is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 50, 23-09-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24; 1

ILb^aak

Zi ZATERDAG SEPTEMBER 1939 – No. 50 37STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD ~'

onder redactie van dr. w. banning ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 37STE JAARGANG VAN D E B LIJ D E WER E L D f per KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CENTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CIS POSTGIRO 21876 – GEMEENTEGIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS. HEKELVELD 15. AMSTERDAM-CENTRUM

DE ONTMASKERAARS ONTMASKERD

Wat de betekenis is van de russische aanval op Polen, kan op het ogenblik, dat wij dit schrijven, nog niet gezegd worden. Maar tegen wie ook gericht, en met welke verdere bedoelingen ook gepleegd, vast staat in ieder geval dat op een zeer critisch ogenblik Rusland actief optreedt bij de bloedige strijd om macht. Anders gezegd: Sowjet-Rusland heeft het masker voor goed afgeworpen, het is een der partijen geworden in een oorlog die, onder welke leuzen gevoerd, zeker ook een stuk imperialistische machtsstrijd betekent. En dat heeft ons, socialisten, ons religieus-socialisten in het biezonder, iets te zeggen.

Persoonlijk moet ik bekennen, dat in lange tijd geen bericht dieper indruk op mij heeft gemaakt dat dit. Duitslands opmars in Polen, ach wie had het anders gedacht, ook al had men anders gehoopt? Duitslands annexatie van Tjechoslowakije en van Oostenrijk, hoe smartelijk ook, lag in de lijn der ontwikkeling van Hitlers nieuw imperium. Van de pogroms hebben wij gewalgd, als van niets tevoren. Maar wij hadden het voorzien. Nu, dit bericht op de stille Zondagmorgen van 12 September, heeft toch nog dieper lagen opgewoeld: de hoop, ik geef toe, dwaze hoop, dat Rusland zou tonen, zich althans dit stuk modern-kapitalistisch verschijnsel van het lijf te willen houden, is vervlogen. Niet dat wij, religieussocialisten, in Sowjet-Rusland een paradijs zagen. Zelfs niet, dat wij er een socialistisch rijk in zagen in de zin, waarin wij socialisme bedoelen. Wij hebben steeds geweten, uit welke bronnen het communisme leefde. Het waren bronnen, die wij vergiftigd achten. Maar ondanks dat alles hebben wij gemeend, dat in Sowjet-Rusland een stuk vredesarbeid werd verricht. Niet uit idealisme, maar uit binnenlands-politieke noodzaak, gestimuleerd door de traditie van Marx, die hun én ons de wezenstrekken van het imperialisme heeft duidelijk gemaakt. Immers, omdat wij Marx kennen, hebben wij ons vertrouwen nimmer gesteld op Chamberlain, op Daladier, of wie ook maar achter schone leuzen machtsbegeerte verborg. Omdat wij Marx kennen staan wij thans, op ditzelfde ogenblik, nog uiterst sceptisch tegenover allerlei bombarie, en laten wij

ons niet verblinden door geflonker van epauletten. Wij weten heel diep, dat niet uit woorden. maar uit krachten de gang der dingen verklaard moet worden. Wij weten dat, omdat wij socialisten zfjn, socialisten uit de school van Marx.

Dit alles weten de leiders van Rusland evenzeer. Dat zij Chamberlain niet vertrouwden, kon men ze moeilijk kwalijk nemen. Dat ze neutraal zouden gebleven zijn, en tegelijkertijd een verhoogde activiteit via het apparaat van de derde internationale tot ontmaskering der ideologieën zouden hebben gelanceerd, zouden wij aanvaard hebben. Want Lenin heeft in 1917 van Duitse treinen gebruik gemaakt, om naar zijn land te reizen, opdat hij de revolutie leiden kon. Die daad was symbool voor de doorbreking van de tegenstelling, waar velen toen in leefden: pro- of antiduits, Lenin gaf er mee te kennen: de ware tegenstelling is een andere: voor of tegen socialisme. Rusland werd een nieuwe kans, een mogelijkheid. En ofschoon de lijn omboog, ofschoon Rusland zich tot een nationaal-bolsjewistische staat ontwikkelde, waarvan het democratisch socialisme niets meer te verwachten kon hebben, bleef de Marxistische terminologie, waaraan ook het democratisch socialisrrie veel te danken heeft, de gedachten plooien, de harten vormen. Zolang die bron vloeide, zo is steeds mijn hoop geweest, zolang is Rusland een land, dat althans üigeënt is tegen deze kwaal van het oude Europa.

Ik herzeg: die hoop was dwaas. Genoeg tekenen wezen erop, dat Rusland zijn rol op het toneel der imperalistische mogendheden speelde. Maar er waren redenen die op aanwezigheid van rudimentair-socialistische ruggegraat konden duiden.

Thans is gebleken, dat de woorden, die zo vaak gebruikt zijn, om ideologieën te ontmaskeren, zelf maskers waren om machtswil te camoufleren. Duitsers voor wie de levenswil de waarheid bepaalt, nemen wij het niet kwalijk, als zij anders spreken, dan zij bedoelen. Maar communisten, die zeggen te leven in' de heldere sfeer van de marxistische analysering der werkelijkheid, mag men het zéér kwalijk

nemen, als zij spreken, gelijk Molotow deed, toen hij een verklaring gaf van de inval in 1 Polen. Dat was „burgerlijk” geteem, brutale t diplomatentaal om een stuk héél ordinair 1 imperialisme goed te praten. Ik ken in de ganse historie van het socialisme géén woorden, die zoveel verraad inhouden, als deze , van den communist Molotow, als hij spreekt i over het helpen van Wit-Russen en Oekraïners in Polen. Nergens heeft iemand, die ver; ondersteld wordt te leven uit een socialistische traditie, zoveel macht, én dus zulk een , mogelijkheid gehad om anders te spreken. Nimmer is de voosheid van diplomatentaal grimmiger aan het licht gekomen.

En wat zegt dat ons nu? Twee dingen. Ten eerste dat het niet alleen de religieuze terminologie is, die gebruikt wordt om er slechte zaken mee te dekken. Het heeft ons zo vaak en zo intens pijn gedaan, wanneer naar het woord van A. B. K. over God gesproken werd, als de gulden bedoeld werd. Ook de socialistische denkwereld levert materiaal om het allerwezenlijkste van het socialisme te verraden. Dat te weten maakt ons misschien wat milder tegenover de kerken. Van de kerken uit is meer verzet tegen ontaarding gekomen, dan buitenstaanders weten! En ten tweede doet dit feit ons opnieuw vragen: waar bevinden zich thans toch de krachten, de bouwstoffen, de gedachtenwereld, de mensen, waarmee wij constructieve arbeid kunnen verrichten? De Marxisten van Zimmerwald, tot wie Lenin en Trotsky behoorden, wisten het. Zij zagen perspectief. Zij hebben daarnaar gehandeld: de derde internationale was het resultaat. Maar wij weten het nu niet, Zoveel weten wij echter wel: wij moeten daar beginnen, waar geen maskerade meer mogelijk is. Wij moeten zoeken naar mensen en krachten, die ons voeren naar dieper lagen der werkelijkheid, dan waar zelfs de meest scherpzinnige marxistische analyse ooit kon voeren. Wij moeten gaan leven uit een licht, dat elke maskerade onmiddellijk onthult. Ik stel tot slot alleen maar een vraag. Deze: zou dat licht misschien tenslotte toch niet van Golgotha schijnen?

L. H. RUITENBERG.