is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1939, no 8, 18-11-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Horreüs de Haas zestig jaar

Eerste indrukken zijn dikwijls beslissend voor onze houding en verhoudingen.

De eerste maal, dat ik Horreüs de Haas zag en hoorde moet geweest zijn in 1910 of 1911, op een Blijde Werelddag in Leeuwarden, toen hij de godsdienstoefening leidde in het Waalse kerkje. Een rijzige, forse, donkere figuur die direct imponeerde. Zó had ik nog nooit horen preken: in zo gespierde dichterlijke taal, met een brede blik over het geestesleven der mensheid, waarin de edelste denkers en dichters hun plaats hadden, dat in zijn voortgang een opgang bleek, en waarvan de Evangelische Christus het hoogtepunt mocht heten. De bewondering, die toen bij mij, nauwelijks 20 jaar oud, rees voor De Haas, ben ik nooit kwijt geraakt.

In later jaren werd ik geroepen hem op te volgen in Sneek. Daar vond ik andere sporen van zijn persoon en werk. In de arbeidersgezinnen, waar hij had gesteund, nood gelenigd, kracht gebracht; waar hij het licht van zijn Christen-socialisme had ontstoken. Meer dan eens heb ik uit de mond van oudere en jongere partijgenoten gehoord: zoals De Haas ons het socialisme predikte, voelde je dat het „goed” moest zijn Oók in de gezinnen der gegoede burgers vond ik zijn spoor. Het moet in de oorlogsjaren geweest zijn, dat er op de stoep van de pastorie aan de Suupmarkt rijkelijk veel kinderklompjes voor de deur stonden, terwijl de dragers ervan binnen waren om extra voedsel en warmte op te doen. Zie je, zei mij later een niet-socialist: diè man zette z’n socialisme om in daad Sporen van het werk van De Haas vond je in de blauwe beweging, in de partij door heel Friesland, waar hij naast Van der Heide de populairste figuur, de meest geliefde spreker was.

Zwolle riep hem, om S. K. Bakker op te volgen. De Haas was een even goed spreker als Bakker, maar bezat een sterker wijsgerige en wetenschappelijke geest. Zijn later leven heeft, hoezeer ook in beslag genomen door praktisch werk in een over het hele land verspreide gemeente, daarvan de bewijzen geleverd; de dissertatie over Harald Höffding blijft een knap stuk werk, niet het laatste dat uit zijn handen kwam.

In de theologische en godsdienstige wereld van Nederland waait de laatste kwart eeuw een geest, waartegen De Haas zich met diepe bewogenheid heeft gekeerd; hij was te zeer een

leerling van den edelen Heymans, bewonderde te diep het zedelijk pathos van Kant en de waarheidshartstocht van Spinoza en Hegel, hij had ook te zeer de vriendschap met De Graaf zijn ambtgenoot in Sneek ondergaan, om zich in de nieuwe stromingen te kunnen vinden. Jongeren van tegenwoordig voelen zich dikwijls bij De Haas niet thuis; hij zelf weet, dat hij wat eenzamer is komen te staan.

Het is voorai daarom, dat ik aan de jongeren iets wilde laten zien van het spoor, dat deze man in het leven heeft getrokken. Er zijn honderden, duizenden in ons land, die met ontroerde dankbaarheid en bewondering zijn naam noemen. De waarde en de vrucht van een mensenleven ligt niet in een theorie of theologie in de eerste plaats, maar in de liefdevolle overgave, het mild erbarmen, de sterke gerechtigheidsdrang. De vrije religie, het democratisch socialisme, ook ons religieus-socialisme heeft aan De Haas veel te danken wij willen dat een enkele keer wel eens uitspreken, en grijpen daarvoor zijn zestigsten verjaardag (Vrijdag 17 November) met vreugde aan.

Een zéér hartelijke handdruk, broeder, makker, vriend. God zegene u en de uwen verder W. B.

Vrijheid in de moderne Staat

Het geheim van waarachtige vrijheid is moed. LASKI.

I aski dan is ervan overtuigd dat, waar bezit *“ en privilege gevaar lopen, en waar de enige kans om ze te redden vernietiging van de democratie zou zijn, de bezitters niet zouden schromen haar te niet te doen. Dan zullen zij het voorstellen dat sociale welvaart onbestaanbaar is met de eisen van het socialisme. Maar hoe zij ook hun daad mogen rechtvaardigen, twee dingen staan vast. De instellingen die de arbeiders in staat hebben gesteld hun levensstandaard te verbeteren en te handhaven, zullen vernietigd worden en de dwingende macht van de staat zal men zie Italië en Duitsland geheel ter beschikking blijven van de bezittende klasse.

„En om de nieuwe bedeling te kunnen in stand houden, zal het nodig zijn haar veroordelaars het recht te ontnemen hun kameraden te overtuigen dat de democratische weg eer tot uitredding voert. Want een volk dat eenmaal, zij het een beperkte gelegenheid gehad heeft zijn eigen wezen te doen gelden, kan alleen door dwang ertoe gebracht worden zichzelf het zwijgen op te leggen”.

Laski zet dan uiteen op welke wijze en langs welke wegen het fascisme zijn intree doen kan en doet, zelfs in landen waar de democratie sinds eeuwen diepe wortels heeft geschoten. En zonder de kracht te ontkennen van een nationale traditie, vergete men toch niet het grote aandeel, dat gebeurtenissen hebben in dier voortbestaan. Waar deze haat en vrees opwekken, spreekt de rede tenslotte niet meer mee.

