is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 48, 09-09-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wereld van nu

Ten gunste van economische autarkie

schrijft L. Hoyack in het ~Haags Maandbiad” een merkwaardig pleidooi.

Ziji gij daartoe geboren? Francisco de Goya

Hij was op de Autarkische tentoonstelling te Rome en peinsde over het failliet van de liberale economie. Er wordt kunstwol uit melk gemaakt. De eenvoudigste weg Is dat niet. Maar de vraag voor de Italiaanse regering Is niet: werd een bepaald artikel onder economisch-gunstigste omstandigheden gefabriceerd, maar is het tot stand gekomen met Italiaanse middelen. En nu schijnt dit standpunt wel zeer onpractisch, maar het is de enige waarborg voor de onafhankelijkheid van een kapitaal- en grondstofarm volk. Immers wil men wol uit het buitenland Importeren, dan zal men ook moeten exporteren. Nu zegt de liberale economie: fabriceer die artikelen, welke daar ter plaatse het goedkoopst kunnen worden voortgebracht; dus in dit geval de typisch Zuidelijke landbouwproducten: sinaasappelen, olijfolie en voorts Industriële producten. De vraag Is, dat het laatste betreft: kunnen er nog markten veroverd en gehandhaafd worden.

Geen land hoeft nu nog Industrle-arm te zijn. Heel onze planeet raakt geleidelijk aan geïndustrialiseerd, want leder land wil profiteren van de hogere levensstandaard, die de Industriële structuur waarborgt. Eenmaal dit feit gegeven, zit er slechts op, dat men hoge tarlefmuren opricht of dat men de levensstandaard drukt van de arbeidende klasse (systeem Japan). Elk land Is dus afnemer van eigen Industriële producten.

Om politieke en strategische redenen zijn de fascistische regeringen met de autarkie begonnen. In diepere zin was het wellicht een Instinctmatige beweging, omdat er voor arme volkeren niets anders overschiet. Want nu krijgen allerlei oneconomische (in de zin van wereidhuishouding) ondernemingen haar kans, gestimuleerd en beschermd door de regering. Alierlei hulpbronnen, die volgens de liberale economie de moeite van het aanboren niet waard waren, worden nu geëxploiteerd. En het gehele volk bereikt die graad van welstand, welke mogelijk is, gegeven een bepaalde bodem. Autarkie is de natuurlijke dood van de handel ter wille van de handel, met het enige doel, om winst op te ieveren voor importerende en exporterende firma’s.

Het gezond internationaal solidariteitsgevoel moge aanvullen, wat de natuur aan sommige volkeren te karig gaf.

Citaten uit „Mein Kampf"

„De strijd tegen het Joodse Wereldbolschewisme eist een klare houding tegenover Sowjet-Rusland. Men kan nu eenmaal den

duivel niet met Beëlzebub uitdrijven.” p. 752.

~De huidige regeerders van Rusland denken er volstrekt niet aan om op eerlijke wijze een verdrag te sluiten of dit te houden. Men moet niet vergeten, dat de regeerders van het huidige Rusland bloedbevlekte, gemene misdadigers zijn, dat het hier gaat om het schuim van het mensdom, hetwelk, begunstigd door de verhoudingen, op een tragisch moment een grote staat overspoelde, millioenen van zijn intellectuele leiders in wilde bloeddorst worgde en uitroeide.” P- 750.

„Hoe wil men de brede massa veroordelen om haar sympathie met deze wereldbeschouwing, als de leiders van een staat zelf de vertegenwoordigers van deze wereidbeschouwing tot bondgenoten kiezen.” p. 751. In 1938 uit de Rijksdagrede van 20 Februari:

„Met slechts een staat hebben we geen verbinding gezocht en wensen ook met haar niet in engere verbinding te komen; Sowjet-Rusland. Wij zien in het Bolsjewisme nog sterker dan vroeger de incarnatie van de menselijke vernietigingsdrift.”

In 1937, 30 Januari, Rijksdagrede: „Want ik vrees, dat ieder volk, dat naar zo’n hulp (bondgenootschap met Sowjet-Rusland) grijpt, in deze huip zijn ondergang vindt.”

Duitsers in Nederlands-indië

Aanvankelijk leek het, alsof de koloniale politiek van Duitsland slechts aanstuurde op de teruggave van de eigen koloniën. Rechtstreeks gmg dit Nederland niet aan. Echter de wetenschappelijke bestudering van het koloniale vraagstuk doet de Duitse autoriteiten ook elders heen hun aandacht richten. En zodoende Is een referaat van W. Brand in „Mensch en Maatschappij” wel belangrijk. Hij wijst er op, hoe in 1937 een sterk politlek-georiënteerd boek verschijnt van Anton Schwagerl, geheten: Dat Ausiands Deutschtum im Niederlandischen Koionialbereich. Afgezien van het feit, dat dit boek wemelt van pertinente onwaarheden, Is het de zoveelste staal van een stelselmatige, bewuste geschiedenisverdraaiing. Dit boek behoort tot de zg. geopoiitische school, die van oordeel Is, dat de staat een biologische eenheid is, die „op een natuurlijke wijze” groeit. Een Nederlands professor heeft het gewaagd, een dergelijke beeidspraak onjuist te vinden (De Gids 1931. Dr. H. N. ter Veen) maar prompt kwam het antwoord van deze geopoiitische school: dat was angst van een klein neutraal en weerloos land om het bestaan van zijn koloniaal rijk.

