is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 48, 09-09-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd en Taak

ZATERDAG 9 SEPTEMBER 1939 – No. 48 37STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD *' ' I

onder redactie van dr. w. banning ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 37STE JAARGANG VAN DEBL IJ DE WERELD halfjaar F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CENTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTEGIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKEL VELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

HOE IN DIT UUR?

Met één slag zijn allerlei „problemen”, die oiis bezighielden zoal niet geheel onwerkelijk geworden, dan toch op de achtergrond gedrongen: er heerst op= nieuw oorlog in Europa. Allerlei ge« redeneer, waaraan wij ons misschien, ondanks onszelf, overgaven, als: Hitler zal tenslotte toch niet kunnen, vooral om binnenlandse redenen, ook om de verschuiving der machtsverhoudingen het is zinloos geworden.... De gruwe? lijke werkelijkheid, die niemand peilen kan, staat voor ons; de hel is ontketend; is ons hart nog tot een kreet van op* standigheid in staat? of kreunt het miss schien alleen van pijn om het mate* loze leed, dat opnieuw komt over millioenen?

Hebben wij elkaar nog iets te zeggen in dit uur?

Zie ik wel, dan zullen wij moeten trachten te leven gedurende maan? den! 0f.... jaren? zonder illusies, met vaste geest, in trouw aan ons ginsel, en enkel uit kracht van geloof. Zonder illusies. Het is zo begrijpelijk, dat de berichten over onlusten in Duitss land in onze harten hoop en verwachting hebben gewekt: als de vergoddelijkte leider nu eens een mens bleek door waan bezeten, die men durfde weers spreken en weerstreven.. De gevoelens zijn begrijpelijk, en toch waarschuw ik mezelf: geef je er niet aan over; het Duitse volk heeft nog nooit revolutie gemaakt, en al zal ik me aan geen enkele voorspelling omtrent mogelijke gebeurs tenissen wagen (de toekomst is immers volkomen ondoorzichtig), ik ga me niet paaien, noch met een duitse revolutie, nóch met een redding van de democratie door deze oorlog, noch met enige andere wensdroom. Hebben wij daarvan niet genoeg ellende beleefd? Dapper leven, wil nu óók zeggen: leven zonder illusies.

Met vaste geest. In dit opzicht zullen

wij op een zeer zware proef worden ges steld. Niet alleen, omdat wij in onze ges dachten en gevoelens niet neutraal zijn, niet neutraal mógen zijn. Maar vooral, omdat wij voortdurend in onze primis tieve gevoelssfeer geraakt zullen wors den: de torpedering van nietsmilitaire schepen, het luchtbombardement op open steden en dorpen, de leugencams pagnes in berichtgeving en propaganda enz. enz. Het zal ons voortdurend in spanning brengen, gevoelsontladingen, haatuitbarstingen veroorzaken... het is alles zo menselijk en begrijpelijk. Leven met een vaste geest wil dunkt mij nü zeggen: het zedelijk oordeel niet buiten werking stellen. Wij komen in de pes riode van de oorlogsmoraal: alles is ges oorloofd, de periode van de „oorlog zonder genade”, zoals het heet... Laten wij onszelf wapenen tegen de vergiftis ging der geesten, die ontstellend van omvang zal zijn, en misdaad misdaad blijven noemen. Maar vooral: het medes dogen met de misleide nu ten slachts bank gevoerde volken niet doden. Het nationaalssocialisme zal ik haten en bes strijden, zolang mij het leven gegeven wordt maar o, dat arme, vergiftigde, verslaafde Duitse volk. Ach natuurlijk, het is niet zonder schuld, zonder zons de.... wie is dat wèl? Leven met een vaste geest wil dunkt mij nü zeggen: laat de liefde niet sterven in uw hart. Trouw aan ons beginsel. Niemand weet of er straks na de verwoesting nog kansen zijn voor het socialisme, zoals wij ons dat denken als een golf van haat en oorlogsgeweld over de wereld gaat, worden de geestelijke krachten, zonder welke het socialisme niet leven kan, rechtstreeks aangevallen en onders mijnd. Een optimisme, dat in de orgie van geweld en duivelse vernielzucht een voorbereiding voor het socialisme ziet, zal onder ons wel geen aanhang vinden.

Wij moeten er ons op voorbereiden: de toekomst van socialisme en democratie, van vrijheid en gerechtigheid zal eindig veel méér van ons vragen, dan wij nu nog kunnen vermoeden. Dwaasheid, zegt iemand, om daar nü over te denken zelfs? Ik antwoord: de kansen van vrijs heid en gerechtigheid in de toekomst hangen mede af van wat wij er nü van waar maken en vast houden. Omdat zij steeds afhangen van wat levende mens sen ervan tonen te bezitten. De vormen, de partijverhoudingen, de concrete ins houden en instelingen, die wij nü aan het begrip democratischssocialisme vers binden, zullen in de smeltkroes der hiss torie mogelijk diepgaande verandering ondergaan. Maar de kreet om gerechtigs heid, de hartstochtelijke roep om vrijs heid, het recht van den geest tegen de tyrannie van het geweld zijn eeuwig, en zullen zich opnieuw doen gelden als wij ze nü niet verloochenen.

Maar dieper dan ooit besef ik, dat ons houvast, de grond, waarop wij stand kunnen houden, het Godsgeloof is. Wij zullen daarmee geen laf en onwaardig spel spelen, of onszelf een gemakkelijke troost aanpraten. Wij zullen niet zeggen, dat God deze oorlog heeft gewild; de oorlog is en blijft der mensen schuld, der mensen misdaad; wij zullen niet bidden, dat God aan de éne kant de wapenen zegent en aan de andere kant vloekt; aan alle kanten sterven mensen, breken harten van Zijn kinderen. Maar wij zullen wèl geloven; de levende God werkt ook nu, en Hij regeert de wereld. Hij werkt ook in wat wij nacht noemen. Hij schept dwars door onze waanzin en misdaad heen. Hij leeft, ook waar wij spreken van dood. Hoe staan wij in dit uur? Ons vertrouwen in de ning van gerechtigheid en vrijheid moge berusten op ons geloof in den levenden God. w. B.