is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1939, no 6, 04-11-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ter herdenking

Heb je die donkere wagens gezien ze reden zoveel door zo menige stad en droegen hun last, zo zwaar om te zien,

als het hart van maar weinigen liefde bevat. Stil hief de wind een slip van het zeil

en streelde de lijven, de kogel en bijl die moordzucht en lafheid ten dode veracht hun leven ten offer hebben gebracht.

Zij wilden niet buigen ten dienst aan het zwaard en werden nu „vredig” in „stilte” beaard! Heb je die wagens, die wagens gehoord?

de hoeven der paarden, die klopten „moord, moord!” Zij trokken hun last zo moe, zo traag als trok hen het leed van de wereld omlaag.

En zwart dekt het zeil de doden bijeen in ’t kleed van de wereld, zo koud en alleen maar geen van de duizend die langs hen ging

die wist van hun leven één enkel ding die wist waar die sombere stoet heen ging. Maar ik ik voel het en gij, kameraad —: door de lichtende poort van de wil en de daad!

Daar wordt hij ontvangen die donkere stoet, daar trekt hij, gelouterd door lijden en bloed en gaat langs ons heen in het kleed van het licht.

Zie, elk uit zijn rijen verheft het gezicht en strak zien zijn ogen ons vragende aan als zou hij opnieuw dien lijdensweg gaan!

Heb je die donkere wagens gehoord, die hoefslag der paarden: „moord, moord, moord!” De zon ging er langs en de wind heeft licht

een slip van het zeil hoog opgericht. .. . O denk niet, wie dulden hun leven van nood en pijn daar andren vernederd hun broeders toch zijn,

O denk niet, op aarde, dat één ding vergaan is voor Gods herinnering! JAN W. JACOBS.

DE WERELD VAN NU

Dantzig – Augustus 1939

Het wemelde er toen van buitenlandse correspondenten; iedereen voelde: er gaat hier iets gebeuren. Een boeiend verslag lazen we in de Revue des deux mondes, waar Henry Dan jou vertelt van de laatste dagen voor de oorlog. De stad liep geleidelijk vol met Duitse miiitairen en Duits wapentuig en wanneer deze Fransman ontsteld aan zijn Poolse vrienden vroeg, waarom ze dit aiies duldden, dan was het stereotype antwoord: Polen zou pogen tot het laatste moment trouw te blijven aan de verplichting, die ze aangegaan had jegens haar bondgenoten, en tot de grens gaan der uiterste concessies, om toch maar elk incident te vermijden, dat de oorlog zou verhaasten. Hij spreekt met een vooraanstaand Duitser, die hem lachend verzekert, dat nu alles goed ging en dat Duitsland rekende op het gezond verstand der Fransen. Als Danjon Praag nioemt, zegt Dr. Fuchs met een verrukkelijke openhartigheid: „Waarom altijd op het verleden terugkomen? Wat gebeurd is, is gebeurd, en moet maar vergeten worden. Alleen datgene, wat in de toekomst gebeuren gaat, interesseert Duitsland”. De correspondent heeft ook Burckart ontmoet, den commissaris der Volkerenibond, die toen pas een onderhoud had gehad met Hitler. Een zin uit dit verhaal wil niet uit de herinnering. Hitier zegt: „Ik zal geen oorlog voeren als Bismarck of Wilhelm 11, maar een totale oorlog. Ik laat liever tien millioen Duitsers doden, dan dat mijn volk

in gebrek moet leven”. En dan is er dat gesprek dat Dan jon voerde met een Duitse vrouw uit Dantzig; het is in de dagen van het Sowjet-Duits verdrag en de stemming In Dantzig is juichend; men ziet de kans, koste van Polen, oorlogslauweren te plukken. „Maar ge leeft hier toch helemaal op zijn Duits?” vraagt de correspondent aan een jonge vrouw: ~Wat wenst ge nn nog meer? Oorlog?”

En zij antwoordt opgewekt: „Wij hebben liever oorlog”. Hij heeft een twistgesprek met den Rijksminister dr. Franck en waarschuwt deze, dat Dantzig oorlog betekent met Frankrijk. Dr. Franck wil dit niet zien en vraagt Dan jon: „Vermaakt ge u nog al in Dantzig?” „Ik zou me er beter thuisvoelen”, antwoordt de slagvaardige Fransman, die het gesprek naar zijn onderwerp terugvoert: ~als gij er geen oorlog voorbereidde”, en dan zegt Dr. Franck: „Neen! neen I Dat is niet waar. Men moet van risico houden. Het leven betekent slechts iets, als het gevaarlijk geleefd wordt”. ~En hij herhaalde „gevaarlijk”, gegrepen door een dolle begeestering. Ik was verbluft door zoveel strijdlustige middelmatigheid”.