Men denke aan de eerbied voor wetenschap en kunst, eigen aan de Duitsers: niet alleen zijn deze plotseling verdwenen, maar zij zijn vervangen door „een openlijke verering voor de mystieke razernijen van een groep „gangsters” die alleen kan vergeleken worden bij de kruiperige bewondering van het Romeinse gepeupel voor de gewrochten van Nero.” Men vergete daarbij niet dat de dictator die werkt op het gevoel van ongerustheid, op toorn, laksheid en wanhoop, een nieuwe hemel belooft en een nieuwe aarde. En het publiek weet niet wat er gaande is. „Noch Hitler, noch Mussolini liet de wereld toe de schemer te doorlichten, waarin hun wezenlijke bedoelingen werden vastgesteld in overeenstemming met de verkregen rechten der reactie”. Deze betalen, maar eerst wanneer de misleide aanhangers den demagoog tot macht hebben gebracht, verwijdert het fascisme het masker. Dan verdwijnen de vakverenigingen; de socialistische partijen worden ontbonden. De coöperatieve beweging wordt „overgenomen”. Geen sprake

meer van een vrije pers. Stakingen worden illegaal. Critici laat men het eerst verdwijnen in de gevangenis of in het concentratiekamp. De „revolutie” zo heet het, is voltrokken. Wat inderdaad verdwenen is, Is het vermogen van den gewonen burger zich te verzetten tegen de bevelen van de staat. Hij heeft opgehouden een vrij burger te zijn. „Wat hij ook moge denken, wanneer de nieuwe bedeling van kracht wordt, is zijn enig recht het recht om den man toe te juichen die zijn ketenen heeft gesmeed”.

Dit nu is, volgens Laski, het gevaar dat ons bedreigt. Ontbreekt ons de moed ons er gemeenschappelijk tegen te wapenen dan zijn wij verloren. „ledere keer dat wij zwijgen in het aangezicht van onrecht, berusten wij in het verlies van vrijheid. Hoe meer wij beweren dat het ons niet aangaat, hoe meer wij het werk van den demagoog vergemakkelijken, want de handhaving van de vrijheid hangt af van de eerbied, die zij inboezemt aan eenvoudige mensen. Van hun bereidheid om zich te harer handhaving te organiseren hangt haar behoud af. Hun gevoel van hulpeloosheid of hun laksheid is haar listigste vijand. Nu zullen mensen, die weten wat vrijheid betekent, haar niet overleveren wanneer hun ogen open zijn voor het gevaar, waaraan zij is blootgesteld. Hun zwakheid nu ligt in hun onvermogen om door te dringen achter het masker dat haar vijanden zich voorhouden. Men heeft ze gewend aan gehoorzaamheid. Zij zijn niet geschoold zó, dat zij de lessen der geschiedenis kunnen lezen. De meesten hunner worden geboren om te leven en te sterven zonder het minste begrip van ook maar enige der krachten, waardoor de wereld bewogen wordt. Hun dagelijkse behoeften nemen al hun denken in beslag en het is voorwaar geen gemakkeiijke taak ze tot het besef te brengen van de dreiging van ernstige gevaren, die verhinderd moeten worden, van grote ideeën, die bevochten moeten worden. Alleen een groot leiderschap kan hun verbeelding opwekken tot een daad die beantwoordt aan de roep.

Inzicht in de aard van de toestand, waarin wij ons bevinden is voor den leider eerste vereiste. Te weten dat wij leven in een gevaarlijke tijd is lang niet voldoende, het is dringend noodzakelijk dat wij de aard van het gevaar herkennen. En evenmin is het voldoende stil te staan bij de onzekerheid waarin wij leven. Het komt erop aan ons van de aard dier onzekerheid bewust te zijn. Wij staan voor het eind van een economisch systeem, zoals eenmaal de Griekse en de Romeinse beschaving. En in zijn gevolgen is het gelijk. Toen zoals nu zijn onze productieverhoudingen in strijd met de productiekrachten. Het verschil tussen toen en nu bestaat in onze meerdere kennis van de dynamiek der sociale veranderingen. Wij zijn in staat, wat de Grieken en Romeinen niet waren, om wanneer wij dat willen onze maatschappelijke lotsbestemming te beheersen.

De middelen tot een nieuwer en voller veiligheid staan te onzer beschikking en, met haar komst, tevens de middelen tot een nieuwe en voliere vrijheid. Want op bijna ieder terrein van betekenis, is tot nogtoe onze vrijheid belemmerd geweest door de verwikkelingen van het economische stelsel, waaronder wij geleefd hebben. Aan vrijheid heeft immer in de weg gestaan haar noodzakelijke ondergeschiktheid aan de eisen van eigendom. Vrijheid kon alieen genoten worden, voor zover haar toepassing geen bedreiging werd voor de bezitters der economische macht. Nu op dit ogenblik de gevolgen van hun eigendomsrecht opnieuw de grondslagen der beschaving in gevaar brengen, trachten zij de vrijheid op te geven opdat zij hun privilegiën mogen behouden. Staan wij vrijheidsberoving toe, dan komt er een ogenblik dat strijd niet kan uitblijven. Want ’s mensen geest kan op den duur niet gewennen aan tirannie. Er komt een ogenblik dat de slaaf in verzet komt tegen zijn meester.

Zij trachten de vrijheid op te geven en het zal hen gelukken, tenzij wij ons organiseren om het hun onmogelijk te maken. Over wat dit van ons vraagt, een volgende maal.

E. C. KNAPPERT.