is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1939, no 6, 04-11-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder te hopen, dat dit de laatste oorlog zal zijn; zonder te doen, al wat In menselijk vermogen ligt om veilig te stellen, dat dit Inderdaad de laatste oorlog zal zijn.

Ervaring van het vergankeUjke

Een voorbeeld. Men leest een boek en is blij met het talent van den schrijver, zijn open zin voor de moderne tijd, zijn letterkundige begaafdheid. Maar terwijl we lazen, viel het eerste schot van de oorlog, klinkt uit de radio het schor verslag van de opmars. Het aanzicht der wereld wordt overschaduwd door een nieuwe phase der geschiedenis en deze schaduw valt, zonder dat we er op letten, op alles, wat juist leefde als zingeving van deze tijd. Er Is niets overgebleven van de oude indruk. We willen doorgaan met lezen: en zie, het Is geheel veranderd. Wat tegenwoordige tijd was, Is sedert enkele dagen van) ons losgescheurd, Is verre geschiedenis geworden, het stof van het verleden verhult de nabijheid; de letterkundige kwaliteiten schijnen bleek. Er Is maar één ervaring, die stand hield: die der vergankelijkheid.

Wat Is hier gebeurd? Het boek Is hetzelfde gebleven: de werking ervan Is veranderd. Hoe merkwaardig, dat deze verandering alleen plaats grijpt bij werken van de nabije tijd, dichters en schrijvers van gisteren en eergisteren. Wat d,aarachter ligt, wat al geschiedenis was, blijft onaangetast. De verre dlngeni blijven onaantastbaar omdat ze de enlgblljvende werkelijkheid, die der verte, bezitten, die aan geen verandering van perspectief meer onderhevig is, juist wijl ze ver, d.l. losgemaakt, d.l. absoluut Is.

Het Is dus niet zozeer de toeschouwer, die veranderd Is, maar het Is een wijziging in de orde der dingen zelf, die orde waaraan het leven der geschiedenis werkt en van waaruit perspectivische lijnen naar onis reiken. En nu Is het merkwaardige dit: alleen wat nog leeft en deel heeft aan de geschiedenis, staat onder deze wet der vergankelijkheid. Wat reeds tot de geschiedenis behoort, wordt door de geschiedenis ontzien bij haar wilde veranderingen. Ervaring der vergankelijkheid Is ervaring van de zich telkens nieuw verwerkelijkende Historie, die het actuele afrukt van de nabije werkelijkheid, waardoor we een helder uitzicht krijgen op de zuivere werkelijkheid der onveranderde verte en wat In haar leeft aan menselijke geestkracht.

Uit: Zwart en wit

FRANS MASEREEL

Aldus samengevat een opstel van Paul Hechter In Deutsche Rundschau October.

Oorlogdocumentatle

We ontlenen aan een artikel van Dr. Stefan Th. Possony in Die Friedenswarte de volgende ontstellende cijfers. Aan de hand van geordend statistisch materiaal komt hij tot het volgend staatje, waarin de Romeinse cijfers de eeuwen en de gewone cijfers de in procenten uitgedrukte legerverliezen aanduiden.

XII 2.5 Volgens een andere statistiek XIII 2.9 zijn de legers sedert de Xlle XIV 4.6 eeuw voor Europa 36 maal ver- XV 5.7 groot. Dat levert zodoende een XVI 5.9 absoluut cijfer aan doden ten- XVII 15.7 gevolge van oorlog, 539 maal XVIII 14.6 zo groot als van de Xlle eeuw, XIX 16.3 waarbij in mindering gebracht XX 38.9 kan worden, dat de bevolkingsdichtheid van Europa thans aanzienlijk groter is. Reeds nu overtreft de XXe eeuw op schrikkelijke wijze al haar voorgangsters en we zijn nog niet op de helft.

Dienstweigering in Engeland

Volgens een bericht uit „The Frlend”, het weekblad van de Quakers, waren onder de 224.171 dienstplichtigen, die zich bij de Britse weermacht moesten melden, 3893 dienstweigeraars.

