is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1939, no 1, 30-09-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Steeds somberder werden de schaduwen over de komende morgen. Maar toch weten wij, of liever: we geloven het, dat er genezing mogelijk is en het woord uit de oude bijbel krijgt zijn diepste zin over dit, ons Europa: „Jahve spreekt: ik wil niet, dat de zondaar sterft, maar dat hij zich betere en leve.” Niets kan ons echter zo sterken tot dat heldhaftig verzet, dat geboden is, tegen de vernielende krachten rondom en in ons, dan de gevoelige kennis, hoe rijk wij eigenlijk zijn. „Weet men”, vragen de inleiders van dit magistrale boek „wat er cultureel, geestelijk en religieus op het spel staat?”

En ziedaar de betekenis van dit fraaie werk! Het wil ons leren, en nü vooral moeten we dat helder weten, wat de eeuwen aan rijkdom hebben aangedragen aan ons, kinderen van deze tijd, opdat we het niet zouden verspillen, maar gezuiverd doorgeven aan die na ons komen. Alle tijden hebben hun eigen ontzettingen gekend en het is in dit Europa nooit een ongedeelde vreugde geweest, te leven, maar het lijden, juist het lijden mag niet vergeefs zijn, want wat bleef, was daarom ook waardevol. Heel deze kostbare Europese geest heeft zich verwerkelijkt door tranen en bloed, maar juist daarom is ze ons dierbaar en de moeite van het strijdvaardig handhaven waard.

Men kan zich meerdere methoden denken om deze Europese geest te beschrijven. Men kan zich een geschrift voorstellen, dat vertelt hoe de goede Europeër van vandaag denkt en voelt en leeft en bidt, hoe hij zijn medemens waardeert, en de dood en het lijden in de ogen ziet.

De samenstellers van dit boek kozen een andere, en stellig boeiender methode. Daar worden dan voor ons vertoond een serie episoden, waarin deze Europese geest zich geleidelijk vormde; niet wat de wisselende getijden deden aanspoelen aan het strand van Europa, maar wij zien de vloedgolven zelf. die door de tijden aandroegen datgene, waardoor Europa nu is wat het is, het rijke bezinksel der eeuwen.

In Griekenland begint Europa en de fijnzinnige stilist Dr. J. D. Bierens de Haan schreef het eerste opstel over de geestesbeschaving van Griekenland. Liefde maakt wel-sprekend en wie den schrijver kent, verwacht een fraai opstel, dat misschien den kenner niet zo veel nieuws biedt, maar toch graag gelezen wordt, omdat het zo’n boeiend geheel en zo fraai gecomponeerd is. Hier werd de geschiedenis zelf symbool, als de schrijver peinzend bemerkt naar aanleiding van de slag bij Marathon: de bezonnen individualiteit van leiders en volgers overwint den massalen aanloop der tegenstanders. De Europese mens is geboren in die strijd tegen de Perzen: hij zal democratisch zijn, hij zal zich laten leiden door eigen geweten (Socrates), hij zal een beheerste kuntzinnigheid uitvieren. Hoe geniaal van kunst-aanleg was toch dit Griekse volk! en dat het de goddelijke Platoon voortbracht. Het idealisme van Bierens de Haan kreeg bij de beschrijving van dezen denker zijn schoonste kans. De voorkeur verraadt zich ook hier, dat b.v. Aristoteles er niet zo goed afkomt. Zelfs tref ik hier een kleine onnauwkeurigheid, die terloops vermeld wordt, al was het slechts als bewijs van aandachtige lectuur. Sprekende over de stof bij Aristoteles, zegt schrijver, dat deze ~logisch” aan het bestaande vooraf gaat. Maar het merkwaardige bij Aristoteles is juist, dat ze er „ontologisch” aan voorafgaat. Als men zich zo liefdevol verzinkt in die oude wereld, wat komt dan dat alles wonderbaar nabij. Mij trof het b.v. hoe in het veel gesmade epicurisme een nieuwe Europese waarde naar voren kwam, die Bierens de Haan treffend aanwijst: de verering van het menselijke, los van kasten wezen of rasverheerlijking. Een ernstige grief tegen dit opstel is echter, dat de schrijver, naar mijn smaak, met zijn verheerlijking der Griekse geest zo ver gaat, dat het soms schijnt, alsof hij de komst van het Christendom, als het alleszins volmaaktere niet waardeert (bewijsplaatsen hiervoor talloze terloopse opmerkingen als op blz. 35, 41, 46 en in dit licht 73—74). Als Christen moet ik toch getuigen, dat de Grieken heidenen waren, hoe edel ook en dat hun humanisme (59) mij te aards is. Het is over dezelfde cultuur, dat Paulus in de brief aan de Romeinen zo streng geoordeeld heeft en laten

we niet vergeten: juist In religieuze zin stoiïd dit volk achter bij Egyptenaren en Joden. Het is geen toeval, dat de bladzijden over de mysterie-godsdiensten tot de zwakste van dit opstel horen.

