is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1939, no 13, 23-12-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rome zwijgt

Pater Eender, professor aan de Pauselijke unlversltelt te Rome heeft In „Het Schild” (December) geantwoord op onze klacht, dat de Paus niet duidelijk deze oorlog veroordeelde. Wij toonden aan, In het licht der Roomse moraal, dat de oorlog aan de kant der aanvallers van een schreeuwende onrechtvaardigheid was, en dat de Paus overeenkomstig de Roomse leer spreken kon. We meenden wel te voorvoelen, waarom hij niet zou spreken, maar deze houding konden we moeilijk waarderen. (Vergelijk „Tijd en Taak" 2 September,- pag. 9i.

Het betoog van Prof. Eender bevat weinig nieuws, maar het Is wellicht leerzaam er een en ander uit te bespreken, omdat het zo’n scherp licht werpt op de methodes der Roomse geloofsverdedlglng. We bedoelen niemand te krenken, maar slechts nuttige voorlichting, naar best vermogeri, te geven.

Roomse Celoofsverdediging

Allereerst deze Inleidende opmerking: de Roomse geloofsverdedlglng bevindt zich In de onaangename klemposltle, dat zij altijd alles moet goedpraten; niet alleen wil zij de leer der kerk verdedigend uiteenzetten, wat haar goed recht Is, maar tevens de gedragingen der kerk In deze tijd. Dit geeft deze eigenaardige situatie, dat men wel toegeven wil, dat In het verleden kerkelijke autoriteiten gefaald hebben, een Rooms historicus kan' rustig schrijven over de schuld der kerkelijke gezagdragers (die dan zolang de Heilige kerk niet vertegenwoordigen) b.v. aan de Hervorming, maar vandaag zijn hun maatregelen altijd juist. Veronderstel, dat Prof. Eender van oordeel was, In het meest verscholen hoekje van zijn achterhoofd, dat de Paus nu spreken móest, hij zou het aan tegenstanders nooit ■willen toegeven; hij zou er overigens de kans niet toe krijgen; het zou hem zijn professorale zetel kosten, en „Het Schild” zou zijn artikel niet opnemen; daar is het tenslotte een schild voor, d.w.z. het moet de zwakke plekken bedekken. Over vijftig jaar mag de kerkhistoricus oordelen over het zwijgen van Plus XII, vandaag mag hij het alleen verdedigen. Daarmee Is wel niet bewezen, dat Prof. Eender ongelljk heeft, maar wél, dat hij nooit ongelljk kan bekennen.

Hieruit volgt een tweede: Prof. Eender spreekt waarderend over de tooni van ons artikel. We hebben onze oprechte achting uitgesproken over den geestelijken Leider van de grootste der Christelijke kerken, en over zijn werken In het belang der vrede. Wij vinden dit vanzelfsprekend. Maar op het ogenibllk, dat wij, hoe ook met redenen omkleed en In voorzichtige termen onze teleurstelling uitspreken „valt de toon tegen”. Ziedaar het onprettige In elke polemiek met Roomse schrijvers. Zolang men maar waardeert, Is men welkom, maar zo gauw als men réserves maakt, wat toch vanzelfsprekend Is: als men alleen maar bewondert, Is men Rooms! dan heet de toon vals of Is men ondeskundig. Roomskatholieken klagen wel eens, dat men hun geschriften niet leest, maar men zou er de moed bij verliezen; want zodra men de geschriften niet helemaal bijvalt, heeft men ze niet begrepen, of vertoont men kwade wil.

De Roomse leer algemeen aanvaard?

We komen nu tot ons twistgeding. Ik heb de leer der katholieke moralisten over de oorlog uiteengezet. Prof. Eender heeft er niets op aan te merken, tenzij, dat Ik over de ~Roomse” leer gesproken had. Volgens hem Is het „de leer, die door nagenoeg alle mensen In heel de wereld en In alle tijden steeds aanvaard Is èn als juist Is erkend en toegepast”. Deze bewering Is wel boud, ze Is ook typisch Rooms, maar ze Is niet juist. Het Is een der pretenties van de Roomse zedeleer en sociologie, dat haar algemene geldigheid berust op het natuurlijk verstand. Wie haar tegenspreekt, Is een onwetende of onwillige zonderling. En men ziet niet, hoezeer de Roomse zedeleer van allerlei dogmatische veronderstellingen uitgaat, die men gelooft of niet gelooft.

