om daar te luisteren naar de nieuwere inzichten op onderwijsgebied. Bovendien was er volop gelegenheid, om onder elkaar de verschillende vraagstukken te bespreken en met elkander de moeilijkheden te behandelen, die iedere onderwijzer in zijn dagelijkse werk ontmoet.

Eerste inleider was de heer Joh. Toot, oud-onderwijzer aan de Humanitaire School te Laren, die als onderwerp had gekozen: „Pogingen tot onderwijshervorming in binnen- en buitenland”. Aangezien het sprekers taak niet was, een bepaalde methode op de voorgrond te schuiven, moest deze zich beperken tot het aangeven van de algemene beginselen, die aan de nieuwe school ten grondslag liggen. Spreker kwam tot de volgende punten:

le. De school moet streven naar een meer harmonische ontwikkeling van het kind. Dit kan gebeuren door het verzorgen van planten en dieren, door rhythmische gymnastiek, schoolwandelingen, muziekonderwijs, enz.

2e. In de school moet het beginsel der zelfwerkzaamheid doorgevoerd worden. De opvoeding moet gericht zijn op productieve arbeid.

3e. We moeten komen tot een zo individueel mogelijke vorm van onderwijs, dus los van het klassikale stelsel. Ons streven moet bovendien zijn, het individu de rechte plaats te geven in de gemeenschap.

4e. In de nieuwe school krijgt het kind grotere bewegingsvrijheid. Vrijheid is n.l. het middel, waardoor de mens en ook het kind meester wordt over zichzelf. De onderwijzer moet zijn de vriend en medewerker van het kind, niet de autoriteit.

se. Deze meerdere vrijheid geldt ook voor den onderwijzer. Geen bindend leerplan of lesrooster meer, maar de mogelijkheid, om het kind op te leiden voor het leven.

6e. Een nauw contact tussen school en huis. Dikwijls zal het nodig zijn, om niet alleen het onderwijs, maar ook de ouders te vernieuwen. 7e. Concentratie van de leerstof.

Be. De school brenge de kinderen door middel van land- en tuinarbeid in innige aanraking met de natuur.

De tweede spreker, de heer C. Schreuder, behandelde de eisen der moderne didactiek. Op de voorgrond wilde spreker stellen, dat het niet zijn bedoeling was, om datgene, wat reeds jaren en jaren bestaat, af te breken of als minderwaardig te Qualificeren. Maar zeker is het, dat er aan ons klassikale onderwijssysteem grote fouten kleven. Als eerste fout noemde spr. het verbalisme. De school is nog te veel een luisterschool. De kinderen krijgen te veel woorden te verwerken zonder vulling.

Verder noemde spreker een te ver doorgevoerd mechanisme. Vooral oij het vak rekenen blijkt duidelijk, welk een grote plaats hier de techniek inneemt en hoe weinig kinderen begrijpen, wat ze eigenlijk doen. ledere school beschikt over een min of meer uitgebreid instrumentarium, dat langzamerhand zo volmaakt is geworden, dat het zelfstandig denken geheel op de achtergrond is geraakt. Pas dan, wanneer we de denkvormen weer gaan ontwikkelen en verfijnen, zal onderwijsvernieuwing succes kunnen hebben. We moeten aansluiting zoeken bij het leven, daarna ontleden in het elementaire, om tenslotte terug te keren tot het leven.

Na deze inleiding waren de cursisten in de gelegenheid, kennis te nemen van het werk van het „Instituut voor Individueel Onderwijs”, I. v. I. 0., waarvan de heer Schreuder de leiding heeft. D° taken, door dit instituut samengesteld, worden over het gehele land gebruikt, speciaal voor de ontwikkeling van jeugdige werklozen.

De heer L. H. Fontein gaf ons een duidelijk inzicht, theoretisch en praktisch, in de methode-Montessori.

Dr. Montessori heeft waarschijnlijk meer dan iemand anders speciale aandacht besteed aan het kind. Zij heeft ons enkele primitieve, maar zeer belangrijke grondbeginselen onder ogen gebracht, waarvan wel het voornaamste is, dat we de ontwikkeling van het kind moeten zien als een proces van zelfontwikkeling. De menselijke invloed, de opvoeding van buiten af, moet alleen passief zijn. De aanleg van het kind kennen we niet en deze moet dan ook door het kind zelf ontwikkeld worden. Dit voert dus vanzelfsprekend tot de eis; het kind in hoofdzaak zelfwerkzaam. Laat het kind zichzelf helpen. Dr. Montessori heeft ’t zo duidelijk uitgedrukt: „Het kind vraagt ons: „Help me, om ’t zelf te doen.”