Over de Romeinse cultuur vertelt Prof. Wagenvoort. Wat een dergelijk verzamelwerk mist aan eenheid van uitvoering, wint het aan rijkdom van toon en beschouwingswijze. Dit hoofdstuk is zakelijker, maar biedt meer nieuws. Ook het onderwerp bracht het mee. De Europese mens als staatsburger wordt gevormd. Interessant en nieuw is de discussie over de vraag, hoe het Romeins imperialisme te verklaren. De wijsheid waarmee deze kwestie hier ontleed wordt, werpt links en rechts schamplichten op zeer actuele vraagstukken. De waarachtige waardering voor zijn onderwerp maakt Prof. Wagenvoort niet blind voor de begrenzingen; meer dan de vorige schrijver toont hij aan, hoezeer het Christendom in aantocht nog te verbeteren krijgt (p. 95-), vooral in zijn fraaie beschouwing over de rijke Romeinse erfenis uit de Stoa: de humanitas, maar oneindig te verdiepen door de christelijke caritas. Het zal wel aan mij liggen, maar ik word altijd een beetje kregel, als ik zie, dat Horatius bijna evenveel plaats krijgt als Vergilius. De laatste is mij zo veel dierbaarder en meer nabij en lijkt mij onder alle opzichten zo veel belangrijker dan dien Romeinsen Staring, dat ik de classici nooit heb kunnen volgen in hun bewondering voor den al te burgerlijken Horatius. En een vraag naar aanleiding van het geschrevene op blz. 114. Zou Prof. Wagenvoort niet weten, dat het Latijn nog altijd ook bij de moderne scholastici leeft, gesproken en geschreven wordt? RENÉ.

(Wordt vervolgd.)

BOEKBESPREKINGEN

De Nihilistische Revolutie, door Hermann Rauschning, Schijn en Werkelijkheid in het Derde Rijk, ingeleid en bewerkt door Menno ter Braak. Den Haag. H. P. Leopold’s Uitg. Mij. 1939. 282 blz. ing. ƒ3.75, geb. ƒ4.90.

Dit boek heeft véél van zich doen spreken: de schrijver komt uit duits-nationaal-conservatieve kringen, is overgegaan tot het nationaal-socialisme, was voorzitter van de nat. soc. senaat van Dantzig, kent de leiderskringen van het Derde Rijk persoonlijk, is geregeld betrokken geweest in het overleg, dat tot de inlijving van Dantzig moest lijden, hij is dus op de hoogte als weinigen. Hij heeft met het nazi-regiem gebroken, verliet Duitsland, en schreef dit boek. Hij legt er de nadruk op, dat zijn uittreden uit de nationaal-socialistische partij en zijn oppositie tegen het huidige regerings-systeem op niets anders berusten dan „op het feit, dat ik in steeds groter mate uit zakelijke overwegingen tegen de Duitse politiek kwam te staan en komen moest, als ik niet tegen plicht en geweten handelen wilde.” Zijn boek wil hij óók beschouwd zien als „een blijk van eigen bevrijding uit de dwaling”.

Onder „nihilisme” verstaat de schrijver, in de geest van Nietzsche, de vernietiging van alle geestelijke waarden, en zijn stelling is, dat het duitse nationaal-socialisme een nihilistische politiek voert, waarbij de machtspositie der heersende groep de enige waarde is die men on voorwaardelijk zoekt te handhaven.

Het is, zelfs voor wie reeds overtuigd was van het vulgaire van de nieuwe duitse methoden, een beklemmend en ontstellend boek dat zijn waarde behoudt nu de oorlog is uitgebroken. In de periode daarvoor kon het ons duidelijk maken, welke gevaren Europa bedreigden vanuit Duitsland; nü doet het ons diep beseffen, welke geweldige moeilijkheden komen moeten, wanneer het regiem ineen zou storten en er „vrede” kwam.

Het boek zal gelezen worden, en verdient dat tenvolle.

Of de principiële kijk juist is? Ik zet wel vraagtekens, maar dat komt ook omdat Rauschning nationaal-conservatief is, en ik socialistisch-democraat. In alle vulgariteit en gemeenheid stelt het nat. soc. aan de Westerse democratische wereld toch een aantal problemen, die zéér wezenlijk zijn. En daarom is het, zelfs wanneer het „nihilisme” moet heten, meer dan nihilisme. Het oordeel is hier niet aan ons, maar aan de geschiedenis. W. B.

RECTIFICATIE.

