is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1939, no 10, 02-12-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSE KRONIEK

Op de oorlogszee

Zeven-en-twintig schepen in één week, honderden doden en vermisten; het Is geen gering resultaat voor de organisatoren van de onbeperkte zee-oorlog. En er is geen enkele reden om het Duitse dreigement, dat dit nog maar een voorproefje is, zoals de „Frankfurter Zeitung” schreef, niet ernstig te nemen.

Het wrede lot, dat twee Nederlandse schepen trof; het leed, daardoor over tientallen Nederlandse gezinnen gekomen, heeft ons de realiteit van deze „zonderlinge oorlog” wellicht scherper doen gevoelen, dan alle oorlogsnieuws. Wanneer wij het Poolse lijden zouden vergeten en ook overigens niet beseften, dat het leeuwendeel der ellende door de oorlogvoerenden wordt gedragen, zouden wij geneigd kunnen zijn in te stemmen met den Italiaansen sarcast, die de slagvelden als ..vacantieverblijven” vergelijkt met de vreedzame landen, „die zo langzamerhand in concentratie-kampen dreigen te veranderen, gedoemd tot honger en typhus, met een verwoest economisch leven, hun financiën in puin en, naar alle waarschijnlijk, met sociale onrust in het vooruitzicht”. In de kleine neutrale landen, op wier ruggen thans de economische oorlog dreigt te worden uitgevochten, gaat deze bitterheid er grif in. Zal deze oorlog inderdaad, zoals de Italiaan voorspelt, ~het einde van de kleine staten” betekenen?

Het viel niet te verwachten, dat in deze, althans van één zijde als „totaal” opgezette, oorlog de rechten der neutralen bijzonder zouden worden ontzien. Het is dan ook vrij nutteloos, zich in jeremiades over het grove onrecht, de onzijdigen aangedaan, uit te putten. lets anders is, of de neutralen niet de gelegenheid bezitten, min of meer doeltreffend voor hun belangen op te komen en in zekere mate een erkenning van hun rechten af te dwingen.

Er is een tijd geweest, dat de gedachte der ~Neutraliteit is een parachute” heeft een zelfs in kwade reuk geraakte. Dat was, toen de idee ener solidaire volkengemeenschap het internationale denken beheerste. Hoe kort is dat nog geleden, en hoe ver zijn we daar misschien reeds vandaan. De Volkenbond, gebrekkige, maar althans daadwerkelijke poging tot verwezenlijking dezer gemeenschapsgedachte, is bijna letterlijk op sterk water gezet: een twintigste Volkenbondsvergadering, die in December zou bijeenkomen, kan men niet riskeren en daarom blijft de negentiende bijeenkomst permanent voortbestaan. Hoe lang nog?

Het is niet prettig, te moeten terugkeren naar oude vormen, waarvan men dacht, dat ze hadden afgedaan. Wie gewend is in een Diesel of per vliegtuig te reizen, heeft voor de stoomtractie geen respect meer. Maar de oorlog heeft ons nu eenmaal in een barbaarser verleden teruggestoten. Daarom zal ook het volkenrecht, dat reeds vóór de Volkenbond bestond, weer meer onze aandacht eisen. En in dat volkenrecht speelde de neutraliteit een belangrijke rol.

„Neutraliteit is een parachute heeft een Engelsman gezegd, die uiteenzette, waarom een land als Zwitserland hardnekkig heeft geweigerd, van zijn rechten als onzijdige afstand te doen „die dit land niet wil prijsgeven, aleer het internationale vliegverkeer veiliger is geworden”. Het beeld is modern. Veilig is het thans allerminst. Geen wonder, dat de kleine staten hun valscherm losmaken. Maar wie zal zeggen, waar zij zullen belanden?

Grote en kleine neutralen

De eerste pogingen, de positie der neutralen een juridische en veilige basis te geven, vinden meer hun oorsprong in de gevaren van het verkeer ter zee, dan in de

lucht. In het jaar 1780, toen enkele Oostzeestaten een Verbond van gewapende neutraliteit vormden, had men nog meer behoefte aan een goede reddinggordel, dan aan parachutes. Heel veel anders is het op het ogenblik niet en de gevaren voor de neutralen, uit de onbeperkte zee-oorlog en de economische krijg ontstaan, zouden zeer wel tot vorming van een belangengemeenschap der neutrale mogendheden aanleiding kunnen geven.