Tegenover de Roomse oorlogsmoraal staan.

om In Nederland te blijven, o.a. de opvattingen van Prof. Heerlng en van Bart de Ligt. Overigens, de Roomse oorlogsmoraal is een typisch voorbeeld van casuïstiek en als zodanig wordt ze door elke hervormde theologie verworpen. Men zal desnoods erkennen, dat er oorlog moet zijn, maar tevens zich er aan schuldig voelen. Nu weet Ik wel, dat een dergelljk perplex geweten door de Roomse moraal wordt verworpen, maar Prof. Eender Is niet klaar met deze opvattingen te herleiden tot „een niets te betekenen” uitzondering op de gezonde leer van het gezond verstand. O die gezondheid van de casuïstiek. Als Ik nu nog, bulten het Christendom, Gandhl vermeld en zijn leer over de geweldloosheid, dan moge Prof. Eender begrijpen, dat zowel In als bulten het Christendom de Roomse leer niet zo geldend Is, als hij graag meent.

Wanneer nu volgens de Roomse moraal deze oorlog onrechtvaardig Is van de kant der aan – vallers èn let wel: Prof. Eender sprak dit niet tegen waarom zwijgt dan de Paus? Eender geeft verscheidene redenen, die alle één trek gemeen hebben; ze vertroebelen het zicht op een, In wezen eenvoudige problematiek. Men kent uit de moderne oorlog het systeem van het kunstmatig gasgordijn. lets dergelijks doen In lastige gevallen ook de Roomse apologeten: „De Paus weet zoveel, wat wij niet weten. Hij zal dus wel zijn goede redenen; hebben. Zelfs Ik, Prof. Eender, die In Rome woon, ken niet eens de pauselijke motieven. En daarenboven: de zedelijke grootheid van een mens als Plus XII staat boven alle verdenking van minderwaardige motieven”. Men moet de glibberigheid van een dergelljke redenering voelen: alsof de Paus wellicht geheime redenen wist, die de aanval van het N.S. Duitsland op het Katholieke Polen rechtvaardigden! Alsof uit de, door ons niet bestreden zedelijke grootheid van Plus XII volgt, dat hij nu ook onfeilbaar en onvatbaar voor zonde Is!

Alleen maar tijdelijke zaken?

Met een verwijzing naar Christus’ voorbeeld (Lucas XII 13-15) poogt Eender aan te tonen, dat de geestelijke zending vart den Paus hem niet verplicht uitspraak te doen „In twisten van zuiver tijdelijke zaken”. Toevallig kwam Dr. Banning In het voorgaand nummer van T. en T. reeds op tegen die typlsch-Roomse n)elglng om de ergernis van de oorlog te kleineren. Drs. Eraun herleidde de oorlog tot een physlek kwaad. Prof. Eender tot een twist over tijdelijke zaken. Maar deze oorlog Is allereerst een naaste gelegenheid (Ik gebruik met opzet Roomse termen, die Prof. Eender verstaan móet) tot gruwelijke zonden. Het Is een hoon aan Christus’ gebod, dat de mensen elkander moeten liefhebben. Juist om zijn geestelijke zending zou de Paus moeten spreken!

Een uitvlucht noem Ik het, als Prof. Eender beweert, dat de Paus zijn uitspraak zou moeten richten niet tot de onderdanen, maar tot de regeerders, en aangezien deze er zich toch niet aan zullen storen, zwijgt de Paus maar. Juist omdat deze regeerders hun onderdanen, die tevens onderdanen van den Paus zijn, bevelen te moorden, zou de Paus, zo verwachten wij, hier juist moeten spreken. In andere gevallen, als de eer der kerk op het spel stond, heeft Hij ook niet geaarzeld tot de onderdanen, over de hoofden der regeerders heen, te spreken. Ik herinner maar aan de Romeinse kwestie. En weer vragen wij; waarom zwijgt Hij nu? En met de meeste klem ontkennen wij nogmaals, dat de kerk zich van! dit terrein terug kan trekken, ‘omdat het niet geestelijk Is. Deze oorlog, en het Is zijn ergste gruwel, verminkt niet alleen lichamen, maar vermoordt zielen! Het staat wel fraai, als Kardinaal Verdier, aartsbisschop van Parijs, de oorlog een kruistocht noemt, de R.K. Duitsers mogen het zich voor gezegd houden, terwijl ze luisteren naar hun bisschop Mgr. Gröber (Prelburg lm Erelsgau) welke over de offervaardigheid en vaderlandsliefde der Duitse frontsoldaten spreekt, en ondertussen) preekt in Rome Kardinaal Illond, primaat van Warschau en noemt de Polen, die In de oorlog tegen Duitsland vielen, martelaren (we laten de theologische nauwkeurigheid van deze betiteling voor rekening van zijn Eminentie!)