A.A.Milne herziet zich De dichter van die voortreffelijke kinderrijmpjes, de delicate toneelschrijver en een} der grote krachten van het onsterfelijke Punch schreef enkele jaren geleden een vernuftig boek tegen de oorlog; ~Eervolle vrede” werd

het in de Nederlandse vertaling. En nu bekent hij in de „Fortnlghtly” dat hij achter zijn oorlogvoerend vaderland staat. Een pacifist, die omviel? Hij zelf ontkent dit met een onderscheid: hij was tegen de Internationale oorlog: bedoeld is een oorlog tussen naties, maar hij kan zich met een burgeroorlog, als het moet, verenigen, omdat de laatste niet gestreden wordt om terreinwinst, noch hoofdzakelljk om materiële winst of voor een overspannenl prestige, maar om een Idee en tweedens: burgeroorlog Is een oorlog van het volk, een revolteren van het volk tegen een slechte regering, een oorlog, waarin de gemene man vrij partij kan kiezen.

A. A. Mllne meent nu, dat deze oorlog een burgeroorlog Is, een ideeënoorlog, waarbij Duitsers aan onze zijde strijden, of wij aan de hunne, tegen een ondragelljke regeermethode. Hij ziet als Inzet van deze oorlog: vrijheid of slavernij, democratie of totalitarisme.

Aan zijn artikel ontlenen we twee typische passages.

Over vrijheid

Er wordt heel wat onzin verkondigd over de vrijheid. Communisten b.v. drijven de spot met de bewering, dat Brlttannlë een vrij land Is; zij beweren, dat het een vrij land Is voor de rijken, maar niet voor de armen en zij verzekeren, dat alleen onder het Communisme volledige vrijheid gewaarborgd Is. Maar volledige vrijheid Is ónmogelijk. Als Ik zeg, dat Ik vrij ben om te schrijven, waar Ik zin in heb en deze vrijheid zou Ik In Duitsland, Italië en Rusland niet bezitten dan moet men mij niet lastig vallen met de bewering, dat de kranten In handen van de kapitalisten zijn, die alleen maar drukken, wat hun goed lijkt. Immers het staat me vrij om een kapitalist te worden en een eigen krant uit te geven als ik kan. En Ik ben even vrij om mijn Inzichten) In een boek te publiceren, als een uitgever, die de vrijheid heeft om het boek te weigeren, besluit om het te accepteren. Ik ben vrij om In de stroomversnellingen bij de Nlagara tc zwemmen of beter: Ik zou vrij zijn, als de snelheid van het water mijn vrijheid niet hinderde. lemand is niet minder vrij, omdat hij de kwaliteiten mist om alles te doen, wat hij graag zou willen doen. De vrijheid, die bloeit In de democratie, Is vrijheid van ziel, vrijheid om zijn eigen leven te lelden overeenkomstig eigen kansen, vaardigheden en verlangens, maar begrensd nochtans door het recht van leder ander mens om vah dezelfde vrijheid te profiteren. Het Is geen volstrekte vrijheid. Volstrekte vrijheid bestaat niet; juist omdat Hltler volstrekte vrijheid opeist, vrijheid n.l. om te doen, wat hij wil, moeten wij hem bestrijden.

Doei van de oorlog

Het is een toppunt van stompzinnigheid en lafheid om te deruken, dat, omdat veel mensen de laatste oorlog beschouwden als een oorlog om de oorlog te beëindigen, en aangezien de laatste oorlog de oorlog niet beëindigde, dat daarom ook deze oorlog de oorlog niet kan beëindigen. Waarom zou de ontembare geest van den mens alleep maar falen bij deze poging. Men heeft meerdere malen geprobeerd de Mount Everest te bestijgen; Is het denkbaar, dat telkens de nieuwe expeditie zichzelf voorhoudt: „Ja, de laatste expeditie hoopte wel het doel te bereiken, maar kwam niet aan; dan zullen wij ook wel niet aankomen”. Hoe worden nieuwe ontdekkingen gedaan? hoe schrijdt de beschaving verder? Toch alleen maar langs de vertrouwde weg van hoop tot teleurstelling en dan weer opnieuw tot hoop?

„Je hebt toch gezegd, dat de laatste stoommachine zou werken”, zo heeft men verweten aan Stephenson. „Dat heb Ik ook gezegd”, zegt hij verlegen en dan verscheurt hij zijn nieuwe plannen en besluit nu voortaan vlinders te gaan vangen.

Is dat de onoverwinnelijke ziel van den mens?

De Grote Oorlog was een oorlog om de oorlog te beëindigen. Zo hoopten wij. Deze oorlog Is een oorlog om de oorlog te beëindigen. Zo hopen wij nog steeds. We zullen doorgaan met hopen. Want geen eerlijk mens, geen verstandig mens kan een oorlog vechten