is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 48, 09-09-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN GESPREK

Een strijdt voor de zelfstandiglieid van zijn kinderen

In de „Sozialistische Warte” van 25 Aug. j.l. staat een interview af gedrukt met een Duitsen opvoeder. Wij ontlenen daaraan het volgende:

„Steeds weer wordt er de nadruk op gelegd, dat het Derde Rijk er in geslaagd zou zijn, de jongere generatie, die de school van de Hitlerjeugd heeft doorlopen, zo nauw aan zich te binden, dat zij zonder voorbehoud met het systeem instemmen. Hoe is uw oordeel daarover?”

„Het is ontegenzeggelijk waar, dat een groot deel van de Duitse jeugd, dat gevormd is onder natlonaal-socialistische dwang zich ook innerlijk met de tegenwoordige toestand verenigt. Daar waar geen paedagogisch tegenwicht aanwezig was, om de zelfstandigheid van de kinderen aan te kweken, heeft de nat-soc. dressuur een verwoestende invloed uitgeoefend. Telkens weer ben ik geschrokken van de innerlijke armoede en leegheid die van deze kinderen uitging.

„U spreekt daar van een paedagogisch tegenwicht. Heeft een onderwijzer in het Derde Rijk dan toch nog zoveel bewegingsvrijheid, dat hij werkelijk als opvoeder kan optreden?”

„Een onderwijzer, die zich zijn opvoedkundige taak bewust is, kan ook heden ten dage nog zeer veel doen. Een paar voorbeelden uit mijn eigen kring mogen dit toelichten:

De nazi’s hebben in mijn vaderstad ongeveer 40 schoolhoofden afgezet en daarvoor hun eigen mensen in de plaats gesteld.

Ze hebben de opdracht gekregen een wakend oog over het schoolbedrijf te laten gaan. Maar gelukkig zijn zij dikwijls helemaal niet tegen deze taak opgewassen. Ons nazi-schoolhoofd praat b.v. steeds over de noodzakelijkheid, het onderwijs nog meer in nationaal-socialistische geest op te bouwen. Maar hoe dat in de praktijk moet gaan, dadr heeft hij geen begrip van.

Nadat hij mij eens verweten had, dat ik bij het Godsdienstonderwijs voortdurend met het oude testament werkte, heb ik in mezelf de voor hem zeer onaangename eigenschap ontwikkeld, hem telkens weer om raad te vragen. Dat was zeer pijnlijk voor hem, want het was een klein kunstje, hem van de ene verlegenheid in de andere te brengen. Nu heb ik rust, vooral ook omdat ik bij de ouders van mijn kinderen grote steun vindt. Daar zijn o.a. hoge nazi-functionarissen onder en dat weet het schoolhoofd.

Van het begin af aan heb ik het als mijn taak beschouwd, de zelfstandigheid bij de kinderen aan te wakkeren en hen tot eigen denken en doen aan te moedigen. Dat scheen mij de enige weg om de slechte nazi-invloed te neutraliseren. En nu merk ik met grote blijdschap hoe zij zich tegen de pogingen van de nazi’s om hen te beïnvloeden, verzetten. Zij zijn niet gewoon gecommandeerd te worden. Bij mij werden ze als mens behandeld. Ze zijn gewend hun eigen initiatief te volgen en niet alleen op bevel te handelen.”

„Staat u geïsoleerd, of vindt u steun bij andere collega’s?”

„Ik werk op school met 10 onderwijzers. Daarbij zijn er vier op wie ik kan vertrou-

Over Christendom en Nationaal-Socialisme

„Die Hand Gotiek’, door August Winnig. (Uitgave: Martin Wameck Verlag, Berlln; Voorjaar 1939.)

Voor de Vereniging E.d.D. heb ik gedurende de verkiezingstijd verschillende malen gesproken over Christendom en Nationaal-Socialisme. Om vier redenen achtte ik het voor een Christen niet mogelijk nationaal-socialist te zijn:

Ie wegens de verhouding van Kerk en Staat.

2e. wegens het anti-semitisme.

