is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1939, no 11, 09-12-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De aarzelende handen

Hij is zo anders, 'k zou hem willen smeken: bid om de vroomheid die je is zo vreemd, bid om de vrede die niet is te breken; slechts in de stilte voel je deze leemt'.

Bid om de eenheid die niet is geworden en die zijn grond niet vindt in deze aard. Zie toe, hoe 't godd'lijk leven dorde, terwijl jij werelds schatten hebt gegaard.

Een vreemde trilling siddert in mijn handen, die tot je willen als een offerande.

een oproep tegelijk aan 't diepste zelf.

Maar talmend aarzlen zij, de geest-bemande, zij aarzelen – en in hun schaamle schande weten zij eenzaam zich en met zichzelf.

FRANK DAALDER.

Finse lessen in democratie

„In naam van de geestelijke waarden moet een kritiek der zeden tevens een economische kritiek zijn. Het is immers onbelangrijk, zo men al de verhevenste deugden aanprijst, als de uitoefening dier deugden onmogelijk is krachtens de feitelijke toestand in het economische stelsel. Als men er aan hecht, dat deze deugden niet in vergetelheid raken of tot onmacht komen, laat men dan de natuurlijke voorwaarden scheppen van een normale beoefening der rechtvaardigheid, der liefde, der samenwerking van de klassen, der sociale vrede enz. Een dergeiyke poging voert ontvermijdeiyk tot een aantasting van geheel het kapitalistische bouwwerk onzer maatschappij, maar het is alleen tegen de prys van deze voorafgaande kritiek dat moralisten niet meer in de woestijn hoeven te preken en dat hun eisen geen ydele uitvloeisels zijn van hun goed hart. Men moet niet menen, dat men de klassenstrijd kan bezweren met berusting te preken aan de arbeiders en welwillendheid aan de werkgevers, maar wel door een nieuwe economische en sociale orde te scheppen, die nu eens niet bepaald wordt door de onvermüdelijke tegenstelling der klassenbelangen, en waarin rechtvaardigheid mogelijk is. Het modern kapitalisme is onmenselük en deze bepaling sluit uit de cultus der rechtvaardigheid, binnen dit stelsel dus is sociale vrede letteriyk onmogelijk.”

Een verwante gedachtegang moge socialisten bekend voorkomen, men zal mij gewonnen geven, dat dit fragment uit het meer geciteerde opstel van Mare Schérer aan confessionele kringen nog wel wat kan leren, en dat men vooral ook waarderen moet de onverbiddelijkheid, waarmee hier de ethiek aan het economische gebeuren is gekoppeld. Qok in; de afleidingen uit dit beginselprogram aarzelen deze jonge Franse denkers niet. Zy erkennen volmondig, dat het Front populaire een beslissende stap heeft gedaan in de richting van een sociale wetgeving, waarin volgens hun eis de arbeid centraal gesteld wordt „want het sociologische feit roept het juridische feit op”. Hoe lang is het geleden, dat een dergeiyke stelling verdacht Marxistisch zou geroken hebben? Uitmuntend is ook deze opmerking, die de mond moge snoeren ook aan vele heren van christelijken huize in dit land: „Laat men zich toch niet in de war laten brengen door de uitdrukking van „de veroveringen der arbeiders”, het woord klinkt erg strijdlustig en weinig vriendelijk, maar in werkelijkheid betreft het hier een rechtvaardige herbouw der maatschappy en het enige wat men mag betreuren is misschien de overhaastheid ge-

weest; een ziek organisme kan nu eenmaal niet teveel geneesmiddelen ineens verwerken (dit laatste slaat op de achterstand eerst, en

het tempo der hervormingen daarna, in Frankrijk). Het moest verboden zijn te spreken over „voordelen en winst, aan de arbeidende klasse toegekend”, waar het betreft de rechten en de functie der arbeiders om te zetten tot rechtsregelen.

Een democratie, die ernst maakt met zijn beginselen, zal als eerste taak erkennen, het werken aan een stelsel van rechtvaardige verhoudingen tussen de mensen onderling en dat in onze maatschappy daarbij het arbeidersvraagstuk centraal staat, hoeft geen verder betoog. De medewerkers aan ~Options sur demain” hebben dit blijkbaar ingezien: de sociale kommernis is kenmerk van de oprechte democraat. Nochtans: democratie is naar haar wezen iets anders. Ook hierover hebben zij zich bezonnen, zy hebben zich losgemaakt van veel vooroordelen tegen de ideologie der Franse revolutie en pleiten —• we zeiden het reeds voor een „open humanisme”. E. Borne betoogt, dat de overtreffende waardigheid van de arbeid, zoals door het socialisme geleerd nu opgenomen dient te worden in het gemene gedachtengoed, zogoed als de zin van de tijd. Ook de Christen moet inzien, dat de tijd niet vergeefs geschapen is en dat hij niet alleen dient tot ascetische oefenplaats om door een heilig wachten de ziel vurig te houden voor de aanstaande komst van het Godsryk. Men mag niet onderschatten het vele kwaad, dat voorbarige verwachtingen dienaangaande aangericht hebben in gelovige zielen, die steeds maar nalieten deze wereld bewoonbaar te maken wegens de aanstaande eeuwigheid. Alleen een gezond rationalisme kan hier helpen. Een idee immers rijpt en de mensheid kan niet vergeten. Zijn tijd verstaan betekent dan, aandachtig luisteren naar de nieuwe uitnodiging van God en niet eindeloos de gebaren uit een verleden tyd herhalen; trouw aan het evangelie, dat niet voorbijgaat, wordt dan tevens besef voor de nieuwe verwerkelijking ervan in deze nieuwe tijd. Men hoeft daarom nog niet in te stemmen met een naïef en bloemig optimisme, de eeuwige bekoring voor elke alleen-maar-rationalist, maar beseffen, dat de voortgaande tijd de kans biedt tot ontwikkeling.