In de ontwikkeling van elk kind is er een periode, waarin zijn belangstelling zich richt op bepaalde dingen. We zien dan een grote overgave voor het werk, een zich verdiepen in het werk, grotere concentratie. De onderwijzer is niet in staat te bepalen, wanneer een dergelijke periode is aange-

broken en moet dit dus aan het kind zelf over-

Ook andere krachten moeten in het kind worden ontwikkeld. Zo het vermogen, om conclusies te trekken, om hun verstand te gebruiken; de kinderen moeten gelegenheid krijgen tot sociale vorming.

In aansluiting op deze grondbeginselen heeft dr. Montessori een school ingericht, die wil zijn; le. Een vrije school. Vrijheid van beweging, vrijheid van werken, vrijheid van werkkeuze en werkmethode.

2e. Een zelfwerkzaamheidsschool. De hulp van den onderwijzer wordt tot een minimum beperkt. 3e. Een deei van het leven. De school moet zijn een kindergemeenschap, waar de kinderen elkaar helpen en waar volop gelegenheid is tot sociale vorming.

Ook na deze inleiding was er gelegenheid tot gedachtenwisseling, terwijl een tentoonstelling van allerlei werk het betoog van den spreker ondersteunde en verduidelijkte.

De heer W. A. van Liefland bracht ons in aanraking met de methode-Decroly. Dit is eigenlifk ihet een methode, maar een geestelijke instelling, een geestelijke sfeer. Het is de school van het leven voor het leven.

Het onderwijs moet dus zijn dynamisch, met een afkeer van vaste schema’s en formules. Het onderwijs moet aansluiten bij de steeds wisselende aspecten van het leven en gebruik maken van de nieuwste onderzoekingen op wetenschappelijk gebied. In aansluiting hierop gaat Decroly dan ook uit van het geheel, de z.g. globalisatie-methode. De kinderen worden samengebracht in een eenvoudig, primitief milieu, zoveei mogelijk op het platteland. Zo ontstond in België het instituuLDecroly, gesplitst in een afdeling voor achterlijken en een voor gewone kinderen, I’Hermitage. Reeds in zeer veel landen, ook buiten Europa, vindt de methode-Decroly navolging. Ook nu weer was een tentoonstelling ingericht, waardoor de cursisten nader met deze methode konden kennis maken.

De heer J. Lommers gaf ons een practische kijk in de werkwijze volgens het Dalton-systeem. Aan de hand van tal van voorbeelden zette spreker uiteen, op welke manier aan zijn school volgens dit systeem wordt gewerkt. Spr. is langzamerhand, al werkende, gekomen tot een vorm van concentra,tie, waarbij de geschiedenis van de stad Nijmegen als uitgangspunt dienst doet. We waren in de gelegenheid, kennis te nemen van de taken, die de kinderen moeten verwerken. Rekening moest worden gehouden met het feit, dat bijna al deze kinderen moesten worden opgeleid voor het Middelbaar Onderwijs. Maar daarnaast was voldoende gelegenheid opengelaten voor individueel en groepswerk. De inleiaing van den heer Lommers vormde echt een greep uit de praktijk van het schoolleven.

Mej. A. Jansen Heitma.yer is langzamerhand gekomen tot een vorm van onderwijs, die we noemen persoonlijkheidsonderwijs. Al werkende kon het oude klassikale systeem haar geen bevrediging schenken. De kinderen moesten te veel luisteren, te veel stilzitten. Het P.O. daarentegen neemt het Kinderlijke gemoeds- en zintuigleven als uitgangspunt. Zelfstandigheid, hulpvaardigheid, ordelijkheid, verantwoordelijkheidsgevoel, eigen belangstelling zullen de aandacht vragen. De leerkracht is schijnbaar passief, maar moet trachten stimulerend te werken. Het stilzitten in de school heeft plaats gemaakt voor een zekere vrijheid van bewegen, ook een vrijheid van werken, die daarnaast gebondenheid inhoudt. Deze gebondenheid vormt dan ook de garantie, dat het leerplan afgewerkt wordt en de kinderen met een bepaalde hoeveelheid kennis de school verlaten.