Door een misverstand, dat wij betreuren, werd het nummer van „Tijd en Taak” van de vorige week 30 September gedateerd inplaats van 23 September 1939. DE UITGEEFSTER.

ONTVANGEN BOEKEN

Jeannette van den Bergh-van Dantzig, „Hei eeuwige ogenblik”, Uitg. N.V. Uitg.-Maatschappij Kluwer, Deventer. Prijs ƒ 0.75.

Dr. K. Pokkema en Dr. J. van Ham, „De kunst van lezen”, Uitg. J. B. Wolters’ Uitg. Maatschappij, Groningen 1939. Prijs: ƒ 1.70 ing., ƒ 1.90 geb.

A. Medant, „Jan Willem”, Uitg. Ploegsma, Zeist. Prijs: Ing. i 1.75, Geb. /2.40.

~Annalen” van het Genootschap voor wetenschappelijke phUosophie 9 1939. Onderredactie van Dr. D. Bartling. Uitg. van Gorcum & Comp. N.V. Assen. Prijs ƒ 2.90, Geb. ƒ 4.90.

J. van Rossum, „Meer dan de Bijbel”, Uitg. van Gorcum & Comp. N.V. Assen.

V erciiigingsleYen

Bentveldnieuws

Ons huis is nog geheel tot onze beschikking, het werk van geestelijke verheldering en verdieping is nodiger dan ooit, nu de golven van het geweld, van haat en wanhoop, ons overspoelen: dus werken we door. Het herfstprogramma is verschenen. Wie het nog niet ontving, vrage het omgaand aan bij de administratie van de Arbeidersgemeenschap, Bentveldsweg 5, Bentveld. Wie de zegen van Bentveld kent, werke met het programma. Vrienden, wij laten ons door de uitbarsting van het geweld niet terneerslaan; sterker stellen we ons er tegen te weer; geestelijke weerbaarheid kan nu een dieper en vaster klank krijgen. Meer dan duizend programma’s wachten op doelmatige verspreiding. Haalt ze weg!

R.S.G.-Sneek

Betaling van abonnementsgeid „Tijd en Taak” 4e kwartaal (ƒ0.90) kan tot 10 October geschieden bij H. Slkkes—Hartelust.

Op 15 October wordt een bijeenkomst gehouden te Kortehemmen, waar wij in even groten getale naar toe zouden moeten gaan als naar de Blijde Wereld-dag. Wij willen ons bezinnen op „Onze taak in deze tijd”. Prijs 25 ct. Bij spoedige opgave gezamenlijk reizen mogelijk. Kosten plm. 75 ct. Meldt u direct bij Jonkmans, Anna Douma, of ondergetekende. Op 14 October is er in Kortehemmen een werkers-bijeenkomst, in het bijzonder voor bestuurders.

Van de brochure van ds. Bakker heeft Stallmann voorraad. Wie helpt colporteren? H. S.—H.

R.S.G.-Utrecht

Op de bijeenkomst op Zondag 1 October, des avonds 7 uur, in gebouw „Harmcnia”, Ambachtstraat 12, zal voor ons spreken ds. J. Heidinga te Harlingen. Onderwerp; „De boodschap in de nacht”. Toegangsprijs 10 ct. Voor werklozen vrij entrée.

Van de administratie

Wij maken de abonné’s er op attent, dat 1 October a.s. een nieuw kwartaal ingaat. Ter besparing van onnodige kosten, verzoeken wij de abonné’s vriendelijk het abonnementsgeld vóór 15 October op onze giro-rekening 21876, voor Amsterdam V 4500, te willen storten.

De binnenlandse abonnementsprijs bedraagt: per kwartaal /0.90; de buitenlandse ƒ1.15 per kwartaal. Na 15 October wordt over het abonnementsgeld, verhoogd met ƒ 0.15 incassokosten, per kwitantie gedisponeerd.

INHOUD

Pag.

De geestelijke machtsvraag, W.B 1

Buitenlandse kroniek, W. Verkade 2

Bergrede, F. Kalma—Koops 3 Binnenlandse kroniek, J. A. Bruins 4 Centrum voor geestelijke en sociale” scholing 5

Een zeer overvloedige fontein aller goeden. D. Oosten 5

Leonardo da Vinci-tentoonstelling te Milaan, N. Posthumus—Meyes 6—7 De wereld van nu 7—B Boekbespreking 8

In weerstand, M. H. van der Zeyde 8

Uit de kerkelijke wereld, L. H. Ruitenberg ... 9

Nieuwe Geboorte, H. Roland Holst 9

Flitsen: September 1939, H.W 10

Talmoedvervalsingen, Joseph Gompers 11

Ballingen, Gannt Stuiveling 11

Onze tantes en wij, „Willemlen” 12

„Europese Geest”, René 12 Boekbesprekingen 12 Verenigingsleven 12 Inhoud 12