3e. wegens het afbinden van politieke vrijheid.

4e. wegens de bestrijding van andersdenkenden.

Hoewel dit mijn overtuiging is als Christen, heb ik in de inleiding van mijn toespraak uitdrukkelijk gezegd, dat het echter niet Christelijk was om een absoluut oordeel uit te spreken in godsdienstige zin over iemand, die nationaal socialist is en ook zegt de Christelijke Godsdienst te zijn toegedaan. Over het innerlijk mag men geen oordeel vellen, bovendien zijn in het nationaal socialisme allerlei tegenstrijdige tendenzen aanwezig, die verwarring in de hand werken.

Deze dagen nu, kwam mij een boekje in handen van August Winnig „Die Hand Gottes”, dat op zeer treffende wijze illustreert hoe waar het is, dat men niet over het zieleleven en het godsdienstige leven kan oordelen met de daarvoor te botte politieke onderscheidingen.

August Winnig namelijk, is een oprecht Christen en tevens nationaal socialist. In zijn fijn en prachtig geschreven boekje ~Die Hand Gottes”, geeft hij zich rekenschap van zijn geloof én van zijn houding tegenover het nationaal socialisme. Een bespreking van zijn werkje moge hier volgen, ons tot lering.

Winnig stamt uit een gelovig ouderpaar. Een grote verering wordt bij hem thuis gebracht aan den Graaf van Zinzendorf, de vader van de Hernhutters. Zoals wel bekend, zijn de ..Hernhutters” niet mensen, die hun Christendom trachten toe te passen op politieke vraagstukken. Zij zijn ~piëtistisch”, dat wil zeggen, zij betrekken het Christendom meer op het innerlijke zieleleven dan op het maatschappelijke terrein. De jonge August Winnig echter zocht bevrediging voor zijn maatschappelijke belangstelling en politieke wensen in de socialistische arbeidersbeweging. Als arbeider begonnen, klimt hij in de partij op, wordt journalist en speelt later een rol in de vakbeweging. Hij vindt echter in het socialisme geen bevrediging voor zijn verdrukte godsdienstige verlangens en als hij een studie moet maken over de overgang van Gothiek naar Renaissance, schiet zijn historisch-materialistische

wen en die net zo werken als ik. Maar denkt u in vredesnaam niet, dat de verhoudingen op iedere school zo gunstig zijn! In de stad waar ik woon zijn er ongeveer tien collega’s met wie ik regelmatig contact heb. Wij houden ons voornamelijk met paedagogische vraagstukken bezig. Politieke vragen komen niet aan de orde. Het gevaar bestaat zelfs, dat ons gezelschap verstart en onze bezigheden ontaarden in die van zuiver persoonlijke aard.

Het is zo ontzettend moeilijk, om de weinige vrije tijd, die men heeft ook nog te besteden aan ingespannen en ernstige arbeid, wanneer men al dagelijks in de zee van deze nat-soc. barbarij moet zwemmen. Daarom ben ik zo bezorgd over de ontwikkeling van dit contact van gelijkgezinden. Want bovendien sterft langzamerhand de generatie uit, waarop wij op het ogenblik nog steunen. Daartoe behoort o.a. een liberale inspecteur van het onderwijs, die zeer veel heeft gedaan voor paedagogen die vroeger als zeer goed bekend stonden, en die door de nazi’s graag zouden zijn ontslagen. Nog nooit heeft deze inspecteur iets laten merken van zijn afkeer van het systeem, maar tóch voelen wij, dat een geheimzinnige band ons tesamen houdt.