Er is niets zo fnuikend voor alle sociale inspanning dan de wijsheid van zgn. uitgeslapen realisten, die allang wisten, dat de mensheid in een kringetje loopt, maar laten zij beseffen, dat ze bevangen zijn van een typisch heidense nachtmerrie: die van de eeuwige terugkeer der dingen, een verlammend beeld, waarvan het evangelie ons juist verlost heeft.

Geloof in de vooruitgang is vertrouwen in het waagstuk, want elke vooruitgang waagt het verlies van een vroegere cultuurtoestand voor een volgende, betere. Mensen, die zo erg van orde houden, zouden liefst in een maatschappij leven. Ingesluimerd in haar instincten, als een byenkorf of een mierennest: De

dood der vrije persoonlijkheid. De wet van: durf te wagen, geldt voor de democratie, die telkens weer in de verleiding komt er aan te verzaken en het heimwee te koesteren, dat eike kudde kent, het heimwee naar een leider, die voor de massa denkt en zorgt en de verantwoordelijkheid alleen torst. Burger blijven in actieve dienst is heel wat moeilijker, maar ook waardiger en gelukkiger. Democratie heeft niet de pretentie met de toverstaf alle sociale vraagstukken op te lossen; telkens weer komen( nieuwe ongerechtigheden aan het licht: het kwaad schuilt in den mens, maar democratie is het enige régime dat deze nimmer-af-te laten strijd toestaat te voeren volgens lijnen van gerechtigheid.

En vraagt men deze schrijvers nu, waar de grondslag der democratie gevonden moet worden, dan meen ik een dubbel antwoord te lezen: enerzijds in een mystiek (lees: een onberedeneerd) geloof der vrijheid: de Innige overtuiging, dat het voor het welzijn der mensheid alles betekent dat iedereen de kans krijgt zich te verwerkelijken volgens Gods roeping aan hem, en de lijnen zijner persoonlijkheid; het is een verweer tegen elke poging de tegenstellingen tussen de mensen te verdoezelen, en een diepe erkenning van de hoge waardigheid der aparte persoonlijkheid: personalisme heet het stelsel.

Maar, zou men kunnen opwerpen, voert dat niet regelrecht tot een liberale staatsopvatting met al de ellende van dien. Geenszins, want er zijn twee bindende beginselen: daar is de arbeid, waarover hierboven en daar is de vriendschap der mensen. Deze schrijvers reppen niet oyer dat in Roomse kringen veel geprezen solidarisme, maar veeleer sluiten ze aan bij Scheler en wensen de democratische idee te baseren op het geloof aan de vriendschap der mensen, een vriendschap die berust op wederzijds begrip van elkanders eigenheden (eerbied voor de vrijheid) en bereidvaardige liefde om elkander te helpen (de arbeid als liefdedienst), zy geloven, dat deze mensenliefde ingeschreven staat als neiging en plicht in iederen mens. De plicht wordt vanzelfsprekend gefundeerd in Christus’ gebod, maar de natuurlijke neiging wordt graag erkend ook in de welwillendheid tot maatschappeiyke samenwerking van laat ons zeggen den militanten atheïst, die meent met Christus afgerekend te hebben. Zo kan men ondanks geloofstegenstelltngen samen

leven. RENÉ.

– Decembermaandgeschenkenmaand

Sinterklaas is ai weer voorbij en n hebt zeker ons gewone verlanglijstje ISO GRATIS ABONNEMENTEN VOOR WERKLOZE MAKKERS al gemist. Dat we er wat laat mee zijn, komt helaas niet, omdat het niet meer nodig is. Dat kwam alleen, doordat we vorige week eenvoudig nog niet aan Sinterklaas dachten. Maar gelukkig hebben enkele trouwe gevers met hun jaarlijkse gift ons aan de datum herinnerd. En zo staat hier dan weer onze wens:

150 GRATIS ABONNEIVIENTEN.

Bijna 200 namen staan op onze lijst van het afgelopen jaar, maar daarbij is een klein aantal, dat wekelijks van s—B cent bijdraagt. En steeds komen weer nieuwe aanvragen. Na een der laatst gehouden manneninternaten schreef een der deelnemers:

„Persoonlijk hébben deze dagen voor mij deze betekenis gehad, dat ik weer nieuwe hoop heb verkregen ten aanzien van de toekomst, die voor ons allen openligt De geest op Bentveld was fijn, de atmosfeer zuiver en geen spoor van z.g.n. medelijden, dat wij werklozen zo intens haten.

Veel dingen zijn me nog vaag gebleven, v.n.l. het specifiek religieuze standpunt Indien mogelijk, zou ik gaarne, zoals te Bentveld werd aangekondigd. Tijd en Taak enige tijd gratis ontvangen.”

Vrienden, aan u de daad om dit mogelijk te maken.