Elke dag krijgen de kinderen een taak, een extra taak en vrij werk. De taak moet af, maar de volgorde is vrij. Hier ontmoet het kind dus een plicht. Van de extra-taak moet zoveel mogelijk afgewerkt worden. Ze berust op de verplichte taak, maar geeft den leerling gelegenheid, eigen initiatief in te

schakelen. De vrije taak bestaat uit werk, dat geheel en al naar eigen keuze van den leerling is. Zo worden o.a. verzamelalbums aangelegd, waarin het kind zich kan uitleven en zijn activiteit zich kan richten op alles, wat zijn belangstelling heeft Zo leren de kinderen reeds jong hun vrije tijd te gebruiken. En dit alles gebeurt onder het motto: alles zo goed mogelijk.

Ook mej. Jansen Heitmayer had een hoeveelheid werk van haar kinderen meegebracht, dat zich in een grote belangsteiling mocht verheugen,

Dr. W. Banning hield tenslotte een inleiding over het verband tussen onderwijsvernieuwing en hedendaags geestelijk leven. We zien hier drie fundamentele begrippen, n.l. het kind, de maatschappij en het leven. Het kind is een eigen wezen, een eenheid, geen onbeschreven blad papier, zoals men vioeger dacht. Daarom moet alle onderwijs uitgaan van eerbeid voor deze eenheid. Dit is de zuivere humaniteitsgedachte, waarin menselijkheid eerbied en liefde zulk een grote rol spelen Allerlei’gevaren bedreigen echter onze persoonlijkheid, zoals fascisme, nationaal-socialisme, communisme, krachten in de maatschappij en in onszelf. Onze maatschappij is bovenal de maatschappij van arbeid en techniek. Ze wordt verscheurd door allerlei tegenstêllingen en staat als zodanig zeer vijandig tegenover het opvoedkundig streven in onze school Ons hoofddoel zal dus moeten ziin: verandering van onze maatschappij in deze zin, dat we krijgen een aristocratische democratie, waarin de fijnen van geest leiding geven. Op voeden moet ons brengen tot gevoel voor schoonheid en voor waarachtige goedheid. En hiermede brengen we dus het religieuze element in onze opvoeding Opvoeden moet zijn een opwaarts voeden, een opleiden tot het allerhoogste. De mens van morgen moet de stem van de eeuwigheid kunnen verstaan,

Buiten het programma om werd nog een demonstratie gegeven door Mevrouw M. Belinfante—Dekker met twee zang- en declamatieklassen van naar muziekschool. Na een korte inleiding werd begonnen met de afwerking van een zeer gevariëerd programma, dat een combinatie vormde van spraakoefeningen, declamatie, zang en rhythmische illustrerende bewegingen.

Met grote waardering werd dit alles gevolgd. Tot slot gaf onze leider, de heer Ehrbecker nog een korte nabeschouwing. Bovenal sprak hij’ ziin grote vreugde er over uit, dat juist in deze tijd nog zoveel mensen hun belangstelling hadden getoond voor de problemen, die deze week aan de orde waren gesteld. Vernieuw en verfijnd van geest zou ieder straks weer terugkeren in zijn dagelijkse «erk en hij twijfelde er niet aan. of het zaad, hier zou zeker eenmaal vruchten voortbren- W- M.

2e Vacantieweek te BentveW en Augustus 1939

Deze tweede vacantieweek, belegd door de Arbeiders-Gemeenschap der Woodbrookers, stond onder leiding van ds. J. A. v. d. Meiden uit Drimmelen Aan hem was de taak opgelegd, om de bijna 70 deelnemers, wier leeftijd varieerde van 3—73 jaar bij d® dei week! bijna geheel vreemd aan elkaar waren), een prettige week te bezorgen en zo mogelijk iets van de geest der Arbeiders-Gemeenschap bij te brengen grote meerderheid der deelnemers had nog iets van Bentveld of het werk der A.G. gezien In deze taak, die de leider zichzelf bij de ooening der week stelde, is hij volledig geslaagd. '

Hij is hierin krachtig gesteund door de „staf” van het huis en door de dames Memelink en v. d. Ploeg, die de kinderen hebben verzorgd en bijna elke dag met de kleuters naar Zandvoort aan de zee trokken.

De leider ging er steeds op uit met een wandelof fietsgroep. Zij, die er de voorkeur aan gaven om rustig in of bij het huis te blijven, konden dit vrij

Genietend van de vacantie