verklaringswijze geheel te kort en gaat zijn oog open voor de ontzaglijke invloed, die de Christelijke Kerk heeft gehad en gedeeltelijk nog heeft op cultuur, kunst, maatschappijvorm, staatsvorm. Een diepe crisis breekt in zijn zieleleven uit en hij aanvaardt weer het Christendom van zijn ouderlijk huis om daarin rust te vinden. Deze crisis heeft plaats een vijftal jaren na de Novemberrevolutie, dus ongeveer in de tijd van de mislukte ..putsch” van Hitler te München. Winnig beschouwt nu de gehele opkomst van het nationaal socialisme religieus; namelijk als een wonder. Een wonder van wederopstanding van het Duitse volk door God gewild. Hij verklaart ook waarom hij er toe komt een dergelijke toch ~profane” beweging als een wonder van God te zien. Eens in zijn jeugd toen hij zijn godsdienstige overtuiging kwijt was werd hij in het bos overvallen door een sneeuwstorm en raakte in levensgevaar. Hij trachtte toen weer het geloof van zijn jeugd terug te krijgen door een wilspoging. Maar God gaf hem dit geloof niet, wél ontdekte hij plotseling in het bos een schuilhut en werd zo gered. Een natuurlijk wonder God’s, zegt Winnig. Zo zijn er ook „natuurlijke” wonderen in de geschiedenis van een volk; n.l. voor hem die gelovig is en God weer erkent.

Tegelijkertijd voltrekt zich in zijn wezen een andere kijk op de strijd van den arbeider. Hij heeft geleerd, dat de orthodoxe klassestrijd behalve wetenschappelijk onjuist ook geen rekening houdt met het feit, dat een geleidelijke verbetering van het lot van de arbeiders mogelijk is. Hij heeft de waarde van de ondernemer leren waarderen. Samenwerking tussen arbeiders en ondernemer is nodig, willen niet beide ten onder gaan. Ten slotte gaat hij de Staat zien als de instantie, die zowel ondernemer als arbeider het leven moet mogelijk maken en vooral ook verdedigen tegen buiteniandse aanslagen. (Deze ontwikkeling in maatschappelijk opzicht wordt niet weergegeven in het boekje „Die Hand Gottes”; ik nam haar over uit Winnig’s brochure „Der Arbeiter im Dritten Reich”.)

Zo wordt Winnig nationaal socialist en strijdt mee in de grote beweging tot vernieuwing van het Duitse volk en de Duitse staat. Als socialist verwacht hij van het nieuwe regime een goede oplossing van het arbeidersvraagstuk, als Christen hoopt hij, dat het nationaal socialisme de zelfde weg zal gaan, als hij zelf is gegaan: het zal na lange zieleworsteling de weg weer terug vinden tot het kruis. In enige prachtige hoofdstukjes geeft hij rekenschap van zijn Christelijk geloof. Het is een zeer zuiver Christeiijk geloof, zonder enig compromis met het „nieuwe heidendom”. Het is evenwel geen agressief Christelijk geioof, het valt het ~nieuwe heidendom” niet aan: Winnig is overtuigd, dat dit afdwalen van de Christelijke waarheid van voorbij gaanden aard zal blijken te zijn. Maar vooral; Het Christelijke geloof is ..genade”. Kan men agressief zijn tegen iemand, die de „genade” niet heeft ontvangen?

Maar hoewel niet agressief, spreekt Winnig in de laatste stukken van zijn boek wel met Duitsers en de Duitse jeugd, die geen bevrediging kunnen vinden in de nieuwe philosophie en zoeken naar „de zin van het leven”. Op een rustige onpolemische wijze tracht hij zijn nieuw gevonden godsdienstige geloof uit te leggen.

Men kan niet anders dan verheugd zijn, dat een man als August Winnig de gelegenheid heeft om binnen de nationaal socialistische kringen zo zijn geloof uit te dragen. Een geioof, dat de daden van liefde, gerechtigheid, barmhartigheid insluit. Aan de andere zijde vraagt men zich in verbazing af, hoe een oprecht Christen zo midden in het nationaal socialisme kan staan zonder volkomen ontgoocheld te worden en terug te treden. De reden van Winnig’s standhouden moet ongetwijfeid gezocht worden in zijn geloof, dat het met het Duitse volk zal gaan of kunnen gaan als met hemzelf. Door het ongeloof weer tot het geloof.

Een tweede factor voor zijn standhouden moet gezocht worden in zijn beleving en aanvaarding van de Goddelijke genade. Als het geloof inderdaad genade is van God’s wege, hoe