Vroeger was deze wetenschap de liefhebberij van een klein groepje doorgewinterde Germanen, maar sedert het nieuwe régime Is deze richting Maszgebend en daarom is het voormelde boek zo belangrijk. Het boek dan tracht vast te stellen, hoezeer Duitsers hebben bijgedragen aan onze koloniale samenleving. De schrijver zocht slechts naar Duitsers In onze

geschiedenis. Hij vergeet geheel en al, hoe klein in aantal ze waren en hoe er ook Engeisen in ons Indië woonden. Daarenboven doet hij, alsof ook in het verleden er dezelfde Duitse eenheid heerste ais nu. Hij citeert onjuist, hij bombardeert lieden, die volstrekt geen Duitsers waren, maar slechts een Duitse naam droegen, tot volbloed Duitsers en daarenboven: hij vervalst met opzet de gegevens. W. Brand toont dit met een overvloed van voorbeelden aan. Het boek Is geschreven in die gevaarlijke toon van quasi-objectiviteit en is vergift voor de studenten aan de Duitse unlversltelten, wijl het hen opvoedt In een superioriteitswaan. Immers overal worden de Nederlanders gekleineerd en de daden van den toevalllgen Duitser zonder gevoel voor verhouding, verheerlijkt.

Over de Polen

De ~Essener National Zeltung” had het volgende fraais al geschreven (14 Aug. 1939):: „Polen Is een cultuurschande voor de wereld.” Aldus het blad van Görlng. Maar het orgaan van Hlmmler (oplage 500.000) maakt er van: „In Polen Is heel het volk waanzinnig geworden. Dit is een verschijnsel, dat tot nu toe slechts bij Afrikaanse negerstammen voorgekomen is.” Het ~Schwarze Korps” weet nog meer:

„De Polen zijn van een raskundig standpunt een ongelukkige kruising. De nijdinstincten van den Oostersen mens verbinden zich bij hen met de geldingsdrang van het Westelijk element Een volk zonder levenskracht en levensmoed, zonder bewustzijn van een eigen zending, dadenloos en bang voor ontwikkeling ... Het Poolse nationale Idee is een uit-- vinding van Napoleon, om een hertogdom Warschau In te richten als bufferstaat tussen Duitsland en Rusland. Bij dit morgenrood van het Poolse nationalisme was geen Jeanne d’Arc ter belichaming van de Poolse heldenmoed, maar een gravin Palewska, die met den Corsicaan ....”

De rest zullen we uit kiesheid onze lezers besparen. Maar we herinneren aan de redding van het Christeiijk Europa uit het Turkengevaar door Jan Sobieski.

Wreedheden uit het concentratiekamp

Kanunnik Stelnwender zo ontlenen wij aan hetzelfde blad —, een bekende Duitse predikant, die op de laatste Duitse Katholiekendag te Essen nog zo geestdriftig gesproken had, is door de Nazi’s vermoord. Afschuwelijke détails zijn bekend geworden door een Pool, die met hem in het concentratiekamp van Buchenwald was geweest, maar ontsnapt is.

Toen op een morgen de manschappen aan moesten treden en de kanunnik naliet zijn muts af te zetten en de voor geschreven eerbewijzen aan den „Filhrer” te brengen, en ondervraagd, verklaarde, dat een katholiek priester dergelijke eerbewijzen aan een vijand van de kerk niet kon brengen, werd hij weggevoerd naar een bijzondere gevangenis, maar reeds op weg daarheen afschuwelijk geranseld met bullepezen. De andere bewoners van het concentratiekamp konden slechts gissen, aan welke folteringen hij daar blootgesteld was. Maar dikwijls hoorden ze uit de vensters van de kampgevangenis zijn forse stem Gods barmhartigheid aanroepen of de heilige namen van Jezus, Maria en Jozef. Op een goede morgen zagen de gevangenen de doodkist. Enkele uren tevoren had het nog uit het venster der gevangenis geklonken: „Christus boven Hitler”, „Christus zal me bijstaan”, „Christus zal overwinnen”. Men had van buiten kunnen zien, dat de celwanden bloedsporen vertoonden.

Abonneert U op Tijd en Taak