Op het eerste gezicht is een aaneensluiting van neutrale mogendheden in deze oorlog veelbelovend. De talrijke grote mogendheden, die niet aan de oorlog deelnemen, zouden stellig in staat zijn, de oorlogvoerenden een toontje lager te laten zingen. De kleinen, merendeels de naastbetrokkenen, zouden deze belangengemeenschap kunnen verdiepen en er een romp-statenbond van kunnen maken. De oorlogs-anarchie zou althans door een minimale rechtsorde in omvang en gevolgen voor de rest van de wereld worden beperkt. Wederom zou Van Vollenhoven’s woord, dat de neutraliteit ~hoeksteen van het volkenrecht” is, waar kunnen worden gemaakt.

Helaas, wij vrezen ook hierbij voor illusies. Want de neutraliteit der groten is allerminst boven elke verdenking verheven. Zeker zal men daar neigingen ontmoeten, de neutraliteitspositie ten eigen bate zoveel mogelijk uit te buiten. Maar van een onbaatzuchtige poging tot het scheppen van een beperkte internationale recthsorde is van die kant weinig te verwachten.

Men behoeft slechts aan Rusland te denken, dat in 1780 als één van de gangmakers fungeerde, maar thans als de grote 0.W.-er optreedt. Wee de kleine staten, die bij dezen duivel te biecht zouden gaan. Het dappere Finland, dat begin dezer week meer dan ooit werd gebrutaliseerd en zich op het ergste moest voorbereiden, verzet zich terecht met hand en tand tegen inlijving in het Russische „veiligheidssysteem” in de Oostzee.

Even verdacht is de Italiaanse neutraliteit, al is ze weinig minder profijtelijk dan de Russische. Men kan het vermoeden niet van zich afzetten, dat deze oorlog de Italiaanse staatsfinanciën een heel eind zal kunnen saneren en dat zelfs niet alleen door de enorme opleving van de Italiaanse scheepvaart, die naar sommige werelddelen bijna een monopoli verwerft. Er is reeds voorspeld, dat de Britse blokkade tegen de Duitse export vooral Italië ten goede zal komen, omdat de Duitse uitvoer thans via Triëst zal plaatsvinden. Ondanks het feit, dat de Britse vloot dan toch altijd nog de uitgangen van de Middellandse Zee controleert en geen Italiaan daaraan ontsnappen kan, hangt deze voorzegging geenszins in de lucht. Reeds bij de contróle op de toevoer naar Duitsland waren de Britten heel wat coulanter voor de Italianen, dan voor de kleine neutralen aan de Noordzee. Kopervrachten b.v. zo heeft men van Belgische zijde geklaagd die aan België worden ontnomen als contrabande, kunnen ongehinderd Duitsland bereiken via Triëst Maar hierbij spreekt dan ook de diplomatie een stevig woordje mee. Wanneer men in Frankrijk zover gaat, elke spoor van critiek op Italië uit de hele pers te doen verdwijnen, kunnen de Britse scheepscontroleurs allicht ook een oogje dichtdoen.

Van Italië is dus, ondanks de felle protesten In woorden tegen de Britse blokkade-politiek, niet veel initiatief te verwachten. Desniettemin poogt Rome zich ijverig als „beschermer” der kleinen op te werpen: wanneer men de propaganda wil geloven, zouden Mussolini en Franco eigenlijk broederlijk de Lage Landen voor een Duitse inval hebben behoed. Italië brandt van verlangen, om de rol van vredesengel op de Balkan te spelen, hoewel het tot dusver weinig anders heeft gedaan, dan de op gang zijnde aaneensluiting der Balkanstaten door zijn opdringerig geïntrigeer in de war te sturen.

Wat de speculaties der Geallieerden rond Italië oplevert, zal de tijd leren: wij kunnen

er niet anders dan met de grootste argwaan tegenover staan. De kleine staten hebben echter van het Italiaanse fascisme, dat even principieel als zijn Duitse evenbeeld, wars is van elke internationale rechtsgemeenschap, niets anders dan ontgoochelingen te verwachten.