Een artikel In „Kerk en Vrede” van 20 October j.l. geeft de volgende cijfers: Van het totaal aantal jongeren, dat zich op 3 Juni moest laten Inschrijven (219.964 vóór het medisch onderzoek) waren 3774 dienstweigeraars, verdeeld als volgt: Engeland 2950, d.l. 1.6 pet. van het totaal; Schotland 374, d.l. 1.6 pet.; Wales 450, d.l. 4.5 pet. Het gemiddeld percentage bedroeg dus 1.7 pet., waartoe men ook ongeveer komt bij de bovengenoemde aantallen.

Gezindheid der oorlogvoerenden

Het wordt nu heel belangrijk de verschuivingen na te gaan in de oorlogsmentaliteit. Herinneren we ons, dat de oorlog tegen het Derde Rijk ingegaan werd onder de leuze: „Tegen het Duitse régime, maar niet tegen het Duitse volk.” Het was te voorzien, dat deze doelstelling niet zuiver zou bewaard blijven. Het scherpst kon men dit lezen in een citaat van Roland Dorgelès, die vlakweg het onderscheid ver-svierp tussen een vreedzaam, maar onderworpen Duitsland en een imperialistisch, nü regerend Duitsland. Een zijner argumenten was, dat de Franse soldaat in de loopgraven zijn geweer te richten had, niet op een van de Duitse heersers, maar op den Duitsen soldaat zonder meer.

Daartegenover citeren we nu de mening van Harold Nicolson. Hij hoort tot de zeer invloedrijke schrijvers van het moderne Engeland. Hij is diplomaat geweest en is een van die evenwichtige geesten, die het resultaat zijn van de geroemde Engelse opvoeding te Oxford en Cambridge. Hij heeft brillante intervieuws gepubliceerd en boeiende hoofdartikels geleverd aan de leidende Engelse tijdschriften. We vermelden dit alles, opdat men wete, dat zijn mening niet die is van een verdwaalden eenling, maar exponent zowel als factor van de opinie der leidende Engelse kringen. Vooraan in dat deftige Engelse maandblad ~The ninetientn Century” van October j.l. vindt ge zijn artikel, geheten: „Causes and Purposes”, Oorzaken en doeleinden.

Hij begint met zich af te vragen, of hij nog pacifist kan zijn. En bewogen getuigt hij, dat hoezeer hij ook de rust der Christelijke pacifisten benijdt, die geen gewetensangsten hebben, maar helder zien, wat hun te doen staat.

hij zich niet bij hen kan aansluiten uit intellectuele eerlijkheid. Hij respecteert zeker hun argumenten, maar hij kan niet meer ontkomen aan dat onvermijdelijk dilemma: Men moet geweld met geweld keren. Eindelijk is Engeland tot het twijfelloze maar trieste inzicht gekomen, dat de heerszucht van Herr Hitler onverzadigbaar is.

In deze titanische oorlog aldus voorspelt Nicolson wordt het zaak, dat Engeland nauwkeurig zijn houding bepaalt t.o. de neutralen. Hij onderscheidt drie soorten, de aandachtige lezer moge elk dezer soorten met namen aanvullen.

1. Neutrale staten, die in het verleden zich zelf gedragen hebben als fatsoenlijke mensen, moeten met angstvallige zorg behandeld worden.

2. Er kunnen neutrale staten zijn, waarvan we weten, dat ze onbetrouwbaar zijn en tegenover hen moeten we een houding aannemen als van een bank, die alleen crediet verleent aan cliënten, die ze kan vertrouwen.

3. Er kunnen zelfs ogenblikken komen, dat we te doen hebben met staten die kennelijk onbetrouwbaar zijn. We zullen dan zekerheid en garanties hebben op te vorderen. Dat is mogelijk krachtens-onze heerschappij ter zee. Deze oorlog zal niet in Vlaanderen, maar in de Middellandse Zee gewonnen worden.

Uit het vervolg van zijn betoog citeer ik willekeurig deze regel: Wanneer het ons menens is, dat we vechten voor vrijheid van gedachten, dan moet de vrijheid van het denken aangemoedigd worden, zelfs als onze vijanden onze onenigheden pogen uit te buiten. De oorzaak van de oorlog moge voldoende bekend zijn: het doel is veel minder duidelijk.