Ziedaar drie prelaten der ene heilige Roomse kerk en als de oorlog lang duurt, zal het nog wel erger worden. Begrijpt Prof. Eender nu lets beter, wat wij bedoelen, wanneer wij vragen: waarom zwijgt de Paus?

Onjuistheden ?

„Tot slot wijzen wij op enkele onjuistheden”, aldus leidde Prof. Eender een laatste paragraaf In. Te vlug veronderstellen Roomse apologeten steeds, dat de leer van hun kerk niet begrepen Is. Dat geeft een groot gevoel van veiligheid: wat doen de buitenstaanders te kritiseren? Ze begrijpen er toch niets van. We zijn zo onbescheiden nog even te menen, dat we goed begrepen en goed geschreven hebben: Inderdaad hebben we „luchtig gespot” met het gaan en komen der Italiaanse monslgnorl aan de verschillende Europese hoven. Wij menen, deze lieden een/ weinig te kennen. Prof. Eender kent ze veel beter. Maar hij, die Immers leeft In Rome, zou, als nlj wilde en mocht, een heel ander boekje kunnen opendoen over deze wereld van Intiigues en Ijdeltuiterij, ergernis van eiken Nederlandsen katholiek te Rome. Wat heeft Kardinaal Van Rossum er niet tegen gestreden (zie het boek van Drehmans)! Nog onlangs schreef Georges Eernanos R.K. er over (zie zijn scandale de la verlté: p. 59) hoe de Paus zijn Informaties wint van de fascistische Italiaanse geestelijkheid! Wat doen overigens deze „geestelijken” In de rotte wereld der diplomatie? Mgr. Orsenlgo haast zich Hltler geluk te wensen met de mislukte aanslag te München, die, als ze gelukt was, alle Roomse scribenten geïnspireerd had tot een vervolghoofdstuk op Lactantlus’ „Over de gruwelijke dood der kerkvervolgers”. En hoe oordeelt Schmldlin, de R.K. kerkhistoricus van de laatste Pausen, over hun gaan en komen?

Prof. Eender meent op korzelige toon een lesje te moeten geven over de pauselijke onfeilbaarheid. Echter zijn verwachting, dat wij het wel niet zouden weten, speelt hem parten. Als Ik zeg: „de Paus kón een onfeilbare uitspraak doen”, dan Is daarmee niet gezegd, dat elke uitspraak van den Paus onfeilbaar Is. Ik wUde slechts de aandacht vestigen op het feit, dat de Paus niet alleen op geloofsterreln, maar ook op stuk van zedeleer gezag heeft, en dat hij uit algemene, geopenbaarde beginselen (b.v. de leer der naastenliefde) theologische conclusies kan trekken voor een bepaald geval (oorlogsmoraal). Ik verwijs daarvoor naar de leer der Roomse theologen over directe abortus tot redding van de moeder

De Romeinse kwestie

Tenslotte de Romeinse kwestie. Jarenlang kon men In leder Rooms geschrift hierover lezen, dat de Paus om zijn gezag uit te oefenen, een zekere souverelnltelt en een crltlsche onafhankelijkheid moest bezitten. Als men destijds het tegendeel leerde, was men ketter. De arme Italiaanse katholieken leefden zodoende In de pijnlijke situatie, dat zij hun vaderlandse regering veroordelen moesten, die Immers Rome bezet hield. Prof. Eender moge mij verwijzen naar de Clta del Vatlcano en heel die Spielerei met een eigen stationnetje en een eigen postkantoortje; wl] constateren slechts, dat de Paus erin berust heeft, dat hij geen aards vorst Is. En wij vrezen te moeten aanschouwen, dat de Paus In afhankelijkheid staat (vooral door zijn Italiaanse omgeving) van het fascisme. Wel was het een stelling der Roomse theologie, dat de Paus van de els op de Pauselijke staten geen afstand ’Kon doen.

Nu moge de lezer beoordelen, of Prof. Eender gelijk had toen hij schreef: „Wat de allerlaatste uitspraak aangaat; ~er staat nu meer op het spel”, n.l. bij het beëindigen van deze oorlog, dan bij het beëindigen van de Romeinse kwestie, wij achten den schrijver niet competent daarover te oordelen. Immers als nlet-kathollek Is hij niet In staat om de waarde te beoordelen, die een vrije uitoefening van het pauselijk bestuur van de wereld heeft”.

De Paus zal niet spreken en wij bekennen graag: we begrijpen het niet. Maar juist omdat we eerbied hebben voor zijn geestelijk gezag, werd de uitdrukking van ons onbegrip een aanklacht. Dit heeft Dr. Eender begrenen, maar niet weggenomen. RENÉ.