Totalitaire solidariteit

Een andere neutrale mogendheid, die in een romp-statenbond zou passen als een vos in de kippenren, is het huidige Japan. Wij hebben niets tegen het Japanse volk, dat, wanneer het niet in een wrede poging, andere volken te overweldigen, wordt gedemoraliseerd, allerlei sympathieke karaktertrekken vertoont. Maar onder zijn huidige heersers is het bezig, één der gesels voor de wereld van het Oosten te worden.

Ook Japan heeft een zwaar verlies geleden in de eerste week van de onbeperkte mijnoorlog. De ..Terukuni Maroe”, die op de Engelse kust is vergaan, behoorde tot één der pronkstukken van de Japanse handelsmarine. Verontwaardiging en spijt over dit verlies zouden dus begrijpelijk zijn. Het wil ons echter voorkomen, dat van Japanse zijde vrij wat meer ontstemming tot uiting is gebracht jegens Engeland en wel vooral wegens de Britse blokkade-politiek dan tegen Duitsland, dat men overigens in Japan wel degelijk aansprakelijk wist voor de aanwezigheid van de fatale mijnen. Het kan niet anders, of per saldo is toch ook voor het huidige Japan, evenals voor Italië, ondanks alle verrassingen van Duitse zijde, de band met de anti-Kominterngenoot het sterkst.

Deze stugge Japanse houding kan voor Engeland een waarschuwing zijn, want er waren de laatste tijd symptomen te over, dat van geallieerde zijde ook Tokio druk werd bewerkt en, naar uit een verontrust ingezonden schrijven in de Londense „Times” bleek, de zaak der Chinese republiek daarbij allerminst veilig was. Japan, dat op politiek gebied, nadat de verbijstering over het Duits—Russisch pact was overwonnen, stellig eveneens tot de 0.W.-ers behoort, nu Engeland en Frankrijk de handen gebonden zijn, keert zich thans zelf tot de Sowjet-Unie, waarmee ernstige onderhandelingen zijn aangeknoopt. Van de weeromstuit merkt men in Engeland duidelijk een neiging tot nauwer samengaan met de Verenigde Staten in het Verre Oosten.

Zo tekent zich, door het rookgordijn van de Europese oorlog heen, toch de vorming van een al of niet openlijk verbond der totalitaire mogendheden af, waartegenover de grote democratische staten zich onwillekeurig nauwer moeten aaneensluiten.

Voor de wereld der kleine neutralen belooft deze constellatie weinig goeds. In hun levensbelangen verbonden met het lot der geestverwante democratieën, dreigen zij telkens in de wervelstormen te worden meegesleurd, welke door de dictaturen worden ontketend. Wanneer zij zich beter willen beveiligen, dan met de reddinggordel der individuële neutraliteit, zouden zij een gemeenschappelijk vlot kunnen bouwen om gezamenlijk het vege lijf te bergen.

Zowel in het noorden en westen van Europa, als in het zuiden, ontbreekt het niet aan de goede wil daartoe. Het Belgisch—Nederlands overleg in de crisis der Lage Landen is waarschijnlijk niet zonder uitwerking geweest. Ook de Scandinavische solidariteit, hoe zwak zij overigens in middelen moge zijn, doet haar invloed gelden. Men had naar aanleiding van de Britse blokkade-politiek wel enig nauwer contact tussen de Oslo-staten verwacht; ook al lopen de belangen sterk uiteen. Maar met de Balkan-staten zijn op het ogenblik de noordelijke groepen „eilandjes van vrede”, zij het dan „drijvend” en heen en weer gesmakt op de zwaar deinende Europese oorlogszee.

Wie in deze neutrale reddingsvlotten weinig stevigheid ziet, moge bedenken, dat het op de Oceaanstomers ook niet zo veilig is en dat tenslotte de arke Noachs ook geen zeekasteel is geweest. Laten wij niet vergeten, de vogelen des vredes mee te nemen, om ons te eniger tijd het veilige land aan te kondigen.

B. W. SCHAPER.